Terug

2011_CBS_10977 - Rechtspositieregeling - Opmerkingen aan de Vlaamse regering na evaluatie wetgeving - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 10/06/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_10977 - Rechtspositieregeling - Opmerkingen aan de Vlaamse regering na evaluatie wetgeving - Goedkeuring 2011_CBS_10977 - Rechtspositieregeling - Opmerkingen aan de Vlaamse regering na evaluatie wetgeving - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57, §1 van het Gemeentedecreet bepaalt dat het college de beraadslagingen van de gemeenteraad voorbereidt. Dit betreft ook de rechtspositieregeling van het stadspersoneel.

Volgens artikel 57, § 2, 2° van het Gemeentedecreet is het college bevoegd voor het aanstellen en het ontslaan van het stadspersoneel. Het college is bijgevolg bevoegd om de toepassingsmodaliteiten van de door de gemeenteraad goedgekeurde rechtspositieregeling te bepalen, zelfs als het feitelijk aanstellen en ontslaan van het stadspersoneel gedelegeerd werd aan de stadssecretaris.

Het Gemeentedecreet heeft aan het college ruime bevoegdheden inzake personeel toegewezen. Het college is bijgevolg gerechtigd om zijn standpunt inzake de wetgeving betreffende het personeel aan de bevoegde minister kenbaar te maken.

Aanleiding en context

De Beleidsbrief Binnenlands Bestuur 2010 – 2011 van de Vlaamse minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en Vlaamse rand bevat verschillende beleidsdoelstellingen inzake de rechtspositieregeling van het gemeentelijk personeel (onder nummer 2.4: de strategische doelstelling sterke en verantwoordelijke besturen). Zo zal er onder andere worden voorzien in mobiliteit tussen de lokale besturen en de autonome gemeentebedrijven.

In het kader hiervan heeft het college een evaluatie van de rechtspositieregeling van het stadspersoneel gemaakt, en doet het aan de minister een voorstel inzake de noodzakelijke aanpassing aan de wetgeving ten behoeve van een flexibel personeelsbeleid.

Argumentatie

De wetgeving is niet aangepast aan de behoefte naar een flexibel personeelsbeleid van een grote stad als Antwerpen. De stad Antwerpen moet in de mogelijkheid worden gesteld om zoveel mogelijk zelf haar eigen regelgeving inzake het personeel vast te stellen, zodat zij onmiddellijk kan inspelen op de evolutie in de dienstverlening en op het aanbod van gekwalificeerd personeel op de arbeidsmarkt. In tegenstelling tot punctuele aanpassingen vraag de stad Antwerpen dat er wordt afgestapt van detailreglementeringen en op het vlak van de rechtspositieregeling een fundamenteel andere benadering wordt gehanteerd.

Het is duidelijk dat de rechtspositieregeling niet overeenkomt met de lokale autonomie die het gemeentedecreet nastreefde en opnieuw centraal staat in het witboek interne staatshervorming. Dit is onvermijdelijk om de slagkracht van de stad als lokale overheid te verhogen. Het studiepunt bestuurlijke organisatie Vlaanderen stelde vast dat in het besluit van de Vlaamse regering betreffende de rechtspositieregeling voor lokale besturen 62,30% van de bepalingen door de regering opgelegd zijn, zonder enige marge voor autonomie van de lokale besturen. Slechts 6,33% van de artikels bieden een facultatief kader waarbinnen uitgebreidere keuzes kunnen worden gemaakt door het stadsbestuur. Ook de overige artikelen leggen ofwel verplichtingen op aan de lokale besturen, ofwel laten ze maar beperkte facultatieve ruimte.

De stad Antwerpen wil haar rechtspositieregeling en personeelsbeleid verder vereenvoudigen en versoepelen. Dit is noodzakelijk om in te spelen op de diverse behoeften van de verschillende beleidsdiensten  Ter ondersteuning van onze visie kan worden verwezen naar het artikel ‘Kleur in de grijze zone’ van Filip De Rynck in Lokaal van 16 april 2011 waarin verwezen wordt naar het feit dat regelgeving ondergeschikt en ondersteunend moet zijn aan de noden van de gebruikers en daarbinnen voldoende ruimte moet bestaan voor creativiteit en innovatie. De aanpassingen in de wetgeving die hieronder uiteengezet zijn, zijn daarvoor een absolute must.

Juridische grond

Art. 105 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 legt aan de gemeente de verplichting op om te voorzien in een rechtspositieregeling voor het personeel.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de nota aan Vlaams minister Geert Bourgeois goed. In deze nota werden de knelpunten in de wetgeving opgelijst die een soepele en flexibele rechtspositieregeling voor het stadspersoneel in de weg staan.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.