Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.
Aanvrager: Gabriël Car Distribution nv - Stenenbrug 63-65 - 2140 Borgerhout-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een garagebedrijf met carwash.
Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.
Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren, voor een periode van 20 jaar, aan Gabriël Car Distribution nv, Stenenbrug 63-65, 2140 Borgerhout-Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp: de exploitatie van een garagebedrijf met carwash.
Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:
|
V01 |
algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8; |
|
V02 |
algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6; |
|
V03 |
algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4; |
|
V26 |
bedrijfsafvalwaters - afdeling 5.3.2; |
|
V37 |
garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15; |
|
V38 |
gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5; |
|
V40 |
gassen - koelinrichtingen en compressoren - afdeling 5.16.3; |
|
V46A |
opslag van gevaarlijke producten – ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1; |
|
V46C |
opslag van gevaarlijke producten - bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7. |
Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:
1 Bijzondere voorwaaden:
2 Brandweervoorwaarden:
B1
Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:
S1
Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht. Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
S3
Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.
Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.
H2
Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm diameter dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.
Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.
De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.
De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.
De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.
Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op de dag dat de stedenbouwkundige vergunning wordt bekomen.