Een openbaar onderzoek werd gehouden van 16 mei 2011 tot en met 14 juli 2011. Tijdens deze periode werden 115 ontvankelijke bezwaarschriften ingediend.
In het kader van het openbaar onderzoek brachten de deputatie van de provincie Antwerpen en het Agentschap Ruimte en Erfgoed een gunstig advies uit met vermelding van enkele aandachtspunten en opmerkingen.
Artikel 2.2.14. §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering, zegt dat de gemeenteraad het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig vaststelt.
Het bijzonder plan van aanleg (BPA) nummer 1/3a – Hagelkruis en omgeving werd op 12 mei 1993 met een ministerieel besluit goedgekeurd.
Een groot deel van het centrum van Ekeren werd in de jaren negentig opgenomen in het gemeentelijk bijzonder plan van aanleg nr 1/3a ‘Hagelkruis en omgeving’. Dit BPA heeft een conserverend karakter. Het is in essentie gericht op de continuering en versterking van de bestaande kwaliteiten van de bebouwde omgeving, onder andere getypeerd door het kleinschalige woonweefsel.
Voorliggend ruimtelijk uitvoeringsplan betreft een beperkte herziening voor twee zones van dit BPA. Het RUP Steenstraat is gericht op het vervolledigen van het huidige woonweefsel in twee deelgebieden waarvoor in het BPA geen bebouwingsmogelijkheden golden. Een eerste deelgebied betreft een beperkte aanvulling van de bebouwing in de woonstraten Klein Hagelkruis en Beenhouwerstraat waarvoor het BPA ‘1/3a Hagelkruis en omgeving’ een invulling als openbaar park voorzag. Het tweede deelgebied laat een ontwikkeling toe voor een binnengebied in het zuiden van het centrum waarvoor het bestaand BPA een invulling als tuin voorziet. Een herziening voor dit laatste deelgebied werd eerder in 2004 gestart en werd sinds onthouding van ministeriële goedkeuring in februari 2008 geëvalueerd en bijgestuurd.
Advies Provincie Antwerpen, Departement Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Dienst Ruimtelijke Planning
Er wordt een gunstig advies verleend. Enkele onduidelijkheden in de stedenbouwkundige voorschriften en de plannen worden aangehaald.
Advies Vlaamse Overheid, Ruimte en Erfgoed, Afdeling Antwerpen
Het ontwerp RUP is in overeenstemming met de opties van het RSV en geeft voldoende uitvoering aan het GRS. Het wordt gunstig geadviseerd.
Advies GECORO
De GECORO bundelde en coördineerde de bezwaren en adviezen die tijdens het openbaar onderzoek werden ingediend. Op 5 oktober 2011 bracht de GECORO haar advies uit over het openbaar onderzoek. Rekening houdend met bovenvermelde adviezen en bezwaarschriften beslist de GECORO volgend advies uit te brengen:
Het RUP Steenstraat behelst slechts een beperkt deel van het BPA nr l/3a "Hagelkruis en omgeving" en houdt geenszins een stelselmatige aansnijding van alle binnentuinen in of het stuk voor stuk offeren van bomen in het centrum van Ekeren. Met uitzondering van de twee bouwblokken die het onderwerp uitmaken van voorliggend RUP blijft het BPA l/3a Hagelkruis en omgeving geldig. GECORO is van mening dat er voldoende buurtgroen in de omgeving aanwezig is en steunt hiervoor ondermeer op het onderzoek dat werd uitgevoerd.
Het eerste betreft een onderzoek van de dienst stads- en buurtonderhoud naar de biologische waarde van het bomenbestand op basis van een bezoek ter plaatse. De resultaten van het onderzoek werden aan de projectleider overgemaakt. Er werd geen verslag opgemaakt. Het onderzoek resulteerde in de vaststelling dat op het terrein een waardevolle hoogstammige boom staat. In het RUP Steenstraat is geen verwijzing naar de waardevolle boom opgenomen. Indien blijkt dat bij het indienen van een stedenbouwkundige aanvraag deze boom, of in het algemeen een hoogstammige boom, moet gekapt worden dient dit in een aanvraag tot kapvergunning te worden aangevraagd. De compensatie zal in de kapvergunning geregeld worden.
Een tweede onderzoek betreft een functioneel onderzoek naar het tekort aan publieke voorzieningen. Het functioneel onderzoek naar het tekort aan publieke voorzieningen is gebeurd op basis van het huidige beschikbare openbare buurtgroen. Het Hagelkruispark is meegenomen in de analyse. De gronden Geniets niet. Het onderzoek toont aan dat het centrum van Ekeren geen behoefte heeft aan bijkomend openbaar buurtgroen. Het inrichten van een openbaar park in de zone Wo3 zou geen tekort invullen. Dat er op bestuursniveau geen nood was aan een bijkomend openbaar park blijkt uit de feiten. Het BPA nr 1/3a 'Hagelkruis en omgeving' is goedgekeurd in 1993. Nu, 18 jaar later, is aan het statuut en het gebruik van de oorspronkelijke tuin niets gewijzigd. Door de districtsraad werd in 2000 effectief geadviseerd om tot realisatie van een buurtpark over te gaan. Anderzijds werd door het districtscollege in 2009 gevraagd te onderzoeken of een inbreiding gerealiseerd kan worden op de gronden Geniets. Deze vraag werd onderzocht en afgewogen ten opzichte van het ruimtelijk beleid. Zoals eerder aangehaald is de grond in kwestie in de woningprogrammatie van het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) opgenomen. Het functioneel onderzoek inventatiseerde tevens een mogelijk tekort aan overige publieke voorzieningen. De enkele behoeften die werden gedetecteerd, zoals een fuifruimte, waren niet geschikt voor de locatie in kwestie.
De woningprogrammatie uit het s-RSA vormt de basis om een woonontwikkeling toe te laten in de zone Wo3. Voor Wo4 is het principe van de renovatio urbis toegepast. GECORO is van mening dat er voldoende argumenten zijn om de realisatie van woningen toe te laten mits dit op een kwalitatieve manier gebeurt. Ontwerpend onderzoek geeft aan dat dit mogelijk is.
In het s-RSA is het principe van de renovatio urbis, of de kwalitatieve renovatie van de bestaande bebouwde ruimte, opgenomen. Daarbij moet ingezet worden op verschillende domeinen: het in gebruik nemen van holtes in de straatwand zoals leegstaande panden en percelen. Het bouwblok waarin Wo4 ligt, behoort volgens de potentiekaart in het Bouwblokkenboek tot categorie 4b. Dit wil zeggen dat door de gunstige oppervlakte, de vorm en de vormverhoudingen bebouwing in het binnengebied mogelijk is. De potentiekaart geeft een indicatie van de mogelijke potenties van een binnengebied, los van de eigenheid van de plek (perceelsstructuur, locatie, eigendomsstructuur, ... ). Een instrument om de renovatio urbis en de indeling van het Bouwblokkenboek te toetsen aan de mogelijkheden van een omgeving is ontwerpend onderzoek. Voor de bestemmingszones Wo4 is dergelijk ontwerpend onderzoek verricht. De resultaten ervan werden opgenomen in de proces-richtnota voor het RUP.
Bij het uitzetten van de inrichtingsprincipes voor de zones Wo3 en Wo4 is naast ruimte voor bebouwing ook ruimte gelaten voor open, groene ruimte. Voor Wo3 is met name langs Klein Hagelkruis getracht het huidige groene accent te recreëren door de positionering van de bebouwing ten opzichte van de straat. Voor de Beenhouwerstraat bedraagt de beschikbare breedte ca 23,5 meter. Gelet op de kleinschalige woningen in de straat en de naastgelegen halfopen bebouwing langs beide zijden is geopteerd om in navolging hiervan twee halfopen bebouwingen toe te laten. De minimale afstand van de zijgevel tot de perceelsgrens is 3 meter waardoor door de reeds aanwezige zijtuinen twee open ruimten van minimum 6 meter in het straatbeeld ontstaan. Als gevolg is er geen sprake van een gesloten bouwwand. Het voorschrift dat de niet-bebouwde ruimte als tuin wordt ingericht en de afstand tussen de bebouwing, maakt dat een open, en afhankelijk van de beplanting in zij- en achtertuinen, groen accent kan ontstaan.
Voor Wo4 blijft een groot aandeel van de achtertuin behouden. Dit groen biedt zowel voor de nieuw op te richten woningen als voor de omgeving een meerwaarde vanuit de kennis dat groen bijdraagt tot de leefkwaliteit, het karakter en de uitstraling van het centrum. Tijdens de vorige gedeeltelijke herziening van het BPA werd centraal in het binnengebied een groene openbare ruimte voorzien. In het RUP Steenstraat zoals het nu voorligt en in procedure is, is dergelijke openbare ruimte niet langer opgenomen. In de proces-richtnota waarnaar wordt verwezen is dit duidelijk gesteld. De keuze om het binnengebied niet langer als openbare ruimte te bestemmen komt voort uit de gewijzigde inrichting. In de eerdere versie werd tot diep in de tuin gebouwd en grensden verschillende voorgevelbouwlijnen aan de centrale ruimte tussen de gebouwen. De bestemming als publieke ruimte volgde uit de grootte en de verhoudingen van de ruimte en de nodige toegankelijkheid voor bewoners en bezoekers. In voorliggend RUP is geopteerd voor een andere inplanting: er wordt minder diep in de tuin gebouwd waardoor van de oorspronkelijke tuin meer behouden blijft. De impact van de bebouwing op het terrein is hierdoor aanzienlijk minder. Het gevolg is dat een grote aaneengesloten ruimte achteraan op het terrein wordt begrensd door achtergevels. Deze wordt als een private, collectieve tuin voor de bewoners ingericht. Een functionele link die nodig is vanuit de Steenstraat om hier een publieke ruimte te creëren is er niet. De zone langs de Steenstraat tussen de nieuw op te richten gebouwen blijft evenwel toegankelijk voor bewoners en bezoekers en heeft in gebruik daardoor een meer openbaar karakter.
Wijzigingen aan de inplanting en de impact van de gebouwen resulteren in een groter aandeel groen en het aaneensluiten ervan. Stellen dat de omwonenden geen zicht meer zullen hebben op groen is fout. Duidelijk is dat door er bebouwing toe te laten, er groen verloren gaat. De impact is echter minder drastisch dan wat wordt gesuggereerd in de bezwaarschriften. Gelet op het feit dat slechts twee bouwvlakken zijn aangeduid (vorige herziening waren het er drie) en dat nagenoeg de helft van de tuin niet bebouwbaar is is deze stelling op zijn minst overdreven. De beslissing om toch bebouwing toe te laten komt, zoals hierboven aangehaald, voort uit het ruimtelijk beleid uitgezet in het s-RSA.
GECORO merkt bovendien op dat luchtzuivering door bomen speelt op een veel groter geografisch niveau dan het louter lokale. Hierin dragen ook bos- en groencomplexen elders in en buiten de stad toe bij. Dat de leefbaarheid van de buurtbewoners afhangt van de aanwezigheid van de gronden Geniets als groene long is daardoor enigszins overdreven.
Het aantal nieuwe woningen dat in de zones Wo3 en Wo4 gebouwd kan worden is beperkt ten opzichte van het geheel aan woningen in het centrum. GECORO is van oordeel dat de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden vanuit de ruimtelijke draagkracht van het gebied te verantwoorden zijn en dat de toename de druk op het gebied niet wezenlijk zal beïnvloeden. Het gebied ligt ten andere in het stedelijk gebied Antwerpen waar verdichting gewenst is.
Het functioneel onderzoek dat werd uitgevoerd, en waarnaar verwezen wordt in de proces-richtnota, toont aan dat het centrum van Ekeren een evenwicht kent tussen enerzijds het aanbod aan woonondersteunende publieke voorzieningen zoals openbaar groen en anderzijds het woonaanbod.
De bestemmingszone W03 laat langs de Beenhouwerstraat en Klein Hagelkruis slechts een beperkt aantal huizen toe en geen appartementsbouw. Langs de Beenhouwerstraat gaat het om woningen voor twee gezinnen, langs Klein Hagelkruis mogelijk om drie. De bestemmingszone W04 laat langs de Steenstraat zowel huizen als appartementen toe. Het grootst aantal woningen kan er gerealiseerd bij de bouw van appartementen in beide bouwvlakken. Afhankelijk van de oppervlakte per appartement kan dit oplopen tot ca. 30 appartementen. Dit betekent een toename van evenveel gezinnen.
In verhouding tot het aantal gezinnen dat nu in de buurt woont is een toename van ca. 5 ten gevolge van de bestemmingszone W03 en ca. 30 ten gevolge van de bestemmingszone W04 relatief klein. De bestemmingszones blijven al bij al beperkt in omvang, zodat woonprojecten die het niveau van de buurt overschrijden, worden uitgesloten. De voorgestelde ontwikkelingen zijn dan ook verenigbaar met de woonomgeving en verstoren geenszins het evenwicht tussen de woonondersteunende voorzieningen en het woonaanbod.
De Vlaamse regering keurde in 2009 het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voor de afbakening van het grootstedelijk gebied Antwerpen definitief goed. Het plangebied van het RUP Steenstraat behoort tot dit gebied waar als gevolg een stedelijk beleid moet gevolgd worden waarbij verdere ontwikkelingen inzake wonen, bedrijvigheid en voorzieningen gestimuleerd en geconcentreerd worden. Verstedelijking is als gevolg inherent aan het beleid uitgezet op de verschillende bestuursniveaus. De veronderstelling dat de huidige 33 woningen per hectare betekent dat geen verdere verdichting volgens het Vlaams en stedelijk beleid mogelijk is, klopt niet. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) streeft naar een verdichting van stedelijke gebieden en daarom vermeldt het een minimale dichtheid van 25 woningen per hectare. Het was echter niet met de bedoeling om dit per bouwproject of bouwblok te verrekenen, wel om voor stedelijke een richting aan te duiden en het verschil met het buitengebied te kwantificeren.
De stelling dat de buurt volgens de cijfers nu al hoger scoort dan mag, wordt niet gestaafd. Er is geen verwijzing naar deze cijfers, noch de studie waarin deze kaderen.
De wetenschap dat het natuurgebied De Oude Landen aan de overzijde van de Steenstraat grenst, plaatst de stelling dat het groene binnengebied de leefbaarheid van het gebied met een heel hoge woningdichtheid verzorgt, in een ander perspectief.
De bestemmingszone W03 laat langs de Beenhouwerstraat en Klein Hagelkruis slechts een beperkt aantal woningen toe en geen appartementsbouw. Langs de Beenhouwerstraat gaat het om huizen voor twee gezinnen, langs Klein Hagelkruis mogelijk om drie. Appartementen zijn uiet toegelaten. In verhouding tot het aantal gezinnen dat nu in de buurt woont is een toename van ca. vijf ten gevolge van dit RUP relatief klein. Binnen de bestemmingszone W04 is ruimte voorzien voor een ondergrondse parkeerlaag waardoor de parkeerbehoefte van het woonproject op eigen terrein opgevangen wordt. Er ontstaat aldus geen extra druk op de omliggende straten. Het extra verkeer van en naar de Steenstraat zal een minimale impact hebben op de verkeersstromen die nu reeds vanuit het centrum richting Noorderlaan rijden. De voorgestelde ontwikkelingen zijn volgeus GECORO verenigbaar met de woonomgeving.
Zowel het districtscollege als het college van burgemeester en schepenen namen recent enkele beslissingen om de parkeercapaciteit in de straten Klein Hagelkruis en Beenhouwerstraat te vergroten. Tot voor kort kon in beide straten wettelijk gezien maar aan één zijde van de straat geparkeerd worden. Dit omdat de straten een krap profiel hebben waardoor de vrije doorgang smaller wordt dan 3,5 meter wanneer er aan beide kanten geparkeerd wordt. In de praktijk werd echter wel aan beide zijden geparkeerd wat de doorstroming van het verkeer en de bereikbaarheid van hulpdiensten in het gedrang bracht. Het district Ekeren heeft vervolgens vraagvolgend gereageerd en de stoepen in Klein Hagelkruis en Beenhouwerstraat heraangelegd met schuine boordstenen waardoor aan beide kanten half op de stoepen geparkeerd kan worden.
Op 10 juni 2011 (jaarnummer 10763) nam het college een principebeslissing over parkeren in de straten Klein Hagelkruis en Beenhouwerstraat. De beslissing hield in dat gedeeltelijk parkeren op de stoepen langs beide zijden van de straten werd ingevoerd. Omdat dergelijke beslissing niet conform het beleid is, de heraanleg gaat namelijk in tegen het STOP-principe doordat het comfort voor de voetgangers wordt verminderd ten gunste van het comfort voor de auto, is gesteld dat deze beslissing tijdelijk en eenmalig is. Bij een eerstvolgende heraanleg van deze straten zal dit principe niet meer worden gehanteerd.
Voor wat betreft de vraag naar parkeerplaatsen wordt opgemerkt dat een parkeerprobleem niet kan gedefinieerd worden als het niet kunnen stallen van de eigen auto of auto's voor of nabij de eigen woning. Zolang een parkeerplaats kan gevonden worden binnen een straal van 400 meter, met andere woorden op comfortabele wandelafstand, stelt zich volgens de normen gehanteerd door de dienst mobiliteit geen probleem. De openbare parkeerplaatsen ten zuiden van de Sint- Lambertuskerk liggen op een afstand van 400 meter van het bouwblok omschreven door Klein Hagelruis en Beenhouwerstraat en kunnen de vraag in beide straten mee opvangen.
In het Wijkcirculatieplan Ekeren-Centrum dat door de gemeenteraad (jaarnummer 1091)in september 2010 werd goedgekeurd, is een visie uitgewerkt voor een verbetering van de verkeersafwikkeling binnen het centrum van Ekeren. Het plan is opgebouwd rond de opwaardering van de centrum-as, maar tevens rond het verbeteren van de kwaliteit voor fietsers en voetgangers, het veiliger maken van schoolomgevingen en het optimaliseren van de woonkwaliteit. Door de wijkcirculatie op een bepaalde manier te organiseren kunnen de verschillende woonwijken afgeschermd worden van onnodig doorgaand sluipverkeer wat de (verkeers)leefbaarheid in de buurt verhoogd.
In het Wijkcirculatieplan Ekeren-Centrum wordt voorgesteld om Klein Hagelkruis op termijn aan te leggen als enkelrichting waarbij het verkeer vanuit de Steenstraat richting Transcontinentaalweg/Groot Hagelkruis wordt geleid. De Beenhouwerstraat blijft enkelrichting, met dat verschil dat de rijrichting zal wijzigen waardoor het verkeer naar de Steenstraat gaat. Voor de ruime omgeving van Klein Hagelkruis en Beenhouwerstraat wordt een verbetering van het centrumparkeren voorgesteld. Langs Klein Hagelkruis loopt een belangrijke fietsas. De uitwerking van het Wijkcirculatieplan zal op termijn bijdragen aan de verbetering van de (verkeers)leefbaarheid van de buurt.
Uit het dossier blijkt duidelijk dat er zich een waterproblematiek stelt in het plangebied, doch dat de nodige voorzieningen in het RUP zijn getroffen om een schadelijk effect te voorkomen en een oplossing te bieden aan de huidige problematiek. De watertoets is duidelijk af te leiden uit de verschillende elementen van het dossier en de onderzoeken die werden uitgevoerd. Andere adviezen steunen deze zienswijze. GECORO meent dan ook dat de bezwaren kunnen weerlegd worden maar adviseert tevens dat bij bebouwing de voorschriften streng gecontroleerd worden en dat de problematiek in de hele omgeving wordt opgevolgd.
Eén van de elementen voor de beoordeling is een MER-screening. Hierin werd onderzocht wat de milieueffecten kunnen zijn op vlak van een aantal MER disciplines zoals gezondheid en veiligheid van de mens. ruimtelijke ordening, mobiliteit, bodem en water. De dienst MER heeft na ontvangst van het volledige dossier op 6 januari 2010 beslist dat het RUP Steenstraat niet MER-plichtig is.
Specifiek voor het zuidelijk deelgebied is extra aandacht besteed aan het aspect water. In opdracht van de stad werd een gebiedsgerichte ecostudie uitgevoerd. In de toelichtingsnota wordt ruimschoots ingegaan op de resultaten van deze ecostudie. De voorgestelde maatregelen zijn verwerkt in de stedenbouwkundige voorschriften. De adviesverlenende instanties inzake water hebben in hun respectievelijke adviezen aangegeven dat de waterproblematiek voldoende is onderzocht en verwerkt.
Het RUP kadert in het s-RSA van 2006 waarin het ruimtelijk beleidskader voor de ganse stad is opgemaakt en dat als gevolg door de stad en het district Ekeren wordt gevolgd. GECORO is van mening dat beperkte aanpassingen aan een bestaand plan wel degelijk mogelijk zijn en soms nodig. De beperkte aanpassingen veranderen de visie en het concept van het bestaande BPA niet. De bezwaren kunnen dus weerlegd worden.
In het s-RSA zijn de woonbehoeften en de mogelijkheden om in deze behoeften te voorzien, afgewogen t.o.v. andere ruimtelijke doel- en taakstellingen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen. Er wordt rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Op deze manier wordt gestreefd naar ruimtelijke kwaliteit.
In het RUP is gezocht naar een evenwicht tussen verschillende doelstellingen. Het betreft verschillende doelstellingen op niveau van de buurt (waterproblematiek, buurtgroen, ... ), maar ook doelstellingen die voor een groter deel van Ekeren en het stedelijk gebied vooropgesteld worden (minimale woningdichtheid en verbetering van het woningaanbod, versterken van multifunctionaliteit, stedelijke mobiliteit en locatiebeleid, ... ).
In het s-RSA is het groene karakter van het district Ekeren een belangrijke voorwaarde voor het ruimtelijk beleid. De verschillende open ruimten zijn van belang op zowel het districtsniveau als het (boven)stedelijk niveau. Om de open ruimte te vrijwaren is het nodig de verschillende mogelijkheden voor het aansnijden van gebieden te benutten en het renoveren van bestaande gebieden te onderzoeken.
Het bezwaar dat het verwaarlozen van de tuin van W04 opzettelijk is en mee een reden vormt om bebouwing toe te laten is fout. De staat van een pand of tuin kan niet de verantwoording zijn om een RUP op te starten. Een RUP dient, zoals bovenstaand gestipuleerd, uitvoering te geven aan het s-RSA. Dit in overeenstemming met het beleid van provinciaal en Vlaams niveau. Ook vormt het niet ontwikkelen van openbaar buurtgroen in zone W03 niet de aanleiding voor de herbestemming.
De woningprogrammatie uit het s-RSA vormt de basis om een woonontwikkeling toe te laten in de zone W03. Voor W04 is het principe van de renovatio urbis toegepast. De uitwerking van het s-RSA is beschreven in 3.1.
Dat de uitwerking van het s -RSA in het RUP Steenstraat een beperkte herziening binnen twee bouwblokken oplevert, is mogelijk. Het staat de stad Antwerpen vrij om de omvang van een RUP te bepalen: zowel beperkte ingrepen op bouwblokniveau als ruimere stadsdelen kunnen de perimeter van een plan vormen zolang, zoals gestipuleerd, het uitvoering geeft aan een ruimtelijke visie. Ruimtelijk beleid vormt aldus de aanleiding tot een RUP, speculatie geenszins niet.
Dat met de goedkeuring van het RUP Steenstraat een onduidelijke relatie met het BPA nrl/3a "Hagelkruis en omgeving" zou ontstaan is niet correct. Het RUP omvat slechts een beperkt deel van het BPA nrl/3a "Hagelkruis en omgeving" en stelt geen uitholling voor. Met uitzondering van de twee bouwblokken die het onderwerp uitmaken van voorliggend RUP blijft het BPA geldig en dragen alle werken die onderhevig zijn aan een stedenbouwkundige vergunning bij tot de geleidelijke uitvoering ervan. Het behoud van het BPA betekent het voortzetten van continuïteit in een groot deel van het centrum van Ekeren. Met het RUP Steenstraat wordt ingespeeld op een dynamiek eigen aan een stedelijke omgeving.
Er is geen sprake van het schrappen van twee artikels in het BPA. Deze blijven onverminderd gelden. Bijgevolg is er ook geen sprake van rechtsonzekerheid. Zowel het BPA nrl/3a "Hagelkruis en omgeving" als het RUP Steenstraat zijn geografisch duidelijk afgebakend en vormen elk afzonderlijk het juridisch kader voor hun plangebied.
De suggestie om voor het hele grondgebied van Ekeren en een deel van Antwerpen een RUP te maken impliceert de uitwerking van een visie voor dit gebied. Met de goedkeuring van het s-RSA in 2006 is reeds een duidelijke visie uitgezet voor Ekeren. Het advies van GECORO in juni 2004 ging vooraf aan de uitwerking van het s-RSA. Op het moment dat de toenmalige herziening voorlag was het s-RSA een werk in uitvoering. Enkel de startnota van november 2003 was beschikbaar. Ondertussen vormt het s·RSA een duidelijk kader voor het ruimtelijk beleid in Ekeren.
Dat het RUP Steenstraat in overeenstemming is met s-RSA wordt bevestigd in het advies van de deputatie.
Voor de bebouwing langs Klein Hagelkruis wordt een nieuwe inplanting van de bebouwing voorgesteld. GECORO is het hiermee eens vermits hierdoor nadelen van de vroegere inplanting worden opgevangen en adviseert om het bezwaar te aanvaarden.
Het nieuwe voorstel gaat uit van het aanbouwen bij het bestaande appartementsgebouw met garages. Door tegen deze garages te bouwen blijft langs de zijde van de gekoppelde woning waarnaar in bezwaarschrift 6 wordt verwezen meer onbebouwde ruimte over. Bij een bouwvlak met een breedte van 24 meter blijft voldoende afstand open ten opzichte van het aanpalende huis opdat de hinder minimaal is. In het bouwvlak kunnen, in overeenstemming met de bouwcode, 3 huizen gerealiseerd met een inpandige garage.
De vrijblijvende open ruimte is voldoende breed om een centrale ruimte te creëren die mogelijk ook als openbare ruimte kan ingericht worden. De suggestie om centraal in de tuin een stiltezone of rustruimte te creëren is niet haalbaar. De beschikbare diepte laat niet toe om tegelijk voldoende private tuinen met tussenin een autonome functionerende publieke groene ruimte. Wel biedt de open ruimte langs Klein Hagelkruis mogelijk antwoord op de vraag naar een groene, publieke ruimte.
Een ruimtelijk uitvoeringsplan is een plan waarmee de overheid, de stad Antwerpen in dit geval, in een welbepaaId gebied de bodembestemming vastlegt en mogelijk de inrichting en het beheer van gronden, Hierdoor kunnen inderdaad planbaten of -schade ontstaan, Dat daarbij bepaalde individuele belangen samenvallen met het algemeen belang is niet te vermijden, Evenwel staat het algemeen belang voorop en is het eventuele individuele belang een gevolg. In dit geval vormt de uitvoering van het s-RSA het algemeen belang maar er ontstaan ook planbaten voor eigenaars, Daarom stelt GECORO voor het bezwaar weliswaar te weerleggen maar een garantie voor het opleggen van planbaten of een stedenbouwkundige ontwikkelingskost op te nemen en toe te passen.
De economische meerwaarde voor de eigenaars van de zones Wo3 en Wo4 is zeer duidelijk. Beide tuinen worden van voorheen groene zones omgezet in bouwgronden voor woningbouw. Hoewel in het RUP Steenstraat een register is opgenomen met de percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn, adviseert GECORO om meer garantie op te nemen over een verschuldigde maatschappelijke kost. Een register dat stelt dat de last 'kan' verschuldigd zijn, is onvoldoende. Indien geen zekerheid bestaat dat op Vlaams niveau de planbaten moeten, en niet kunnen, verschuldigd zijn, dient deze op stedelijk niveau te worden opgenomen. Dit laatste door een stedenbouwkundige ontwikkelingskost in het kader van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor beide bestemmingszones.
GECORO spreekt zich enkel uit over de stedenbouwkundige aspecten van het voorliggend RUP. Het argument van 'mildering van de schaalbreuk' staat niet in de huidige toelichtingsnota vermeld. GECORO merkt op dat de verschillen in oppervlakte, aangehaald in bezwaarschrift 1, eenvoudig te verklaren zijn zodat een aanpassing niet nodig is. Het bezwaar kan dus verworpen worden.
De argumenten uit de procesnota, de MER-screening en overige documenten die niet het onderwerp vormen van het openbaar onderzoek worden niet behandeld.
In de toelichtingsnota van het RUP is duidelijk opgenomen dat de voorschriften in het BPA een invulling als openbaar park voorzien. Aldus is de woordspeling waarvan sprake in het bezwaar een misvatting.
In het RUP zijn enkel ruimtelijke kwaliteitseisen geformuleerd over de wijze waarop gebouwd kan worden. Eisen over het statuut van de woningen als privaat of sociaal zijn niet opgenomen. De aanname dat de herbestemming een sociaal woningbouwproject beoogt is een niet gestaafde conclusie. Een mogelijke invulling.met zorgwoningen is mogelijk zolang aan de stedenbouwkundige voorschriften wordt voldaan. Het Zorgbedrijf heeft geen serviceflats opgenomen in haar programma voor het centrum van Ekeren. Een initiatief vanuit deze organisatie is dus niet te verwachten. Dit sluit echter niet uit dat een private investeerder zorgwoningen wil optrekken.
De omschrijving over de bestemming als openbaar park en de praktijk als onderdeel van een private tuin is louter een vaststelling en is niet als argument aangehaald. Er is objectief het verschil weergegeven tussen de bestemming en het praktisch gebruik. Het perceel waar het huidige Arfin-gebouw op staat is, volgens de gegevens van de Kadastrale Viewer Antwerpen (kortweg KA VIA), 510m2 groot. Het perceel dat ingenomen wordt door de tuin is, volgens dezelfde bron, 6854 m2 groot. Dus ca. 0.68 ha. De som van 5102 en 6854 m2 is 7364 m2. De 0.73 ha waarvan sprake. Stellen dat geen enkele van de voorgestelde studies een correcte opgave van de oppervlakte bevat is niet correct.
De aanname dat de herbestemming een sociaal woningbouwproject voor ogen heeft is een misvatting. In het RUP zijn enkel ruimtelijke kwaliteitseisen geformuleerd over de wijze waarop gebouwd kan worden. Eisen over het statuut van de woningen als privaat of sociaal zijn niet opgenomen.
GECORO is van oordeel dat met de opmerkingen van de deputatie rekening dient te worden gehouden evenals met een bezwaarschrift dat op een onduidelijke formulering wijst.
De verschillende opgesomde onduidelijkheden dienen uitgeklaard te worden. Een afstemming van het grafisch plan en de stedenbouwkundige voorschriften voor zone Wo5 is nodig.
GECORO is van mening dat met de opmerking over de onduidelijkheid van de zinsnede 'gedeeltelijke opheffen' in de toelichtingsnota rekening dient gehouden te worden en suggereert volgend voorstel van bezwaarindiener te volgen. In het bezwaarschrift wordt voorgesteld volgende op te nemen: "na de inwerkingtreding van dit ruimtelijk uitvoeringsplan, worden de voorschriften van het BPA Hagelkruis en omgeving nr 1/3a (M.B. 12.05.1993), die binnen de grenzen van dit ruimtelijk uitvoeringsplan liggen, opgeheven en vervangen door de voorschriften van het ruimtelijk uitvoeringsplan".
GECORO stelt voor om in de toelichtingsnota het woord 'ontwikkelingsmogelijkheden' te vervangen door 'bebouwingsmogelijkheden'. De interpretatie van het woord 'ontwikkelingsmogelijkheden' blijkt niet eenduidig.
GECORO stelt voor om de onduidelijkheid over zorgwonen en specifieke doelgroepen in de toelichtingsnota te verhelderen. In de toelichtingsnota van het RUP is de algemene visie als volgt geformuleerd: "het RUP Steenstraat biedt de mogelijkheid om het bebouwde weefsel in het centrum van Ekeren verder aan te vullen. Naast de hoofdfunctie wonen is er ook ruimte voor ondersteunende functies, wat de differentiatie in de kern versterkt. De mogelijkheid om naast wonen ook zorgwonen te voorzien in het zuidelijk deelgebied verruimt het woningaanbod voor specifieke doelgroepen". De toelichtingsnota vermeldt hier een mogelijkheid en geen nood. Er is geen sprake van het dwingend opleggen van bouwen voor specifieke doelgroepen. In de stedenbouwkundige voorschriften is voor de Zone voor wonen (Wo4) opgenomen dat deze is bestemd voor 'wonen met bijhorende tuinen'. Een verwijzing naar zorgwonen of specifieke doelgroepen zoals in de toelichtingnota is niet vermeld.
Een uitbreiding van de stedenbouwkundige voorschriften om andere bestemmingen toe te laten of om uitspraken te doen over aspecten die niet in een RUP thuishoren is volgens GECORO niet gewenst. Ze adviseert het bezwaar te verwerpen.
Het district heeft mogelijk nood aan een fuifruimte, evenwel komt de zone Wo4 hiervoor niet in aanmerking. De stedenbouwkundige voorschriften laten twee nieuwbouwvolumes toe met een woonfunctie, omgeven door een collectieve open ruimte. De combinatie met een publieksaantrekkende fuifruimte zou een negatieve impact hebben.
In de bestemmingszone Wo4 zijn volgende parkeervoorzieningen mogelijk: een ondergrondse parkeerlaag en een aantal bovengrondse parkeerplaatsen. Het reserveren van een aantal plaatsen voor autodelen kan niet in het RUP gespecificeerd worden, maar kan het voorwerp vormen van een overeenkomst tussen de eigenaar(s) en de organisator.
De stedenbouwkundige verordening bouwcode van de stad Antwerpen bepaalt dat bij elke functie een fietsenbergplaats voorzien moet worden. De aard van de fietsenstalling, de oppervlakte en het aantal stalplaatsen is daarbij vastgelegd. Voor wonen geldt bijvoorbeeld volgend voorschrift één fietsenstalplaats per slaapkamer + één extra plaats. De bepalingen uit de bouwcode gelden ook binnen het plangebied van het RUP Steenstraat.
Het RUP Steenstraat is niet het instrument waarin de tramdoortrekking naar Hoevenen kan vastgelegd worden.
Het RUP Steenstraat is niet het instrument om een bouwaanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning in het BPA nr 1/3a Hagelkruis en omgeving te beoordelen of tegen te houden. Een beoordeling of een appartemtsgebouw op de hoek van de Beenhouwerstraat mogelijk is zal binnen de behandeling van de desbetreffende aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning gebeuren.
In het RUP Steenstraat is een algemeen voorschrift opgenomen over harmonie waarbinnen de kleur van gevelmaterialen wordt getoetst. De afweging welk materiaal en welke kleurtint wordt vergund, vormt het onderwerp van een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.
Op basis van de verstrekte informatie is GECORO van oordeel dat de bevolking voldoende op de hoogte werd gebracht van het RUP en dat het zeer goed mogelijk was om de documenten te raadplegen binnen de termijn. De termijn viel slechts in zeer beperkte mate in de verlofperiode.
De decretale richtlijnen omtrent communicatie en inspraak zijn gevolgd. In de aanloop naar het openbaar onderzoek is een aantal keer gecommuniceerd door de stad Antwerpen.
Bewoners van de betreffende bouwblokken en de naaste omgeving zijn op de hoogte gebracht van een informatievergadering middels een uitnodiging. Indien er bij de bedeling in de Ferdinand Verbieststraat verschillende uitnodigingen foutief of niet zijn bezorgd, valt dit te betreuren. De opmaak van het RUP is sinds de start van het plan aangekondigd op de website van de stad Antwerpen. Het openbaar onderzoek werd aangekondigd via de website van de stad Antwerpen, de website van het district en door middel van een artikel in De Nieuwe Antwerpenaar. Het RUP was tijdens de periode van het openbaar onderzoek volledig raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.
De voorziene periode tussen 16 mei 2011 en 14 juli 2011 viel slechts een beperkt deel tijdens de vakantieperiode en de wetgever heeft geoordeeld dat een periode van 60 dagen voldoende lang is om een bezwaarschrift in te dienen.
Op basis van de bezwaarschriften en bovenstaande adviezen werd het ontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Steenstraat op volgende punten aangepast.
De aanpassing van inplanting houdt in dat aansluitend op de bestaande voorgevelbouwlijn wordt gebouwd en niet langer in een hoek ten opzichte van het openbaar domein. Op die manier volgt de bebouwingswijze de bestaande straatwand. Bebouwing is er mogelijk op de westelijke perceelsgrens, grenzend aan het huidige appartementsgebouw.
De aanpassing is volledig in lijn met het advies van GECORO en komt tegemoet aan de vragen die in verschillende bezwaarschriften bij deze zone werden gesteld. Door de aangepaste inplanting is er meer afstand tussen de naastgelegen halfopen woning waardoor de mogelijke hinder sterk verminderd, is er mogelijkheid om in de nieuw op te richten woningen een inpandige garage te voorzien, en blijft een deel van het huidige perceel langs Klein Hagelkruis groen en onbebouwd.
De verduidelijking van stedenbouwkundige voorschriften en beschrijvingen in de toelichtingsnota komt tegemoet aan het advies van de Provincie Antwerpen, Departement Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, Dienst Ruimtelijke Planning, bezwaarschrift 1 en het advies van GECORO.
De verduidelijking gebeurt in functie van de interpretatie en beoordeling in de uitvoering van het RUP.
Het register van de percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn, is in overeenstemming met de bepalingen in de Codex Ruimtelijke Ordening. De uitwerking van dit register gebeurt op Vlaams bestuursniveau. Vanuit het gemeentelijke niveau kan niet opgelegd worden dat de planbaten moeten verschuldigd zijn.
Door een verplichte stedenbouwkundige last op te nemen in het RUP zou de gemeenteraad haar bevoegdheid te buiten gaan door het college te sturen in haar besluitvorming. Een college moet vrij en onafhankelijk kunnen beslissen over het al dan niet opleggen van een stedenbouwkundige last. Om de bezorgdheid van GECORO toch in het RUP op te nemen is geopteerd om bij beide bestemmingszones een toelichting bij de stedenbouwkundige voorschriften toe te voegen. De formulering vermeldt dat een stedenbouwkundige last kan opgelegd worden, wat de vergunningverlenende overheid ten allen tijde de vrijheid geeft hierover te beslissen. Deze werkwijze maakt het voor de betrokken eigenaars, bouwheren duidelijk dat een mogelijke last aan de orde is.
MER
|
Stap |
Datum
|
|
aanvraag adressen adviesinstanties |
27 oktober 2009 |
|
raadpleging adviesinstanties |
17 november 2009 |
|
rappelbrief raadpleging adviesinstanties |
18 december 2009 |
|
dossier verstuurd aan dienst MER |
24 december 2009 |
|
beslissing dienst MER |
06 januari 2010 |
Op 6 januari 2010 besliste de dienst MER (Vlaams gewest, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie) dat het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Steenstraat geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.
Watertoets
In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 moeten alle uitvoeringsplannen worden onderworpen aan een watertoets. Voor dit plan werd de watertoets onderzocht.
Het noordelijk deelgebied is niet gelegen in overstromingsgevoelig gebied. Er wordt niet verwacht dat de realisatie van het deelgebied in negatieve effecten zal resulteren voor de waterhuishouding.
Voor het zuidelijk deelgebied werd in het verleden aan de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM)/Afdeling Water om advies gevraagd over de overstromingsgevoeligheid. Deze dienst gaf aan dat het plangebied als overstromingsgevoelig wordt beschouwd. Een watertoets is uitgevoerd. Een gebiedsgerichte ecostudie voor de waterhuishouding heeft geresulteerd in bevindingen en aanbevelingen over de waterhuishouding. In functie van de toegelaten ontwikkelingen is het waterbeheer uitgewerkt en verwerkt in het RUP Steenstraat.
Ruimtelijke ordening
Artikel 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering op 15 mei 2009, die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
MER
Besluit van de Vlaamse regering van 12 oktober 2007 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s waarin de procedure ‘onderzoek tot milieueffectrapportage’ (screening) wordt vastgelegd.
Watertoets
Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §§1 en 2. Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4. Bij het Besluit van de Vlaamse regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de in de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.
|
Stap |
Datum |
|
collegebesluit: proces- en richtnota |
11 september 2009 (jaarnummer 12685) |
|
collegebesluit: kennisneming voorontwerp RUP Steenstraat |
18 november 2010 (jaarnummer 14155) |
|
districtsraad: advies |
20 december 2010 (jaarnummer 1594) |
|
GECORO: advies |
5 januari 2011 |
|
plenaire vergadering en adviezen |
25 januari 2011 |
|
collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp RUP voorlopig vast te stellen |
8 april 2011 |
|
gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp RUP |
2 mei 2011 |
|
openbaar onderzoek |
16 mei 2011 tot en met 14 juli 2011 |
|
collegebesluit: sluiting openbaar onderzoek |
|
|
GECORO advies |
5 oktober 2011 |
|
collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om RUP definitief vast te stellen |
25 november 2011 |
|
gemeenteraad: definitieve vaststelling |
19 december 2011 |
|
deputatie: goedkeuring |
|
De gemeenteraad stelt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Steenstraat, district Ekeren, definitief vast.
Dit RUP bestaat uit een grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften, een plan met de bestaande feitelijke en juridische toestand, een toelichtingsnota en een register van percelen waarvoor planbaten, planschade, kapitaalschade of gebruikersschade kan verschuldigd zijn.