Financiële afspraken
De totale investeringskost voor de realisatie van het niet-tramgedeelte Stad wordt geraamd op 134.954.398 euro. Alle bedragen voor de niet-tramgedeelten zijn inclusief btw.
De stad neemt daarvan het bedrag van 24.359.000 euro voor haar rekening, enerzijds bestaande uit een bijdrage van 2 x 5 mio Euro, anderzijds uit de mogelijkheid om 14.359.000 euro te besparen op de investeringskost door een btw-optimalisatie te realiseren.
Voor wat betreft het saldo komen het AWV en de stad Antwerpen overeen dat de vergoeding, die het AWV aan de stad Antwerpen verschuldigd is om de stad Antwerpen toe te laten de werken voor het Niet-Tramgedeelte Stad te bekostigen, is opgebouwd als volgt:
De exacte bedragen zullen pas bij contractsluiting bekend zijn.
De raming wordt geïndexeerd (basis 1 januari 2010). Dit wordt ondervangen doordat ook de beschikbaarheidsvergoedingen en de daaruit voortkomende investeringssubsidie of dotatie aan de stad zullen worden geïndexeerd.
Als de totale investeringskost voor de realisatie van het Niet-Tramgedeelte Stad bij contractsluiting afwijkt van het bedrag van de geïndexeerde raming, wordt het verschil pro rata (waarvan 24,4 miljoen voor de Stad) verrekend tussen de betrokken Partijen.
Financiële engagementen stad met betrekking tot de bijdragen
De financiële bijdrage van de stad bedraagt:
De stad Antwerpen voorziet in haar (meerjaren-)begroting een bedrag van 5 miljoen euro als tussenkomst voor een hoogwaardig stedelijk plein, in de eigenlijke kostprijs van Project Operaplein. Dit bedrag werd opgenomen in de meerjarenbegroting van het Autonoom Gemeentebedrijf Stadsplanning (GR 23/06/2008, Jrnr. 1308).
Ten tweede voorziet de Stad Antwerpen in het kader van haar vraag om uitbreiding van de voorziene parking onder het Operaplein van 200 naar 400 parkeerplaatsen, via het Gemeentelijk Autonoom Parkeerbedrijf Antwerpen (GAPA) nog een tussenkomst van 5 miljoen euro. Deze tussenkomst van 5 miljoen Euro geldt daarbij als (voorlopig geschatte) vergoeding voor de gevraagde uitbreiding van deze parking. Het tweede bedrag van 5 miljoen euro zal worden voorzien worden in de begroting van het Gemeentelijk Autonoom parkeerbedrijf Antwerpen (GR 23/06/2008, jaarnummer 1308).
Financiële engagementen stad met betrekking tot btw-optimalisatie
Daarnaast neemt de stad het engagement op zich om een aantal projectonderdelen van Brabo 2 te laten uitvoeren door een verzelfstandigde eenheid in haar organisatie, zoals GAPA, GHA, etc. Door bepaalde werken met het oog op exploitatie te laten uitvoeren door btw-plichtige dochterbedrijven van de stad Antwerpen ontstaat mogelijk een recht op aftrek van de btw op de daartoe gemaakte uitgaven. De btw-kost kan hierdoor geheel of ten dele als kostprijselement worden uitgeschakeld.
In het bijzonder zijn er drie onderdelen van Brabo 2 waar de stad mogelijkerwijze een optimalisatie zou kunnen realiseren:
Vanuit deze drie onderdelen kan een aanzienlijke btw-optimalisatie doorgevoerd worden.
Verdere toetsing bij de gewestelijke btw-directie zal uitsluitsel geven over deze mogelijkheden.
De stad neemt het engagement op zich om deze btw-optimalisatiemogelijkheden uit te putten en zo een deel van de btw-kost als kostprijselement uit te schakelen binnen het niet-tramgedeelte Stad voor een grootteorde van (maximaal) 14,3 miljoen euro.
Nutsleidingen en rioleringen
Indien de kosten van de verwijdering of van de verplaatsing niet ten laste kunnen worden gelegd van de betrokken nutsmaatschappijen op grond van de vigerende regelgeving, daarin begrepen de statuten en interne regelingen, worden deze door de SPV dan wel door de respectieve contractuele opdrachtgever ten laste genomen conform de bepalingen van de betrokken Projectovereenkomst.
Dit houdt een risico voor bijkomende kosten voor de stad in.
Communicatie
Tot aan contractsluiting staat de stad in voor de coördinatie, de afstemming en het voeren van de communicatie met de bewoners, handelaars en lokale actoren. De stad draagt haar eigen kosten inzake communicatie tot aan contractsluiting.
Na contractsluiting worden kosten van de communicatie met betrekking tot het project Brabo 2 pro rata (in gelijke delen) gedragen door De Lijn, het AWV en de stad Antwerpen, behoudens communicatie die specifiek op één of meerder gedeelten betrekking heeft in welk geval de betrokken contractuele opdrachtgever(s) de kosten draagt/dragen. De kosten verbonden aan communicatie over de projectonderdelen Leien fase 2, Operacomplex en Londenbrug, oftewel het niet-tramgedeelte Stad, zullen dus gedragen worden door de stad.
Hiervoor werden nog geen budgetten opgenomen in de begroting. Uit de verdere opmaak van een communicatieplan zullen ramingen volgen.
|
15 december 2000 |
|
De Vlaamse regering keurt het Masterplan Mobiliteit Antwerpen (waaronder de projecten Leien 2e fase en tramlijn Ekeren) goed; |
|
16 februari 2007 |
|
De Vlaamse regering beslist dat de openbare vervoersprojecten uit de eerste fase van het masterplan (waaronder Leien fase 2 en tramlijn Ekeren) zullen worden uitgevoerd via een alternatieve financiering in een publiek-private samenwerkings (PPS)-structuur; |
|
9 mei 2008 |
|
De Vlaamse regering |
|
30 mei 2008 |
6781 |
Het college neemt kennis van de nota aan de Vlaamse regering betreffende Brabo II en beslist om via een collegiale brief de vraag aan BAM te stellen om de voortgang van Brabo II actief op te nemen; |
|
23 juni 2008 |
1308 |
De gemeenteraad keurt het contract, zijn bijakte en bijlage, tussen de stad, BAM en de ontwerper, aangesteld voor het ‘Operaplein’, Manuel de Solà-Morales, goed; |
|
18 juli 2008 |
8991 |
Het college keurt de collegiale brief aan BAM goed inzake haar standpunt omtrent behoud/verwijderen van het Hardenvoortviaduct; |
|
15 mei 2009 |
|
De Vlaamse regering |
|
2 oktober 2009 |
13937 |
Het college keurt de collegiale brief aan de Vlaams minister van mobiliteit en openbare werken goed waarin wordt aangedrongen op een heroverweging van de beslissing tot afbraak van het Hardenvoortviaduct; |
|
30 maart 2010 |
|
Cfr. 24 september 2010; |
|
23 april 2010 |
4797 |
Het college beslist, na evaluatie van de verschillende voorliggende scenario’s voor het Hardenvoortviaduct, het scenario “behoud van het viaduct en verplaatsing van het tramtracé naar de Kempenstraat/langsheen het Asiadok” als voorkeurscenario te weerhouden; |
|
23 april 2010 |
4800 |
Het college beslist het tramtracé op het Eilandje langsheen Cadix over de Mexicobruggen naar het nieuwe Havenhuis als voorkeurtracé (ter vervanging van de tramantenne Montevideo langsheen Rijnkaai) goed te keuren; |
|
24 september 2010 |
|
De Vlaamse regering keurt het Masterplan 2020 (Bouwstenen voor de uitbreiding van het Masterplan Mobiliteit Antwerpen) goed, waarin |
|
23 september 2011 |
|
De Vlaamse regering beslist verder te werken aan Brabo II. Ze keurt daarvoor het budget en de principes van de samenwerkingsovereenkomst Brabo II goed. |
Projectomschrijving Brabo II
Het project Brabo 2 omvat de tweede fase van de Leien (inclusief Operaplein), de tramlijn naar Ekeren (tot en met “De Mieren”) en stedelijke tramprojecten op het “Eilandje” en in de Brusselstraat.
Wijziging context met betrekking tot overdracht gewestwegen (BVR 24 september 2010)
De project-bijakte van de heraanleg van de Leien 1ste fase voorzag de overdracht van Leien aan de stad Antwerpen na realisatie van de heraanleg van de hele Leien (fase 1 + 2).
Bij beslissing van de Vlaamse regering van 24 september 2010 werd de overdracht van Leien uitgebreid tot een overdracht van alle gewestwegen binnen de (te sluiten) ring aan de stad Antwerpen. Voor het project Brabo 2 betekent dit:
- Leien van de Stoopstraat tot de Noorderplaats;
- Noorderlaan van de Noorderplaats tot de Groenendaallaan (kruispunt niet inbegrepen);
- Gemeentestraat ter hoogte van de Franklin Rooseveltplaats.
Wijziging context met betrekking tot projectorganisatie (BVR 24 september 2010)
De afsprakennota, horende bij de beslissing van de Vlaamse regering van 16 februari 2007, bepaalt dat AWV als voorzitter optreedt van de stuurgroep Brabo 2, terwijl De Lijn aangeduid werd als trekker van Brabo 1 (tramlijn Mortsel - Boechout, Deurne - Wijnegem en stelplaats Deurne Oost).
Bij beslissing van de Vlaamse regering van 24 september 2010 werd het departement MOW (AWV / De Lijn) aangeduid als projecteigenaar Brabo 2. Bovendien gaat het Masterplan 2020 gepaard met een reorganisatie van BAM.
Binnen de nieuwe afspraken die voorliggen zal De Lijn optreden als gezamenlijk aanbestedende overheid. De projectcoördinatie door BAM wordt beperkt in tijd tot aan contractsluiting, waarna De Lijn deze rol zal overnemen.
Lessen uit Brabo 1 en LIVAN 1 met betrekking tot dBFM-formule
Het verbouwen van complexe bestaande infrastructuren legt veel ongekende risico’s bij de private partner die daarvoor hoge kostprijzen doorrekent. De werken aan het Hardenvoortviaduct worden daarom uit het dBF(M)-gedeelte gehaald.
De kwaliteitseisen binnen dBFM-formules voor het onderhoudsluik zijn niet afgestemd met de onderhoudsmogelijkheden en budgetten die de stad heeft. Vandaar opteert de stad om niet in dure onderhoudscontracten op lange termijn te stappen. Vandaar het principe in voorliggende overeenkomst dat de stad voor haar deelproject(en) een dBF-overeenkomst (en geen dBFM) zal afsluiten.
Project Brabo II: wijzigingen sinds principeontwerp samenwerkingsovereenkomst van 15 mei 2009
In het kader van de voortgang van het ontwerp van het project Brabo 2 hebben er zich een aantal nieuwe inzichten en ontwikkelingen op conceptueel niveau voorgedaan. Deze zijn vertaald in een aangepaste projectomschrijving en nieuwe conceptontwerpvoorstellen. Aan de hand daarvan werd een actuele raming voor de verschillende deelprojecten opgemaakt.
Geactualiseerde versie publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst Brabo 2
Deze nieuwe inzichten en ontwikkelingen van het project Brabo 2 hebben aanleiding gegeven tot het opmaken van een geactualiseerde publiek-publieke samenwerkingsovereenkomst tussen het Vlaamse Gewest (AWV), De Lijn, BAM en stad Antwerpen, met inbegrip van de aangepaste samenvattende projectfiche Brabo 2 en de er in verwerkte financiële consequenties.
Deze samenwerkingsovereenkomst ligt ter goedkeuring voor.
Uitgangspunt met betrekking tot overdracht gewestwegen
Het AWV en de stad Antwerpen engageren zich om de overdracht van de gewestwegen in het kader van het Project Brabo 2, met name Leien van de Stoopstraat tot de Noorderplaats, Noorderlaan van de Noorderplaats tot de Groenendaallaan (kruispunt niet inbegrepen), en de Gemeentestraat ter hoogte van de Franklin Rooseveltplaats, uiterlijk 6 weken voorafgaand aan de contractsluiting van de Projectovereenkomsten af te ronden.
Uitgangspunt met betrekking tot contractuele structuur
Het project Brabo 2 situeert zich, na die overdracht, in hoofdzaak op gemeentewegen, op het deel tussen de Groenendaallaan en de Mieren Steenstraat/De Beukelaerlaan na.
Er wordt een gezamenlijke promotieopdracht (dit wil zeggen met één geïntegreerd bestek) op de markt gebracht door De Lijn, die zal optreden als gezamenlijk aanbestedende overheid.
Met het oog op de realisatie van de opdracht wordt, na de gunning, een specifieke projectvennootschap (SPV) in de vorm van een naamloze vennootschap opgericht door Lijninvest NV en een – met toepassing van de overheidsopdrachtenreglementering – gekozen private partner.
Deze SPV zal drie projectovereenkomsten sluiten met drie contractuele opdrachtgevers:
De dBF-Overeenkomst Stad heeft betrekking op (het verder uitwerken van) het ontwerp, de bouw en de (voor)financiering van het Niet-Tramgedeelte Stad. Na de voorlopige oplevering staat de Stad Antwerpen (en/of (één van) haar verzelfstandigde eenheden) in voor het beheer en het onderhoud.
Uitgangspunten met betrekking tot projectorganisatie
Er wordt een Stuurgroep Brabo 2 opgericht, die gedurende de ganse loop (ontwerp-, bouw- en gebruiksfase) als topoverlegorgaan fungeert, en waaraan talrijke taken werden toebedeeld (opvolging van de voorbereiding van het bestek, coördinatie, sturing van de realisatie van de projecten,...). Voor het Operaplein en omgeving werd een afzonderlijke Stuurgroep Operaplein opgericht.
Overzicht projectonderdelen binnen vooropgestelde structuur (inclusief geraamde totaalkost Project Brabo II)
Binnen het project Brabo 2 wordt onderscheid gemaakt tussen
Dit geeft volgens geografische ligging volgend overzicht:
|
Binnen opdracht |
Buiten opdracht |
||
|
Binnen configuratie |
Binnen configuratie |
Buiten configuratie |
|
|
dBFM |
dBFM |
dBF |
|
|
tramgedeelte |
niet-tramgedeelte |
niet-tramgedeelte |
|
|
De Lijn |
AWV |
Stad |
|
|
Brabo 2 – Algemeen |
|
|
|
|
|
|
|
studiekosten Brabo II, archeologisch onderzoek, aankoop trams |
|
Brusselstraat |
|
|
|
|
|
|
|
Brusselstraat deel tram + deel weg |
|
Eilandje |
|
|
|
|
deel tram: Rijnkaai - Tavernierkaai - Van Meterenkaai, Londenstraat - Amsterdamstraat, Kattendijkdok Oostkaai - Mexicostraat, Mexicobrug |
|
Londenbrug |
|
|
Leien fase II |
|
|
|
|
deel tram: Leien fase I (Stoopstraat - Maria Theresialei), Leien fase II (Maria Theresialei - Noorderplaats met uitzondering van Operacomplex), Operaplein, + open helling & aansluiting tramnet op metro, |
|
deel weg: Leien fase I (Stoopstraat - Maria Theresialei), Leien fase II (Maria Theresialei - Noorderplaats met uitzondering van Operacomplex en met inbegrip van open toeritten binnen en buiten Operaxomplex), + |
integratie archeologie, |
|
Tramlijn Ekeren |
|
|
|
|
deel tram: Kempenstraat, Hardenvoort - Ijzerlaan, Noorderlaan, Ekersesteenweg, + keerconstructie Hardenvoortviaduct deel weg, keerlus Luchtbal – Groenendaallaan, heraanleg parking Luchtbal (= Metropolis), aansluiting stelplaats op tramnet |
deel weg: Noorderlaan West + Oost, kruispunt Noorderlaan-Ekersesteenweg, Ekersesteenweg, + aanpassen kruispunt Groenendaallaan, kruispunt Noorderlaan-Ekersesteenweg deel P&R
|
Kempenstraat deel weg |
renovatie & heraanleg Hardenvoortviaduct, opzeggen concessies & grondverwerving, onteigeningen & afbraak hoek Ijzerlaan – Noorderlaan, aanpassen kruispunt Ijzerlaan, Noorderlaanbrug deel weg + deel tram |
|
85.199.064 euro |
38.791.336 euro |
134.954.398 euro |
12.670.572 euro (studiekosten), 87.400.000 euro (trams), 42.029.767 euro (werken) |
Het college beslist de samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Het college neemt kennis van de mogelijke financiële gevolgen en risico’s.