Het bedrag voor het externe advies bedraagt 5.491,97 EUR + 1.153,31 EUR (21% btw) = 6.645,28 EUR.
De uitgave zal verrekend worden op het vastgelegde krediet, er is nog voldoende budget beschikbaar.
Aan de hand van een gedetailleerde raming van de restauratiewerken dat samen met het definitief wordt afgeleverd, zal er in 2012 bijkomend krediet voor ereloon vastgelegd worden.
Artikel 57 §3, 5° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college bevoegd is voor het vaststellen van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
Met het gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2007, jaarnummer 1521, besliste de gemeenteraad in toepassing van artikel 43 § 2,10° van dit Gemeentedecreet welke opdrachten voor werken, leveringen en diensten kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
|
Fase |
Bestuursorgaan |
Datum |
Jaarnummer |
|
goedkeuring bestek en procedure, algemene offerteaanvraag (raming 200.000,00 EUR, exclusief btw) |
gemeenteraad |
25 mei 2009 |
959 |
|
goedkeuring addendum 1 bij bestek PO/2009/5034/2 |
college |
17 juli 2009 |
9789 |
|
gunning van de totale architectuuropdracht voor de restauratie van de gevels en daken van museum Vleeshuis aan Origin Architecture & Engineering |
college |
4 december 2009 |
17304 |
|
goedkeuring uitbreiding opdracht voor vooronderzoeken - 29.964,55 EUR, exclusief btw en minwerk voor 21.800,00 EUR, exclusief btw. |
college |
16 juli 2010 |
9002 |
De gevels en daken van het Vleeshuis zijn algemeen in slechte staat. Een restauratie dringt zich op. Tijdelijke veiligheidswerken werden reeds uitgevoerd (2003, 2008 en 2010). In zitting van 8 mei 2009 (jaarnummer 6214) werd het bestek PO/2009/5034/2 en de algemene offerteaanvraag goedgekeurd, met het oog op de aanstelling van een architect voor de restauratie van de gevels en daken van het museum Vleeshuis, Vleeshouwersstraat 38 te 2000 Antwerpen. In de zitting van 4 december 2009 (jaarnummer 17304) werden deze werken gegund aan Origin Architecture & Engineering. Van februari 2010 tot en met maart 2011 werden de materiaaltechnische vooronderzoeken uitgevoerd door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK). Origin Architecture & Engineering heeft op basis van de resultaten in juni 2011 een voorontwerp in gediend. Dit voorontwerp werd besproken met de premieverlenende overheid Onroerend Erfgoed.
In de overlegvergadering met Onroerend Erfgoed van 19 juli 2011 werd door hen, ondanks de uitgebreide technische argumentatie, de bedenking gemaakt of het voorontwerp niet te veel vervanging van materiaal voorziet. Slechte baksteen en natuursteen - die een belangrijke afwaterende functie heeft - en al het voegwerk zal vervangen worden. Onroerend Erfgoed wil naast de visies van Origin Architecture & Engineering en het KIK, een derde, onbetrokken partij de resultaten van de onderzoeken en het voorontwerp laten evalueren. Op die manier zal een gedragen en goed onderbouwde restauratieoplossing kunnen bekomen worden, die de grote cultuurhistorische waarde van het Vleeshuis recht doet. Aan de experten binnen Onroerend Erfgoed zal eveneens een bijkomend advies gevraagd worden.
Analyse metsel- en voegwerk
Het baksteen- en natuursteenmetselwerk van het Vleeshuis vertoont verlies van oppervlaktematerie en vorstschade. De degradatie van het metselwerk kan grotendeels verklaard worden door de langdurige vochtinwerking, blootstelling aan alle weersomstandigheden en het ontbreken van een afvoersysteem voor regenwater. Bijkomstig wordt het degradatieproces van het metselwerk nog versneld door de vroegere harde mechanische reinigingsmethode waarbij de stenen vermoedelijk oppervlakkig beschadigd zijn geweest.
Het steenoppervlak van de Ledesteen en de Brusseliaanse steen is afgeschilferd en plaatselijk afgebrokkeld waardoor de stenen de typische afgeronde vorm verkrijgen. Ook de natuurstenen waterlijsten zijn zeer sterk verweerd en geërodeerd. Ze vertonen plaatselijk ook barsten en scheuren. Specifiek voor de oorspronkelijke Ledesteen is het opmerkelijk dat bepaalde stenen zich verschillend gedragen en duidelijk sterker verweerd zijn dan andere. Dit is merkwaardig omdat ze uit dezelfde periode stammen. De labo-onderzoeken van het KIK hebben uitgewezen dat de sterk verweerde Ledestenen rijk zijn aan microscheuren die grove kwartskorrels kunnen breken en losmaken. De verweringsfenomenen zijn mogelijk reeds begonnen vooraleer het materiaal als bouwsteen werd aangewend. De stenen zijn dus van slechtere kwaliteit.
Volgens de onderzoeken van het KIK is het overgrote deel van het voegwerk uitgevoerd met een gelige mortel met een grofkorrelige structuur. Voortgaand op het bouwhistorisch onderzoek dateert deze mortel waarschijnlijk van de reinigingswerken van de gevels uit de periode 1969-1970. Ondanks de voorschriften van de bestekteksten, is deze voegmortel doorgaans zeer dun aangebracht (slechts enkele millimeters dik in plaats van minimum 2,5 cm). Op verschillende plaatsen worden ook sporen van een donkere, bijna zwarte mortel terug gevonden. Deze mortel is op meerdere plaatsen aan het buitenoppervlak glad afgestreken, wat aantoont dat deze als voegafwerking zichtbaar was. Hier en daar zijn er ook sporen zichtbaar van een cementspecie. Deze cementmortel is vermoedelijk het gevolg van een plaatselijke herstellingshandeling.
Doordat de voegmortel van de jaren ’60 te dun werd aangebracht, vertoont hij op diverse plaatsen allerlei lacunes en barsten. De onderliggende, donker gekleurde stelmortel is echter fijnporeus, zodat regen langs de bestaande barsten en lacunes in de voegmortel vlot in de achterliggende stelmortel kan worden opgenomen. Bovendien vertoont de stelmortel door zijn fijnporeuzige structuur sterke capillaire krachten en zal hij gemakkelijk vocht onttrekken uit de natte baksteen. Deze stelmortel droogt vervolgens zeer traag uit en draagt als dusdanig weinig bij tot het algemene droogproces van het baksteenmetselwerk in zijn geheel.
Men kan over het algemeen stellen dat het voegwerk verouderd is en op vele plaatsen uitgespoeld is, daarbij in het bijzonder het voegwerk van de natuurstenen negblokken en hoekstenen van de steunberen en torens. Tijdens regenperiodes kan hemelwater dat afloopt van het dak of rechtstreeks terecht komt op het metselwerk probleemloos in de gevel infiltreren via de diverse hiaten in het voegwerk. Dit zorgt voor een zware vochtbelasting van de gevel en is ongetwijfeld de oorzaak van een groot deel van de huidige schadefenomenen van zowel de binnen- als de buitengevel.
Voorgestelde restauratieoplossing
Na het (zacht) reinigen van de gevels zal duidelijker worden welke bakstenen in zeer slechte staat zijn. Deze worden vervangen door een op maat gemaakte en met de hand gevormde steen, die qua kleur en textuur zeer dicht aansluit bij de oorspronkelijk steen. Al het voegwerk van de gevels zal verwijderd worden tot op een diepte van 2 cm. Natuursteen die slechts kleine gebreken vertoont zal gerestaureerd worden met herstellingsmortels. De toepassing en efficiëntie hiervan zal nog geëvalueerd worden tijdens de modelrestauratie. Indien de steen in een te slechte staat verkeert zal er worden overgegaan tot een identiek vervangen van de steen. Dit zal vooral gebeuren ter hoogte van de sterk verweerde waterlijsten. Zij hebben een belangrijke functie bij het afwateren van de gevels, en het vervangen van de steen is hier de meest duurzame oplossing.
De kwaliteit van het nieuwe voegwerk zal voor een groot deel de duurzaamheid van het gevelparament bepalen. Het type en de toepassing zal grondig geëvalueerd worden bij de modelrestauratie. In een proefzone zullen drie verschillende types voegwerk worden uitgevoerd om deze later op basis van de bouwfysische performantie en esthetische impact te kunnen evalueren. De proefzone zal zo als model kunnen fungeren voor de latere definitieve uitvoering over heel het gebouw.
Aanstellen expert
Volgende experten werden door patrimoniumonderhoud en Origin Architecture & Engineering voorgesteld om prijs aan te vragen:
Ir. Yves Van Hellemont, onderzoeker aan het laboratorium “Renovatie” van het WTCB.
Specialisatie:
Bouwmaterialen;
Componenten en Methoden;
Steen.
Prof. ir.ar. Koen Van Balen, hoogleraar aan de KULeuven, faculteit Ingenieurswetenschappen en verantwoordelijke voor het Centrum voor Monumentenzorg binnen de KULeuven.
Specialisatie:
Conservatietechnieken voor historische constructies;
Structurele diagnose en herstel van historische structuren;
Erfgoedonderzoek voor conservatie en duurzame bouwtechnologie;
Bouwkalk en de invloed ervan op het gedrag van metselwerk;
Carbonatatie en duurzaamheid van kalk en mortel met luchthardende en hydraulische kalk.
Prof. Ir. Rob van Hees, hoogleraar Conserveringstechnieken aan de Faculteit Bouwkunde van TUDelft en senior scientist Monumenten en Instandhouding op de afdeling Bouwmaterialen bij TNO.
Specialisatie:
Herkenning van klassieke bouwmaterialen;
Diagnosestelling;
Conserveringstechnieken;
Ethiek en filosofie van restauratie;
Coördinatie van internationale onderzoeksprojecten en advies op het gebied van restauratie en renovatie.
Onroerend erfgoed was niet akkoord met een mogelijke aanstelling van Yves Van Hellemont, wegens een te technische inbreng bij de adviesvorming vanuit het WTCB en mogelijk een onvoldoende affiniteit met de cultuurhistorische waarde van het Vleeshuis.
Artikel 17 § 2 van de wet van 24 december 1993 laat toe bij een onderhandelingsprocedure meerdere dienstverleners te raadplegen indien mogelijk. Aangezien het bekomen van subsidies van Onroerend Erfgoed afhankelijk is van het advies dat bijkomend wordt ingewonnen en het vertrouwen dat Onroerend Erfgoed aan dit advies hecht, kan slechts een offerte gevraagd worden aan die personen waarvoor Onroerend Erfgoed akkoord gaf.
Er werd dus prijs gevraagd aan Koen Van Balen en Rob Van Hees.
Volgende prijsoffertes werden ingediend:
Rob Van Hees: 8 500,00 EUR + 1 785,00 EUR (21 % BTW) = 10 285,00 EUR incl. BTW;
Koen Van Balen: 5 491,97 EUR + 1 153,31 EUR (21% BTW) = 6 645,28 EUR incl. BTW.
De goedkoopste offerte werd weerhouden.
In toepassing van het artikel 17, paragraaf 2 ten 1° a, van de wet van 24 december 1993, zal deze opdracht gegund worden volgens de onderhandelingsprocedure, omdat het goed te keuren bedrag (zonder de belasting op de toegevoegde waarde), het bij koninklijk besluit van 20 juli 2000 vastgesteld bedrag van 67 000 EUR, niet overschrijdt.
Het college keurt goed dat voor de aanstelling van een expert voor het opmaken van een advies op de resultaten van de vooronderzoeken en het voorontwerp voor de restauratie van het museum Vleeshuis prijs werd gevraagd aan verschillende experten, via een onderhandelingsprocedure op basis van briefwisseling.
Het college stelt prof. ir. ar. Koen Van Balen, van KUL Leuven Research & Development, Waaistraat 6 bus 5105, 3000 Leuven, OND 0419.052.173, aan als expert voor het opmaken van een advies op de resultaten van de vooronderzoeken en het voorontwerp voor de restauratie van het museum Vleeshuis, tegen 5.491,97 EUR + 1.153,31 EUR (21% BTW) = 6.645,28 EUR.
De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:
|
Omschrijving |
Bedrag |
Boekingsadres |
Bestelbon |
|
museum Vleeshuis – Aanstellen extern expert |
6.645,28 EUR, inclusief 21% btw |
budgetplaats: 5112000000 |
CS1073084 |