De stad Antwerpen en Kindervreugd vzw kunnen terugblikken op een jarenlange samenwerking. De vzw Kindervreugd werd opgericht op 20 oktober 1937 en haar doel is steun verlenen aan inrichtingen, werken en werkzaamheden voor de jeugd, het bevorderen van de fysieke en culturele activiteiten van jongeren, het begeleiden van hun ontspanning en het verantwoord organiseren van hun vrije tijd en hun vakantie. Dit resulteert onder andere in het gemeenschappelijk gebruik van verschillende ‘openluchtverblijven’. Op 21 maart 2005 deelde de gemeenteraad de vzw Kindervreugd in, in de categorie van “extern betoelaagde vzw’s met een beheersovereenkomst”. Om de samenwerking ook in de toekomst vlot te laten verlopen worden de bestaande afspraken in een tijdelijke gebruiksovereenkomst opgenomen in afwachting van de oprichting van een nieuwe verzelfstandigde beheersstructuur voor deze Antwerpse jeugdverblijven.
Voor de organisatie van de stedelijke openluchtwerking wordt gebruik gemaakt van 7 openluchtverblijven.
De stad Antwerpen is eigenaar van 3 openluchtverblijven:
De vzw Kindervreugd is eigenaar van 3 openluchtverblijven:
Daarnaast heeft de vzw het openluchtverblijf “Peerdsbos” in erfpacht van de stad Antwerpen (die het op haar beurt in erfpacht heeft van eigenaar OCMW Antwerpen).
Tijdens het schooljaar worden deze verblijven tijdens de weekdagen gebruikt voor de stedelijke openluchtwerking via een netoverschrijdend aanbod (alle scholen, alle netten) en tijdens schoolvrije periodes (woensdagnamiddagen, weekends en schoolvakanties) wordt in deze gebouwen voornamelijk de vakantiewerking van de vzw Kindervreugd ingericht.
De stedelijke openluchtwerking omvat daguitstappen naar en weekverblijven (vb. bos- en zeeklassen) in deze openluchtverblijven. De vakantiewerking van de vzw Kindervreugd omvat de organisatie van vakantiekampen, speelpleinwerking en vormingsactiviteiten.
Verder kunnen ook andere organisaties in weekends en in vakantieperiodes gebruik maken van deze locaties. Het gebruiks- en retributiereglement hiervoor werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 23 maart 2009 (jaarnummers 298 en 300).
Dit punt werd verdaagd in zitting van 23 december 2011 (jaarnummer 16976).
Tot op heden was er geen formele gebruiksovereenkomst tussen de stad Antwerpen en de vzw Kindervreugd voor het gebruik van de openluchtverblijven. De voorliggende gebruiksovereenkomst heeft een tijdelijk karakter in afwachting van een uitgewerkt integraal businessplan rond de overblijvende openluchtverblijven en het starten van de nieuwe verzelfstandigde exploitatiestructuur.
De voorliggende gebruiksovereenkomst is in grote lijnen een bevestiging van de huidige situatie, waarmee een historisch gegroeide situatie geformaliseerd wordt. De stad financiert werkingskosten, personeelskosten, herstellings- en onderhoudskosten voor openluchtverblijven, die niet haar eigendom zijn. Deze verblijven zijn eigendom van een extern betoelaagde vzw (zie gemeenteraadsbesluit van 21 maart 2005 – jaarnummer 566) waarin de stad geen afvaardiging heeft in de bestuursorganen, maar waarnaar ze wel personeelseden detacheert (bedrijfseenheid cultuur, sport & jeugd). Het college heeft immers beslist dat de vzw Kindervreugd niet belast is met taken van gemeentelijk belang en dus niet in overeenstemming gebracht moet worden met het Gemeentedecreet (collegebesluit van 8 april 2011 jaarnummer 3780). De overeenkomst kan vanaf 31 december 2012 opgezegd worden. De partijen kunnen echter jaarlijks beslissen de overeenkomst voor een bijkomend kalenderjaar te verlengen. Vermits er echter gestreefd wordt naar een operationalisering van de geplande nieuwe stedelijke verzelfstandigde openluchtwerking in de loop van de periode 2012 - 2013 is het de bedoeling huidige overeenkomst een overgangskarakter te geven in afwachting van de nieuwe beheersstructuur. Eén van de aanleidingen voor deze verzelfstandiging (die initieel enkel betrekking heeft op de openluchtverblijven in eigendom van de stad) is de bovenstaande historische situatie met betrekking tot de openluchtverblijven aan te passen aan de noden van een modern management met duidelijke wederzijdse afspraken. Deze verzelfstandiging moet nog voorgelegd worden aan het college in de loop van huidig kalenderjaar.
Artikel 2 lid 1 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 bepaalt dat de gemeenten beogen om op het lokale niveau bij te dragen tot het welzijn van de burgers en tot de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied. Het inrichten van een extra muroswerking die zich richt tot alle Antwerpse onderwijsinstellingen en het aanbod van vakanties aan sociaal gunstige voorwaarden voor alle Antwerpse jongeren, ongeacht hun sociale achtergrond en culturele oorsprong, is een taak die het welzijn van onze Antwerpse jeugd verhoogt en aldus een taak van gemeentelijk belang betreft.
Het gemeenteraadsbesluit van 15 januari 2007 (jaarnummer 22) waarbij het Bestuursakkoord 2007-2012 werd goedgekeurd bevat bepalingen rond de samenwerking tussen de Antwerpse onderwijsnetten die verder uitgebouwd moeten worden.
Punt 196 van het Bestuursakkoord 2007–2012 bepaalt dat de stad wil dat de openluchtsector openstaat voor alle netten. De capaciteit en de werking worden aangepast aan de noden van de tijd en de sector wordt verzelfstandigd.
Het collegebesluit van 8 april 2011 (jaarnummer 3780) waarbij de vzw Kindervreugd ingedeeld wordt bij de vzw's die niet belast zijn met taken van gemeentelijk belang.
Het college keurt de ontwerpgebruiksovereenkomst tussen de stad en de vzw Kindervreugd voor het gebruik van de stedelijke openluchtverblijven goed en zal deze ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorleggen.