Terug

2011_CBS_10478 - Straalstraat 1. Milieuvergunning exploitatie wasinstallatie - Collegiale brief aan de minister van Leefmilieu voor het bekomen van een afwijking op de milieuvergunningsvoorwaarden - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/05/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_10478 - Straalstraat 1. Milieuvergunning exploitatie wasinstallatie - Collegiale brief aan de minister van Leefmilieu voor het bekomen van een afwijking op de milieuvergunningsvoorwaarden - Goedkeuring 2011_CBS_10478 - Straalstraat 1. Milieuvergunning exploitatie wasinstallatie - Collegiale brief aan de minister van Leefmilieu voor het bekomen van een afwijking op de milieuvergunningsvoorwaarden - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Het wassen van huisvuilwagens en veegwagens op de vestiging van de Straalstraat is volgens de milieuwetgeving een hinderlijke activiteit waarvoor een milieuvergunning moet aangevraagd worden.

Een vergunning voor het reinigen van huisvuilwagens en veegwagens werd verleend op 16 maart 2006 op basis van het ingediende dossier met betrekking tot de installatie van een wasstraat, met een aparte voorziening voor het uitwendig en het inwendig reinigen van vuilniswagens en veegwagens, en waterzuivering via een membraanbioreactor. De grote variabiliteit en het atypische karakter van het afvalwater had echter een grotere impact op de technische eisen van de wasinstallatie en op de bedrijfsvoering dan oorspronkelijk voorzien. De huidige installatie voldoet niet aan de gestelde voorwaarden en de portaalwasinstallatie met de waterzuivering werd daarom buiten gebruik gesteld.

Om te voldoen aan Vlarem II zou de stad Antwerpen een volledige (biologische) waterzuivering moeten aanleggen.

Argumentatie

Bij stads- en buurtonderhoud worden de vuilniswagens dagelijks gereinigd. Dat gebeurt onder andere in de vestiging van de afdeling stadsreiniging aan de Straalstraat. Volgens artikel 5.2.2.9.3 § 2 van het VLAREM II is de stad verplicht een volledig uitgebouwde waterzuiveringsinstallatie (i.e. biologische waterzuiveringsinstallatie) in te richten om het afvalwater te behandelen.

Het debiet dat behandeld moet worden is relatief klein en is samengesteld uit discontinue waterstromen. Een biologische zuivering met dergelijk debiet en discontinu aanbod is technisch moeilijk te verwezenlijken. Door een grondige voorzuivering met grofvuilroosters, bezinkingsgoot, zandvanger, slibafscheider met vetvanger en KWS-afscheider (coalescentiefilter) kan het afvalwater dermate gereinigd worden dat het via de openbare riolering kan worden afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI).

De milieutechnische haalbaarheid voor de lozing op de RWZI-Schoten is onderzocht door Aquafin op basis van de afvalwateranalysekarakteristieken (vergelijkbare afvalwaterstroom van het inwendig reinigen van huisvuilwagens). Dit bedrijfsafvalwater met deze karakteristieken kan zonder bijkomende voorwaarden verwerkt worden op het RWZI-Schoten (toepassing van het bbt-principe).

Voor de site op de Generaal Armstrongweg werd op 6 juli 1998 door de stad Antwerpen een vergelijkbare aanvraag ingediend bij het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap voor het verkrijgen van een toelating tot afwijking van het voornoemde artikel voor het installeren van een volledige waterzuivering. Op 19 september 2002 besliste mevrouw Vera Dua, toenmalig Vlaams minister van Leefmilieu en Landbouw, dat het afvalwater in de openbare riolering mag worden geloosd, op voorwaarde dat er een voorzuivering gebeurt, bestaande uit mechanische roosters, een zandvang en een olieafscheider.

In Vlarem II is voorzien dat een individuele afwijking kan aangevraagd worden op de sectorale voorwaarden zoals voorzien in artikel 1.2.2.1 van het Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne.

Juridische grond

 

Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (Vlarem II). 

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een collegiale brief te sturen aan de minister van leefmilieu met de vraag om een afwijking toe te staan op de sectorale vergunningsvoorwaarden voor de wasinstallatie van de vestiging op de Straalstraat.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • bijlage1_afwijkingsaanvraag_analyse_afvalwater.xls
  • bijlage2_afwijkingsaanvraag_armstrongweg.pdf
  • bijlage3_afwijkingsaanvraag_milieuvergunning_straalstraat_2006.pdf
  • bijlage4_afwijkingsaanvraag_advies_aquafin.msg
  • collegiale_brief_bijlage_motiveringsdoc.doc
  • collegiale_brief.doc