Terug

2011_CBS_15314 - Erediensten - Eredienstbestuur Israëlitische Gemeente van Antwerpen Shomre Hadass - Tijdelijke opname bouwheerschap hoofdsynagoge Van Den Nestlei 2, 2018 Antwerpen - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 18/11/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_15314 - Erediensten - Eredienstbestuur Israëlitische Gemeente van Antwerpen Shomre Hadass - Tijdelijke opname bouwheerschap hoofdsynagoge Van Den Nestlei 2, 2018 Antwerpen - Goedkeuring 2011_CBS_15314 - Erediensten - Eredienstbestuur Israëlitische Gemeente van Antwerpen Shomre Hadass - Tijdelijke opname bouwheerschap hoofdsynagoge Van Den Nestlei 2, 2018 Antwerpen - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiële opmerkingen

Dit besluit is een principebeslissing en heeft op zich geen rechtstreekse financiële gevolgen.
Iedere toekomstige beslissing omtrent een vastlegging zal ter goedkeuring aan het college worden voorgelegd en verrekend worden op boekingsadres:
budgetplaats: 5190100000
budgetpositie: 221
subsidie: 00RP_Bescherm_Kerken
fonds: GM
begrotingsprogramma: 510190799.

Aanleiding en context

Voor een aantal historische kerken werd bouwheerschap opgenomen (gemeenteraad van 27 maart 2006, jaarnummer 419 en gemeenteraad van 24 november 2008, jaarnummer 2067). 

De gemeenteraad heeft op 17 december 2007 (jaarnummer 2653) de meerjarenplannen 2008-2013 van de erkende eredienstbesturen goedgekeurd, waaronder dat van de Israëlitische Gemeente Shomre Hadass.

De gouverneur heeft op 22 september de jaarrekening 2010 van de Israëlitische Gemeente Shomre Hadass goedgekeurd.

Voorgeschiedenis bouwheerschappen
In het verleden nam de stad zelf het bouwheerschap op bij restauraties van gebouwen bestemd voor de eredienst. Door een gebrek aan personeel en financiële middelen bij de stad liet een effectieve restauratie dikwijls op zich wachten. Daarom werd in 2006  beslist het bouwheerschap enkel nog op te nemen voor een aantal monumentale kerken (gemeenteraad van 27 maart 2006, jaarnummer 419 en gemeenteraad van 24 november 2008, jaarnummer 2067). Voor zeven andere gebouwen werd het bouwheerschap teruggegeven aan het eredienstbestuur.

Het opnemen van het bouwheerschap impliceert dat de stad een architect aanstelt voor de opmaak van het premierestauratiedossier en de opvolging van de werken, de erelonen financiert, de werken gunt en prefinanciert, de subsidies aanvraagt en int.

Situering van de vraag van het eredienstbestuur
Het eredienstbestuur Israëlitische Gemeente van Antwerpen bracht de stad bij een overleg op 11 april 2011 op de hoogte van de schade aan de buitenschil van de hoofdsynagoge in de Van Den Nestlei 2 in 2018 Antwerpen, en vroeg of de stad de herstellingswerken kon opnemen aangezien het bestuur niet over de nodige middelen beschikt. Er waren twee offertes, één voor de binnenwerken en één voor de buitenwerken voor een totaal van 126.634,88 euro incl. btw. Er was geen bestek of meetstaat bijgevoegd, en de offertes waren niet conform de wet op de overheidsopdrachten opgesteld.
Er was bovendien een onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van passanten en gebruikers van de synagoge.

Genomen veiligheidsmaatregelen
Plaatsbezoek van de ingenieur veiligheid van de bedrijfseenheid samen leven bevestigde de onveilige situatie in twee zalen doordat de bepleistering van het plafond valt. Plaatsbezoek van de stadsingenieur van de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud bevestigde de onveilige situatie voor voorbijgangers doordat de bepleistering van de gevel naar beneden valt. Er werd beslist om nadarhekken te plaatsen aan de synagoge ter hoogte van de schade om de voetgangers te beschermen en om de loszittende bepleistering van de gevel te verwijderen.

Aangetroffen schade
Het onderzoek van de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud wees uit dat de schade structureel was en de herstellingswerken hoogdringend.

Het gevelpleisterwerk aan de hoek van de Van Den Nestlei en de Oostenstraat is sterk aangetast. Er is sprake van scheurvorming, het uitbuiken van pleisterwerk en de aantasting van het schilderwerk. Op de andere gevels van de hoofdsynagoge is eveneens sprake van scheurvorming;

  1. daar waar de cementbepleistering naar beneden viel, werd een schil van 1 tot 4 cm baksteen meegenomen. Het baksteenmetselwerk is dus zwaar beschadigd en vertoont bovendien scheurvorming, vooral dan aan de zuidelijke gevel;
  2. mogelijk is de bovenzijde van de muur vlak naast de toren in de Oostenstraat aan het overhellen naar de straatkant. De stabiliteit van de muur moet worden nagekeken;
  3. het binnenpleisterwerk op wanden en plafonds ter hoogte van deze hoek is sterk aangetast door waterinfiltratie en dit over alle verdiepingen van het gebouw;
  4. de houten draagbalken van het dak en de tussenvloer zijn mogelijk eveneens aangetast door vocht. Deze moeten worden nagekeken. Door de plafondafwerking was dit niet mogelijk op het moment van de eerste controle;
  5. op dakniveau bleken de loden slabben op tal van plaatsen gelost te zijn;
  6. het gevelpleisterwerk is op één plaats - links van de toegang tot het dak - dermate sterk afgescheurd zodat dit mogelijk een opvangbekken voor regenwater vormt;
  7. het pleisterwerk op de schouw - ingewerkt in de zuidwestgevel - is sterk aangetast. Net onder de extractiemond tekenen alle bakstenen zich af in het pleisterwerk en is hier en daar het pleisterwerk afgevallen;
  8. de dakopstanden - ingewerkt in de betonnen kolommetjes op het oostelijke deel van de zuidgevel - komen integraal los. De pootjes van de betonnen borstwering zijn hierdoor zwaar aangetast door betonrot;
  9. het metselwerk bij één raam werd gestut omdat de streklaag steunde op het schrijnwerk en een verzakking vertoonde.

Vermoedelijke oorzaken van de aangetroffen schade:

  • het gevelpleisterwerk is vermoedelijk aangetast door vochtinfiltratie in de achterliggende baksteenwand. Op het dak werd namelijk ter hoogte van de toren een dakopstand aangetroffen die wijd open stond. Opeenvolgende vorst- en dooicycli brengen in de natte baksteen aanzienlijke volumeveranderingen teweeg die uiteindelijk resulteren in het afbarsten van de baksteen samen met de cementbepleistering;
  • een deel van de scheurvorming wordt veroorzaakt door waterinfiltratie via de voegen tussen de dekstenen die op de dakranden liggen. Een andere mogelijke oorzaak is door waterinfiltratie via de dekstenen zélf aangezien de toplaag van de dekstenen hier en daar niet meer aanwezig is. Ook hier beschadigt vorst vervolgens de baksteen;
  • de schade aan de schouw is te wijten aan overmatige vochtindringing vanuit de binnenzijde van de schouw. Deze is hoogstwaarschijnlijk te wijten aan de gebrekkige aansluiting van het aluminium extractiekanaal in de schouw en het gebruik van een enkelvoudig kanaal; de waterdamp is ter hoogte van de mond van het kanaal al dermate afgekoeld dat ze bij het verlaten van het kanaal meteen neerslaat op de schouw. Vorst veroorzaakt vervolgens de scheurvorming;
  • het lossen van de dakopstanden is te wijten aan de te oude dakbedekking en aan roestvorming van de ingewerkte stalen U-profieltjes waarin de dakopstanden weden ingewerkt. De betonrot wordt vervolgens veroorzaakt door waterinfiltratie samen met te weinig betondekking;
  • mogelijk helt het getrapte metselwerk vlak naast de toren in de Oostenstraat over naar de straatkant. De stabiliteit van het metselwerk moet worden nagekeken.

Afbakening van dit project onder bouwheerschap
Na overleg kan de bedrijfseenheid patrimoniumonderhoud, binnen de beschikbare capaciteit van de huidige medewerkers en hun huidige werkplanning, aanbieden om voor deze werken een architect aan te stellen, het bestek af te werken, de subsidie aan te vragen, de aanbesteding en de gunning te doen en de werken te laten starten.

Het project wordt beperkt tot:

  1. gedetailleerde controle van alle pleisterwerk over alle gevels;
  2. stabiliteits- en materiaaltechnisch onderzoek van het metselwerk;
  3. Werken aan dakbedekking. Optie A: plaatselijk herstel dakbedekking en opstanden. Optie B: volledige vervanging dakbedekking;
  4. herstel betonrot;
  5. verwijderen bestaande schilderlaag;
  6. herstel baksteenmetselwerk;
  7. herstel aangetaste vloerbalken;
  8. herstel pleisterwerk;
  9. herschilderen gevel;
  10. herstel dekstenen;
  11. herstel gipskartonpanelen;
  12. herstel moluren;
  13. herstel binnenpleisterwerk;
  14. herstel binnenschilderwerk.

Analyse van bestuurskracht van het eredienstbestuur en kostprijs van een bouwheerschap
Het bestuur beschikt niet over de expertise en de financiële middelen voor deze werken.
Als het bestuur zelf als bouwheer optreedt moet het een zware administratieve procedure opstarten om de dossiers op te stellen volgens de wet op de overheidsopdrachten en om voor subsidiëring in aanmerking te komen. Gebruik maken van de raamcontracten van de stad bleek niet mogelijk. Het bestuur zou dus eerst een dossier moeten opmaken volgens de wet op de overheidsopdrachten en een investeringstoelage aanvragen bij de stad voor de aanstelling van een architect (stadsaandeel 90%), en daarna het dossier laten opmaken en indienen bij de Vlaamse Overheid (aandeel 30%) en bij de stad (aandeel 60%) voor subsidiëring van de werken zelf. Dit zou voor vertraging zorgen.

Aangezien het bestuur reeds structurele tekorten heeft op zijn begroting beschikt het niet over de middelen om de 10% eigen bijdrage te betalen, of om de werken te prefinancieren in afwachting van de subsidies. Deze kosten zouden dus op de gewone begroting komen en de exploitatietoelagen van de stad aan het bestuur nog verder doen oplopen.

Opname van dit project in bouwheerschap komt, voor wat de financiële middelen betreft, netto op hetzelfde neer dan wanneer het bestuur de werken in eigen beheer laat uitvoeren.

Het eredienstbestuur Israëlitische Gemeente van Antwerpen heeft in een schrijven van 16 juni 2011 volmacht gegeven aan de stad Antwerpen om het bouwheerschap op te nemen, de nodige subsidies aan te vragen en de nodige en hoogdringende herstellingswerken aan de buitenschil en de binnenkant uit te voeren.

Argumentatie

Door een combinatie van factoren is het in dit geval aangewezen dat de stad de herstelling van de hoofdsynagoge in bouwheerschap op zich neemt. Deze factoren zijn: de complexiteit en de hoogdringendheid van de werken, het gebrek aan expertise bij het bestuur om de investeringsdossiers op te stellen - zowel voor de aanstelling van een architect, als voor de uitvoering van de werken - en om de subsidies aan te vragen, het gebrek aan financiële middelen om de 10% eigen bijdrage te betalen en om de werken te prefinancieren.

Waar het bestuur in het verleden altijd zelfbedruipend is geweest, is de evolutie van de financiële toestand sedert 2009 zorgwekkend.

 

2008

2009

2010

2011

2012

exploitatietoelage volgens meerjarenplan

0

0

0

0

0

exploitatietoelage

0

50.000

59.960,9

68.729,84

102.259

financiële schulden

206.600,3

100.829,4

150.000

225.000

0

 

In het voorontwerp van het budget 2012 staat vermeld dat men tegen eind 2012 het saldo van de short loan wil afbetalen.

In de mate dat de inkomsten onvoldoende blijven voor de uitgaven zijn de tekorten echter structureel en blijvend, ook nà de terugbetaling van deze lening.

De gouverneur heeft op 22 september 2011 de jaarrekening 2010 van het bestuur goedgekeurd en vraagt in de begeleidende zendbrief dat het bestuur zou onderzoeken – in overleg met het stadsbestuur van Antwerpen – welke structurele maatregelen kunnen getroffen worden om de financiële positie van het bestuur binnen een redelijke termijn te verbeteren.

In algemene termen blijft dus het principe geldig dat de stad niet systematisch het bouwheerschap opneemt voor grote herstellingen aan eredienstgebouwen.

In dit geval is een uitzondering opportuun:

  • gezien het om dringende werken gaat;
  • gezien de stad de decretale verplichting heeft om bij te dragen in de grote herstellingen van de eredienstgebouwen en in de exploitatietekorten;
  • gezien het administratief en financieel onvermogen van het bestuur om dit complexe dossier in eigen beheer te realiseren;
  • gezien het feit dat er daardoor geen meerkost verbonden is aan het bouwheerschap voor de stad.

Bijkomend is een onderzoek van de financiële toestand van het bestuur aangewezen, onder meer om na te gaan hoe de structurele tekorten kunnen verminderd worden en hoe middelen kunnen vrijgemaakt worden die nodig zijn voor de toekomstige investeringen.

Juridische grond

Het Keizerlijk decreet van 30 december 1809, artikel 37 °4, bepaalt dat de lasten van het kerkbestuur, het onderhoud van de kerken, pastorijen en kerkhoven omvat. Als de kosten van de kerkfabrieken niet volstaan om in dit onderhoud te voorzien, moeten alle nodige middelen worden aangewend opdat in het herstellen en herbouwen kan worden voorzien.                                                             

Artikel 92 °3 van het keizerlijk decreet van 30 december 1809 bepaalt dat de gemeente moet bijdragen in de grove herstellingen aan de voor de eredienst bestemde gebouwen.

Het kader daarvoor ligt vast in de subsidieschema's van de stad (gemeenteraad van 26 juni 2006, jaarnummer 1293) en in de subsidiereglementen van de Vlaamse overheid.

Op 1 maart 2005 trad het decreet van 7 mei 2004 met betrekking tot de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten in werking met instelling van meerjarenplannen en budgetten als beleidsinstrumenten.

In artikel 52 van het decreet van 7 mei 2004 staat dat de kerkfabrieken de kosten moeten dragen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de eredienst, onder meer de kosten van de gebouwen die bestemd zijn voor de uitoefening van de eredienst en de grove herstellingen van de voor de eredienst bestemde gebouwen.

Beleidsdoelstellingen

Iedere Antwerpenaar kan zijn eigen levensbeschouwing in optimale omstandigheden beleven met respect voor andere Antwerpenaren.
De eredienstbesturen waarover de stad het administratief toezicht uitoefent organiseren hun levensbeschouwing in alle openheid en conform de regelgeving.
De stad staat in voor een efficiënte en klantvriendelijke toepassing van het administratief toezicht op de erkende lokale eredienstbesturen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen legt het volgende voor aan de gemeenteraad:

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om de dringende herstellingswerken aan het dak en de gevel van de synagoge van het eredienstbestuur Israëlitische Gemeente van Antwerpen Shomre Hadass in tijdelijke bouwheerschap op te nemen.

Artikel 2

De gemeenteraad beslist een onderzoek te laten uitvoeren in de boekhouding van de Israëlitische Gemeente Shomre Hadass om:

  1. structurele maatregelen voor te stellen die de financiële positie van het bestuur binnen een redelijke termijn verbeteren;
  2. na te gaan hoe middelen kunnen vrijgemaakt worden voor toekomstige investeringen.

Artikel 3

De gemeenteraad beslist dat iedere toekomstige beslissing omtrent een vastlegging ter goedkeuring aan het college zal worden voorgelegd. 

Artikel 4

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Bijlagen

  • 20110621_VIP_in_machtiging_bouwheerschap_Shomre.Pdf
  • 20110908_mail_in_Boumans_attest_oorzaken_verzekering_shomre.msg
  • 20110922_brief_in_BB_GK_rek2010_Shomre.pdf