De kostprijs blijft binnen de voorziene budgetten in de begroting. De totale kostprijs voor de stad is de premie (op basis van contractuele lonen en bijdragepercentages), plus de sociale zekerheidsbijdrage van 8,86 % die de werkgever daarop moet betalen.
|
vaste bijdrage |
premie |
% salaris |
premie incl 8,86% |
% salaris incl 8,86% |
|
5%S1 + 15%S2 tot 35, |
3.938.531,00 EUR |
5,76% |
4.287.485,00 EUR |
6,28% |
De gemeenteraad keurde op 15 januari 2007 (jaarnummer 22) het Bestuursakkoord 2007-2012 goed. Dit bestuursakkoord stelt het volgende:
“Het contractuele personeel evenwaardiger vergoeden dan vandaag en hierbij de verhouding tussen het aantal contractuele en het aantal statutaire personeelsleden laten evolueren naar het gemiddelde van de Vlaamse gemeenten.”
Het college keurde op 12 juni 2009 (jaarnummer 8091) de uitvoering van het sectoraal akkoord 2008-2013 goed. Hierin stond over de tweede pensioenpijler het volgende:
"Het stadsbestuur wenst de contractuele personeelsleden op een gelijkwaardigere manier te verlonen dan de statutaire personeelsleden. Momenteel is er een groot verschil tussen het pensioen na een loopbaan als statutair personeelslid en een loopbaan als contractueel personeelslid. Een tweede pensioenpijler, betaald door de werkgever, komt hieraan tegemoet.
Dit akkoord legt wel de criteria vast waartegen elk voorstel zal afgetoetst worden:
De gemeenteraad besliste op 21 juni 2010 (jaarnummer 942):
Op 24 december 2010 (jaarnummer 16321) keurde het college een bestek goed voor het administratief en financieel beheer van een tweede pensioenpijler in de vorm van een vast prestatieplan, met als doel het dichtrijden van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele en het statutaire pensioen.
Op 14 oktober 2011 (jaarnummer 14406) besliste het college deze procedure stop te zetten zonder gunning. Na analyse van de beschikbare offertes bleken de voordelen van een te bereiken doel- of vast prestatiesysteem niet op te wegen tegen de nadelen. Het advies van inspectie financiën luidde dat stad Antwerpen en OCMW Antwerpen met dit soort overeenkomst van vaste prestaties een financieel risico nemen in de toekomst. Het college volgde dit advies en wenste in de huidige financiële en economische omstandigheden geen onverantwoorde risico’s te nemen op lange termijn.
Het verkleinen van het verschil in (geldelijk) statuut tussen statutaire en contractuele personeelsleden was de basisdoelstelling van de tweede pensioenpijler. Dit werd geconcretiseerd in het dichtrijden van 60% van de bruto kloof tussen het contractuele (wettelijke) pensioen en het statutaire pensioen in gelijke omstandigheden, met een pensioenleeftijd van 65 jaar, en voor een volledige loopbaan van 45 jaar. Het netto verschil wordt dan kleiner dan 60%.
Omwille van de financiële zekerheid op lange termijn zal de stad Antwerpen een vaste bijdrage systeem hanteren om dit doel te benaderen. Er werden enkele simulaties gemaakt om te berekenen welk bijdragepercentage nodig is om de overbrugging te realiseren. Met andere woorden: welke bijdrage is nodig om tegen de leeftijd van 65 een kapitaal te sparen dat overeenkomt met 60% van het benodigde kapitaal voor een volledig statutair pensioen. Er werd gewerkt met voorzichtige uitgangspunten:
Dit zijn theoretische uitgangspunten. Een vaste bijdrage systeem is een individueel spaarsysteem waarvan het resultaat individueel verschilt naargelang de eigen situatie en loopbaan.
Met deze uitgangspunten wordt vanaf een vast bijdragepercentage van 5,75% het dichtrijden van de 60% kloof gerealiseerd voor sommige looncategorieën, maar niet voor allemaal. Een vast bijdragepercentage heeft twee nadelen:
Werken met variabele bijdragepercentages kan deze effecten compenseren. De doelstellingen die de stad daarmee concreet beoogt, zijn de volgende:
Volgend plan met variabele bijdragen voldoet aan deze gewenste resultaten:
De grensleeftijd 35 jaar ligt vast, het gekozen pensioenplafond wordt geïndexeerd conform de lonen, en is dus onafhankelijk van de reële evolutie van het wettelijk pensioenplafond, dat de stad niet zelf in de handen heeft.
Om dit pensioenplan te realiseren kan de stad Antwerpen ofwel zelf een bestek uitschrijven ofwel toetreden tot een bestaand initiatief. Het pensioenplan van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO) in samenwerking met Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeentes (VVSG) en contractueel verbonden met Dexia en Ethias is een bestaand initiatief waartoe de stad Antwerpen, het OCMW Antwerpen en hun dochters snel kunnen tot toetreden.
De voordelen het RSZPPO-plan ism VVSG en Dexia/Ethias zijn de volgende:
De details van de reglementen en overeenkomsten tussen de verschillende betrokkenen bij dit pensioenplan (RSZPPO, VVSG, de tijdelijke handelsvennootschap DIB-Ethias lokale contractanten) moeten nog in detail onderzocht worden. De vraag is in hoeverre dit initiatief compatibel is met de bijdragepercentages die de stad wenst en voldoende financiële garanties biedt. In het bijzonder moet ook gekeken worden naar de gevolgen van de toetredings- en uittredingsregeling en de financiële voorwaarden die daaraan gekoppeld zijn. Het college geeft opdracht om dit met de betrokken organisaties te bespreken.
Na rapportering hiervan aan het college kan beslist worden over een formele vraag tot toetreding.
Het college keurt goed dat de tweede pensioenpijler binnen een systeem van vaste bijdragen wordt geconcretiseerd als volgt:
Het college geeft opdracht aan Financiën en Personeelsmanagement de juridische, contractuele en financiële details van het pensioenplan van RSZPPO te onderzoeken en met de betrokken actoren te bespreken. Er moet over twee weken gerapporteerd worden aan het college in hoeverre dit plan verenigbaar is met bovenstaande percentages en goede financiële voorwaarden en garanties biedt.