Artikel 57 van het Gemeentedecreet bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor beslissingen die de wet, het decreet of het uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college voorbehoudt.
Het college keurde op 17 december 2010 (jaarnummer 16132) het bestek 2010/0288 voor het aanstellen van een externe consultant voor het opstellen van een sensibiliseringsvisie in het kader van het mobiliteitsbeleid van de stad goed en stemde in om hiervoor een onderhandelingsprocedure uit te schrijven.
Het college gunde op 1 april 2011 (jaarnummer 3374) het bestek 2010/0288 voor het aanstellen van een externe consultant voor het opstellen van een sensibiliseringsvisie in het kader van het mobiliteitsbeleid van de stad Antwerpen aan de THV Traject-Bailleul.
Dit collegepunt werd verdaagd in zitting van 2 september 2011 (jaarnummer 2011_CBS_13244).
Een aantrekkelijke stad is een duurzame, veilige en welvarende stad. Het bestuursakkoord 2007-2012 besteedt daarom ruime aandacht aan mobiliteit.
Het stadsbestuur vertrekt in zijn mobiliteitsbeleid van het ‘STOP-principe’. Daarbij geeft de stad – in deze volgorde – prioriteit aan Stappers, Trappers, Openbaar vervoer en Privaat (auto)vervoer.
Het stadsbestuur wil mensen sensibiliseren om zich duurzaam te verplaatsen. Zo werden de voorbije jaren een aantal grote sensibiliseringsacties opgezet zoals Antwerpen Autovrij en de Fietsdag voor Werknemers.
Op dit moment is er echter geen overkoepelende sensibiliseringsvisie omtrent mobiliteit. Zo is er ook geen ruimer kader waarbinnen acties gevoerd en geëvalueerd kunnen worden.
Daarnaast zijn verschillende beleidsdomeinen, beleidsplannen en (plan)processen gelinkt met mobiliteit of behandelen ze er deelthema’s van. Deze plannen en processen zitten verspreid over meerdere stedelijke diensten en dochters. Gevolg hiervan is dat er geen overkoepelende stedelijke visie op sensibilisering gekend is en er bijgevolg veel synergiemogelijkheden verloren gaan. De stad Antwerpen wil daarom haar visie en aanpak met betrekking tot sensibilisering in het stedelijke beleid verankeren door een overkoepelend beleidsdocument te laten goedkeuren door college en gemeenteraad. Dit document dient een visienota te bevatten met een bijhorend actieplan met engagementen op korte en langere termijn. Dit beleidsdocument omtrent sensibilisering dient rekening te houden met de afspraken binnen het mobiliteitsconvenant met de Vlaamse overheid.
Het mobiliteitsbeleid van de stad vormt het uitgangspunt om te bepalen waarrond er op het vlak van duurzame mobiliteit gesensibiliseerd dient te worden.
De procesnota die nu ter goedkeuring aan het college wordt voorgelegd, geeft de stappen weer om een sensibiliseringsvisie rond het mobiliteitsbeleid te realiseren. Voor het proces worden drie begeleidingsorganen voorgesteld.
Theoretische basis
De visienota en het actieplan zullen steunen op twee modellen inzake gedragsverandering in functie van duurzame mobiliteit, het MaxSem-model en het Britse DEFRA 4E-model.
Bij het MaxSem-model staan 2 kerngedachten centraal:
1) Sommige personen staan meer open voor veranderingen in hun mobiliteitsgedrag dan anderen.
Sensibiliseringscampagnes moeten daarom rekening houden met de segmentering van doelgroepen. Voor de stad Antwerpen biedt de mobiliteitsenquête hiervoor waardevolle informatie.
2) Veranderingen in mobiliteitsgedrag kunnen gezien worden als een stapsgewijs proces waarbij personen verschillende stadia doorlopen alvorens tot de werkelijke gedragsverandering over te gaan.
Het MaxSem-model onderkent vier fases in het proces van gedragsverandering naar meer duurzame en veilige mobiliteit: de precontemplatieve fase (‘de voorbeschouwers’), de contemplatieve fase (‘de overpeinzers’), de voorbereidings-/actiefase (‘de actoren’) en de instandhoudingsfase (‘de gedragsbehouders’).
Het 4E-model stelt vier wegen voor om duurzaam gedrag te stimuleren: Enable (mogelijkheden creëren), Encourage (juiste stimuli doorgeven), Engage (betrekken van de doelgroep), Exemplify (zelf het goede voorbeeld geven).
Een duurzaam draagvlak
Om tot een gedragen visienota te komen is het belangrijk dat er een duurzaam draagvlak gecreëerd wordt, dit zowel bij beleidsbeslissers als bij andere interne en externe actoren.
Formele fora: het college en de gemeenteraad.
Daarnaast worden volgende overlegplatforms voorgesteld: een projectgroep, een stuurgroep en een (ambtelijke) klankbordgroep.
De projectgroep is de motor van het proces en komt op regelmatige basis samen. De leden zijn: de consultant THV Traject-Bailleul en medewerkers van de bedrijven stadsontwikkeling (ruimte & mobiliteit, communicatiedienst, Staten-Generaal Verkeersveiligheid) en marketing & communicatie.
De stuurgroep neemt de beleidsvoorbereidende beslissing en komt samen na elke belangrijke fase in het project. De leden zijn: de projectgroep; kabinet van de schepen voor stadsontwikkeling, sport en diamant, kabinet burgemeester, het kabinet van de schepen voor openbare werken, stads- en buurtonderhoud, leefmilieu, binnengemeentelijke decentralisatie en patrimoniumonderhoud en de bedrijfsdirecteur van stadsontwikkeling.
De klankbordgroep vormt de werkvorm waarbinnen de visienota vorm zal krijgen. In een drietal ronden wordt middels de klankbordgroep een werkproces opgezet waarbij een definitieve nota vorm krijgt. De vergaderingen van de klankbordgroep zullen de vorm aannemen van actieve werksessies. De leden zijn: de projectgroep; vertegenwoordigers van andere stadsdiensten en de autonome gemeentebedrijven (marketing & communicatie, cultuur, sport jeugd, actieve stad, werk en economie, toerisme en congres, stadsontwikkeling/energie en milieu, patrimoniumonderhoud, Parkeerbedrijf, AG Stadsplanning, samen leven, het gemeentelijk havenbedrijf, verkeerspolitie, stadsbouwmeester, evenementenregisseur, Zorgbedrijf). De eerste klankbordgroep vindt plaats na de analysefase (infra).
Verder is er bilateraal overleg gepland met externe stakeholders zoals de provincie Antwerpen, De Lijn, Antwerpen aan’t Woord, Fietsersbond, TreinTramBus, Unizo, Voka, Fietshaven, Cambio,… .
Het beleid zal betrokken worden op het moment dat een ontwerp-visienota beschikbaar is. Dit zal gebeuren via een InterKabinettenWerkgroep (IKW) en via de Raad van Overleg van de districten (RVO). Vervolgens wordt het ontwerp van de definitieve visienota ter goedkeuring voorgelegd aan het college en de gemeenteraad.
Plan van aanpak: vier fasen
Het proces om een visienota en een bijhorend actieplan te ontwikkelen bestaat uit vier fasen: een oriëntatiefase, een inventarisatiefase, een analysefase en een uitwerkingsfase.
De oriëntatiefase bestaat uit een startoverleg. Dit vond plaats op 17 juni 2011. Naast de bespreking van het plan van aanpak werden afspraken gemaakt voor de inventarisatiefase rond volgende zaken: aanleveren materiaal, overleg interne en externe partners, tijdschema en overlegstructuren.
Tijdens de inventarisatiefase wordt een overzicht gemaakt van de bestaande campagnes, plannen en goede voorbeelden. Daarnaast vinden er overleggen plaats met zowel interne als externe partners.
Volgende beleidsdocumenten zullen in de inventarisatiefase in rekening genomen worden.
Tijdens de analysefase worden de bestaande campagnes, voorbeeldcampagnes, plannen en gesprekken met derden geanalyseerd. Op het einde van deze fase levert THV Traject-Bailleul een analyserapport af met onder andere de sterktes en zwaktes van de huidige sensibilisering en met een eerste reeks aanbevelingen.
In de uitwerkingsfase worden de doelstellingen rond de sensibiliseringsnota en het actieplan geformuleerd. Tijdens deze fase wordt een ontwerp-visienota opgemaakt. Naast een algemene visie geeft deze nota – door middel van een stappenplan – een concreet voorstel van sensibiliseringscampagnes die op kortere en langere termijn aangewezen zijn om de doelstellingen te behalen. De ontwerp-visienota wordt toegelicht aan de projectgroep, de stuurgroep, de klankbordgroep, de InterKabinettenWerkgroep en de Raad van Overleg.
Tot slot wordt een definitieve visienota ter goedkeuring voorgelegd aan het college en de gemeenteraad.
Timing
Een afronding van de studie tegen begin 2012 is realistisch. De synergie met het communicatietraject van het mobiliteitsplan is belangrijk.
De opdracht kadert in het bestek 2010/0288 voor het aanstellen van een externe consultant voor het opstellen van een sensibiliseringsvisie in het kader van het mobiliteitsbeleid van de stad Antwerpen, goedgekeurd in collegezitting van 17 december 2010 (jaarnummer 16132).
Het college keurt de procesnota ‘Visie sensibilisering mobiliteitsbeleid’ goed.
Het college keurt de samenstelling van de begeleidingsorganen (projectgroep, stuurgroep, klankbordgroep) goed die werkzaam zijn gedurende het proces ter realisering van een sensibiliseringsvisie omtrent het mobiliteitsbeleid.