Om de meest aantrekkelijke stad te zijn voor wie hier woont, werkt en op bezoek komt, is een zo goed mogelijke leefkwaliteit voor elke burger een belangrijk gegeven. Deze leefkwaliteit wordt in grote mate bepaald door een goede luchtkwaliteit en de afwezigheid van overmatige geluidshinder.
Inzake luchtkwaliteit werden verschillende Europese richtlijnen op 11 juni 2008 in een geïntegreerde richtlijn samengebundeld. De bestaande normen in verband met onder andere fijnstof en stikstofdioxide (NO2) worden verscherpt tegen 2010, 2015 en 2020. De Vlaamse milieuadministratie, het gemeentelijk havenbedrijf en de stad Antwerpen maakte in 2008 een gemeenschappelijk actieplan op voor NO2 en fijnstof. In 2009 liet de stad met steun van de Vlaamse overheid voor de agglomeratie luchtkwaliteitskaarten opmaken (VITO, 2009).
Met de richtlijn 2002/49/EG van het Europese Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (gepubliceerd op 18.07.2002) wordt gestreefd naar een gemeenschappelijke Europese aanpak bij voorkomen of verminderen van gezondheidsschadelijke effecten door blootstelling aan omgevingslawaai. De richtlijn is via VLAREM omgezet in Vlaamse regelgeving (BVR van 22.07.2005). Met ondersteuning van de Vlaamse overheid werden strategische geluidbelastingkaarten voor de agglomeratie Antwerpen opgemaakt (SGS, 2010). De Vlaamse milieuadministratie stelde ook een tussentijds actieplan op, waarin bestaande maatregelen zijn opgenomen en een aanzet is gegeven om nieuwe of aangepaste maatregelen uit te werken.
De ambitie van de Vlaamse overheid om inzake luchtkwaliteit tegen 2020 tot de Europese economische topregio’s te behoren, vooronderstelt een afname van de gemiddelde jaarconcentratie aan fijn stof (PM10) met minstens 25% tegenover de waarden van 2007 en een drastische vermindering van de jaargemiddelde concentratie van PM2,5 tot 25 μg/m³. Door een screening en punctuele bijsturing van bronnen die NO2 in de stedelijke omgeving uitstoten, moet de mogelijke overschrijding van de Europese grenswaarde (40μg/m³) vermeden worden. Het aantal ernstig gehinderden door verkeerslawaai moet tegen 2020 met 15% verminderen.
De Antwerpse regio bevindt zich in het Midden-West-Europese hotspotgebied op het vlak van milieukwaliteit. Recente studies geven voor de voorbije twintig jaar een gunstige trend aan. Een toename van de verkeersdrukte in en om de stad Antwerpen zorgt wel voor een bijkomende impact op de luchtkwaliteit en het geluidsniveau. Extra lokale inspanningen zullen nodig zijn om bestaande normen en vooruitgeschoven streefwaarden te kunnen halen.
Er werd daarom aan VITO (voor het luchtkwaliteitsaspect) en Technum Tractebel Engineering (met afdelingen Tritel en DBA-consult voor het mobiliteits- en geluidsaspect) de opdracht gegeven de huidige situatie in kaart te brengen (aan de hand van lucht- en geluidskaarten), knelpunten te definiëren en maatregelen voor te stellen om de leefkwaliteit in Antwerpen inzake lucht en geluid te verbeteren.
Op 6 mei 2011 (jaarnummer 2011_CBS_10155) heeft het college kennis genomen van het eindrapport inzake luchtkwaliteit en geluidshinder in Antwerpen. In dat eindrapport is een lijst van mogelijke maatregelen opgenomen om de impact van verschillende emissiebronnen op de stedelijke milieukwaliteit terug te dringen.
De maatregelen werden gebundeld beschreven in 3 scenario’s. De opgegeven maatregelen kunnen in functie van diverse beleids- en actieplannen en met ondersteuning van externe en interne partners uitgevoerd worden. In de beschrijving hieronder wordt per maatregelenpakket in grote lijnen de huidige uitvoering van de acties aangegeven.
Hieronder wordt een stand van zaken gegeven van de voorgestelde maatregelen uit maatregelenpakket 1 per beleidsdomein.
Beleidsplanning van stadsontwikkeling/mobiliteit
In 2010 werd de verbreding en verdieping van het bestaande mobiliteitsplan van de stad Antwerpen aangevat. In een apart hoofdstuk over ‘milieu, energie en gezondheid’ wordt ingezoomd op de invloed van het verkeer op de concentratie van fijnstof en stikstofdioxide, omgevingsgeluid en CO2. Er wordt ook aandacht besteed aan ongevallen en gezondheidseffecten van het huidige mobiliteitsgedrag. Het mobiliteitsplan wordt tegen de zomer (2011) opgeleverd. Het is de ambitie van het mobiliteitsplan om bij te dragen tot de verminderde concentratie van fijnstof en stikstofdioxide, omgevingsgeluid en CO2.
In het globale mobiliteitsbeleid voor de stad Antwerpen worden verschillende acties opgenomen om de binnenstedelijke verplaatsingen per auto te reduceren, waaronder een verdere uitbreiding van het autodelen naar minstens twee parkeerplaatsen per district, de introductie in 2011 van een fietsontleningssysteem (1.800 fietsen op 300 stalpunten doorheen de stad tegen eind 2012) en verdere uitbouw van fietsinfrastructuur.
Andere acties die in het kader van de interne mobiliteitsplanning lopen zijn: het stimuleren van fietsgebruik bij werknemers in functie van woon/werkverkeer (800 fietsparkeerplaatsen in Den Bell) en dienstverplaatsingen (100 dienstfietsen), aanmoedigen van het gebruik van openbaar vervoer en het faciliteren van carpoolen voor stadsmedewerkers in het Bell-gebouw.
Het totale effect van al deze maatregelen op de luchtkwaliteit en het geluid valt moeilijk te becijferen. Volgens een voorzichtige schatting zou de verkeersdrukte hierdoor afnemen met 1 à 2%.
Daarnaast wordt er in functie van de binnenstedelijke verkeersafwikkeling gekeken naar afbakening van autoluwe, autoarme en autovrije zones. De selectie daarvan hangt grotendeels samen met de uitbreiding van zone 30 voor de hele binnenstad, die onlangs werd goedgekeurd.
Specifieke wijzigingen in de verkeerscirculatie, zoals een knip in woonstraten, worden per wijkcirculatieplan geëvalueerd en geïmplementeerd. 36 wijkcirculatieplannen staan op het programma. Voor 5 wijken zijn deze plannen definitief goedgekeurd, 2 andere worden binnenkort aan de gemeenteraad voorgelegd. Nog minstens 10 wijkcirculatieplannen zullen tegen het einde van 2012 opgemaakt zijn.
In woonwijken waar deze maatregelen worden toegepast, is er een ontradend effect voor doorgaand verkeer waardoor de totale verkeersdruk met minstens 10% afneemt, wat aanleiding geeft tot een verbetering van de plaatselijke luchtkwaliteit. De snelheidsverlaging betekent ook een reductie van het verkeersgeluid met 3 dB voor auto’s en 2 dB voor middelzwaar en zwaar vervoer.
Snelheidsverlaging op grote invalswegen leidt tot verminderde geluidshinder. Op de Bisschoppenhoflaan en de Grote Steenweg werd de snelheid verlaagd tot 50 km/u. Op de Ring geldt een permanente snelheidsverlaging tot 100 km/u.
Naast de bestaande ‘Park & ride’-zones, worden nieuwe parkings voorzien in Ekeren (Kazerne, 200 plaatsen) en aan de VIIde Olympiadelaan (150 plaatsen).
Acties van stadsontwikkeling/openbaar domein
De heraanleg van straten en openbaar domein wordt bepaald in overleg met de districten. Stille wegdekken kunnen een geluidsreductie realiseren van minstens 3 dB en in sommige gevallen tot 14 dB. Voor elke heraanleg van een straat wordt daarom voorgesteld om een geluidstoets uit te voeren en te onderzoeken of er bijkomende maatregelen nodig zijn.
In het kader van Module 5 werd de installatie van geluidsschermen voorzien door de Vlaamse overheid langs de E313 aan de Wouter Haecklaan- Vaartweg.
In 2010 werd door AG Stadsplanning een raamcontract afgesloten met de vakgroep akoestiek van de Universiteit Gent voor geluidsstudies die in functie van nieuwe woonuitbreidingsgebieden kunnen worden uitgevoerd. In gebiedsgerichte studies wordt onder meer onderzocht of gebouwen met een bepaalde nutsfunctie kunnen ingepland worden als geluidswering voor de achterliggende omgeving. Verschillende studies werden in dat kader al uitgevoerd.
Acties van patrimoniumonderhoud/voertuigencentrum
Het stedelijke wagenpark werd de voorbije jaren gesaneerd: 6,5% van het totaal aantal voertuigen werd afgestoten. Deze afbouw wordt voortgezet, op basis van de principes van het bedrijfsvervoersplan van Den Bell.
In samenwerking met het stedelijk voertuigencentrum zijn richtlijnen uitgewerkt om het eigen wagenpark verder te optimaliseren. Zo wordt voorgesteld om bij aankoop van personenwagens en bestelwagens maximaal te kiezen voor benzinewagens. Bij aankoop van lichte en zware vrachtwagens wordt de voorkeur gegeven aan aardgas of wordt indien mogelijk de aankoop van zware vrachtwagens uitgesteld tot de euro6-norm in voege is. Momenteel loop te aankoopprocedure voor vijf verhuiswagens op aardgas. Een bestek is uitgeschreven voor afsluiten van een raamcontract voor het leveren van elektrische personenwagens, waarvan 6 stuks besteld worden in 2011.
Bij aankoop van dienstvoertuigen en in het nieuwe raamcontract voor aankoop van banden wordt de rolgeluidsemissiewaarde als wegingsfactor opgenomen. Om de bandenspanning optimaal te houden wordt deze bij onderhoud systematisch gecontroleerd, worden de gebruikers van dienstvoertuigen hiertoe gesensibiliseerd en wordt op vaste standplaatsen de nodige infrastructuur voorzien.
Acties in overleg met externe partners
Met de Lijn zijn voor de uitbreiding en promotie van het openbaar vervoersnet al verschillende akkoorden gesloten. Een aantal van de voorgestelde acties uit het onderzoek van VITO-Tritel loopt al:
Voor maatregelen uit maatregelenpakket 2 moet de verdere uitwerking gebeuren in een samenwerking tussen de stad en de Vlaamse overheid en is er nu al een aanzet gegeven in de richting van een haalbaarheidsonderzoek.
Voor de invoering van lage emissiezones loopt momenteel een studie bij het Havenbedrijf. De haalbaarheidsstudie van de Vlaamse milieuadministratie ligt ter goedkeuring bij minister Schauvliege. Op basis van de resultaten van de studies zal de stad Antwerpen onderzoeken of en op welke manier milieuzones kunnen ingevoerd worden.
In het kader van dit maatregelenpakket 3 werd al volgende acties ondernomen.
De dienst samenleven/milieutoezicht heeft een aantal projecten opgezet voor verscherpt toezicht op industriële fijnstofbronnen (op- en overslag in havengebied en Hoboken).Verdere uitwerking van het maatregelenpakket in verband met verscherpt toezicht op industriële fijnstofbronnen en toepassing van best beschikbare technologie in grote bedrijven in het havengebied dient te gebeuren in samenwerking met het havenbedrijf en de Vlaamse milieuadministratie.
De stad Antwerpen is bezig aan de opmaak van een beleidsnota ‘Duurzaam Antwerpen’. Daarin worden acht thema’s geselecteerd waarop de stad inzet om haar duurzaamheidsambities waar te maken: energie, mobiliteit, lucht/geluid, groen, water, materialen, bodem en ruimte. De besliste maatregelen in het kader van de verbetering van de luchtkwaliteit en de beheersing van de geluidshinder vormen een onderdeel van de beleidsnota en zullen hierin opgenomen worden.
Het college beslist aanvullende maatregelen en acties in functie van de verbetering van de luchtkwaliteit en de beheersing van de geluidshinder in de stad Antwerpen, voor uitvoering op de korte termijn goed te keuren:
Het college geeft stadsontwikkeling/energie en milieu Antwerpen de opdracht om als projectleider en in samenwerking met betrokken diensten en externe partners (De Lijn, Infrabel/NMBS en de Vlaamse milieuadministratie) de concrete haalbaarheid van de hieronder vermelde maatregelen van maatregelenpakket 1, 2 en 3 in functie van de verbetering van de luchtkwaliteit en de beheersing van de geluidshinder in de stad Antwerpen na te gaan en hierover eind september 2011 te rapporteren. Aan de projectleider wordt het mandaat en de bevoegdheid gegeven om alle medewerkers aan het project, de projectleiders van de verschillende deelprojecten, aan te sturen en opdrachten te geven in het kader van het project.
Maatregelpakket 1
Maatregelenpakket 2
Maatregelenpakket 3
Het college geeft stadsontwikkeling/energie en milieu Antwerpen de opdracht om de besliste maatregelen in het kader van de verbetering van de luchtkwaliteit en de beheersing van de geluidshinder op te nemen in de beleidsnota Duurzaam Antwerpen.