Artikel 57 van het Gemeentedecreet bepaalt de bevoegdheid van het college
Op 30 september 2011 heeft de stad Antwerpen een uitnodiging ontvangen van de dienst milieueffectenrapportage (dienst MER) voor een bespreking van de ontwerptekst van het plan-milieueffectenrapport (plan-MER) voor de parallelwegenstructuur E34. Dit is geen stap die formeel is opgenomen in de procedure om een plan-MER op te maken.
Het project parallelwegenstructuur E34 situeert zich op het grondgebied van de gemeente Beveren in de provincie Oost-Vlaanderen en de gemeente Zwijndrecht in de provincie Antwerpen.
Het project heeft invloed op de ontsluitingsstructuur van stad en haven. Het bestaat uit de gedeeltelijke ontdubbeling van de E34 door de aanleg van een primair parallelwegensysteem en de gedeeltelijke verbreding van de E34 tot 2x3 rijstroken. De verbreding vormt de overgang tussen dit parallelwegensysteem en het parallelwegensysteem op Linkeroever dat gepland is in het kader van het Masterplan Antwerpen.
De parallelwegenstructuur heeft twee uitwisselingspunten met de E34, ten westen van het Polderhuiscomplex en ten oosten van het complex Melsele. De bestaande aansluitingen – Polderhuiscomplex, Stenen Goot (geplande aansluiting van de westelijke ontsluiting), R2 en Melsele – worden afgekoppeld van de hoofdweg, eventueel geherdimensioneerd en aangesloten op de parallelwegen. Deze parallelwegenstructuur kan de weefbewegingen, die in de huidige situatie op het hoofdwegennet gebeuren, op die manier opvangen.
In de procedure om tot een goedgekeurd MER en vervolgens tot een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan te komen, moet eerst een kennisgevingsnota worden opgesteld door de MER-deskundige. In deze kennisgevingsnota wordt aangegeven welke onderzoeken volgens de deskundige gevoerd moeten worden om de milieueffecten van een plan in te schatten. Op 28 mei 2010 (jaarnummer 6350) heeft het college naar aanleiding van de terinzagelegging van de kennisgevingsnota aan de dienst MER gevraagd om volgende aspecten verder te onderzoeken:
Op basis van de adviezen van de aangeschreven instanties heeft de dienst MER op 29 juni de richtlijnen waaraan het plan-MER moet voldoen gepubliceerd. De belangrijkste richtlijnen zijn:
Op 22 november 2011 organiseert de dienst MER de bespreking van de ontwerptekst van de plan-MER. Op 17 november 2011 ten laatste moeten de opmerkingen aan dienst MER bezorgd zijn.
In de plan-MER zoals het nu voorligt, worden volgende planalternatieven voorgesteld:
De verschillende alternatieven worden als volgt beoordeeld:
I De bestaande situatie kan de verwachte intensiteiten niet aan.
II Verbreding van E34 wordt als een valabel alternatief beschouwd ondanks dat dit alternatief slecht scoort op het vlak van verkeersveiligheid door de vele weefbewegingen.
III Volledige realisatie primaire weg type II van Vrasene tot Melsele
IV De basisvariant met een gedeeltelijke realisatie primaire weg type II thv Vrasene en Waaslandhaven-West leidt tot een te laag afwikkelingsniveau. Daarom is deze variant niet weerhouden.
In de plan-MER zijn de volgende varianten op hun milieueffecten beoordeeld:
De beoordeelde varianten hebben geen significant verschil in hun milieueffecten. Daarom wordt in het plan-MER geen voorkeur uitgesproken voor één of ander alternatief.
Het plan-MER Parallelwegenstructuur E34 geeft een overzicht van de verscheidene alternatieven en brengt de mogelijke effecten van die alternatieven in kaart.
Bij het advies op de kennisgevingsnota heeft het college gevraagd om een alternatief te onderzoeken met een rechtstreekse aansluiting tussen de R2 en de E34. Dit is, vanuit de categorisering in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, als een voorwaarde meegenomen in alle alternatieven en zal zorgen voor betere benutting van de R2.
Dit project moet in de eerste plaats leiden tot een betere ontsluiting van de Waaslandhaven maar heeft onmiskenbare interferenties met het Masterplan 2020. Het Masterplan 2020 moet dan ook als een kader door heel het plan lopen, met bijzondere aandacht voor de ontsluiting van het Waasland.
In het Masterplan 2020 is besloten een tangent tussen de N70 en de E34 te voorzien om daarmee Beveren te ontlasten van verkeer naar de E34. Uit de plan-MER komt niet naar voor hoe deze tangent en de geplande parallelwegen zich tot elkaar verhouden.
In het Masterplan 2020 is gekozen om op Linkeroever bij de verbinding tussen E34 en E17 te werken met een parallelwegenstructuur. Hoe de overgang tussen de parallelwegenstructuur aan de Waaslandhaven en de parallelwegenstructuur aan Linkeroever wordt vormgegeven, is niet meteen duidelijk uit het voorliggende plan-MER.
Bij het advies op de kennisgevingsnota heeft het college eveneens gevraagd geen hypotheek te leggen op de westelijke tangent tussen de E34 en de E17. Onderzoek naar aansluitingsmogelijkheden met deze verbinding is niet opgenomen in de plan-MER omdat dit project geen deel uitmaakt van het Masterplan 2020.
Decreet van 27 april 2007 houdende wijziging van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en van artikel 36ter van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (plan-m.e.r.-decreet).
Besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan (integratiespoorbesluit voor RUP's) dat de procedure omschrijft wanneer de plan-MER wordt opgemaakt tijdens het voorbereidend proces van het RUP.
Het college neemt kennis van de ontwerpversie van het plan-MER Parallelwegenstructuur E34.
Het college waardeert de volledigheid van het uitgevoerde studiewerk en de mogelijkheid die wordt geboden tot inzage in de ontwerpversie van het plan-MER Parallelwegenstructuur E34.
Het college wenst te benadrukken dat het Masterplan 2020 als kader door heel het plan moet lopen met bijzondere aandacht voor de ontsluiting van het Waasland. Er wordt aandacht gevraagd voor:
- de relatie tussen de parallelwegen en de tangent van de N70 naar de E34;
- de vormgeving en veiligheid van de overgang tussen de parallelwegenstructuur aan de Waaslandhaven en de parallelstructuur op Linkeroever (E34-E17).