|
Orgaan |
Omschrijving |
Datum |
Jaarnummer |
|
deputatie provincie Antwerpen |
Goedkeuring strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen, met selectie stationsomgeving Berchem als top- en kantoorlocatie binnen de strategische ruimte Groene Singel en als één van de 15 hefboomprojecten voor actief beleid. |
21 december 2006 |
- |
|
college |
Goedkeuring visienota Groene Singel “Durven dromen van een groene rivier” |
4 september 2009 |
12519 |
|
college |
Goedkeuring mobiliteits- en parkeervisie voor stationsomgeving Berchem en beslissing om deze visie op te nemen in de toelichtingsnota voor het RUP Post X. |
4 maart 2011 |
2215 |
|
gemeenteraad |
Goedkeuring definitieve vaststelling ontwerp RUP Post X. |
28 maart 2011 |
373 |
| Vlaamse regering | Goedkeuring conceptsubsidies voor Berchem stationsomgeving vanuit Vlaams Stadsvernieuwingsfonds. | 14 oktober 2011 |
- |
Gefragmenteerde omgeving met beperkte aantrekkingskracht
De stationsomgeving van Berchem wordt vandaag vooral gekenmerkt door de grote infrastructuren die het gebied doorsnijden. Het gebied kent weinig ruimtelijke samenhang, de open ruimte kent weinig verblijfskwaliteit. Er zijn bovendien opvallend weinig functies met een directe relatie tot het station. Tegelijk is de multimodale bereikbaarheid van het station nog niet optimaal én worden in de onmiddellijke omgeving van het station enkele gebouwen en terreinen onderbenut.
Ambitie vanuit strategisch ruimtelijk structuurplan Antwerpen (s-RSA) en visienota Groene Singel
In het s-RSA wordt de omgeving van Berchem station geselecteerd als top- en kantoorlocatie binnen de strategische ruimte Groene Singel. Het is 1 van de 15 hefboomprojecten die in de bindende bepalingen van het s-RSA is opgenomen, en waaraan bijgevolg een hoge prioriteit gegeven wordt voor de implementatie van het actief beleid. Bovendien is Berchem station 1 van de 4 kantoorlocaties die via Antwerp Headquarters internationaal gepromoot worden.
De visienota Groene Singel verwoordt de ambitie om de omgeving van het station te ontwikkelen als een dense maar compacte ontwikkeling die zich maximaal ent op een goed functionerend openbaar vervoersknooppunt. Op die manier wordt een duurzaam verplaatsingsgedrag gestimuleerd en worden de aanwezige ontwikkelingspotenties benut, maar worden ook de groene ruimten maximaal gevrijwaard. Als top- en kantoorlocatie moet de stationsomgeving een belangrijke betekenis krijgen op het niveau van de stad en de regio. De stationsomgeving moet bovendien een sterk samenhangend gebied worden, dat in nauwe relatie staat met haar directe omgeving en een sterke schakel en centrum vormt tussen de wijken in de binnen- en de buitenstad.
Verschillende projecten staan op stapel: een momentum!
Op dit moment werken verschillende actoren plannen uit voor (delen van) de stationsomgeving:
- ontwikkelaar IRET werkt aan een stadsontwerp voor de site van het postsorteergebouw;
- de NMBS-groep plant de realisatie van een fietsparkeergebouw en een seinhuis, denkt na over een verbeterde ontsluiting van de perrons en ziet mogelijkheden voor een grootschalige omvorming van het hele spoorwegviaduct;
- De Lijn plant de uitbouw van een eindhalte voor een aantal buslijnen.
Geen overkoepelend plan
Voorlopig bestaat er geen overkoepelend gebiedsgericht plan dat de verschillende onderdelen verbindt en dat gericht is op een kwalitatieve, samenhangende stationsomgeving. Het recent goedgekeurde ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) ‘Post X’, dat een verfijning vormt van het gewestelijke RUP ‘Afbakening grootstedelijk gebied’, legt voorwaarden op aan de private ontwikkeling op deze site - in overeenstemming met het strategische Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) en de visie Groene Singel - maar doet geen uitspraken over de rest van de stationsomgeving. Het RUP vormt dus geen garantie voor een kwalitatieve en sterke stationsomgeving zoals bedoeld in het s-RSA.
Regie door de stad, ondersteund door stadsvernieuwingsfonds
De stad is de aangewezen actor om de regie tussen de verschillende actoren te voeren. De stad is uitermate goed geplaatst om op een adequate wijze de rol van intermediair tussen de verschillende spelers te vervullen en een project op niveau van de stationsomgeving te concipiëren.
Om haar rol als onafhankelijke kwaliteitsbewaker en -generator in dit gebied ten volle te kunnen invullen, vroeg de stad conceptsubsidies aan bij het Vlaams stadsvernieuwingsfonds. Deze middelen werden inmiddels toegezegd, en dienen te worden ingezet voor externe ondersteuning bij het globale stadsvernieuwingsproject. Het projectvoorstel dat de stad indiende is gebaseerd op samenwerking tussen de verschillende partners, met de stad als coördinator. De samenwerking tussen de verschillende partners is voor de jury van het stadsvernieuwingsfonds de belangrijkste voorwaarde voor het welslagen van dit project.
De conceptsubsidie is er op gericht om het project verder uit te werken in functie van een aanvraag tot projectsubsidies. Deze liggen beduidend hoger en zijn bedoeld als ondersteuning bij de concrete realisatie van het project.
Nood aan een overkoepelend Masterplan
Vrijwel alle projecten die momenteel door de verschillende partijen worden uitgewerkt, leggen belangrijke claims op de (beperkte) open ruimte in dit gebied. Bovendien hebben zij alle de potentie sterk bij te dragen aan de door de stad beoogde stationsomgeving. Om al deze verwachtingen en potenties op een goede manier te kunnen verenigen, is een goede afstemming en coördinatie van deze projecten onontbeerlijk. Om dit te bereiken wordt een samenwerking opgezet tussen de verschillende actoren (publiek én privaat) in dit gebied.
Procesnota legt processtructuur vast
De nu voorliggende procesnota omvat de doelstellingen, strategie, stappenplan en taakverdeling tussen de verschillende projectpartners, samen met een indicatieve timing voor de verschillende onderdelen van het project Stationsomgeving Berchem. De procesnota vormt een bijlage bij dit besluit.
De procesnota werd besproken op de plangroep van 15 december 2011, met onder meer vertegenwoordiging van de diensten stadsontwikkeling/openbaar domein, stadsontwikkeling/stedenbouwkundige vergunningen en actieve stad/werk en economie.
Twee delen: open ruimte - gebouwde ruimte
De beoogde gezamenlijke visie doet bij voorkeur uitspraken over elk deelaspect van een gebiedsgericht beleid voor deze omgeving. Hierbij moet gelijktijdig gewerkt worden aan:
- een goed functionerend mobiliteitsknooppunt;
- open ruimte met hoge verblijfskwaliteit;
- een programma dat maximaal bijdraagt aan de aantrekkingskracht en de levendigheid van de stationsomgeving, maximaal gebruik maakt van de multimodale bereikbaarheid en past binnen de buurt en de stad;
- bebouwing die maximaal bijdraagt aan de belevingskwaliteit van de open ruimte.
Deze vier thema’s zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Elk van deze thema’s heeft een zeer sterke impact op het functioneren en de beleving van dit gebied.
Deel 1 - Masterplan open ruimte & mobiliteit (trekker: AG Stadsplanning)
Een optimale werking van het mobiliteitsknooppunt zal zonder twijfel de motor moeten zijn voor de gehele ontwikkeling. Een kwalitatieve inrichting van de open ruimte is noodzakelijk om het gebied een aangenaam en stedelijk karakter te geven. De gezamenlijke visie zal dan ook vooral over mobiliteit en open ruimte moeten gaan, met duidelijke uitspraken omtrent het gewenste functioneren daarvan en de randvoorwaarden die daaruit volgen voor de gebouwde programma’s. Een goede werking en afstemming qua mobiliteit en open ruimte is het thema waarop de publieke partners het meeste vat hebben.
Processtructuur:
Timing:
Het is de betrachting in juni 2012 te landen met een consensus tussen de verschillende partners rond de hoofdlijnen van de verkeerskundige en ruimtelijke organisatie in de stationsomgeving.
Eind 2012 zou dan een finaal Masterplan open ruimte moeten worden opgeleverd.
Deel 2 - Visie gebouwde ruimte & programma (trekker: externe partners, ACT/WNE)
In functie van een sterk samenhangende, optimaal functionerende stationsomgeving is het belangrijk dat ook de gebouwde ontwikkelingen goed zijn afgestemd op hun omgeving, op elkaar en op de inrichting van de open ruimte. Anders dan voor de open ruimte ligt het initiatief voor deze projecten echter niet bij de publieke partners. De stad zal deze projecten daarom niet leiden, maar (actief) begeleiden. Vooral met betrekking tot het programma zal de stad hierin een actieve rol opnemen, ondersteund door de conceptbegeleider van het stadsvernieuwingsfonds.
Processtructuur:
Actieve stad / Werk en economie zal de processtructuur om te komen tot een visie op het gewenste programma nog opmaken en laten goedkeuren als addendum bij de nu voorliggende procesnota.
Timing:
De voortgang is afhankelijk van het initiatief van de betreffende bouwheren.
Overleg- en besluitvormingsstructuur
De voortgang van de studies wordt binnen de stad opgevolgd door het projectteam van AG Stadsplanning. Waar nodig wordt hierbij advies gevraagd aan de andere stadsdiensten, aan de plangroep, de commissie openbaar domein, etcetera. Externe opvolging gebeurt door de kerngroep, met vertegenwoordiging van alle betrokken partners (publiek en privaat).
Zodra de kerngroep oordeelt dat het studiemateriaal klaar is voor oplevering, wordt dit voorgelegd aan de (externe) stuurgroep, met vertegenwoordiging van alle betrokken partners (publiek en privaat). Vervolgens wordt ook de goedkeuring gevraagd van het college.
Vanuit de stad wordt voorgesteld volgende personen af te vaardigen voor de stuurgroep: de burgemeester, de schepen voor stadsontwikkeling, sport en diamant, de schepen voor openbare werken, stads- en buurtonderhoud, leefmilieu, binnengemeentelijke decentralisatie en patrimoniumonderhoud, de schepen voor onderwijs, economie en middenstand, de stadsbouwmeester en de directeur proces projectregie van AG Stadsplanning.
Het college beslist de procesnota 'Masterplan stationsomgeving Antwerpen-Berchem' goed te keuren.
Het college beslist vanuit de stad de volgende personen af te vaardigen voor de stuurgroep stationsomgeving Antwerpen-Berchem: de burgemeester, de schepen voor stadsontwikkeling, sport en diamant, de schepen voor openbare werken, stads- en buurtonderhoud, leefmilieu, binnengemeentelijke decentralisatie en patrimoniumonderhoud, de schepen voor onderwijs, economie en middenstand, de stadsbouwmeester en de directeur proces projectregie van AG Stadsplanning.
| Dienst | Taak |
| ACT/WNE | Een processtructuur uitwerken in functie van het bepalen van een stedelijke visie op het programma voor de bebouwing in de stationsomgeving. Deze processtructuur zal als addendum worden toegevoegd aan de nu voorliggende procesnota. |