Terug

2012_CBS_02155 - Niet-fiscale vorderingen - Aanpassing invorderingsprocedure - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 02/03/2012 - 09:00 Collegezaal, stadhuis.
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2012_CBS_02155 - Niet-fiscale vorderingen - Aanpassing invorderingsprocedure - Goedkeuring 2012_CBS_02155 - Niet-fiscale vorderingen - Aanpassing invorderingsprocedure - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

De gecoördineerde grondwet verleent bij artikels 41, 162/2e, 170/paragraaf 4 en 173 aan de gemeenten fiscale autonomie.

Aanleiding en context

In de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603) werden de krijtlijnen goedgekeurd voor de toepassing van artikel 94, lid 2 van het Gemeentedecreet. In dit besluit werden ook de invorderingsprocedure en bijhorende kostenaanrekening weergegeven met betrekking tot invordering van niet-fiscale vorderingen.

Argumentatie

De procedure die voorafgaat aan het betekenen van het dwangbevel door een gerechtsdeurwaarder, brengt een aantal administratieve kosten met zich mee. Deze inningskosten behoren eigenlijk tot de algemene werkingskosten van de gemeente en moeten in de mate van het mogelijke gefinancierd worden met algemene middelen. Dit heeft tot gevolg dat de ‘belastingbetaler’ mee instaat voor de extra-kosten die veroorzaakt worden door nalatige, onwillige betalers. Het is dan ook billijker om deze extra-kosten aan te rekenen aan de nalatige, onwillige betalers. Dit wordt op de website van het agentschap voor binnenlands bestuur van de Vlaamse overheid benadrukt en door verschillende gemeentebesturen gevolgd en toegepast. Hiervoor is een retributiereglement noodzakelijk, dat duidelijk bepaalt welk tarief er voor welke kosten zal worden aangerekend.

De stad rekent sedert 1998 administratie- en aanmaningskosten door aan wanbetalers van niet-fiscale schuldvorderingen, zoals voorzien in het collegebesluit van 28 mei 1998 (jaarnummer 7013) en de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603). Uit de praktijk blijkt dat bepaalde van deze kosten aan herziening toe zijn. Hiervoor wordt nu een afzonderlijk retributiereglement opgesteld, dat ter goedkeuring voorligt op de huidige gemeenteraad.

Teneinde de krijtlijnen vastgelegd in de gemeenteraadsbeslissing van 17 december 2007 (jaarnummer 2603) conform te maken aan het goed te keuren retributiereglement, dienen deze krijtlijnen eveneens te worden aangepast. Aangezien de procedure van invordering van niet-fiscale vorderingen inhoudelijk niet wijzigt, worden enkel de aan de wanbetaler aan te rekenen kosten aangepast.

Juridische grond

Artikel 94, 2° van het Gemeentedecreet bepaalt dat de financieel beheerder een dwangbevel kan uitvaardigen dat wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.

Beleidsdoelstellingen

Duurzaam financieel beheer en beleid op korte en lange termijn
Het debiteurenbeheer wordt zo georganiseerd zodat er efficiënter geïnd kan worden

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist de aangepaste procedure inzake invordering van niet-fiscale schuldvorderingen goed te keuren.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.