Art.2.2.6.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering op 15 mei 2009, dat de procedure vastlegt voor de opmaak van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP). Dit artikel zegt dat het college van burgemeester en schepenen uiterlijk tijdens de plenaire vergadering advies uitbrengt over het voorontwerp gewestelijk RUP
In uitvoering van de bindende bepalingen van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV) wordt de zeehaven van Antwerpen als poort geselecteerd en ruimtelijk afgebakend door middel van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.
Voor de haven van Antwerpen is een strategisch plan in opmaak. Er is een tussentijds strategisch plan haven van Antwerpen (linker- en rechteroever), dat in juni 2008 door de centrale werkgroep is goedgekeurd. De milieueffecten van dit strategisch plan worden mee onderzocht in de plan-MER en de visie van het plan wordt juridisch verankerd in het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘afbakening zeehavengebied Antwerpen’.
Het plan-MER over het strategisch plan voor en de afbakening van de haven van Antwerpen in haar omgeving werd op 4 maart 2009 goedgekeurd door de dienst MER. In het plan-MER werden twee verschillende planalternatieven vergeleken met het nulalternatief. De planalternatieven onderscheiden zich door hun fundamenteel andere toekomstperspectief en ruimtebeslag. Het essentiële verschil is de wijze waarop met de te verwachten groei wordt omgegaan: door inbreiding en herstructurering (A-varianten) of door uitbreiding van de haven (B-varianten). Binnen de planalternatieven worden nog varianten gedefinieerd. Voor elke variant bevat het plan-MER een watertoets en een passende beoordeling. Parallel aan het plan-MER werd een “Maatschappelijk Meest Haalbaar Alternatief (MMHA)” uitgewerkt. Op basis van de resultaten van een vergelijking van de planvarianten waarbij naast milieuafwegingen ook met economische criteria rekening werd gehouden en door voortschrijdend inzicht werd tijdens het mer-proces deze nieuwe variant omschreven en beoordeeld. Dit alternatief geeft vervolgens de input voor het voorontwerp gewestelijk ruimtelijke uitvoeringsplan.
Op 11 september 2009 beslist de Vlaamse regering over het principieel programma voor de afbakening van het zeehavengebied van Antwerpen. Dit besluit gelast de Vlaamse minister, bevoegd voor Ruimtelijke Ordening met de opmaak van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, teneinde de haven van Antwerpen af te bakenen overeenkomstig het Maatschappelijk Meest Haalbaar Alternatief, rekening houdende met, de door het plan-MER voorgestelde milderende en natuurcompenserende maatregelen Op basis van dit besluit werd het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening zeehavengebied Antwerpen’ opgemaakt. Eveneens werd er beslist voorafgaand aan de plenaire vergadering voor het afbakeningsGRUP gezamenlijk een gemotiveerde afweging te maken van alle door het plan-MER voorgestelde milderende en natuurcompenserende maatregelen, die betrekking hebben op het maatschappelijk meest haalbaar alternatief (MMHA). Eveneens werd kennis genomen van de gebieden die opgenomen worden in een onteigeningsplan volgens het voorliggende GRUP.
Op 22 juli 2011 werd de afweging van alle milderende en natuurcompenserende maatregelen samen met hun fasering goedgekeurd door de Vlaamse regering. Ook werd er een actieplan voorgelegd. Er werd besloten een procesmanager met zijn team aan te stellen, die een meerjarenprogrammatie opstelt en uitvoert, met een half jaarlijkse rapportering van het actieplan naar de Vlaamse regering.
Het voorontwerp gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan bevat:
Het verordenende gedeelte:
De bijlagen zonder juridisch verordenende kracht:
Het gewestelijk RUP bevat enerzijds een afbakeningslijn en anderzijds verschillende bestemmingen binnen en buiten deze afbakeningslijn. De afbakeningslijn zelf duidt het zeehavengebied aan, maar is geen bestemmingscategorie op zich.
Het stadsbestuur is samen met het gemeentelijk havenbedrijf verheugd dat vandaag de eerste procedurele decretale stap wordt gezet voor de afbakening van het havengebied door de uitnodiging voor de plenaire vergadering op 28 oktober 2011.
Het afbakeningsgrup trekt immers niet alleen de afbakeningsgrens rond het havengebied, het herbestemt ook een aantal gebieden die de nodige groeikansen krijgen, door inbreiding en uitbreiding.
Het gemeentelijk havenbedrijf bezorgde reeds haar advies. Het college neemt er akte van, sluit zich er grotendeels bij aan en voegt een aantal aspecten toe (enkel omtrent de Zouten wil het college meer nuanceren).
Voorgesteld wordt om onderstaand advies over te maken aan de Vlaamse regering tijdens de plenaire vergadering van 28 oktober 2011, aanvullend aan het advies van het havenbedrijf (met nuances en aanvullingen).
Dit stadsadvies is samengesteld uit bezwaren en opmerkingen. De bezwaren zijn knelpunten waarvoor de stad aanpassingen aan de voorschriften en de grafische plannen vraagt, de opmerkingen zijn een appreciatie van de voorschriften. Op het onteigeningsplan Opstalvalleigebied zijn geen bezwaren geformuleerd.
Dit advies is besproken met de dienst ruimte en mobiliteit, het autonoom gemeentebedrijf Stadsplanning Antwerpen, het autonoom gemeentebedrijf Vastgoed en stadsprojecten Antwerpen, de dienst stedenbouwkundige vergunningen en het gemeentelijk havenbedrijf Antwerpen.
GRENSLIJN
Bezwaar 1: De Royerssluis
De stad Antwerpen vindt het positief dat het hele sluisplateau van de Royerssluis in het havengebied ligt om de sluis maximaal te kunnen moderniseren. Toch is het zuidelijke gedeelte van de Royerssluis een overgangsgebied tussen het zeehavengebied en het stedelijk gebied. Hier grenst het Droogdokkenpark, dat momenteel wordt ontworpen, aan het havengebied. De gebouwen aan deze zijde van de sluis zijn stuk voor stuk beschermde monumenten of gebouwen die opgenomen zijn in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed. Het afbakeningsGRUP moet de mogelijkheid openhouden om stedelijke functies onder te brengen in deze gebouwen, met het oog op de instandhouding van het waardevol erfgoed. De bestemmingsvoorschriften van het artikel R1, gebied voor zeehaven- en watergebonden bedrijven, bemoeilijken deze instandhouding. De stad Antwerpen stelt voor om een overdruk ten zuiden van de Royerssluis te voorzien die stedelijke functies toelaat.
Opmerking 2: De Noorderlaan
De grenslijn aan de Vosseschijnstraat en de Noorderlaan is zoals ze werd omschreven in het strategisch ruimtelijk structuurplan van Antwerpen ’ (s-RSA). De stad Antwerpen ondersteunt deze keuze.
Bezwaar 3: De Zouten
De stad vindt het aanvaardbaar dat het natuurgebied de Zouten in het havengebied komt te liggen en dat het voorschrift het bestaande onderhoud en gebruik van de Zouten bestendigt. Op deze manier is en blijft de Zouten als groene buffer bestaan en verzekerd tussen het havengebied en de woonkern van Berendrecht en Zandvliet. Omdat de groene zone in het havengebied komt, vraagt de stad Antwerpen om de vegetatie van bomen, heesters en schrale graslanden zoveel mogelijk te bevestigen en versterken in de voorschriften (verankering en bestendiging ecologische waarden). Nieuwe leidingen kunnen enkel in dit gebied mits onder voorwaarde van behoud van het ecologisch karakter van het gebied. Over aanleg, inrichting, beheer en exploitatie van deze zone zullen stad, haven en district een protocol afsluiten.
FIETSEN
Bezwaar 4: Artikel R11
In het kader van de optimale bereikbaarheid wil de stad Antwerpen het STOP-principe nastreven. Voorrang wordt gegeven aan stappers, trappers, openbaar vervoer en privaat (auto) vervoer, in deze volgorde. Het stadsbestuur heeft daarom het belang dat ze hecht aan een goed fietsbeleid ook vastgelegd in het gemeentebesluit van 21 september 2009 (jaarnummer 4331) en in het bestuursakkoord.
De stad Antwerpen is een zeer groot voorstander van het gebruik van de fiets, zowel in het woon-werkverkeer als in het recreatief netwerk dat de provincie vandaag uitstippelt. De fietspaden aan de Scheldelaan en de Noorderlaan zijn voorbeelden hoe een verbeterde infrastructuur fietsen kan stimuleren en hoe de ambitieuze milderende en natuurcompenserende maatregelen over het verminderen van de verkeersoverlast horende bij het plan-MER van dit GRUP hun vertaling kennen in de voorschriften.
De stad Antwerpen wil nog enkele fietsverbindingen aangeduid zien op het grafisch plan volgens artikel R11: een verbinding tussen de Smalleweg en de Noorderlaan via de spoorinfrastructuur (art. R7, Mainhub) en een verbinding tussen de Noorderlaan en de Scheldelaan via de Oosterweelsteenweg. Ook in de inrichtingsstudie van het logistiek park Schijns (art. R6.2) dienen de fietsverbindingen in het gebied bestudeerd te worden.
Deze verbindingen dienen weergegeven te worden als indicatieve pijlen, de tracés moeten nader bepaald worden binnen de afzonderlijke projecten, na een grondige studie die de verkeersveiligheid en de technische en financiële haalbaarheid onderzoekt.
Verder moet er in de voorschriften voor nieuwe tunnels en spoortunnels onder het Kanaaldok en de Schelde (art. R 10) voor de toekomst een verplichte fietsverbinding geïntegreerd worden. De fietsverbinding die vandaag over de Lillobrug getekend wordt kan enkle als alternatief dienen, aangezien deze brug meer open dan dicht is.
ALGEMEEN
Bezwaar 5: Ecologische infrastructuur
Het GRUP afbakening zeehavengebied Antwerpen kent naast de natuurgebieden drie types ecologische infrastructuur. De permanente ecologische infrastructuur (EI), de permanente ecologische infrastructuur met medegebruik (EI+) en de tijdelijke ecologische infrastructuur die binnen de overige bestemmingszones van het plan zijn toegestaan. De stad vraagt om zoveel mogelijk ecologische infrastructuur een zo permanent mogelijk karakter te geven (met of zonder medegebruik) binnen het afbakeningsGRUP. Een voorbeeld is het gebied boven de Tijsmanstunnel, dat vandaag in ‘gebied voor verkeers- en vervoersinfrastructuur’ ligt, bovengronds mee op te nemen in de permanente ecologische infrastructuur (EI), zonder de ontwikkeling van de primaire weg en toebehorende weginfrastructuur in functie van de verkeersveiligheid en vrachtwagenparking, te beperken (medegebruik).
Algemeen vraagt de stad Antwerpen het aandeel permanente EI uit het GRUP meer en zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met het aandeel permanente EI uit het Maatschappelijk Meest Haalbaar Alternatief van de plan MER.
Opmerking 6: Artikel R1
Dit gebied is bestemd voor “zeehavengebonden en zeehavengerelateerde industriële en logistieke activiteiten en distributie-, opslag- en overslagactiviteiten die gebruik maken van en aangewezen zijn op de zeehaveninfrastructuur”. Er zijn geen definities voor zeehavengebonden en zeehavengerelateerd opgenomen in de voorschriften.
Bezwaar 7: Overgangsbepalingen in Artikel R1 en R3
Artikel R1: “De bestaande bedrijven of activiteiten die niet inbegrepen zijn in lid 1 van dit artikel en die aanwezig zijn in dit gebied op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan kunnen blijven bestaan tot de stopzetting. Alle handelingen die nodig zijn om een bestaand bedrijf of activiteit te bestendigen zijn toegelaten. De uitbreiding van de bestaande bedrijven of activiteiten is beperkt tot de percelen in eigendom of gebruik van het bestaand bedrijf in dit gebied op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.”
De percelen in eigendom of gebruik is geen ruimtelijke aanduiding. Het is ook niet controleerbaar bij een bouwaanvraag.
Artikel R3: “De bestaande bedrijven of activiteiten kunnen blijven bestaan tot de stopzetting. Alle handelingen die nodig zijn om een bestaand bedrijf of activiteit te bestendigen zijn toegelaten voor zover zij beperkt zijn tot het behoud binnen het bestaande bouwvolume op het moment van definitieve vaststelling van dit gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan. Verbouwingen of uitbreidingen zijn niet toegelaten.”
Handelingen zijn toegelaten binnen het bestaande bouwvolume, maar verbouwing niet. Dit is een tegenstrijdigheid. In deze zone liggen kantoorgebouwen die verhuurd worden aan verschillende bedrijven, vaak per verdieping. De bedrijven kunnen wisselen zonder een bouwaanvraag in te dienen. Dit is niet controleerbaar bij een bouwaanvraag.
Opmerking 8: Artikel R2
De stad Antwerpen vindt het positief dat in het overgangsgebied tussen stad en haven, waar vandaag voornamelijk kantoren gevestigd zijn, wordt gestreefd naar eenzelfde ruimtelijke kwaliteit en representatieve inpassing als in het stedelijk gebied.
Bezwaar 9: Brandweerkazerne Post Lillo
Door de komst van grote industriebedrijven en de grote brand bij de firma Bayer besliste de stad een brandweerpost in Lillo op te richten. De eerste gebouwen dateren van 1969. Vandaag wordt de verluchtingskoker van de Liefkenshoektunnel en de gebouwen van de brandweer opgenomen in artikel R15: ‘zone voor permanente ecologische infrastructuur ‘met medegebruik’.
Dit voorschrift laat eveneens toe: “het verbouwen of herbouwen van de bestaande brandweerkazerne voor zover de bestemming van het gebied niet in het gedrang wordt gebracht.”
Graag toevoegen dat uitbreiden binnen het bestaande terrein mogelijk blijft. En een groene nabestemming geven als de brandweerkazerne een andere locatie zou krijgen.
Bezwaar 10: Vrachtwagenparking
De haven van Antwerpen heeft nood aan een of meer vrachtwagenparkings waar de vrachtwagens die werken in de haven kunnen stationeren en overnachten. De huidige parking aan het Asiadok ligt in het afbakeningsGRUP buiten het zeehavengebied en kan hiervoor niet langer dienen.
De stad vraagt aan de Vlaamse regering om in dit afbakeningsGRUP op zoek te gaan naar een plek waar minstens één parking kan komen en dit ook te bestemmen op het grafisch plan. Er dient indien moglijk gekeken te worden over de gemeentegrenzen heen (linker- en rechteroever), waar voldoende plaats en een goede ontsluiting mogelijk is.
Art.2.2.6.§1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse Regering op 15 mei 2009, dat de procedure vastlegt voor de opmaak van de gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP).
Het college neemt akte van het advies van het havenbedrijf, nuanceert en vult aan.
Het college maakt, in overleg met het havenbedrijf, de bovenvermelde aanvullende bezwaren en opmerkingen 1 tot en met 10 op het voorontwerp van gewestelijk uitvoeringsplan 'Afbakening zeehavengebied Antwerpen' en maakt ze over op de plenaire vergadering van 28 oktober 2011.
Het college geeft opdracht aan:
|
Dienst |
Taak |
|
SW/RM/RB om in samenwerking met BZL/DL/DS en het gemeentelijk havenbedrijf |
een protocol af te sluiten over het beheer, onderhoud en gebruik van de Zouten. |