Het stadsbestuur wil dat er in Antwerpen een kwalitatief sportaanbod aanwezig is waarbij iedereen aan sport kan doen. Het stadsbestuur wenst dit in eerste instantie te realiseren door sportclubs te stimuleren tot het uitbouwen van een kwalitatief, aantrekkelijk en divers sportaanbod en wenst de sportclubs hierbij te ondersteunen.
Verschillende ondersteuningsvormen zijn ondertussen ontwikkeld. Informeren (website, de elektronische nieuwsbrief De Koploper,...), vormingen aanbieden (bijscholings- en intervisiemomenten zoals de Kopgroepen en de Aftrappen,...), sportsubsidies uitkeren (werkings-, impuls, materiaal- en infrastructuursubsidies, topsportfonds, fonds verscheidenheid,..), inzetten van medewerkers (jeugdsportcoördinatoren, dossierbeheerders....) en het ter beschikking stellen van sportinfrastructuur zijn de belangrijkste ondersteuningsvormen voor de sportclubs.
Om de ondersteuning nog meer op maat van de sportclubs af te stemmen, is het noodzakelijk om de sportclubs goed te leren kennen. Hiervoor werd in samenwerking met de studiedienst stadsobservatie een vitaliteitsonderzoek opgesteld en uitgevoerd. Dit onderzoek werd gebaseerd op een gelijkaardig onderzoek dat reeds jaren in Rotterdam wordt uitgevoerd. Het onderzoek bestaat uit drie delen:
In het voorjaar van 2011 werd dit onderzoek voor de eerste maal uitgevoerd. Dit onderzoek kan beschouwd worden als een eerste nulmeting. Om de evoluties van de sportclubs te kunnen meten en om na te gaan in welke mate de stedelijke sportclubondersteuning bijdraagt tot het verkrijgen van betere, vitalere sportclubs is het aangewezen dat dit onderzoek wordt herhaald.
Resultaten
286 sportclubs deden mee aan het onderzoek. Van 271 clubs kon een vitaliteitscore berekend worden. De gemiddelde vitaliteitscore bedroeg 4.34 op een maximum score van 6. Grote, gesubsidieerde omnisportclubs behaalden de hoogste vitaliteitscores. Bij de thema's scoorden sport- en nevenactiviteiten en communciatie het hoogst, terwijl financiën en medewerkers werven en behouden het laagst scoorden.
Sportclubs hebben vooral nood aan ondersteuning inzake accommodatie, sponsoring en het werven van medewerkers en leden. Er is een duidelijk verschil tussen gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde sportclubs. Kleinere niet-gesubsidieerde sportclubs geven veel vaker aan dat ze geen ondersteuning van de stad verwachten. Sportclubs hebben het meeste nood aan informatie op de website en een aanbod van sporttechnische opleidingen. Het belangrijkste knelpunt op vlak van infrastructuur is het feit dat de accommodatie vaak ontoereikend is, dit zowel op kwalitatief vlak als op vlak van capaciteit. Daarnaast laat ook de randaccommodatie (sanitair, kleedkamers,...) vaak te wensen over. Op sporttechnisch vlak is het vinden van sportgekwalificeerde trainers het grootste knelpunt.
Over de dienstverlening van de stedelijke sportdienst zijn de sportclubs algemeen gezien tevreden. Gemiddeld wordt een score van 7 op 10 behaald. Grote gesubsidieerde clubs zijn gemiddeld meer tevreden en hoe vitaler de club is, des te meer ze tevreden zijn over de dienstverlening. Stedelijke sportsubsidies, begeleiding door de sportantennes en de opleidingen in de stad scoren het hoogst. Als verbeterpunten geven de sportclubs communicatie en sportinfrastructuur aan. Niet alle ondersteuningsvormen zijn goed gekend. Vooral de recent ontwikkelde vormen moeten nog aan populariteit winnen. Promotie hiervoor voeren lijkt aangewezen.
Bemerkingen rond het onderzoek
De resultaten kunnen vertekend worden doordat vitale clubs eerder geneigd zijn om te antwoorden. De minst vitale clubs met een nauwelijks werkend bestuur zullen we minder terugvinden in het lijstje van de clubs die hebben deelgenomen.
Met betrekking tot de vertekening door de oververtegenwoordiging van gesubsidieerde clubs: de verhouding gesubsidieerde / niet-gesubsidieerde clubs is erg scheef verdeeld en dit heeft alles te maken met de wel zeer verschillende responsgraad. Van de gesubsidieerde clubs heeft ongeveer 80% deelgenomen aan het onderzoek, van de niet gesubsidieerde clubs slechts 20%. Dit is logisch, aangezien deelname voor de gesubsidieerde clubs verplicht was en voor de niet-gesubsidieerde clubs op vrijwillige basis gebeurde. Bovendien is het mogelijk dat er ook een vertekening is binnen de groep van de niet-gesubsidieerde clubs, of met andere woorden, dat binnen de groep van niet-gesubsidieerde clubs een bepaald type van clubs heeft deelgenomen. Dit alles maakt dat we kunnen verwachten dat de resultaten voor de gesubsidieerde clubs die aan het onderzoek hebben deelgenomen representatief zijn voor de hele groep van gesubsidieerde clubs. Mogelijk zit er wel wat vertekening op de resultaten van de niet-gesubsidieerde clubs. Als we dan de resultaten van de niet-gesubsidieerde clubs nog eens gaan afwegen - want dat is wat je de facto doet als je met een gewogen resultaat werkt - maakt dit de vertekening alleen maar groter. Het is eigenlijk beter om de resultaten voor gesubsidieerde clubs en niet-gesubsidieerde clubs apart te rapporteren.
Om sportclubs op maat te ondersteunen is het belangrijk dat er kennis wordt opgebouwd over de sportclubs. Dit onderzoek draagt hier in ruime mate toe bij. Dit onderzoek, samen met de diverse persoonlijke contacten (sportantennes, buurtsportmedewerkers, medewerkers afdeling sportclubondersteuning,...) zorgt ervoor dat er een beter beeld van de sportclubs wordt gevormd zodat de ondersteuning op maat kan geleverd worden. Dit onderzoek meet ook de tevredenheid van de sportclubs over de diverse ondersteuningsvormen, wat bijkomende nuttige info oplevert om het aanbod verder te verfijnen.
Met dit onderzoek wordt een eerste beeld geschetst van de Antwerpse sportclubs. De vitaliteitscores kunnen echter op dit moment moeilijk ingeschat worden. Is 4,34 op 6 al dan niet een goede score? Verder blijkt ook dat vele sportclubs specifieke ondersteuningsvormen op dit moment nog niet kennen. Meerdere ondersteuningsvormen zijn echter vrij recent ontwikkeld.
Om die reden is het wenselijk dat dit onderzoek herhaald wordt zodat de evolutie van de sportclubs kan gemeten worden en om na te gaan of de dienstverlening beter gekend is en er op vooruitgaat. Tweejaarlijks dit onderzoek uitvoeren is wenselijk.
Het college neemt kennis van het rapport "Vitaliteit van de Antwerpe sportclubs".
Het college geeft opdracht aan Antwerpen Sportstad vzw om het vitaliteitsonderzoek van de Antwerpse sportclubs tweejaarlijks uit te voeren.