Terug

2011_CBS_10465 - Masterplan Oude Landen - Uitvoering - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 20/05/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_10465 - Masterplan Oude Landen - Uitvoering - Goedkeuring 2011_CBS_10465 - Masterplan Oude Landen - Uitvoering - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Op 31 oktober  2001 (jaarnummer 11719) keurde het college de beleidsovereenkomst omtrent de herbestemming van het spoorwegemplacement Stuivenberg tot stedelijk park Spoor Noord tussen de NMBS, nv EIS en de stad Antwerpen goed. In de beleidsovereenkomst handelt één ontbindende voorwaarde over de uitwijkbundels met name artikel 29. Uitwijkbundels. In dit artikel streven de partijen een spoedige oplossing na voor de verplaatsing van de aanwezige uitwijkbundels naar Luchtbal.

Op 23 januari 2004 (jaarnummer 346) besliste het college om principieel akkoord te gaan met de verplaatsing van de uitwijkbundel naar Luchtbal, conform de beleidsovereenkomst, maar niet in combinatie met de onderhoudsinstallatie.

Op 10 maart 2006 (jaarnummer 2610) keurde het college de beleidsnota ‘Oude Landen’ goed, waarmee het haar visie op dit gebied vanuit het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) uitschrijft in functie van een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) voor de optimalisatie van de spoorontsluiting van de haven, waarmee tegelijkertijd de (minimale) spoorwegbundel kan worden verankerd. Het college besliste hierover een collegiale brief te richten aan de minister bevoegd voor ruimtelijke ordening en de NMBS.

Op 24 april 2006 (jaarnummer 493) besliste de districtsraad van Ekeren naar aanleiding van de beleidsnota ‘Oude Landen’ en de projecten van de NMBS een aantal aanbevelingen over te maken aan de Vlaamse regering.

Op 9 februari 2007 (jaarnummer 1492) nam het college akte van het kennisgevingsdossier van het project-MER voor de aanleg van een ongelijkvloerse spoorvertakking en uitbreiding van de spoorbundel Luchtbal en besliste om zijn advies over te maken aan de dienst Milieueffectenrapportage van de Vlaamse overheid (Departement Leefmilieu, Natuur en Energie).

In het kader van de project-MER adviseerde het college op 22 februari 2008 (jaarnummer 1660) om volgende milderende maatregelen op de nemen:
1 Het gebied tussen beide spoorprojecten wordt door de NMBS ingericht als een natuurontwikkelingsproject, waarvoor te gepasten tijden in samenspraak met de stad Antwerpen een plan zal voor opgemaakt worden. 
2 De oversteekbaarheid van lijn 27A te realiseren door een recreatieve en ecologische verbinding te maken samen met de onderbruggingen en het herstel van de oevers van de Oudelandse beek en de Laarse beek ter hoogte van hun dwarsing met het vertakkingscomplex.
3 De oversteekbaarheid van lijn 12 te realiseren door een recreatieve verbinding te maken ten zuiden van de spoorbundel Luchtbal die het bestaande natuurreservaat verbindt met het toekomstige natuurrijk park.

In de zitting van 3 april 2009 (jaarnummer 4459) gaf het college in het kader van de nota voor publieke consultatie een advies.

In de zitting van 10 juli 2009 (jaarnummer 9080) heeft het college besloten een collegiale brief naar de minister bevoegd voor Ruimtelijke Ordening en naar het hoofd van de entiteit departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed te sturen. In deze brief werd gevraagd het plangebied van het GRUP in opmaak voor de spoorweginfrastructuur Oude Landen te verruimen met de zone met de bestemming agrarisch gebied ten oosten van de spoorlijn 27A en deze zone om te vormen tot recreatiegebied.

In zitting van 10 juli 2009 (jaarnummer 9273) besliste het college de projectdefinitie voor het masterplan Sportpark Oude Landen goed te keuren en volgende kandidaten aan te duiden om deel te nemen aan de minicompetitie:
1 Soresma & Atelier JPLX
2 Grontmij Vlaanderen & Denis Dujardin
3 THV Office Kersten Geers David Van Severen & Technum & Tritel

In de zitting van 20 november 2009 (jaarnummer 16320) besliste het college om een advies uit te brengen op de plenaire vergadering van het GRUP.

In de zitting van 11 december 2009 (jaarnummer 17665) werd Grontmij Vlaanderen & Denis Dujardin aangesteld als ontwerpers voor het masterplan Sportpark Oude Landen.

In de zitting van 25 juni 2010 (jaarnummer 7808) keurde het college het voorontwerp van het masterplan Sportpark Oude Landen en het bijhorende communicatietraject goed. Aan de dienst stadsontwikkeling/ruimte, mobiliteit en erfgoed/ruimtelijke planning (SW/RME/RP) is de opdracht gegeven onderhandelingen op te starten met Infrabel om het talud van de spoorweg aan te passen aan het masterplan.

In de zitting van 25 juni 2010 (jaarnummer 7809) werd de opmaak van een waterstudie voor het Sportpark Oude Landen gegund aan Soresma nv

Op 18 augustus 2010 (jaarnummer 9701) besliste het college om een positief advies uit te brengen in het kader van het openbaar onderzoek van het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan Spoorweginfrastructuur Oude Landen.

Op 16 december 2010 (jaarnummer 5491) heeft het districtscollege het definitief ontwerp van het masterplan Sportpark Oude Landen positief geadviseerd en ter kennisgeving naar de districtsraad doorverwezen.

Op 4 februari 2011 (jaarnummer 1146) keurde het college het definitieve masterplan goed.

Op 28 februari 2011 (jaarnummer 205) heeft de gemeenteraad de overeenkomst met Infrabel goedgekeurd. Volgens deze overeenkomst neemt Infrabel de realisatie van het verbrede spoorwegtalud op zich. Stad Antwerpen betaalt de aan deze realisatie verbonden kosten terug.

De goedkeuring van het masterplan Sportpark Oude Landen is de eerste belangrijke mijlpaal om tot de realisatie van het sportpark te komen. Het masterplan kan ontrafeld worden in drie aspecten:

  • de realisatie van het talud;
  • het ‘gelijkvloerse’ park met de sportterreinen en het grachtenstelsel;
  • de sporthal.

De realisatie van het sportpark is afhankelijk van de werken van Infrabel aan de ongelijkgrondse kruising omdat Infrabel zolang mogelijk het huidige spoor in gebruik wil houden. In informele contacten hebben zij volgende indicatieve timing weergegeven:

  • start der werken: eind 2011;
  • de eerste fase, ten zuiden van de Oudelandse Beek, duurt 25 maanden;
  • de tweede fase, ten noorden van de Oudelandse Beek, duurt 12 maanden;
  • einde der werken wordt bijgevolg voorzien begin 2015.

Binnen het projectgebied van het masterplan bevindt zich een huurwoning in beheer van AG VESPA.

Argumentatie

Uiteraard hield de goedkeuring van het masterplan nog geen uitvoering in. De juiste diensten moeten bepaalde delen van het masterplan opnemen om dit tot daadwerkelijke uitvoering te laten evolueren.

Vertrekkende vanuit de drie uitvoeringsaspecten binnen het masterplan kan een volgende verdeling worden opgemaakt:

  • Infrabel neemt de realisatie van het talud op zich zoals in de overeenkomst gestipuleerd, door de gemeenteraad goedgekeurd op 28 februari 2011 (jaarnummer 205);
  • vermits dit een openbaar park zal worden zal het ontwerp van het park van voorontwerp tot uitvoeringstekeningen moet worden opgenomen door de dienst ontwerp en uitvoering van het bedrijf stadsontwikkeling;
  • het ontwerp van de sporthal zal opgenomen worden binnen het bedrijf patrimoniumonderhoud.

De start van de uitvoeringsprojecten voor de sporthal en het sportpark is afhankelijk van de timing die door Infrabel gehanteerd wordt.

De toekomst van de club binnen het sportpark, KSK Donk, moet verzekerd worden. Dit betekent dat naar de club toe een aangepast traject aangewezen is. Voor KSK Donk zijn de volgende elementen van essentieel belang om een bloeiende clubwerking te kunnen blijven uitbouwen:

  • zij hebben nood aan de inkomsten uit een kantine;
  • er moeten afzonderlijke kleedkamers zijn voor de buitensporten. Dit is ook noodzakelijk om de werking van de sporthal niet te hypothekeren;
  • de club moet zijn werking steeds kunnen blijven verderzetten;
  • voordat er met de werken gestart wordt, moet er duidelijkheid zijn over de lopende leningen die de huidige infrastructuur bezwaren;
  • aan de club moet de nodige inspraak in de ontwerpen van de sportterreinen en de sporthal geboden worden.

Er dient onderzocht te worden of deze elementen in een charter tussen de stad Antwerpen en de club KSK Donk kunnen vastgelegd worden. Tijdens de bouwfase dient er een vernieuwde concessie met de club opgesteld te worden in functie van de nieuwe infrastructuur.

Op de plaats van de huurwoning in het projectgebied, is de parking voor het sportpark ingetekend. De huur van deze woning moet tijdig worden opgezegd.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om het Autonoom Gemeentebedrijf Vastgoed en Stadsprojecten Antwerpen (AG VEPSA) en de bedrijfeenheid patrimoniumonderhoud en stadsontwikkeling de opdracht te geven om het masterplan Sportpark Oude Landen uit te voeren.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst

taak

SW/O&U/ONT om in samenwerking met CS/SR en SW/RM/RB

het ontwerp van het sportpark op te starten.

PO/G/PB om in samenwerking met CS/SR en SW/RM/RB

het ontwerp van de sporthal op te starten.

CS/SR en SW/RM/RB

een charter waarin de elementen van essentieel belang voor de club zijn opgenomen, te onderzoeken.

AG VESPA

de huur van de woning binnen het projectgebied stop te zetten.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.