Het college ontving op 20 januari 2012 een bezwaarschrift (VIP14 nr 001-2012-003863) van Lexeco advocaten als vertegenwoordigers van het comité “Gedempte Zuiderdokken”, in het kader van het openbaar onderzoek over het ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Binnenstad.
Het college ontving op 7 februari 2012 een brief (VIP14 001-2012-008619) van Lexeco advocaten als vertegenwoordigers van het comité “Gedempte Zuiderdokken” met de melding dat zij acties zouden ondernemen bij gebreke aan bestuurlijke handhaving.
Het college keurde op 17 februari 2012 (jaarnummer 1658) de definitieve vaststelling goed van het RUP Binnenstad en behandelde daarmee het bezwaarschrift van Lexeco advocaten over de Gedempte Zuiderdokken.
Op 27 januari 2012 werd een brief (SW/RM/RB/2012/1/1625) gestuurd naar Lexeco advocaten waarin werd gezegd dat hun klacht van 7 februari 2012 zou voorgelegd worden aan het college van burgemeester en schepenen en dat zij weldra een antwoord konden verwachten.
Lexeco advocaten, als vertegenwoordigers van het comité “Gedempte Zuiderdokken”, vraagt conform enkele niet aangeduide bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) de onmiddellijke stopzetting van het gebruik van de Gedempte Zuiderdokken als parking en publiek evenementenplein, dit gebruik zou strijdig zijn met de stedenbouwkundige bestemming van het terrein als parkgebied (Gewestplan Antwerpen).
Het college is echter van oordeel dat er geen aanleiding is tot het nemen van handhavingsmaatregelen, aangezien het huidige gebruik van de Gedempte Zuiderdokken valt onder het vermoeden van vergunning, zoals omschreven in het artikel 4.2.14, §2 VCRO.
Volgends dit artikel worden bestaande constructies geacht te zijn vergund wanneer zij gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, in dit geval het Gewestplan Antwerpen, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979.
Zowel de verharding van de Gedempte Zuiderdokken als het gebruik ervan als parking en occasioneel eventementenplein (bv. Sinksenfoor) bestaat al ononderbroken sedert de demping van de Zuiderdokken in 1969 (tien jaar vóór het inwerkingtreden van het gewestplan van 1979).
Het feit dat de toestand vergund geacht wordt, betekent dat hij niet illegaal is en dus geen aanleiding geeft tot een stakings- of andere handhavingsmaatregel.
Het college is van mening dat de Zuiderdokken op termijn een andere invulling moeten krijgen dan de huidige, vermits deze belangrijke publieke ruimte het sluitstuk vormt in de plannen die de stad heeft voor transformatie van de zuidelijke binnenstad (met name de heraanleg van de Scheldekaaien langs Sint-Andries en Zuid en de stadsuitbreiding Nieuw Zuid).
Artikel 4.2.14 §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening dat bepaalt dat bestaande constructies waarvan door enig rechtens toegelaten bewijsmiddel wordt aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, geacht te zijn vergund.
Het college beslist de collegiale brief goed te keuren en als antwoord te verzenden naar Lexeco advocaten als vertegenwoordigers van het comité “Gedempte Zuiderdokken”.
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
| SW/V | Opnemen van de Gedempte Zuiderdokken in vergunningenregister. |