Terug

2011_GR_01149 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Scanfil - Voorlopige vaststelling - Goedkeuring

gemeenteraad
ma 24/10/2011 - 19:00 Raadzaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester-voorzitter; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Güler Turan, raadslid; Leen Verbist, schepen; Staf Neel, raadslid; Hilda Vienne, raadslid; Johan Van Brusselen, raadslid; Bob Hulstaert, raadslid; Filip Dewinter, raadslid; Nahima Lanjri, raadslid; Jan Penris, raadslid; Tanja Smit, raadslid; Ann Coolsaet, raadslid; Hugo Verhelst, raadslid; Erwin Pairon, raadslid; Claude Marinower, raadslid; Gerolf Annemans, raadslid; Freya Piryns, raadslid; Caroline Drieghe, raadslid; Wim Wienen, raadslid; Suzette Verhoeven, raadslid; George Ver Eecke, raadslid; Ergün Top, raadslid; Staf Wouters, raadslid; Chris Calluy, raadslid; Hugo Coveliers, raadslid; Anke Van dermeersch, raadslid; Fauzaya Talhaoui, raadslid; Maya Detiège, raadslid; Karim Bachar, raadslid; Bart De Wever, raadslid; Monica De Coninck, schepen; Jurgen Verstrepen, raadslid; Bruno Valkeniers, raadslid; Fatma Akbas, raadslid; Greet van Gool, raadslid; Bart Martens, raadslid; Eva Mangelschots, raadslid; Frank Hosteaux, raadslid; Toon Wassenberg, raadslid; Peggy Pooters, raadslid; Jo Vermeulen, raadslid; Eva Wuyts, raadslid; Seppe De Blust, raadslid; Wim Van Osselaer, raadslid; Kris Luyckx, raadslid; Ilse Buyst, raadslid; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Youssef Slassi, raadslid; Sener Ugurlu, raadslid; Eddy Baelemans, korpschef

Verontschuldigd

Marc Van Peel, schepen; Kathleen Van Brempt, raadslid

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester-voorzitter
2011_GR_01149 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Scanfil - Voorlopige vaststelling - Goedkeuring 2011_GR_01149 - Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Scanfil - Voorlopige vaststelling - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Art. 2.2.14. §1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering, zegt dat de gemeenteraad het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan voorlopig vaststelt.

Aanleiding en context

 

Datum

Document

Instantie

Jaarnr.

10 juli 2009

goedkeuring Masterplan Scanfil Hoboken

college

9115

 

6 oktober 2009

overeenkomst eigenaar - AG Stadsplanning (raad van bestuur van 18 september 2009)

AG Stadsplanning

09.7A05

 

4 juni 2010

opdracht opmaak ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP)

college

 

6823

14 juli 2010

gunning opmaak RUP aan Grontmij Vlaanderen
(bestek AGSTAN/10/SP/006/BE01)

AG Stadsplanning

 

10.28A12 

Op 10 juli 2009 (jaarnummer 9115) keurde het college het masterplan voor de herontwikkeling van de Scanfil-site te Hoboken goed. De modaliteiten voor de verdere begeleiding en realisatie van dit plan werden in een samenwerkingsovereenkomst tussen de nv Berkenrode - als eigenaar van de site - en AG Stadsplanning - als stedelijke projectregisseur - vastgelegd. Deze werd goedgekeurd door de raad van bestuur van 18 september 2009 (jaarnummer 09.7A05) en door beide partijen ondertekend op 6 oktober 2009.

Om dit masterplan juridisch te verankeren is de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan noodzakelijk. Op 4 juni 2010 (jaarnummer 6823) besliste het college de opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan voor de site op te starten, met de bemerking dat het goedkeuringstraject pas doorlopen zal worden op voorwaarde dat de vereiste randvoorwaarden vervuld werden. AG Stadsplanning gunde de opdracht voor de opmaak van het plan aan het bureau Grontmij Vlaanderen bij besluit van 14 juli 2010 (jaarnummer 10.28A12).

Het college keurde de richt- en procesnota voor het RUP goed op 22 oktober 2010 (jaarnummer 12854). Op 10 juni 2011 (jaarnummer 2011_CBS_11138) nam het college kennis van het voorontwerp  en besliste om de adviesronde te doorlopen. Het plan werd voorgelegd en geadviseerd door onder meer de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO), het district Hoboken en de de besturen en openbare instellingen, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), Art.2.2.13.§1. Op 12 augustus 2011 werd een plenaire vergadering georganiseerd op basis van het voorontwerp-RUP Scanfil.

Flankerend aan dit planproces werd ook een beeldkwaliteitplan (BKP) openbaar domein en architectuur opgemaakt, die het gewenste ambitie- en kwaliteitsniveau inzake architectuur en openbaar domein vastleggen. Deze plannen hebben een richtinggevend en toelichtend karakter en maken geen deel uit van de officiële goedkeuringsprocedure van het RUP. Ze verbeelden onder meer hoe de wijk er zal gaan uitzien, welke spelregels inzake welstand van de gebouwen, ontsluiting, inrichting en ruimtelijke kwaliteit worden gehanteerd en duiden hoe de resultaten van het participatietraject aangaande de publieke ruimte werden verwerkt. Deze beeldkwaliteitplannen worden gelijktijdig met dit besluit ter goedkeuring aan het college voorgelegd.

Tevens werd de impact op mens en milieu van deze reconversie gescreend door middel van een milieueffectenrapportage (MER)-screening. Deze werd binnen het raamcontract van de stad opgemaakt door Antea Group Belgium nv, Antwerpen.

Op 17 december 2010 werd de screeningsnota voor advies opgestuurd naar alle adviesverlenende instanties zoals aangegeven door de dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie. Naar aanleiding van deze adviezen werd de screeningsnota bijgewerkt en op 12 juli 2011 opgestuurd naar de dienst MER van de Vlaamse overheid met het verzoek tot ontheffing van de plan-MER-plicht. Op 12 september 2011 werd beslist dat de opmaak van een plan-MER niet nodig is.

Argumentatie

Districtsraad

Op 27 juni 2011 (jaarnummer 765) besliste de districtsraad van Hoboken een gunstig advies te geven, maar:

- wenst dat een minimale parkeernorm van 1,1 voor het bewonersparkeren gehanteerd wordt;

- wijst er op dat bijkomende middelen voor groenonderhoud bij dotatie moeten voorzien worden als gevolg van de overdracht van een aanzienlijke groenzone;

- wenst dat er een minimum aan sportinfrastructuur, zoals een trapveld, in de parkaanleg voorzien wordt. 

De districtsraad vroeg tevens om te onderzoeken of de kantorencluster van Alcatel Alenia Space aan de Berkenrodelei geschikt zou zijn voor de inrichting van een bijkomende school in de toekomst. Deze vraag wordt door de administratie behandeld. 

GECORO

Het voorontwerp RUP Scanfil Hoboken werd toegelicht tijdens de GECORO zitting van 22 juni 2011. De GECORO adviseerde gunstig.

Plenaire vergadering

Op 12 augustus 2011 werd een plenaire vergadering georganiseerd met de provincie Antwerpen, de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar en de andere adviserende instanties, zoals opgelegd in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Deze meeste adviezen waren gunstig tot voorwaardelijk gunstig. De adviezen waren aanleiding tot aanpassingen in afbakening, voorschriften of louter in de toelichtingsnota van het voorontwerp RUP.

De conclusies van de MER-screening werden kort toegelicht, niettegenstaande de beslissing van de dienst MER op de vraag tot ontheffing van de MER-plicht nog niet werd ontvangen. 

Milieueffectenrapportage (MER)

Stap Datum
aanvraag adressen adviesinstanties 8 december 2010
raadpleging adviesinstanties 17 december 2010
rappelbrief raadpleging adviesinstanties 17 januari 2011
dossier verstuurd aan dienst MER 13 juli 2011
beslissing dienst MER 12 september 2011

De dienst MER van de Vlaamse overheid, Departement Leefmilieu, Natuur en Energie, gaf op 12 september 2011 volgend advies op de vraag tot ontheffing van MER-plicht:

“ Op basis van de screeningsnota, de aangepaste mobiliteitstoets en de adviezen die door het studiebureau Anteagroup geadresseerd werden, is de dienst MER uiteindelijk van mening dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieueffecten en dat derhalve de opmaak van een plan-MER niet nodig is.” 

Watertoets

In toepassing van artikel 8 van het decreet betreffende het integraal waterbeleid van 18 juli 2003 moeten alle uitvoeringsplannen worden onderworpen aan een watertoets. Voor dit plan werd de watertoets onderzocht. In zijn advies op de MER-screening van 18 januari 2011 stelt de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) dat:

“ Voor wat betreft het aspect infiltratie kunnen de schadelijke effecten worden ondervangen indien de aanvraag minstens voldoet aan de gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV, gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater, in werking sinds 1 februari 2005). Bij invulling van het plangebied zal de verharding afnemen en daarnaast zal de GSV gerespecteerd worden. Met betrekking tot het grondwaterstromingspatroon wordt aangegeven dat er mogelijk plaatselijke effecten te verwachten zijn ten gevolge van ondergrondse constructies. Op basis van de Biologische Waarderingskaart (BWK) komen er in de nabije omgeving geen grondwaterafhankelijke vegetaties voor. In dit stadium worden dan ook nog geen significant negatieve effecten verwacht. Indien bij verdere uitwerking toch belangrijke negatieve effecten worden verwacht, kan de VMM nog steeds bijkomende maatregelen adviseren. De screening wordt gunstig geadviseerd.”

Aanvullend stelde de VMM in zijn advies op het voorontwerp RUP van 18 juli 2011 dat : “het RUP gunstig wordt geadviseerd en in overeenstemming is met de doelstellingen en beginselen van het decreet integraal waterbeleid. Als aandachtspunt werd wel gevraagd om het principe van maximaal hergebruik van hemelwater en maximale infiltratie op te nemen in de algemeen stedenbouwkundige voorschriften.” 

Het voorontwerp-RUP zoals dat op 10 juni 2011 door het college ter kennisname werd aangenomen, werd op onderstaande punten aangepast: 

Aanpassingen met betrekking tot de vormvereisten:

  • de conclusies van de dienst MER werden toegevoegd in de toelichtingsnota;
  • het voorkooprecht van de stad op de recreatieve cluster werd aangeduid op het grafisch plan;
  • in het register van percelen waar mogelijks planbaten of planschade van toepassing zijn, worden de zorgcluster en recreatieve cluster (inclusief bijhorende parking) niet opgenomen aangezien de percelen nog steeds in aanmerking komen om te bebouwen.

 Aanpassingen met betrekking tot de contour:

  • projectzone Berkenrodelei. Het is onhaalbaar gebleken om het kantoorgebouw van Alcatel Alenia Space in de Berkenrodelei mee te betrekken in de ontwikkeling van het binnengebied: het gebouw is ondertussen in andere handen overgegaan; bovendien loopt er nog een langlopende concessie op het gebouw, waardoor de ontwikkeling van het gekoppelde deel op de Scanfil-site in het gedrang komt. In het beeldkwaliteitplan wordt aangetoond dat in deze zone mits een creatieve architecturale benadering een kwalitatieve woontypologie mogelijk moet zijn.
    Gevolg: De projectzone verdwijnt. Het kantoorgebouw wordt uit het plangebied gehouden (verkleining plangebied). De woonstrook in het binnengebied volgt de algemene voorschriften van de randtypologie (Wo2). Zo wordt de stedenbouwkundige samenhang van het binnengebied verzekerd;
  • aanduiding fietstunnel. In het kader van de uitwerking van het beeldkwaliteitsplan openbaar domein stelt de ontwerper voor om de oostelijke tunnelmonden te verruimen (zonder aan de doorsnede van de tunnel of de ligging te raken). Hierdoor krijgt de tunnel een breder front aan de zijde van het park en wordt deze meer zichtbaar. Naar de Harold Rosherstraat toe maakt dit een asverschuiving mogelijk die de veiligheid van de oversteek naar het aparte fietspad aan de overkant ten goede komt.
    Gevolg: de zone ter realisatie van de tunnel wordt aan oostzijde verruimd (verruiming plangebied );
  • bouwzone einde Fodderiestraat (zone Wo2f). Uit nader onderzoek (KLIP) blijkt dat in de aangeduide zone veel leidingen aanwezig zijn. Bovendien is het afbouwen van de bestaande wachtgevel vanuit de beeldkwaliteit geen absolute must. Ook is het wenselijk om de parkeervoorzieningen die iets verderop vervallen op deze plek te compenseren (advies district). Verder adviseert Infrabel om een ruime bouwvrije strook te respecteren vanaf de vrije rand van het talud.
    Gevolg: de woonzone Wo2f wordt geschrapt en aangeduid als zone voor publiek domein. 

Aanpassingen met betrekking tot de voorschriften:

  • de maximale perceelbrede terugsprong van de voorgevel wordt conform de bouwcode op 2 meter vastgelegd (in plaats van 1,5 meter). Er wordt verduidelijkt dat deze zone bij grondgebonden woningen als voortuin beschouwd wordt en dient ingericht conform de bouwcode. Bij groepswoningen wordt deze zone opgenomen in het publiek domein en verhard;
  • in relatie tot mogelijke geluidseffecten van de spoorlijn naar de kwetsbare invulling van de zorgcluster (kinderopvang, dienstencentrum en serviceflats) worden in de voorschriften geluidsisolatienormen opgelegd als milderende maatregel;
  • de parkeernorm voor de bouwvelden Wo1 en Wo2, die richtinggevend was vastgelegd op 0,9 pp/w, wordt naar aanleiding van de adviezen gewijzigd naar de formulering “minimaal 0,6 en maximaal 0,9 pp/w voor bewoners”;
  • enkele minieme aanpassingen om de beeldkwaliteitplannen en de voorschriften maximaal op elkaar af te stemmen
  • 

Voorstel parkeernorm 

Na de plenaire vergadering volgde er een overleg met AG STAN en de dienst Stadsontwikkeling ruimte en mobiliteit met betrekking tot de opmerkingen, adviezen en het standpunt van het district Hoboken. Dit overleg gaf aanleiding tot een aangepast voorstel inzake parkeren en stallen van voertuigen voor de woonontwikkeling. 

Er wordt voorgesteld om een algemene parkeernorm met vork 0.6 – 1.1 te hanteren geldig voor de volledige woonzone in het RUP ( Zowel de rand als het centrumgebied).  

Er wordt voorgesteld om de maximumparkeernorm vast te leggen op 1.1 parkeerplaatsen per woning voor het bestemmingsparkeren van de woningen. Dit laat toe om meer parkeerplaatsen te voorzien zodat  de toekomstige bewoners de kans krijgen om hun voertuigen langer te stallen indien niet nodig voor dagdagelijks gebruik. Er wordt gestreefd naar een ruim aanbod ondergronds parkeren waardoor de eigen nieuwe wijk maar ook de aangrenzende buurten geen bijkomende parkeerdruk krijgen. De huidige tekorten van de omliggende buurten krijgen mogelijks zo een bijkomend (huur)aanbod voor stallingsplaatsen. Deze maximumnorm ligt tevens in de lijn van de wens van het district Hoboken, en wordt ook gehanteerd in de ontwikkeling van Nieuw Zurenborg wat vergelijkbaar is qua context en schaal. 

Anderzijds wordt er voorgesteld om de minimumparkeernorm vast te leggen op 0.6 parkeerplaatsen per woning. Dit komt tegemoet aan de bekommernis dat Woonhaven specifiek voor hun ontwikkeling in de rand ( circa 90 sociale koop- en huurwoningen) wenst te vermijden dat door een te hoge parkeernorm zij niet alle voorziene parkeerplaatsen kunnen verhuren en/ of verkopen. 

Voor bezoekers wordt er een norm voorzien van 0.2 parkeerplaatsen per wooneenheid te voorzien bovengronds op het openbaar domein. Volgens kencijfers uit CROW “ parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering (maart 2004)” moeten er 0.2 parkeerplaatsen voorzien worden voor bezoekers. 

Door een norm te hanteren van 0.6 – 1.1 voor bewoners plus 0.2 voor bezoekers zal er geen parkeertekort optreden, met sluikparkeren in de omliggende buurten tot gevolg. 

Rekening houdend met de aanwezigheid van een groot aandeel sociale woningen, het laag voorzieningen niveau en de goede ontsluiting van openbaar vervoer kan gesteld worden dat de parkeerbalans voor de volledige ontwikkeling positief is.

Juridische grond

Art. 2.2.13 en volgende van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering op 15 mei 2009, die de procedure vastleggen voor de opmaak van de gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).

Met de goedkeuring van het besluit betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma’s door de Vlaamse Regering op 12 oktober 2007, moet de initiatiefnemer van een plan met – mogelijk – aanzienlijke milieueffecten, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke uitvoeringsplannen, deze milieueffecten en eventuele alternatieven in kaart brengen.

Decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, artikel 8, §1 en 2;

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, artikel 2 en 4;

Besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets in bijlage IX tot XV opgenomen kaarten.

Fasering

Stap

Datum

collegebesluit: goedkeuring proces- en richtnota 

22 oktober 2010 (jaarnummer 12854)

collegebesluit: kennisneming voorontwerp-RUP

10 juni 2011 (jaarnummer 2011_CBS_11138)

districtsraad: advies

27 juni 2011 (jaarnummer 765)

GECORO: advies

22 juni 2011

plenaire vergadering en adviezen

12 augustus 2011

collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om ontwerp-RUP voorlopig vast te stellen

30 september 2011 (jaarnummer 2011_CBS_14093) en 21 oktober 2011

gemeenteraad: voorlopige vaststelling ontwerp-RUP

24 oktober 2011

openbaar onderzoek

15 november 2011 tot en met 13 januari 2012

collegebesluit: sluiting openbaar onderzoek

 

GECORO advies

 

collegebesluit: voorstel aan gemeenteraad om RUP definitief vast te stellen

 

gemeenteraad: definitieve vaststelling

 

deputatie: goedkeuring

 

Besluit

De gemeenteraad keurt bij monde van de fractievoorzitters het volgende besluit goed.
Stemden ja: sp.a, CD&V/N-VA, Open VLD, Vlaams Belang-Vlott
Stemden nee: Groen!

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad stelt het ontwerp gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) Scanfil, district Hoboken, voorlopig vast. Dit ontwerp-RUP bestaat uit een grafisch plan, de stedenbouwkundige voorschriften, een plan van de bestaande en juridische toestand, de toelichtingsnota en het grafisch register van percelen die aanleiding kunnen geven tot planschadevergoeding, planbatenheffing of compensatie.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.