Terug

2011_CBS_13082 - Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk - Resultaten tracéstudie van de provincie Antwerpen voor de fiets-o-strade langs het Albertkanaal - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 26/08/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris; Serge Muyters, vervangend korpschef

Afwezig

Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_13082 - Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk - Resultaten tracéstudie van de provincie Antwerpen voor de fiets-o-strade langs het Albertkanaal - Goedkeuring 2011_CBS_13082 - Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk - Resultaten tracéstudie van de provincie Antwerpen voor de fiets-o-strade langs het Albertkanaal - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

De vijf Vlaamse provincies hebben in overleg met de Vlaamse overheid en de gemeenten een netwerk uitgetekend voor functioneel fietsverkeer, dit wil zeggen voor fietsverplaatsingen van huis naar werk, naar school, naar winkelcentra of naar andere attractiepolen over gemeentegrenzen heen.

Dit netwerk kreeg de naam ‘bovenlokaal functioneel fietsroutenetwerk’ (BFF).

Het BFF kent 3 categorieën fietsroutes:

  • Fiets-o-strades: belangrijke fietsroutes, zoveel mogelijk conflictvrij en in de voorrang. In de provincie Antwerpen zijn fiets-o-strades gepland langs meestal rechtlijnige infrastructuren zoals spoorwegen en kanalen.
  • Functionele fietsroutes: verbindingen tussen gemeentekernen en belangrijke attractiepolen, meestal langs gewestwegen, maar ook langs gemeentewegen.
  • Alternatieve fietsroutes: vaak parallel aan de functionele fietsroutes langs autoluwe straten, vooral gebruikt in het woon-schoolverkeer.

De Vlaamse overheid, de provincie en de gemeenten investeren in de aanleg van fietspaden op het BFF. De gemeenten kunnen hiervoor subsidies aanvragen bij de Vlaamse overheid in het kader van de mobiliteitsconvenant voor de fietspaden langs de gewestwegen en in het kader van provinciale subsidies en het Fietsfonds voor de fietspaden langs gemeentewegen.

Op 25 april 2008 (jaarnummer 4912), 22 januari 2010 (jaarnummer 529) en 18 augustus 2010 (jaarnummer 9696) keurde het college een aantal door de provincie goedgekeurde wijzigingen wijzigingen op het BFF goed.

Voor de categorieën functionele en alternatieve fietsroutes zijn de tracés reeds bij het opstellen van het BFF in 2001 bepaald. Voor de fiets-o-strades is dit nog niet gebeurd en ligt het tracé langs kanalen en spoorwegen zonder keuze van de zijde van die infrastructuren.

De provincie liet een studie opmaken om de mogelijke tracés te onderzoeken. De provincie vraagt de conclusies van de provinciale werkgroep van 10 juni 2011 waar de resultaten van deze studie werden voorgelegd ter goedkeuring aan het college voor te leggen.

Argumentatie

In het eindrapport van de tracéstudie wordt voor de stad Antwerpen de volgende conclusie geformuleerd:

Beide zijden van het Albertkanaal worden weerhouden.

Langs de noordelijke zijde zal de Vaartkaai, district Merksem, heringericht worden. Volgens NV De Scheepvaart zullen de kades tussen Antwerpen en Wijnegem vernieuwd worden. Deze herinrichting zal rekening dienen te houden met de aanwezigheid van het BFF.

De zuidelijke zijde, langsheen het kanaal, is niet geschikt voor de realisatie van het fietstracé.
Er wordt gekozen om het tracé (functionele fietsroute) te situeren langsheen de Bisschoppenhoflaan (N120). Hier is reeds een vrijliggend fietspad aanwezig langs beide straatzijden.

Het deel van het tracé ter hoogte van de ‘bocht van Belga’ wordt ‘on hold’ geplaatst tot er meer duidelijkheid is over de ontwikkelingen in het kader van de Oosterweelverbinding en de mogelijke aansluiting op de fietsbrug aan de IJzerlaan.

Het voorstel van de stad in het kader van het masterplan 2020 komt hiermee overeen, namelijk fiets-o-strade langs de noordzijde van het kanaal laten doorlopen en verder aansluiten op de fiets-o-strade langs spoorlijn 12 (Antwerpen-Essen), op de fietsbrug over de Ijzerlaan en het ringfietspad. Dit voorstel moet echter nog de verdere goedkeuringsprocedrure doorlopen.

De keuze die de provincie gemaakt heeft sluit aan bij de visie van het fietsroutenetwerk van de stad.

Beleidsdoelstellingen

Antwerpen is een bereikende, bereikbare, toegankelijke, verkeersveilige en verkeersleefbare stad
Antwerpen is een fietsvriendelijke stad
Het fietsroutenetwerk verfijnen - fijnmaziger maken - , verbeteren en voorzien van bewegwijzering

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de resultaten van de tracéstudie van de provincie Antwerpen voor de fiets-o-strade langs het Albertkanaal.

Artikel 2

Het college keurt volgende conclusies uit de tracéstudie en het verslag van de provinciale werkgroep van 10 juni 2011 goed:

  • Langs de noordelijke zijde van het Albertkanaal kan een fiets-o-strade worden voorzien.
  • De zuidelijke zijde van het Albertkanaal op het grondgebied van Antwerpen is niet geschikt voor de realisatie van een fiets-o-strade. Er wordt gekozen om het tracé (functionele fietsroute) te situeren langsheen de Bisschoppenhoflaan (N120). Hier is reeds een vrijliggend fietspad aanwezig langs beide straatzijden. Verder door in de rangemeenten zal dit tracé aansluiten op de fiets-o-strade aan de zuidzijde van het Albertkanaal.
  • Het deel van het tracé ter hoogte van de ‘bocht van Belga’ wordt ‘on hold’ geplaatst tot er meer duidelijkheid is over de ontwikkelingen in het kader van de Oosterweelverbinding en de mogeljike aansluiting op de fietsbrug aan de IJzerlaan.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiële gevolgen.