Artikel 57§3,5° van het Gemeentedecreet stelt dat het college bevoegd is voor het vaststellen van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.
Met het gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2007, jaarnummer 1521, besliste de gemeenteraad welke opdrachten voor werken, leveringen en diensten kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
Het periodiek ledigen van septische, vet- en aalputten.
De stad Antwerpen zal voor prestaties die het voorwerp van deze opdracht uitmaken tevens kunnen optreden als aankoopcentrale voor:
De stad Antwerpen is de aanbestedende overheid.
Uitsluitingsgronden
Door een offerte in te dienen voor deze opdracht, verklaart de inschrijver zich niet in een toestand van uitsluiting te bevinden, zoals bedoeld in het KB van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken:
Uitsluitingsgronden zijn:
1) in staat van faillissement of van vereffening te verkeren, zijn werkzaamheden te hebben gestaakt of een gerechtelijk akkoord te hebben bekomen, of in een overeenstemmende toestand te verkeren als gevolg van een gelijkaardige procedure die bestaat in andere nationale wetgevingen en reglementeringen;
2) aangifte te hebben gedaan van zijn faillissement, een procedure van vereffening of een gerechtelijk akkoord aanhangig te hebben of een gelijkaardige procedure lopende te hebben bestaande in andere nationale wetgevingen en reglementeringen;
3) niet in orde te zijn met de sociale (sociale zekerheid) en fiscale verplichtingen (directe belastingen en BTW);
4) bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan veroordeeld geweest zijn voor een misdrijf dat de beroepsmoraal aantast;
Een veroordeling bij vonnis wegens niet-naleving van de milieu- en sociale wetgeving wordt beschouwd worden als een overtreding die de professionele integriteit aantast welke het mogelijk maakt de betrokken partij uit te sluiten;
5) bij de beroepsuitoefening een ernstige fout te hebben begaan;
6) in ernstige mate schuldig te zijn aan het afleggen van valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen.
7) bij een vonnis in kracht van gewijsde veroordeeld te zijn voor:
a) deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in art. 324bis van het Strafwetboek
b) omkoping als bedoeld in artikel 246 van het Strafwetboek
c) fraude als bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap, goedgekeurd door de wet van 17 februari 2002
d) witwassen van geld
De bewijzen omtrent de eerste drie uitsluitingsgronden worden door de stad zelf opgezocht. Wat betreft het RSZ-attest: een attest van het voorlaatste kwartaal wordt door de stad opgezocht.
Omdat de aanbestedende overheid niet bij machte is de bewijzen omtrent de eerste drie uitsluitingsgronden zelf op te zoeken in het geval van een buitenlandse inschrijving dienen buitenlandse inschrijvers zelf de bewijzen omtrent de eerste drie uitsluitingsgronden aan te leveren.
Het bestuur gaat voort op deze verklaring tot op het ogenblik van gunning. Aan de inschrijver die in aanmerking komt voor gunning wordt vóór de beslissing tot gunning een uittreksel uit het strafregister of een evenwaardig document uitgereikt door een gerechtelijke of overheidsinstantie van het land van oorsprong of herkomst opgevraagd, waaruit blijkt dat aan de gestelde eisen is voldaan. Dit attest mag ten vroegste 3 maanden voor ontvangst door het bestuur uitgereikt zijn. Dit uittreksel kan gevraagd worden bij de Federale Overheidsdienst Justitie , Waterloolaan 115, 1000 Brussel Tel 02/542.65.11 Fax 02/542.70.39 E-mail info@just.fgov.be
Zodra blijkt dat een kandidaat-inschrijver zich in een voormelde toestand van uitsluiting bevindt, wordt hij uitgesloten van deelneming aan de opdracht.
Iedere valse verklaring is een uitsluitingsgrond voor deelneming aan deze opdracht. Indien na contractsluiting zou blijken dat ten deze een valse verklaring werd afgelegd, kan het contract door de stad Antwerpen eenzijdig en zonder enige schadevergoeding verschuldigd te zijn, ten laste van de wederpartij verbroken worden.
Aandachtspunt:
Wanneer de inschrijver een Tijdelijke handelsvennootschap (THV) is, moet voor elke partner van de THV, de bovenvermelde documenten ingediend worden.
Economische en financiële draagkracht van de inschrijver - vereiste bewijsstukken (selectiecriteria)
1)Verklaring betreffende de totale omzet en de omzet betreffende de diensten waarover de opdracht gaat, over de laatste drie boekjaren
Technische bekwaamheid van de inschrijver - vereiste bewijsstukken (selectiecriteria)
1) Uittreksel uit het staatsblad betreffende de erkenning als ruimingsbedrijf
2) een lijst van de voornaamste diensten uitgevoerd tijdens de laatste drie jaar, met vermelding van een bedrag en datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren.
3) Verklaring die de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de dienstverlener en de omvang van het kader
weergeeft tijdens de laatste drie jaren.
4) Lozingsvergunning
In toepassing van het artikel 13 van de wet van 24 december 1993 op de overheidsopdrachten zal deze opdracht gegund worden bij openbare aanbesteding.
In toepassing van het artikel 68 van het Koninklijk Besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten, dient de dienstverlener van een opdracht voor diensten, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 70 en 71 zijn financiële en economische draagkracht en zijn technische bekwaamheid aan te tonen.
Het college keurt het bestek GAC/2011/357 voor Raamcontract voor het ledigen van septische, vet- en aalputten goed en keurt eveneens goed dat:
De stadsontvanger verleent zijn visum en regelt de financiële aspecten als volgt:
| Omschrijving | Bedrag | Boekingsadres | Bestelbon |
| Raamcontract voor het ledigen van septische, vet- en aalputten | 70.000 EUR, exclusief BTW |
budgetplaats: 5192000000 |
- |