Op 9 januari 2009 (jaarnummer 102) besliste het college de ondertekening van het Burgemeestersconvenant goed te keuren. Dit is een formele verbintenis van de steden om hun CO2-uitstoot te verlagen tot onder de vooropgestelde Europese 20-20-20-norm.
Op 27 maart 2009 (jaarnummer 4149) besliste het college om een klimaatbeleidsplan op te stellen, met aandacht voor een procesmatige aanpak waarin zowel interne als externe stakeholders betrokken worden.
Sinds 2010 volgt AG VESPA het Europees Smart Cities initiatief voor stad Antwerpen. Smart (Energy) Cities is een initiatief inzake energie-efficiëntie voor maximaal 30 steden; de bedoeling is het ondersteunen van steden en regio's in het ondernemen van ambitieuze en voortrekkersmaatregelingen om tegen 2020 naar 40% reductie van CO2-uitstoot te gaan door middel van duurzaam gebruik en productie van energie. Thema's waarrond gewerkt wordt: gebouwen - energienetwerken- transport.
Op 26 april 2011 was er een verkennend en informatief overleg tussende stad Antwerpen (stadsontwikkeling/energie en milieu Antwerpen, ACT/WNE, stadsonwikkeling, AG Stadsplanning, AG VESPA) en Vito nv omtrent de laatste ontwikkelingen in dit Smart Energy Cities intiatief. Vito nv peilde hierin tevens naar de stedelijke interesse om in een Europees netwerk (met Nederland en Oostenrijk) in te stappen.
Het Vlaams stedelijk partnerschap bestaat uit: Oostende, Genk, Leuven (onder voorbehoud), Gent en Antwerpen. Deze steden (behalve Leuven die hiertoe wel de intentie heeft) hebben zowel de Burgemeesterconvenant ondertekend, als een klimaatplan opgesteld. Meer nog: elke Vlaamse stad (behalve Hasselt) die de Burgemeesterconvenant heeft ondertekend is partner in het project. Vito nv is de coördinator.
Het stimuleren en ondersteunen van deelname aan Europese subsidieprogramma's behoort tot de kerntaken van de Eurodesk binnen de afdeling Fondsen van AG VESPA. De vraag van Vito nv om mee te stappen in het voorbereidend traject tot aan de eventuele indiening van een Europees samenwerkingsproject biedt Antwerpen de mogelijkheid om een degelijke aftoetsing te maken van haar kansen in het Smart Energy Cities initiatief.
De partners dragen bij aan het Smart Energy Cities netwerk door middel van vier concrete stappen:
1. Vastleggen van een Smart Energy City stakeholdersengagement met een aantal cruciale actoren (stad, projectontwikkelaars, innovatiespelers, distributiebeheerders, transportmaatschappijen, ...) in de eigen stad. Deze oefening van alle betrokken partners wordt samengelegd en moet leiden tot een eerste gezamenlijk stakeholdersengagement
2. Identificeren van de korte termijn stadsontwikkelingsprojecten die potentieel hebben voor Smart Energy Cities. Per project kunnen de principes van Smart Energy Cities worden aangetoond en hoe deze toegepast zullen worden.
3. Deelname aan een Europese call voorbereiden (vermoedelijk lopende vanaf juni 2011 tot februari 2012) om ook formeel ondersteuning te krijgen.
4. Vastleggen van een set klimaatplan indicatoren (KPIs) die de voortgang naar een Smart Energy City goed weergeven. Deze set is uitgebreider dan de indicatoren die typisch in de context van de Burgemeestersconvenant gebruikt worden; de KPI's moeten immers afgestemd zijn op de bestaande klimaatplannen. Hierdoor blijven de opvolging van het project, de monitoring van de vooruitgang en de onderlinge uitwisseling van leerpunten gewaarborgd.
In deze fase van het project zijn vooral stap 1, 2 en 3 voor Antwerpen van belang.
Het college keurt goed dat de stad Antwerpen de uitbouw van het Smart Energy Cities-netwerk mee ondersteunt.
Het college geeft opdracht aan:
|
Stadsontwikkeling / ruimtelijke ordening en AG stadsplanning |
identificatie van stadsontwikkelingsprojecten met potentieel voor Smart Energy Cities |
| SW/EMA |
zoeken en betrekken van relevante lokale actoren |
| alle relevante stedelijke diensten | deelname aan stakeholders overleg en aanleveren relevante data en informatie |