Navraag werd gedaan bij AG VESPA. Zij deelden mee dat er geen inkomsten zijn voor het jaar 2011.
Op 3 november 2010 heeft het district Hoboken een brief gericht aan het college met de vraag of de ontvangen huurgelden van kasteel Broydenborg aan het district konden doorgestort worden, omdat het district Hoboken reeds heel wat investeringen in het kasteel heeft gedaan (bijvoorbeeld het vervangen van de verouderde stookolieketel). Alle kosten, inclusief eigenaarkosten, worden door het district Hoboken gedragen, zoals vastgelegd bij collegebesluit van 22 januari 2003 (jaarnummer 264).
Op 4 maart 2011 (jaarnummer 2135) keurde het college een ontwerp van antwoord goed op de collegiale brief van het districtscollege van Hoboken. In dit antwoord deelde het college aan het district mee hun vraag tot doorstorting van de ontvangen huurinkomsten in te willigen.
Op 26 april 2011 (jaarnummer 1642) nam het districtscollege van Hoboken kennis van het antwoord van het college op haar vraag naar het doorstorten van de huurinkomsten uit de verhuur van kasteel Broydenborg.
Een algemeen principe binnen de binnengemeentelijke decentralisatie is dat de districten geen andere ontvangsten mogen hebben dan hun dotatie vanwege de stad.
Op 20 maart 2000 (jaarnummer 618) besliste de gemeenteraad dan ook dat de financiering voor de uitvoering van de overgedragen bevoegdheden geregeld werd door algemene en specifieke dotaties. Deze dotaties worden berekend volgens de aard van de gedecentraliseerde bevoegdheden.
De huurontvangsten waarvan sprake in 'aanleiding en context', worden daarom in het licht van het bovenstaande door de stad ingevorderd.
Een gelijkaardige situatie deed zich binnen de stad enkele jaren geleden ook voor in het district Berchem wat betreft de feestzaal Rubens (cfr. gemeenteraadsbesluit van 18 oktober 2005, jaarnummer 2416). Door het district werden talrijke investeringen gedaan in de technische uitrusting van de zaal. De stad is echter als eigenaar van de zaal bevoegd voor het vastleggen van de tarieven alsook voor de regeling van de financiële gevolgen (facturering en ontvangsten). In die zin redeneerde men dat het niet erg logisch is dat een district enerzijds moet instaan voor de onderhouds- en herstellingskosten en anderzijds niet zou kunnen genieten van de gegenereerde inkomsten.
Aangezien de vraag van het district Hoboken afwijkt van de normale regeling is een expliciete beslissing van het college nodig.
Op 17 mei 2005 (jaarnummer 1015) werd beslist dat de bedragen die de stad ontvangt en die betrekking hebben op decentrale bevoegdheden, kunnen worden doorgestort onder de vorm van een dotatie (bijvoorbeeld om de districten in staat te stellen bepaalde kosten te recupereren), maar dat het college hiervoor zijn akkoord moet geven via een collegiaal besluit.
De huurinkomsten van kasteel Broydenborg zullen in die zin dan ook voortaan worden doorgestort aan het district Hoboken.
Artikel 282 van het Gemeentedecreet en artikel 288 van het Gemeentedecreet
Gemeenteraadsbesluit van 20 maart 2000 (jaarnummer 618) betreffende de criteria voor de dotaties, gemeenteraadsbesluit van 21 oktober 2002 (jaarnummer 2307), gemeenteraadsbesluit van 22 maart 2004 (jaarnummer 429) betreffende de vaststelling van de dotaties van de districten en gemeenteraadsbesluit van 17 mei 2005 (jaarnummer 1015) betreffende het doorstorten van kredieten van de stads- naar de districtsbegroting.
Collegebesluit van 9 oktober 2002 (jaarnummer 11543) en het collegebesluit van 9 mei 2008 (jaarnummer 5683) betreffende de jaarlijkse verhoging van de dotaties van de districten.
Het college keurt goed dat de ontvangsten die betrekking hebben op de huurgelden van het kasteel Broydenborg te Hoboken jaarlijks worden doorgestort aan het district Hoboken onder de vorm van een dotatie. Deze jaarlijkse afrekening zal gebeuren per kalenderjaar en het bedrag zal opgenomen worden bij de budgetwijziging waarbij ook het resultaat van het voorgaande jaar in het lopende budget wordt opgenomen.