Terug

2012_CBS_01766 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Garage met carwash - Gabriël Car Distribution nv, Stenenbrug 63-65, 2140 Borgerhout-Antwerpen. Dossiernummer: AN2011/673/AV - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/03/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis.
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_01766 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Garage met carwash - Gabriël Car Distribution nv, Stenenbrug 63-65, 2140 Borgerhout-Antwerpen. Dossiernummer: AN2011/673/AV - Goedkeuring 2012_CBS_01766 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Garage met carwash - Gabriël Car Distribution nv, Stenenbrug 63-65, 2140 Borgerhout-Antwerpen. Dossiernummer: AN2011/673/AV - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36, 4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager: Gabriël Car Distribution nv - Stenenbrug 63-65 - 2140 Borgerhout-Antwerpen. De aanvraag omvat de exploitatie van een garagebedrijf met carwash.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijke inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning klasse 2 goed te keuren, voor een periode van 20 jaar, aan Gabriël Car Distribution nv, Stenenbrug 63-65, 2140 Borgerhout-Antwerpen, voor de inrichting gelegen op hetzelfde adres. De vergunning heeft als voorwerp: de exploitatie van een garagebedrijf met carwash.

Artikel 2

Het college wijst erop dat voor de exploitant de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

V01

algemene milieuvoorwaarden - algemeen - hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

V02

algemene milieuvoorwaarden - geluid - hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

V03

algemene milieuvoorwaarden - oppervlaktewater - hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2, en 4.2.5.4;

V26

bedrijfsafvalwaters - afdeling 5.3.2;

V37

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen – hoofdstuk 5.15;

V38

gassen - gemeenschappelijke bepalingen - afdeling 5.16.1 en bijlage 5.16.5;

V40

gassen - koelinrichtingen en compressoren - afdeling 5.16.3;

V46A

opslag van gevaarlijke producten – ondergrondse en bovengrondse houders - afdeling 5.17.1, en bijlage 5.17.1;

V46C

opslag van gevaarlijke producten - bovengrondse houders - afdeling 5.17.3 en bijlagen 5.17.2 tot 5.17.4 en bijlage 5.17.7.

Artikel 3

Het college beslist dat de exploitant de volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden dient na te leven:

1  Bijzondere voorwaaden:

  • Met het wassen van voertuigen en hun aanhangwagens (rubriek 15.4.2.a) kan slechts gestart worden indien de KWS-afscheider geplaatst is;
  • De KWS-afscheider zal zodanig zijn uitgevoerd dat bij het bereiken van de maximum toegelaten drijflaag, de afvoer van het lozingswater automatisch afgesloten wordt, zodat geen drijflaag in de riolering kan geloosd worden. Deze inrichting dient op geregelde tijdstippen geruimd te worden, waarbij de ontstane afvalstoffen worden verwijderd in overeenstemming met de reglementaire bepalingen;
  • Voor het reinigen van voertuigen en machines dient men gebruik te maken van biologisch afbreekbare producten;
  • De enkelwandige mazouttank waarvoor geen geldig keuringsattest kan voorgelegd worden, kan niet geëxploiteerd worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 5.17.3.18 van titel II van het Vlarem;
  • De exploitant houdt een register bij aan de hand waarvan hij kan aantonen dat alle gevaarlijke bedrijfsafvalstoffen opgehaald werden door een erkende ophaler;
  • De opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen dient te gebeuren in lekbakken;
  • De gebruikte zepen, shampoos en waxen moeten minimum 90% biologisch afbreekbaar zijn.

 

2  Brandweervoorwaarden:

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hierna vermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S1

Er dienen minstens twee snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC te worden aangebracht. Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaats waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

S3

Snelblustoestellen van minstens 6 kg poeder type ABC dienen goed verdeeld aangebracht bij elk punt met verhoogd risico zoals bijvoorbeeld pompen, compressoren, lasposten, belangrijke elektriciteitsborden, enzovoort. In de inrichting moeten in elk geval minstens 2 toestellen aanwezig zijn.

Er mogen snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

H2

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) + muurhydrant (volgens de norm NBN 571 en voorzien van vaste koppelstukken doormeter 45 mm volgens KB van 30 januari 1975) met gemeenschappelijke watertoevoer met een binnendiameter van tenminste 70 mm diameter dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op de dag dat de stedenbouwkundige vergunning wordt bekomen.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.