Terug

2011_CBS_12730 - Grote Markt 1, Antwerpen - Stadhuis - Bestek PO/14693273. Haalbaarheidsstudie. Eindrapport - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 23/09/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_12730 - Grote Markt 1, Antwerpen - Stadhuis - Bestek PO/14693273. Haalbaarheidsstudie. Eindrapport - Goedkeuring 2011_CBS_12730 - Grote Markt 1, Antwerpen - Stadhuis - Bestek PO/14693273. Haalbaarheidsstudie. Eindrapport - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiële opmerkingen

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.

Aanleiding en context

fase bestuursorgaan datum jaarnummer
principe opstarten masterplan stadhuis college 22 december 2009 17118
goedkeuring bestek PO/14693273 voor het aanstellen van een studiebureau college 17 december 2010 15875
aanstelling Hub, Origin & Bureau Bouwtechniek college 25 februari 2011 1870

De voorbereidende fase van de herwaardering van het stadhuis bestaat uit drie externe voorstudies, die de belangrijkste informatiebron worden voor de te lanceren Open Oproep, die tot doel heeft het stadhuis te herwaarderen tot een transparant politiek centrum met een semi-publieke functie:

  • bouw- en kunsthistorisch onderzoek;
  • scanning en digitalisering;
  • haalbaarheidsstudie.

Het programma van eisen voor de haalbaarheidsstudie, opgesteld door patrimoniumonderhoud in samenwerking met bestuurszaken, omvat alle functies die noodzakelijk zijn om het stadhuis haar politieke en publieke taak te laten vervullen. De invulling van het programma van eisen in het historisch gebouw werd als opdracht in een bestek uitgeschreven.

De haalbaarheidsstudie omvat drie fasen:

  • inventarisatie: analyse van de bestaande toestand van het stadhuis vanuit verschillende invalshoeken of expertises;
  • onderzoek en visieontwikkeling: ontwikkeling van verschillende scenario’s op basis van inventarisatie en met aftoetsing aan de verschillende expertises;
  • masterplan: ontwikkeling van het ruimtelijk, functioneel en technisch kader voor het toekomstig architectuurontwerp en de feitelijke realisatie.

Patrimoniumonderhoud legt de studie ter kennisgeving voor aan het college en adviseert dat de hierin geformuleerde conclusies en pijlers, die omwille van de enorme erfgoedwaarde steeds in samenspraak met Onroerend Erfgoed besproken worden, als leidraad worden meegenomen in de verdere uitwerking van het herwaarderingsprogramma.

Argumentatie

De haalbaarheidsstudie kadert binnen een globaal plan om door een totaalrestauratie, gedeeltelijke herbestemming en optimalisering van het ruimtegebruik van het gebouw, de rol van het stadhuis voor bewoners en bezoekers van Antwerpen te herdefiniëren en te bestendigen.

  • Het belangrijkste element bestaat erin het stadhuis terug tot het ‘politieke centrum’ van de stad  te maken door te onderzoeken of het haalbaar is alle kabinetten en fracties die in de loop der jaren gedeeltelijk het gebouw hadden verlaten opnieuw onderdak te verschaffen. Het programma van eisen gaat uit van een maximum scenario van 10 schepenkabinetten + kabinet burgemeester.
  • Het tweede belangrijk element is het concept ‘open stadhuis’. Het stadhuis dat opgenomen is op de lijst van het UNESCO werelderfgoed omhult met haar statige gesloten gevels een rijk en waardevol interieur. Om bewoners en bezoekers van Antwerpen dit erfgoed te laten appreciëren, wil het bestuur het stadhuis openstellen voor bezoek en evenementen, alsook een nieuwe invulling voorzien voor het gelijkvloers.

In de haalbaarheidsstudie werd onderzocht hoe bovengenoemde programma’s en doelstellingen te combineren zijn in één gebouw, maar vooral ook hoe dit kan met respect voor de geschiedenis van het stadhuis en binnen de visie van het stadsbestuur om bij de bouw of verbouwing van openbare gebouwen strenge eisen te stellen naar duurzaamheid.

De haalbaarheidsstudie levert de volgende conclusies op, tot stand gekomen uit de synergie van de verschillende expertises, na uitzuivering van drie mogelijke scenario's tot de keuze om met één scenario verder te werken (scenario 2 uit een vroeger stadium):

1 Heldere verdeling van het programma

  • kelder en zolder vormen de technische bouwlagen en voorzien de respectievelijke bovenliggende en onderliggende lagen van verwarming en ventilatie;
  • gelijkvloers, achter de gevels van de Suikerrui en de Grote Markt, wordt publiek geprogrammeerd; de dagelijkse hoofdingang voor personeel en bezoekers valt weer samen met de ceremoniële hoofdingang; aan de Gildekamerstraat komen de niet-publiekstoegankelijke ruimtes voor fracties en facilitaire dienst;
  • schoon verdiep en eerste verdieping behouden in grote mate hun huidige functie, naar aanleiding van het concept ‘open stadhuis’ zal in de toekomst de kans geboden worden om deze historische verdiepingen op een gecontroleerde wijze te bezoeken;
  • tweede verdieping: door de bestaande invulwanden te verwijderen, een nieuwe aankleding te voorzien en vooral door het openen van de verrières, zal hier een aangename, lichte en unieke werkomgeving ontstaan; in de campanile kan de refter met keuken ondergebracht worden met daarboven een meer informele lounge-ruimte.

 2 Restauratie in functie van 1880

Bij de geplande herwaardering worden de verschillende neo-renaissancistische restauratiefasen van de 19de eeuw door stadsarchitecten Pierre Bourla, Joseph Schadde en Pieter Dens als uitgangsbasis genomen.

In het algemeen dient er een waardebepaling en standpunt van behoud te worden opgemaakt bij de reorganisatie van het stadhuis. Het is belangrijk dat het stadhuis steeds als één geheel wordt ervaren en dat nieuwe ingrepen zich steeds inpassen in het architecturaal, ruimtelijk en stilistisch geheel dat het stadhuis is. Gebaseerd op het bouw- en kunsthistorisch onderzoek zal in een later stadium de juiste restauratiefilosofie gedefinieerd worden.

3 Een duidelijke scheiding publiek-privaat

Er zijn twee onderscheiden zones in het stadhuis:

  • publieke zone: deze zone zal het grootste deel van het gelijkvloers omvatten waartoe de burger en bezoeker toegang zal krijgen, behalve in de zone voor fracties en facilitaire dienst;
  • private zone: voornamelijk de werkomgeving van de burgemeester, schepenen en alle kabinetsmedewerkers; hier liggen ook de ceremoniële, verhuurbare ruimten en vergaderfaciliteiten, die een semi-publieke functie hebben; de scheiding tussen beide functies dient gecontroleerd te gebeuren.

4 Een centrale inkom op de Grote Markt

De ingang aan de zijde van de Suikerrui verdwijnt en de dagelijkse en ceremoniële toegang valt samen met de centrale historische inkom in het middenrisaliet. Dit is een belangrijke ingreep om de leesbaarheid, appreciatie en beleving van de historische erfgoedwaarde te vergroten.

5 Een publiek gelijkvloers

Een publieke functie die de gevel opent naar de omgeving wordt bepalend voor het gelijkvloers. De 60 naar binnen draaiende, dubbele massieve houten deuren die zich rondom het gebouw bevinden, hebben een hoge erfgoedwaarde, maar vormen een uitdaging. Een mogelijke oplossing is een inwendige glazen wand te voorzien op een afstand van de gevel die toelaat de deuren te openen. Deze ingreep is belangrijk voor de visuele herkenbaarheid van publieke functies, maar ze vergemakkelijkt ook de toegang, verbetert de daglichttoetreding en is reversibel.

Het gelijkvloers aan de kant van de Grote Markt heeft een groot potentieel voor de huisvesting van stedelijke, commerciële of dienstverlenende, publieksgerichte functies.

6 Een georkestreerde route

Door de ingang voor iedereen terug centraal te leggen, wordt het gebouw door iedereen betreden zoals ontwerpers het in vorige eeuwen voorzien hadden. Via de monumentale dubbele trap gaat men naar het schoon verdiep.

  • De open trap aan de noordzijde is de voornaamste verbinding tussen de kabinetten op de eerste en tweede verdieping; deze routing bevordert de beleving van de centrale ruimten.
  • De trap aan de zuidzijde naast de bestaande lift, doorgetrokken naar kelder en zolder, wordt eerder als diensttrap benut en zal minder gebruikt worden.

7 Meer vrijheid op de tweede verdieping

De erfgoedwaarde op de tweede verdieping ligt zeker niet in de afwerking, maar eerder in de ruimten en de plafonds. De tweede verdieping ontdaan van wanden en 20ste eeuwse valse plafonds geeft een basisgrondplan dat bestaat uit grote ruimten waarin zich, meestal centraal, één of meerdere verrières bevinden. Omdat de originele ruimtebeleving ook bij nieuwe architecturale ingrepen belangrijk blijft, dienen strenge eisen opgelegd worden aan vormgeving en positie van de nieuwe wanden.

8 Meer daglicht

Door het openen van de verrières die verspreid over de hele tweede verdieping aanwezig zijn, wordt het mogelijk om werkplekken te voorzien over de hele diepte van de verdieping. De winst in daglichttoetreding die hiermee geboekt wordt, is één van de belangrijkste duurzaamheidsingrepen binnen dit masterplan en zal de comfortbeleving aanzienlijk doen toenemen.

9.Minder warmteverlies

Op het schoon verdiep en de eerste verdieping zijn door de historische context volgende energetische maatregelen mogelijk:

  • een veralgemeende toepassing van de dubbele houten ramen;
  • de  lokale verhoging van de isolatiekwaliteit door isolatie achter de radiatoren te voorzien.

In de kantoorruimten op de tweede verdieping wordt dit aangevuld met:

  • binnenisolatie van de wanden, in hetzelfde vlak als de huidige binnenramen;
  • isolatie van de zoldervloer, omdat er geen verblijfsruimten worden voorzien op zolder;
  • isolerend glas in de verrières.

Een laatste essentiële ingreep is de restauratie van de centrale buitenkoepel naar hedendaagse isolatiekwaliteit en luchtdichtheid. Een goede buitenzonnewering en ventilatie van de ruimte tussen binnen- en buitenkoepel zal de zomerse oververhitting beperken.

10 Meer verse lucht

  • tweede verdieping: ventilatie kan gebeuren met een ventilatiesysteem met energierecuperatie waardoor een vermindering van de ventilatieverliezen zal optreden; op de zolderruimte worden kanalen gebouwd en luchtgroepen voorzien;
  • eerste verdieping en schoon verdiep: voor ventilatie wordt rekening gehouden met de beperkingen die gesteld worden door het historisch karakter van de interieurs; enkel de bestaande schouwen in metselwerk kunnen gebruikt worden voor het afvoeren van lucht;
  • gelijkvloers: via de kelder kan lucht ingebracht en teruggenomen worden.

Op het vlak van binnencomfort wordt een onderscheid gemaakt tussen de correcte comfortvoorwaarden in kantoren en vergaderruimten tijdens de diensturen, en de ideale constante conserveringsvoorwaarden in museale, publieke ruimten.

11 Slimme energie

Op de 1ste verdieping en het schoon verdiep zijn ventilo’s toepasbaar die zowel verwarmen als koelen. Het ventilatiedebiet zal hier vooral bepaald worden in functie van de vochtigheidsgraad van de ruimtes met historische afwerkingmaterialen.

Rekening houdend met het aanbod van zonnewarmte en de thermische accumulatie in de binnenwanden kan de verwarming herberekend worden om een reductie door te voeren in het geïnstalleerd vermogen. Dit levert een optimalisatie van de warmteproductie met gebruik van hernieuwbare energiebronnen en een verlaging van het huidige geïnstalleerd vermogen.

Een warmtepomp kan de afvalwarmte van processen in het gebouw, zoals serverruimtes en koelcellen, opwerken naar een hoger energetisch niveau. Deze warmtebronnen kunnen gebruikt worden voor bijkomende verwarming van het gebouw door middel van lucht/water-warmtepompen.

In de eventuele nieuwe overkapping van de lichtstraat kan men thermische zonnepanelen integreren. In de tussenseizoenen zou dit vermogen groot genoeg zijn om door middel van convectoren op lage temperatuur of een naverwarmingsbatterij in het ventilatiesysteem de verwarming van de 2de verdieping te ondersteunen.

De “nieuwe-energiesystemen” dienen gedimensioneerd te worden op de basislast van het gebouw waarbij pieken opgevangen worden door meer conventionele systemen.

12 Meer Brandveiligheid

Rekening houdend met evidente beperkingen, dient de evacuatie gevoelig verbeterd te worden. De bestaande trappen zullen, mits aanpassingen, als noodtrappen ingezet worden.

  • De trap aan de zuidzijde wordt volledig gecompartimenteerd door op elke verdieping de traphal van deuren te voorzien.
  • De trap aan de noordzijde kan door de historische context slechts op twee verdiepingen echt gecompartimenteerd worden. Op de andere verdiepingen wordt vluchten langs deze trap verzekerd door rookgordijnen te plaatsen.

De uitgangen aan het einde van de vluchtwegen worden in de breedte geoptimaliseerd om de maximaal toegelaten bezetting te verhogen.

De  bestaande compartimentering wordt hersteld. De compartimenten vallen steeds samen met de verdiepingen met uitzondering van het schoon verdiep en de eerste verdieping.

13 Plaats voor fietsen

De fietsenberging voor het personeel van het stadhuis wordt in de kelder voorzien, bereikbaar via een platformlift die ook voor toeleveringen zal kunnen gebruikt worden in de Gildekamerstraat. Onmiddellijk naast de fietsenstalling worden sanitaire units voorzien.

De kelder wordt verder voornamelijk ingenomen door technische ruimten. Door de aanwezigheid van technische installaties, de beperkte hoogte en de slechte klimatologische omstandigheden zijn de kelderruimten langsheen de buitenwand niet geschikt voor hoogwaardige activiteiten of opslag van vochtgevoelige goederen.

14 Een integrale aanpak

Elke ingreep in het gebouw, vanuit welke expertise ook, heeft onmiddellijk invloed op een andere ingreep. Daardoor kunnen ook de pijlers niet los van elkaar bekeken worden. Als men aan een deeldomein iets wil wijzigen moet er bijgevolg grondig onderzocht worden wat de invloed zou kunnen zijn voor de andere vakgebieden.

Als slotsom toont de haalbaarheidsstudie aan dat het vooropgestelde programma van eisen kan uitgevoerd worden binnen het bestaande historische monument. Het stadhuis kan het politiek centrum van de stad worden met een publieke functie, zoals het bestuur dat voor ogen heeft.

De kosten voor dit project worden in de haalbaarheidsstudie geraamd op:

  • 5.250.000,00 EUR voor interieurafwerking;
  • 3.000.000,00 EUR voor gevelrestauratie;
  • 1.750.000,00 EUR voor technieken;
  • 500.000,00 EUR voor verbetering brandveiligheid;
  • 100.000,00 EUR voor vertikaal transport.

Deze raming met afgeronde bedragen is exclusief btw, prijsindexeringen, jaarlijkse herzieningen, erelonen, studiekosten, bijkomende onderzoeken, veiligheidscoördinatie, meubilair en bureautica, overschrijdingen van vermoedelijke hoeveelheden, werforganisatie, tijdelijke verhuis, enzovoort.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt het eindrapport van de haalbaarheidsstudie goed, dat opgemaakt is in functie van de ontwikkeling van het stadhuis tot een politiek centrum met een publiek karakter, en dat is uitgevoerd door de tijdelijke vereniging Hub, Origin & Bureau Bouwtechniek, met onderaannemers Daidalos en FPC.

Artikel 2

Het college keurt goed dat de onderzoeksresultaten die voortvloeien uit inventarisatie en visievorming en de conclusies geformuleerd in het masterplan, als leidraad dienen bij de verdere ontwikkeling van het herwaarderingsprogramma van het stadhuis.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.