Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.
Artikel 57 §3, 4° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het voeren van de gunningsprocedure, de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten.
| fase | bestuursorgaan | datum | jaarnummer |
| principe opstarten masterplan stadhuis | college | 22 december 2009 | 17118 |
| goedkeuring bestek PO/14693273 voor het aanstellen van een studiebureau | college | 17 december 2010 | 15875 |
| aanstelling Hub, Origin & Bureau Bouwtechniek | college | 25 februari 2011 | 1870 |
De voorbereidende fase van de herwaardering van het stadhuis bestaat uit drie externe voorstudies, die de belangrijkste informatiebron worden voor de te lanceren Open Oproep, die tot doel heeft het stadhuis te herwaarderen tot een transparant politiek centrum met een semi-publieke functie:
Het programma van eisen voor de haalbaarheidsstudie, opgesteld door patrimoniumonderhoud in samenwerking met bestuurszaken, omvat alle functies die noodzakelijk zijn om het stadhuis haar politieke en publieke taak te laten vervullen. De invulling van het programma van eisen in het historisch gebouw werd als opdracht in een bestek uitgeschreven.
De haalbaarheidsstudie omvat drie fasen:
Patrimoniumonderhoud legt de studie ter kennisgeving voor aan het college en adviseert dat de hierin geformuleerde conclusies en pijlers, die omwille van de enorme erfgoedwaarde steeds in samenspraak met Onroerend Erfgoed besproken worden, als leidraad worden meegenomen in de verdere uitwerking van het herwaarderingsprogramma.
De haalbaarheidsstudie kadert binnen een globaal plan om door een totaalrestauratie, gedeeltelijke herbestemming en optimalisering van het ruimtegebruik van het gebouw, de rol van het stadhuis voor bewoners en bezoekers van Antwerpen te herdefiniëren en te bestendigen.
In de haalbaarheidsstudie werd onderzocht hoe bovengenoemde programma’s en doelstellingen te combineren zijn in één gebouw, maar vooral ook hoe dit kan met respect voor de geschiedenis van het stadhuis en binnen de visie van het stadsbestuur om bij de bouw of verbouwing van openbare gebouwen strenge eisen te stellen naar duurzaamheid.
De haalbaarheidsstudie levert de volgende conclusies op, tot stand gekomen uit de synergie van de verschillende expertises, na uitzuivering van drie mogelijke scenario's tot de keuze om met één scenario verder te werken (scenario 2 uit een vroeger stadium):
1 Heldere verdeling van het programma
2 Restauratie in functie van 1880
Bij de geplande herwaardering worden de verschillende neo-renaissancistische restauratiefasen van de 19de eeuw door stadsarchitecten Pierre Bourla, Joseph Schadde en Pieter Dens als uitgangsbasis genomen.
In het algemeen dient er een waardebepaling en standpunt van behoud te worden opgemaakt bij de reorganisatie van het stadhuis. Het is belangrijk dat het stadhuis steeds als één geheel wordt ervaren en dat nieuwe ingrepen zich steeds inpassen in het architecturaal, ruimtelijk en stilistisch geheel dat het stadhuis is. Gebaseerd op het bouw- en kunsthistorisch onderzoek zal in een later stadium de juiste restauratiefilosofie gedefinieerd worden.
3 Een duidelijke scheiding publiek-privaat
Er zijn twee onderscheiden zones in het stadhuis:
4 Een centrale inkom op de Grote Markt
De ingang aan de zijde van de Suikerrui verdwijnt en de dagelijkse en ceremoniële toegang valt samen met de centrale historische inkom in het middenrisaliet. Dit is een belangrijke ingreep om de leesbaarheid, appreciatie en beleving van de historische erfgoedwaarde te vergroten.
5 Een publiek gelijkvloers
Een publieke functie die de gevel opent naar de omgeving wordt bepalend voor het gelijkvloers. De 60 naar binnen draaiende, dubbele massieve houten deuren die zich rondom het gebouw bevinden, hebben een hoge erfgoedwaarde, maar vormen een uitdaging. Een mogelijke oplossing is een inwendige glazen wand te voorzien op een afstand van de gevel die toelaat de deuren te openen. Deze ingreep is belangrijk voor de visuele herkenbaarheid van publieke functies, maar ze vergemakkelijkt ook de toegang, verbetert de daglichttoetreding en is reversibel.
Het gelijkvloers aan de kant van de Grote Markt heeft een groot potentieel voor de huisvesting van stedelijke, commerciële of dienstverlenende, publieksgerichte functies.
6 Een georkestreerde route
Door de ingang voor iedereen terug centraal te leggen, wordt het gebouw door iedereen betreden zoals ontwerpers het in vorige eeuwen voorzien hadden. Via de monumentale dubbele trap gaat men naar het schoon verdiep.
7 Meer vrijheid op de tweede verdieping
De erfgoedwaarde op de tweede verdieping ligt zeker niet in de afwerking, maar eerder in de ruimten en de plafonds. De tweede verdieping ontdaan van wanden en 20ste eeuwse valse plafonds geeft een basisgrondplan dat bestaat uit grote ruimten waarin zich, meestal centraal, één of meerdere verrières bevinden. Omdat de originele ruimtebeleving ook bij nieuwe architecturale ingrepen belangrijk blijft, dienen strenge eisen opgelegd worden aan vormgeving en positie van de nieuwe wanden.
8 Meer daglicht
Door het openen van de verrières die verspreid over de hele tweede verdieping aanwezig zijn, wordt het mogelijk om werkplekken te voorzien over de hele diepte van de verdieping. De winst in daglichttoetreding die hiermee geboekt wordt, is één van de belangrijkste duurzaamheidsingrepen binnen dit masterplan en zal de comfortbeleving aanzienlijk doen toenemen.
9.Minder warmteverlies
Op het schoon verdiep en de eerste verdieping zijn door de historische context volgende energetische maatregelen mogelijk:
In de kantoorruimten op de tweede verdieping wordt dit aangevuld met:
Een laatste essentiële ingreep is de restauratie van de centrale buitenkoepel naar hedendaagse isolatiekwaliteit en luchtdichtheid. Een goede buitenzonnewering en ventilatie van de ruimte tussen binnen- en buitenkoepel zal de zomerse oververhitting beperken.
10 Meer verse lucht
Op het vlak van binnencomfort wordt een onderscheid gemaakt tussen de correcte comfortvoorwaarden in kantoren en vergaderruimten tijdens de diensturen, en de ideale constante conserveringsvoorwaarden in museale, publieke ruimten.
11 Slimme energie
Op de 1ste verdieping en het schoon verdiep zijn ventilo’s toepasbaar die zowel verwarmen als koelen. Het ventilatiedebiet zal hier vooral bepaald worden in functie van de vochtigheidsgraad van de ruimtes met historische afwerkingmaterialen.
Rekening houdend met het aanbod van zonnewarmte en de thermische accumulatie in de binnenwanden kan de verwarming herberekend worden om een reductie door te voeren in het geïnstalleerd vermogen. Dit levert een optimalisatie van de warmteproductie met gebruik van hernieuwbare energiebronnen en een verlaging van het huidige geïnstalleerd vermogen.
Een warmtepomp kan de afvalwarmte van processen in het gebouw, zoals serverruimtes en koelcellen, opwerken naar een hoger energetisch niveau. Deze warmtebronnen kunnen gebruikt worden voor bijkomende verwarming van het gebouw door middel van lucht/water-warmtepompen.
In de eventuele nieuwe overkapping van de lichtstraat kan men thermische zonnepanelen integreren. In de tussenseizoenen zou dit vermogen groot genoeg zijn om door middel van convectoren op lage temperatuur of een naverwarmingsbatterij in het ventilatiesysteem de verwarming van de 2de verdieping te ondersteunen.
De “nieuwe-energiesystemen” dienen gedimensioneerd te worden op de basislast van het gebouw waarbij pieken opgevangen worden door meer conventionele systemen.
12 Meer Brandveiligheid
Rekening houdend met evidente beperkingen, dient de evacuatie gevoelig verbeterd te worden. De bestaande trappen zullen, mits aanpassingen, als noodtrappen ingezet worden.
De uitgangen aan het einde van de vluchtwegen worden in de breedte geoptimaliseerd om de maximaal toegelaten bezetting te verhogen.
De bestaande compartimentering wordt hersteld. De compartimenten vallen steeds samen met de verdiepingen met uitzondering van het schoon verdiep en de eerste verdieping.
13 Plaats voor fietsen
De fietsenberging voor het personeel van het stadhuis wordt in de kelder voorzien, bereikbaar via een platformlift die ook voor toeleveringen zal kunnen gebruikt worden in de Gildekamerstraat. Onmiddellijk naast de fietsenstalling worden sanitaire units voorzien.
De kelder wordt verder voornamelijk ingenomen door technische ruimten. Door de aanwezigheid van technische installaties, de beperkte hoogte en de slechte klimatologische omstandigheden zijn de kelderruimten langsheen de buitenwand niet geschikt voor hoogwaardige activiteiten of opslag van vochtgevoelige goederen.
14 Een integrale aanpak
Elke ingreep in het gebouw, vanuit welke expertise ook, heeft onmiddellijk invloed op een andere ingreep. Daardoor kunnen ook de pijlers niet los van elkaar bekeken worden. Als men aan een deeldomein iets wil wijzigen moet er bijgevolg grondig onderzocht worden wat de invloed zou kunnen zijn voor de andere vakgebieden.
Als slotsom toont de haalbaarheidsstudie aan dat het vooropgestelde programma van eisen kan uitgevoerd worden binnen het bestaande historische monument. Het stadhuis kan het politiek centrum van de stad worden met een publieke functie, zoals het bestuur dat voor ogen heeft.
De kosten voor dit project worden in de haalbaarheidsstudie geraamd op:
Deze raming met afgeronde bedragen is exclusief btw, prijsindexeringen, jaarlijkse herzieningen, erelonen, studiekosten, bijkomende onderzoeken, veiligheidscoördinatie, meubilair en bureautica, overschrijdingen van vermoedelijke hoeveelheden, werforganisatie, tijdelijke verhuis, enzovoort.
Het college keurt het eindrapport van de haalbaarheidsstudie goed, dat opgemaakt is in functie van de ontwikkeling van het stadhuis tot een politiek centrum met een publiek karakter, en dat is uitgevoerd door de tijdelijke vereniging Hub, Origin & Bureau Bouwtechniek, met onderaannemers Daidalos en FPC.
Het college keurt goed dat de onderzoeksresultaten die voortvloeien uit inventarisatie en visievorming en de conclusies geformuleerd in het masterplan, als leidraad dienen bij de verdere ontwikkeling van het herwaarderingsprogramma van het stadhuis.