Artikel 170 §4 van de Grondwet : uitdrukkelijke bevoegdheid van de gemeenteraad voor de invoering van belastingen.
De artikelen 42 §3 en 43 §2 van het Gemeentedecreet : exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad.
Op 21 september 2009 (jaarnummer 1424) keurde de gemeenteraad het belastingreglement op de opgravingen van stoffelijke overschotten en opgravingen en/of overbrengingen van asurnen goed.
Het is aangewezen de tekst aan te passen aan de actuele noden van betrokkenen.
De belasting wordt geheven omwille van de financiële behoeften van de stad Antwerpen.
De belastbare feiten betreffen diensten die de stad uitvoert buiten de normale begrafenis en meestal op vrij verzoek van de nabestaanden.
Om die reden is het gerechtvaardigd een belasting te heffen.
Voorheen gold de verplichting om de belasting vooraf te betalen bij wijze van contantbelasting, vooraleer de dienstverlening van de stad Antwerpen werd uitgevoerd.
Om meer rekening te houden met de beslommeringen van de nabestaanden naar aanleiding van het overlijden en om tegemoet te komen aan de vraag hieromtrent vanwege de uitvaartsector, wordt de belasting voortaan ingekohierd. Hierdoor zal de belasting pas na de uitvaart van de overledene verschuldigd zijn.
De tekst wordt in die zin aangepast.
De gecoördineerde Grondwet artikels 41, 162/2, 170 § 4 en 173.
Het Gemeentedecreet, artikel 42 §3 en artikel 43 §2, 15°, artikel 186, de artikels 252 tot en met 260.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt het belastingreglement op de opgraving van stoffelijke overschotten en opgravingen en/of overbrengingen van asurnen goed voor de aanslagjaren 2012 en 2013.