Artikel 57 § 3,4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
Met het college van 11024 van 10 juni 2011 keurt het college bestek GAC/2011/514 goed.
Bij de aanbesteding van 22/08/2011 dienden de volgende firma's een offerte in:
Uitsluitingsgronden.
1) in staat van faillissement of van vereffening te verkeren, zijn werkzaamheden te hebben gestaakt of een gerechtelijk akkoord te hebben bekomen, of in een overeenstemmende toestand te verkeren als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale wetgevingen en reglementeringen;
2) aangifte te hebben gedaan van zijn faillissement, een procedure van vereffening of een gerechtelijk akkoord aanhangig te hebben of een gelijkaardige procedure lopende te hebben bestaande in andere nationale wetgevingen en reglementeringen;
3) niet in orde te zijn met de sociale (sociale zekerheid) en fiscale verplichtingen (directe belastingen en BTW);
4) bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan veroordeeld geweest zijn voor een misdrijf dat de beroepsmoraal aantast;
Een veroordeling bij vonnis wegens niet-naleving van de milieu- en sociale wetgeving wordt beschouwd worden als een overtreding die de professionele integriteit aantast welke het mogelijk maakt de betrokken partij uit te sluiten;
5) bij de beroepsuitoefening een ernstige fout te hebben begaan;
6) in ernstige mate schuldig te zijn aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen.
De bewijzen omtrent de eerste drie uitsluitingsgronden worden door de stad zelf opgezocht. Wat betreft het RSZ-attest: een attest van het voorlaatste kwartaal wordt door de stad opgezocht.
Omdat de aanbestedende overheid niet bij machte is de bewijzen omtrent de eerste drie uitsluitingsgronden zelf op te zoeken in het geval van een buitenlandse inschrijving dienen buitenlandse inschrijvers zelf de bewijzen omtrent de eerste drie uitsluitingsgronden aan te leveren.
Het bestuur gaat voort op deze verklaring tot op het ogenblik van gunning. Aan de inschrijver die in aanmerking komt voor gunning wordt vóór de beslissing tot gunning een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst opgevraagd, waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan. Dit attest mag ten vroegste 3 maanden voor ontvangst door het bestuur uitgereikt zijn. Dit uittreksel kan gevraagd worden bij de Federale Overheidsdienst Justitie , Waterloolaan 115, 1000 Brussel Tel 02/542.65.11 Fax 02/542.70.39 E-mail info@just.fgov.be
Zodra blijkt dat een kandidaat-inschrijver zich in een voormelde toestand van uitsluiting bevindt, wordt hij uitgesloten van deelneming aan de opdracht.
Iedere valse verklaring is een uitsluitingsgrond voor deelneming aan deze opdracht. Indien na contractsluiting zou blijken dat ten deze een valse verklaring werd afgelegd, kan het contract door de stad Antwerpen eenzijdig en zonder enige schadevergoeding verschuldigd te zijn, ten laste van de wederpartij verbroken worden.
Aandachtspunt:
Wanneer de inschrijver een Tijdelijke handelsvennootschap (THV) is, moet voor elke partner van de THV, de bovenvermelde documenten ingediend worden.
* Door in te schrijven op deze opdracht verklaart de inschrijver zich niet in een toestand van uitsluiting te bevinden, zoals bedoeld in artikel 69 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken.
Geen van de kandidaten dient te worden geweerd op basis van de uitsluitingsgronden.
Selectiecriteria: technische bekwaamheid.
Het bewijs van inschrijving op de tabel van de Orde van Architecten of van inschrijving op een gelijkaardige officiële lijst in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschap van één of meerdere perso(o)nen die deel zal (zullen) uitmaken van het ontwerpteam (origineel attest of een voor éénsluitend verklaard afschrift, maximum 1 jaar oud).
de studie- en/of beroepskwalificaties van de inschrijver en/of van het ondernemingskader en dan in het bijzonder van de verantwoordelijke(n) voor de uitvoering van de diensten;
het bewijs van de verzekering tegen beroepsrisico’s.
Overeenkomstig het KB van 14 december 2001, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2002, 23 juni 2006 en 30 april 2009, 4 december 2009 en 10 september 2010 wordt door het opdrachtgevend bestuur een ontwerper aangesteld na een gemotiveerde selectie op basis van hun algemene en restauratiespecifieke technische vakkundigheid, doeltreffendheid, ervaring en betrouwbaarheid. Het opdrachtgevend bestuur kiest de ontwerper, die het best aan de vereiste kwalificaties voldoet op basis van de hierna bepaalde criteria:
1°Kwalificaties:
-Studiekwalificaties: diploma's en studiecertificaten van de ontwerper en eventuele onderaannemer(s);
-Beroepskwalificaties: opgave van een aantal jaar relevante beroepservaring in de sector monumentenzorg;
2°Relevante referenties betreffende restauraties, uitgevoerd tijdens de laatste drie jaar in binnen- en/of buitenland, met inbegrip van de processen-verbaal van de voorlopige en/of definitieve opleveringen van de restauratiewerkzaamheden. Daartoe verstrekt de ontwerper de volgende gegevens:
a) 1) beschrijving van het referentieproject
2) datum en oplevering
3) naam en adres van de opdrachtgevers
4) beschrijving van de aanpak van het referentieproject (methodologie) met vermelding van de wijze van controle van de uitvoering van het referentieproject en van de gedeelten die desgevallend in onderaanneming werden gegeven
5) mate van betrokkenheid bij het referentieproject als eindverantwoordelijke, als medewerker, dan wel als stagiair.
b) Indien geen relevante referenties beschikbaar zijn, schrijft de ontwerper een grondige motivering waarom hij meent in aanmerking te komen voor de opdracht.
3°Onderaanneming: het gedeelte van de studieopdracht dat de ontwerper voornemens is in onderaanneming te geven, met vermelding van de onderaannemer(s).
kwalitatieve selectie van de inschrijvers.
Bij het doornemen van de offerte van BVBA Maatwerk wordt opgemerkt dat studiebureau L. De Clercq wordt opgegeven als adviseur conservatie- en restauratietechnieken waarmee voor deze opdracht zal worden samengewerkt. Hetzelfde studiebureau werd door KIK betrokken bij de vooronderzoeken. Rekening houdend met artikel 78 van het KB van 8-1-1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, lijkt dit geen probleem te vormen. Volgens dit artikel moet immers worden afgewezen de offerte ingediend door een onderneming (hier bvba Maatwerk) die verbonden is met een persoon (hier L. De Clercq) die voordien werd belast met het onderzoek, de proeven, de studie of de ontwikkeling van de werken of diensten waarop die opdracht betrekking heeft, indien die onderneming (hier bvba Maatwerk), wegens die band, voor die opdracht een voordeel geniet dat van die aard is dat het de normale spelregels van de mededinging vervalst. Onder “verbonden onderneming” wordt verstaan:
- elke onderneming (hier bvba Maatwerk) waarop de persoon (hier L. De Clercq) rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen of
- elke onderneming (hier bvba Maatwerk) die een overheersende invloed kan uitoefenen op die persoon (hier L. De Clercq) of
- elke onderneming (hier bvba Maatwerk) die zoals die persoon (hier L. De Clercq) onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming omwille van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften. De overheersende invloed wordt vermoed wanneer een onderneming, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten opzichte van een andere onderneming :
- de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit of
- beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen of
- meer dan de helft van de leden van het bestuur, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen. Uit de statuten van BVBA Maatwerk blijkt dat Rudi Mertens haar enige oprichter en zaakvoerder is en dat alle aandelen van de BVBA Maatwerk in zijn handen rusten.
Lode De Clercq is zelfstandige.
BVBA Maatwerk en Lode De Clercq zijn dus geen “verbonden ondernemingen” in de zin van art. 78 van het KB van 8-1-96. De offerte van bvba Maatwerk moet dan ook niet geweerd worden wegens zijn samenwerking met studiebureau L. De Clercq.
Gunningscriteria.
Volgende gunningscriteria werden toegepast.
Vergelijking van de offertes volgens de gunningscriteria.
|
Nr. |
Naam |
Motivering |
Score |
|
Gunningscriterium nr. 1: conceptnota met omschrijving van de aanpak en de methodologie van de opdracht |
|||
|
1 |
Origin |
GEMIDDELDE SCORE |
50 |
|
|
|
Jurylid 1 |
50 |
|
|
|
Jurylid 2 |
45 |
|
|
|
Jurylid 3 |
48 |
|
|
|
Jurylid 4 |
55 |
|
|
|
De conceptnota van de architect bestaat uit: 1) een kritische bespreking van de reeds uitgevoerde technische en bouwhistorische studies. Hij doet dit op een beknopte en heldere wijze waarbij kort wordt vermeld welke gegevens nog ontbreken. Men stelt voor om bijkomende bouwhistorisch onderzoek te voorzien, toe te spitsen over de volledige site. Ook wil men een volledige opmeting van de portiek en het tuinpaviljoen uitvoeren. Bovendien stelt de architect dat voor het tuinpaviljoen bijkomende sonderingen nodig zijn omdat de interne opbouw en materiaaleigenschappen momenteel zo goed als niet gekend is. Ten slotte wil de architect de verzamelde bouwhistorische gegevens, de verschillende materialen en schadepatronen architecturaal vertalen naar grafische documenten. Het jury beoordeelt dit voorstel als zeer positief en het bewijst dat de architect vertrouwd is met het synthetiseren van complexe gegevens in functie van een praktijkgerichte en realiseerbare aanpak. 2) een aanpak voor de voorbereidende werkzaamheden voor het symposium. Hierin verwijst de architect naar zijn reeds eerdere ervaring met het organiseren / coördineren van een symposium / expertencommissie. De architect wil de stad in de organisatie van het symposium actief bijstaan door:
De ervaring van de architect met gelijkaardige projecten en de voorgestelde actieve inbreng voor de realisatie van het symposium wordt door het jury als pluspunt ervaren. |
|
|
2 |
Driessen-Meersman-Thomaes CVBA |
GEMIDDELDE SCORE |
26 |
|
|
|
Jurylid 1 |
20 |
|
|
|
Jurylid 2 |
25 |
|
|
|
Jurylid 3 |
37 |
|
|
|
Jurylid 4 |
20 |
|
|
|
De architect geeft een algemene visie op restauratie die abstract is en oppervlakkig blijft. Hier wordt de nadruk gelegd op aspecten als culturele duurzaamheid, inzicht in de geschiedenis en in de condities van een gebouwde omgeving, de balans tussen de interventies en het patrimonium, het interpreteren van historische structuren, de primaire gebruiks- en onderhoudskosten evenals de kwalitatieve afweging van een ingreep. Nergens wordt verwezen naar de in het bestek beschreven projectopbouw, de reeds uitgevoerde vooronderzoeken, het geplande symposium,… De opgegeven referenties tonen wel aan dat de architect een sterke affiniteit heeft met het integreren van nieuwe, hedendaagse architectuur in een bestaande stedelijke en ruimtelijke context. |
|
|
3 |
Maat_Werk Architecten BVBA |
GEMIDDELDE SCORE |
49 |
|
|
|
Jurylid 1 |
40 |
|
|
|
Jurylid 2 |
55 |
|
|
|
Jurylid 3 |
50 |
|
|
|
Jurylid 4 |
50 |
|
|
|
De architect geeft een zeer uitgebreide en diepgaande bespreking van de reeds uitgevoerde vooronderzoeken, waarbij de resultaten kritisch worden geanalyseerd. De architect stelt dat een aantal analyses uit de vooronderzoeken opnieuw te overwegen zijn en dat er toch nog een heel aantal bijkomende onderzoeken nodig zijn: geluidssnelheidsmetingen Blauwe hardsteen, verder onderzoek naar de betonstructuur, funderingsonderzoek, laboproeven en proeven in situ inzake plastisch herstel, extra stratigrafisch onderzoek, diepgaande historische vergelijkende analyse, meer uitgebreide stabiliteitsstudie voor het tuinpaviljoen (huidige studie volstaat volgens architect niet),… Ook wil hij bij het documenteren als start van het ontwerptraject de studies verder uitdiepen, onderzoekers contacteren, bronnen opnieuw consulteren, literatuur doornemen, relevante documenten opvragen,…Het is duidelijk dat de architect in de diepte gaat, maar een overzichtelijke synthese ontbreekt. In een volgende hoofdstuk worden drie restauratieconcepten besproken, die zich toespitsen op het al dan niet voorzien van een bescherming van de portiek: (1) geen bescherming, (2) een bescherming in de vorm van een luifel en (3) een volledige overkapping van de binnenkoer. De architect haalt voor- en nadelen aan. De restauratieopties zijn reeds vrij gedetailleerd uitgewerkt en een genuanceerd standpunt wordt ingenomen. De architect werkt optie 2 verder uit. Hij doet dit enerzijds door de restauratieve ingrepen op de portiek en het tuinpaviljoen zelf te bespreken en anderzijds door een schetsontwerp voor te stellen voor de (glazen) luifel. Hoewel uit zijn bespreking blijkt dat de architect veel ervaring heeft met restauratieve ingrepen, lijkt het overgaan tot een concreet voorstel wat voorbarig. Op het geplande symposium gaat de architect minder diep in. Hij stelt voor om de hierboven vermelde restauratieoptie uit te werken en voor te leggen aan de experten binnen het symposium. Dit is een andere benadering dan de in de offerte van Origin, waar men het formuleren van concrete restauratie-ingrepen ná het symposium plant voortvloeiend uit de resultaten er van. Deze laatste methodiek lijkt een meer logische volgorde te hebben. Het zou wel interessant kunnen zijn om ook de ingrepen aan (enkele) experten van het symposium voor te leggen. De architect stelt voor om na het symposium een visienota op te maken. |
|
|
Gunningscriterium nr. 2: visie op de aard en de intensiteit van de door de kandidaat-ontwerper(s) voorgestelde werfopvolging |
|||
|
1 |
Origin |
GEMIDDELDE SCORE |
22 |
|
|
|
Jurylid 1 |
20 |
|
|
|
Jurylid 2 |
25 |
|
|
|
Jurylid 3 |
22 |
|
|
|
Jurylid 4 |
20 |
|
|
|
De architect benadrukt dat de werf van een restauratieproject van dichtbij dient opgevolgd te worden omdat de juiste keuze van materialen en de correcte technische toepassingen de duurzaamheid van de restauratie sterk bepalen. Deze visie ervaart de jury als positief. De architect doet enkele concrete voorstellen om dit te bewerkstelligen:
|
|
|
2 |
Driessen-Meersman-Thomaes CVBA |
GEMIDDELDE SCORE |
15 |
|
|
|
Jurylid 1 |
10 |
|
|
|
Jurylid 2 |
15 |
|
|
|
Jurylid 3 |
18 |
|
|
|
Jurylid 4 |
15 |
|
|
|
De architect geeft zijn visie op de werfopvolging via drie parameters: “kwaliteitsbewaking, kostenbewust bouwen en bewaking uitvoeringstermijn aannemer”. In het onderdeel kwaliteitsbewaking verwijst de architect onder andere naar de voorstudies. Hij geeft hierin enkel de definities van de verscheidene onderdelen van de voorstudies zoals omschreven in het Vlaams premiebesluit. Verder wil hij de kwaliteit bewaken aan de hand van “een aantal overlegmomenten met de verschillende betrokken partijen” en aan de hand van de opmaak van een masterplan. Wat dit masterplan inhoudt, wordt niet uitgelegd. De architect doet geen voorstellen om de kwaliteit van de restauratiewerken ook in de fasen na de voorstudies te bewaken. De thema’s kostenbewust bouwen en bewaking van de uitvoeringstermijnen worden kort beschreven aan de hand van de verschillende fasen binnen het project. Ook hier ontbreekt de link met het betreffende project. |
|
|
3 |
Maat_Werk Architecten BVBA |
GEMIDDELDE SCORE |
23 |
|
|
|
Jurylid 1 |
25 |
|
|
|
Jurylid 2 |
20 |
|
|
|
Jurylid 3 |
23 |
|
|
|
Jurylid 4 |
25 |
|
|
|
De architect doet een aantal goede, concrete voorstellen om de kwaliteit van de uitvoering te bewaken:
De architect toont bovendien een bewustzijn van de flexibiliteit die de werfopvolging binnen een museale context vergt. |
|
|
Gunningscriterium nr. 3: de te leveren diensten voor het door de opdrachtgever vooraf vastgestelde percentage |
|||
|
1 |
Origin |
GEMIDDELDE SCORE |
7 |
|
|
|
Jurylid 1 |
8 |
|
|
|
Jurylid 2 |
7 |
|
|
|
Jurylid 3 |
7 |
|
|
|
Jurylid 4 |
7 |
|
|
|
|
|
|
2 |
Driessen-Meersman-Thomaes CVBA |
GEMIDDELDE SCORE |
1 |
|
|
|
Jurylid 1 |
0 |
|
|
|
Jurylid 2 |
0 |
|
|
|
Jurylid 3 |
0 |
|
|
|
Jurylid 4 |
5 |
|
|
|
De architect geeft geen extra te leveren diensten op buiten deze beschreven als in het bestek. |
|
|
3 |
Maat_Werk Architecten BVBA |
GEMIDDELDE SCORE |
9 |
|
|
|
Jurylid 1 |
9 |
|
|
|
Jurylid 2 |
9 |
|
|
|
Jurylid 3 |
9 |
|
|
|
Jurylid 4 |
9 |
|
|
|
|
|
Finale rangschikking regelmatige offertes (gerangschikt volgens totale score).
|
Nr. |
Naam |
Score |
|
1 |
Maat_Werk Architecten BVBA |
81 |
|
2 |
Origin |
79 |
|
3 |
Driesen - Meersman - Thomas CVBA |
42 |
Op grond van de kwalitatieve selectie van de inschrijvingen, het administratief en technisch nazicht van de offertes en de vergelijking van de offertes gemaakt in de voorgaande punten, stelt de ontwerper voor om deze opdracht te gunnen aan Maat_Werk Architecten BVBA, Korte Van Ruusbroeckstraat 45, 2018 Antwerpen, BE 0806 980 018.
In toepassing van het artikel 13 van de wet van 24 december 1993 zal deze opdracht gegund worden bij algemene offerteaanvraag.
In toepassing van het artikel 68 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996, dient de dienstverlener van een opdracht voor diensten, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 70 en 71 zijn financiële en economische draagkracht en zijn technische bekwaamheid aan te tonen.
In toepassing van het artikel 115 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 worden de ingediende offertes beoordeeld aan de hand van de,vermelde gunningcriteria.
Koninklijk Besluit van 14 december 2001, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 20 september 2002, 23 juni 2006 en 30 april 2009, 4 december 2009 en 10 september 2010, houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerkzaamheden aan beschermde monumenten.
Het college keurt de gunning goed van aanstellen van een architect voor de restauratie van de portiek en tuinpaviljoen van het museum rubenshuis op basis van GAC/2011/514 aan de firma Maat_Werk Architecten BVBA, Korte Van Ruusbroeckstraat 45, 2018 Antwerpen, BE 0806 980 018.
De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Aanstellen van een architect voor de restauratie van de portiek en tuinpaviljoen van het museum rubenshuis. | € 165.770,00 EUR inclusief btw. |
Budgetplaats : 5190100000 |
4005025249 |