Op 13 februari 2004 keurde de Vlaamse regering een nota goed waarmee de selectie van de Antwerpse, de Gentse en Brusselse Nederlandstalige projecten 'de facto' wordt gedelegeerd naar de betreffende lokale besturen die een bindend advies uitbrengen.
Op 2 april 2004 (jaarnummer 3481) keurde het college, op vraag van de bevoegde Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke kansen, het kader met de prioriteiten en inhoudelijke criteria voor de selectie van de Antwerpse projecten goed, evenals de beslissingsstructuur.
De stad Antwerpen is sinds 2004 bevoegd voor het uitbrengen van een bindend advies over de Antwerpse projecten die bij het Federaal Impulsfonds werden ingediend. De jury legt de adviezen voor aan het college.
Voor 2011 werd door middel van een brief van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur van
28 april 2011 gevraagd om de advisering van de projecten te organiseren volgens de richtlijnen van
13 januari 2006. Deze richtlijnen bepalen de te volgen procedure bij de samenstelling jury en de wijze van advisering.
De richtlijnen voor de samenstelling jury zijn:
Het synthesevoorstel van de door de jury uitgebrachte adviezen zal ter bekrachtiging worden voorgelegd aan het college en geldt als bindend advies voor de selectie van de projecten.
Indien het voorstel vanuit het college afwijkt van het voorstel van de selectiejury, dient het college dit te verantwoorden.
In navolging van de richtlijnen van de minister zal voor de stad Antwerpen de selectiejury bestaan uit:
Richtlijnen van 13 januari 2006 van de Vlaamse Regering houdende goedkeuring selectieprocedure, samenstelling jury en wijze van advisering.
Het college beslist, conform de richtlijnen van 13 januari 2006 van de Vlaamse Regering, de jury als volgt samen te stellen: