De gemeenteraad keurde op 26 oktober 2009 (jaarnummer 1768) het belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen goed.
Een actualisering en verduidelijking van sommige bepalingen is aangewezen.
Overeenkomstig het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009, worden leegstaande woningen of gebouwen opgenomen in het stedelijke leegstandsregister aan de hand van een administratieve akte.
Sinds 1 januari 2010 houdt de stad Antwerpen een leegstandsregister bij.
Het decreet bepaalt dat de opname in dit register gebeurt aan de hand van een administratieve akte die ter kennis wordt gebracht van de eigenaars.
Opname in het leegstandsregister geeft aanleiding tot het heffen van de belasting op leegstand op basis van het toepasselijke belastingreglement.
In artikel 3 van het belastingreglement wordt thans gepreciseerd dat de administratieve akte die ter kennis wordt gebracht van de eigenaar een beschrijvend verslag omvat, waarbij een fotodossier wordt gevoegd.
Inhoudelijk bevat het decreet de verplichting om rekening te houden met een minimumtarief per strekkende meter en een minimumaanslag bij het bepalen van de tarieven in het gemeentelijke heffingsreglement. Er wordt eveneens een koppeling aan de ABEX-index voorzien.
In de tekst van het reglement wordt thans een concrete berekeningsformule opgenomen om de belastingplichtige duidelijk te informeren.
Het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid verwijst naar het indexcijfer van december. Het ABEX-indexcijfer wordt echter jaarlijks in de maand november aangepast.
Het belastingreglement wordt aangepast met een verwijzing naar de ABEX-index van november.
De tarieven zelf worden niet veranderd tegenover het vorige belastingreglement.
In artikel 8 worden tekstuele aanpassingen gedaan aan enkele vrijstellingen om deze te verduidelijken.
In vrijstelling 2 wordt de term "enige andere woning" vervangen door "enig ander onroerend goed" om gelijke toepassing van de vrijstelling mogelijk te maken voor eigenaars van woningen, gebouwen en/of gronden.
In de vrijstellingen 7, 8, 9 en 10 worden de termen "aanslagjaar" en "aanslagjaren" respectievelijk vervangen door "belastbare periode" en "belastbare periodes" om te verduidelijken voor welke periode de vrijstelling van toepassing is.
Artikel 13 wordt geschrapt. Deze bepaling betreft de overgangsmaatregelen in 2010 en is dus niet langer van toepassing.
Vermits het gaat om aanpassingen van de tekst, heeft dit geen invloed op de opbrengsten van deze belasting.
De gecoördineerde Grondwet artikels 41, 162/2, 170 § 4 en 173.
Het Gemeentedecreet, artikel 42 §3 en artikel 43 §2, 15°, artikel 186, de artikels 252 tot en met 260.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelasting.
Het decreet betreffende het grond- en pandenbeleid van 27 maart 2009, artikel 1.2,5° en 23°, de artikels 2.2.6 tot en met 2.2.9, de artikels 3.2.17 tot en met 3.2.16.
De gemeenteraad beslist het belastingreglement op de leegstaande woningen of gebouwen goed te keuren voor de aanslagjaren 2012 en 2013.