Terug

2011_CBS_13443 - Voorbehandeling afvalwater in centraal gerioleerd gebied van de stad Antwerpen - Bijkomende voorwaarde bij een stedenbouwkundige vergunning - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 09/09/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_13443 - Voorbehandeling afvalwater in centraal gerioleerd gebied van de stad Antwerpen - Bijkomende voorwaarde bij een stedenbouwkundige vergunning - Goedkeuring 2011_CBS_13443 - Voorbehandeling afvalwater in centraal gerioleerd gebied van de stad Antwerpen - Bijkomende voorwaarde bij een stedenbouwkundige vergunning - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 25 oktober 2010 (jaarnummer 1433) keurde het college de stedenbouwkundige verordening ‘Bouwcode’ definitief goed. Op 4 april 2011 is de nieuwe stedenbouwkundige verordening van kracht in de stad Antwerpen. 

Antwerpen wil een voorbeeldige milieustad zijn en bij de verschillende facetten van het bouwen rekening houden met ecologische criteria. Het hoofdstuk hemel- en afvalwater beschrijft de (voor)behandeling van afvalwater. Over voorbehandeling van afvalwater in het reeds gerioleerde gebied (of het centrale gebied volgens het zoneringplan van de Vlaamse Milieumaatschappij) spreekt de bouwcode zich echter niet uit. Dat was in de vorige bouwcode wel het geval. Het komen te vervallen van de verplichting om het afvalwater voor te behandelen via een septische put in het centrale gebied wordt betreurd en als ongewenst beschouwd. Belangrijke argumenten zijn (milieu)technische redenen en het rendementverlies. Bovendien creëert men een ongelijke en onduidelijke situatie voor de inwoners van de stad Antwerpen. De gemeentelijke rioolbeheerder RI-ANT/rio-link is eveneens voorstander van de installatie ter voorbehandeling van het afvalwater. Zij pleit dan ook voor de (her)verplichting van een voorbehandeling middels een septische put.

Op 19 januari 2011 vond een overleg plaats tussen de diensten stedenbouwkundige vergunningen, de stadsbouwmeester en ontwerp & uitvoering publieke ruimte van de bedrijfseenheid stadsontwikkeling. Op 16 maart 2011 vond een overleg plaats met RI-ANT/rio-link. Op 17 mei 2011 vond een overleg plaats met de stedenbouwkundig ambtenaar. Op basis van deze overlegmomenten wordt besloten de voorbehandeling van het zwarte afvalwater (afvalwater afkomstig van toiletspoelingen) middels septische putten als een bijkomende voorwaarde bij een bouwvergunning op te stellen, in afwachting van een herziening of aanvulling van de bouwcode.

Het college verdaagde dit punt op 8 juli 2011 (jaarnummer 11909) en op 15 juli 2011 (jaarnummer 11909).

Argumentatie

Kenmerkend voor het rioolstelsel van de stad Antwerpen zijn de grote diameter buizen en het laag verhang van de leidingen welke resulteren in een lage stroomsnelheid van het afvalwater. Hierdoor komt de vaste fractie snel tot bezinking in de buis. Tevens heeft het ontkoppelen en aanleggen van een gescheiden rioleringsstelsel tot gevolg dat het spoelend effect van het hemelwater in de afvalwaterriolen afneemt. Dit leidt tot het geleidelijk dichtslibben van de rioolbuizen en een toename van de kans op wateroverlast. Het slib kan aanleiding geven tot een biogene zwavelzuuraantasting van de buizen. Regelmatig onderhoud en inspectie van het stelsel is dan ook een belangrijk aspect van het rioolbeheer en vraagt om een grote financiële inspanning.

Door het wegvallen van de verplichting het afvalwater in het centrale gebied te behandelen alvorens het te lozen op de openbare riolering verwacht men een stijging van het aandeel vaste fractie in het afvalwater naarmate meer huisaansluitingen onbehandeld gaan lozen. Om de bovengenoemde gevolgen op de effectieve werking en levensduur van het riool tegen te gaan dient het preventieve en curatieve onderhoud frequenter plaats te vinden en zal het ontwerp van het rioolstelsel aangepast dienen te worden. Concreet houdt dit in een groter verval van de openbare rioolbuizen en meer infrastructurele voorzieningen, zoals vervalputten en pompgemalen. Dit vereist dieper en meer (graaf)werk bij de aanleg. Ook het onderhoud van de pompinstallaties en putten zal meer inspanning vergen. Naast deze toenemende kosten voor het aanleg en onderhoud zal ook de kost voor het ledigen en afvoeren van slib uit de riolering aanzienlijk hoger liggen. Het slib in de openbare riolering wordt namelijk geklasseerd als afval en dient tegen een hogere prijs te worden verwerkt dan het slib uit een septische put. Het geruimde slib uit een septische put kan echter tegen een veel lager tarief worden verwerkt. Als de installatie van een septische put een onderdeel vormt van de nieuw- of verbouwplannen vormen deze kosten een zeer gering aandeel van de totale (ver)bouwkostprijs voor een particulier. De techniek en het gebruik van septische putten zijn bovendien van oudsher in de stad Antwerpen ingeburgerd en gekend. Deze gewoonte in stand houden, drukt de totale saneringskost voor de gemeentelijke rioolbeheerder en bijgevolg op termijn ook de redelijke bijdrage van de inwoners.

Om die redenen is het aangewezen dat de vergunningverlenende overheid overweegt om bij iedere bouwvergunning die hiervoor in aanmerking komt, de installatie van een septische put als voorwaarde op te leggen.

Bij een eerstvolgende herziening of aanpassing van de bouwcode zal de bedrijfseenheid stadsontwikkeling deze bijkomende voorwaarde opnemen in de herziene bouwcode, die ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.

Juridische grond

De Vlaamse codex ruimtelijke ordening bepaalt in artikel 4.2.19 §1 dat het vergunningverlenende bestuursorgaan voorwaarden kan verbinden aan een vergunning, voor zover de voorwaarden voldoende precies zijn, redelijk in verhouding tot de vergunde handelingen en kunnen worden verwezenlijkt door enig toedoen van de aanvrager.

Beleidsdoelstellingen

Duurzaamheid

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat, bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning, onderzocht wordt of de bijkomende gemotiveerde voorwaarde kan worden opgenomen om het afvalwater van panden met een toiletvoorziening, gelegen in het centrale gebied, voor te behandelen door middel van een septische put.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.

Artikel 3

Dienst Taak
SW/V/GSA

Bij iedere bouwvergunning te onderzoeken of het voorbehandelen van het afvalwater als bijkomende voorwaarde gemotiveerd kan worden opgenomen in de stedenbouwkundige vergunning