| Overeenkomst | Datum goedkeuring | Orgaan | Jaarnummer |
| Milieuconvenant 1992-1996 | 17 juni 1991 | College | D1125 A02 |
| Milieuconvenant 1997-1999 | 25 maart 1997 | Gemeenteraad | 449 |
| Milieuconvenant 2000-2001 | 20 maart 2000 | Gemeenteraad | 508 |
| Samenwerkingsovereenkomst 2002-2004 | 22 april 2002 | Gemeenteraad | 643 |
| Samenwerkingsovereenkomst 2005-2007 | 21 februari 2005 | Gemeenteraad | 242 |
| Samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 | 28 april 2008 | Gemeenteraad | 618 |
De stad ondertekende sinds 1992 de Samenwerkingsovereenkomst Milieu met de Vlaamse overheid (vroeger het milieuconvenant) en richtte in het kader hiervan een adviesraad voor milieu en natuur (stedelijke milieuraad) op. De samenwerkingsovereenkomst legt een aantal bepalingen op waaraan de adviesraad moet voldoen, onder andere met betrekking tot samenstelling en werking van de adviesraad.
De gemeenteraad besliste de statuten van de adviesraad goed te keuren op 23 april 2001 (jaarnummer 725). In deze statuten werd de stedelijke milieuraad omgevormd naar een Adviesraad voor Duurzame Ontwikkeling en Milieu Antwerpen (ADOMA).
De gemeenteraad keurde de aangepaste statuten en afsprakennota goed en nam kennis van het gewijzigde huishoudelijk reglement op 24 februari 2003 (jaarnummer 163) en op 25 juni 2007 (jaarnummer 1508).
Het managementteam stelde op 8 december 2010 (jaarnummer 632) volgende werkwijze rond adviezen van de ADOMA vast.
De Vlaamse regering keurde op 8 april 2011 het Witboek Interne staatshervorming goed. In dit Witboek wordt bepaald dat de Samenwerkingsovereenkomst Milieu, die loopt tot en met 2013, niet verlengd wordt.
De ADOMA bracht op 14 juni 2011 op eigen initiatief advies uit naar aanleiding van de goedkeuring van het witboek ‘interne staatshervorming’ door de Vlaamse regering. Het advies werd toegewezen aan de dienst energie en milieu Antwerpen van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling.
Het afschaffen van de samenwerkingsovereenkomst houdt volgens de ADOMA een reëel risico in dat het milieubeleid op gemeentelijk vlak teruggeschroefd wordt, omdat minder middelen beschikbaar zullen zijn. De ADOMA wil met haar advies haar bezorgdheid uiten ten aanzien van het Antwerpse stadsbestuur en bepleiten dat de stad ervoor zal ijveren om deze zorgwekkende trend alsnog om te buigen. De ADOMA vraagt daarom met aandrang aan het stadsbestuur om op Vlaams niveau te bepleiten dat de verwezenlijkingen die mede dankzij de samenwerkingsovereenkomst tot stand zijn gekomen (een consequenter gemeentelijk milieubeleid, duurzaamheid als leidraad voor gemeentelijk beleid, het principe van gemeentelijke adviesraden voor milieu en duurzame ontwikkeling) duurzaam verankerd worden. Dit gebeurt bij voorkeur middels het verder zetten van het principe van samenwerkingsovereenkomst, maar ook andere pistes (voorbeeld een decretale verankering) zijn denkbaar. Als het Vlaamse gewest alsnog beslist de samenwerkingsovereenkomst niet te verlengen, is de ADOMA van mening dat het stadsbestuur de realisaties van de samenwerkingsovereenkomst na 2013 moet verder zetten door een verschuiving van budgetten binnen de meerjarenbegroting vanuit andere beleidsdomeinen naar het milieu- en duurzaamheidsbeleid.
Met de collegiale brief erkent het college het belang van de Samenwerkingsovereenkomst Milieu om een innovatief, lokaal milieubeleid te stimuleren en voorlopers te ondersteunen. Tevens somt het college de acties op die de stad naar aanleiding van de afschaffing van de Samenwerkingsovereenkomst Milieu ten aanzien van de Vlaamse overheid heeft genomen, namelijk:
Het college beslist via collegiale brief te antwoorden op het advies van de ADOMA betreffende het Witboek Interne Staatshervorming en de hierin voorziene afschaffing van de Samenwerkingsovereenkomst Milieu.