Terug

2011_CBS_11327 - Masterplan Hoboken centrum - Visienota - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 17/06/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_11327 - Masterplan Hoboken centrum - Visienota - Goedkeuring 2011_CBS_11327 - Masterplan Hoboken centrum - Visienota - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 van het Gemeentedecreet bepaalt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor beslissingen die de wet, het decreet of het uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college voorbehoudt.

Inspraak

Het Masterplan Hoboken centrum zet de toekomstige lijnen uit hoe Hoboken ruimtelijk zal ontwikkelen. Daarom is het van belang om bewoners en gebruikers te betrekken. Om dat toekomstkader robuust te maken is een gedachten- en kennisuitwisseling over de verandering van de ruimtelijke leefomgeving van de bewoners, en tevens de gebruikers al in een vroeg stadium wenselijk. De visie geeft enkele krachtlijnen weer die vragen om een bepaald abstractievermogen. De abstractie vervaagt bij de verfijning in de volgende fasen.

Het planningsproces voor het masterplan bestaat uit twee fasen.

Een eerste fase betreft de voorbereiding van het masterplan en omvat het opstellen van de projectdefinitie, het inrichten van een minicompetitie en tot slot het selecteren van de ontwerper. Fase twee betreft de opmaak van het masterplan aan de hand van het ingediende schetsontwerp. Daarbij zijn volgende stappen te onderscheiden:

  • analyse;
  • visievorming;
  • voorontwerp;
  • definitief masterplan.

Aan dit planningsproces is een communicatietraject gekoppeld, dat wordt opgedeeld in drie lijnen: de informatielijn, de participatielijn en een evenementenlijn. De invulling van dit traject is een gezamenlijk initiatief van de diensten stedelijk wijkoverleg, ruimtelijke ordening en het district Hoboken.

Opzet communicatietraject

1 Onderzoek gekoppeld aan de opstart van het masterplan

Op 20 september 2010 werd er tijdens de jaarmarkt een onderzoeksmoment voorzien. Aan de hand van 7 vragen konden bezoekers van de jaarmarkt hun mening geven over de sterke en minder sterke kanten van het centrum van Hoboken, de bereikbaarheid en groen in Hoboken. De resultaten van het onderzoek werden meegegeven aan de studiebureaus die deelnamen aan de minicompetitie.

2 Participatiemomenten naar aanleiding van de analyse en visie

Bevoorrechte getuigen (24 mei 2011)

Op 24 mei 2011 worden de resultaten van de analyse en de visie voorgelegd aan een beperkte groep bewoners, de bevoorrechte getuigen. Dit zijn acht tot twaalf personen die mee willen denken over de toekomst van Hoboken.

Breed participatiemoment (oktober 2011)

In oktober organiseren we een eerste breed participatiemoment, toegankelijk voor iedereen van Hoboken. In een plenair gedeelte krijgen de aanwezigen eerst meer uitleg over de analyse en visie van het Masterplan Hoboken centrum. Daarna wordt er in kleine werkgroepen nagedacht over de verschillende thema's uit het masterplan. De verwachtingen, suggesties en opmerkingen die tijdens de gesprekken worden geformuleerd worden samengebracht en overgemaakt aan de ontwerpers die deze informatie op hun beurt benutten om een voorontwerp op te maken.

Gelet op het belang van het masterplan voor heel Hoboken, wordt ervoor gekozen een ruim publiek uit te nodigen. In De Nieuwe Antwerpenaar van 15 juni wordt een oproep gelanceerd naar mensen die geïnteresseerd zijn om mee te denken over de toekomst van Hoboken, zij kunnen hun contactgegevens doorgeven en worden uitgenodigd op een participatiemoment in oktober. Deze oproep wordt in augustus ook naar het volledige adressenbestand van het stedelijk wijkoverleg gestuurd.

Klankbordgroep

Personen die geïnteresseerd zijn nauwer te worden betrokken bij het proces – uit de groep van de bevoorrechte getuigen en uit het breed participatiemoment – vormen een klankbordgroep. Deze klankbordgroep komt tijdens het proces minstens twee keer samen.

Focusgroepen met scholencluster (november 2011)

Tijdens het masterplan wordt de Oudestraat onderzocht en worden er mogelijk ingrijpende veranderingen voorgesteld. De scholencluster is in deze straat heel belangrijk. Daarom worden de directeurs, enkele ouders van de ouderraden en enkele leerkrachten apart betrokken via focusgroepen.

3 Participatie en communicatie naar aanleiding van voorontwerp

Participatie klankbordgroep (januari 2012)

De klankbordgroep krijgt meer uitleg over het voorontwerp en kan feedback geven.

Terugkoppeling naar alle bewoners (januari 2012)

Hier wordt iedereen die al eens deelgenomen heeft aan een vergadering op uitgenodigd. Tijdens het eerste deel van het participatiemoment wordt een wandeling georganiseerd langs de plaatsen die onderzocht werden en waarvoor voorstellen werden geformuleerd. Tijdens deze wandeling wordt meer uitleg gegeven over het masterplan. Daarna kunnen bewoners in kleine werkgroepen meedenken en feedback geven op het voorontwerp.

Jeugd (februari 2012)

Jongeren kunnen hun visie op het voorontwerp geven tijdens de jeugdraad, in samenwerking met de jeugddienst.

Senioren (februari 2012)

Senioren kunnen hun visie op het voorontwerp geven tijdens de ouderenraad, mee begeleid door het stedelijk wijkoverleg.

Focusgroep met winkeliers (februari 2012)

Op 23 november 2009 hebben de handelaars tijdens een workshop met (WNE) in het kader van de strategische visie van het winkelgebied Kapelstraat–Kioskplaats hun visie op deze twee straten kunnen geven.

Om de groep winkeliers te betrekken bij het masterplan, organiseren we een vervolgvergadering waar er enkele concepten met hen worden afgetoetst.

4 Communicatiemoment naar aanleiding van het goedgekeurde masterplan.

Klankbordgroep (juni 2012)

Het goedgekeurde masterplan wordt voorgesteld aan de klankbordgroep. Zij krijgen als eersten ook de tentoonstelling te zien.

Tentoonstelling (juni 2012)

Alle Hobokenaars worden uitgenodigd voor de tentoonstelling van het masterplan.

Aanleiding en context

In zitting van 20 oktober 2008 (jaarnummer 1870) besliste de gemeenteraad het bestek 2008/8132 goed te keuren voor een raamovereenkomst voor het aanstellen van een pool ontwerpers voor masterplannen.

In zitting van 30 december 2008 (jaarnummer 17210) besliste het college dertien ontwerpbureaus op te nemen in de pool van ontwerpers voor het bestek 2008/8132.

In zitting van 17 september 2010 (jaarnummer 11236) besliste het college de projectdefinitie voor het Masterplan Hoboken centrum goed te keuren en een minicompetitie op te starten.

In zitting van 10 december 2010 (jaarnummer 15327) besliste het college om studiebureau ‘Brut Architecture and Urban Design & Landinzicht & Vectris’ als ontwerper voor het Masterplan Hoboken centrum aan te stellen.

Op 17 mei 2011 werd de visienota toegelicht op het districtcollege van Hoboken.

Het college verdaagde dit punt in zitting van 27 mei 2011 (jaarnummer 10706).

Het centrum van Hoboken wordt ruimtelijk afgebakend door de directe omgeving van Kioskplaats-Lelieplaats en Kapelstraat. Het centrum heeft te kampen met een gebrek aan ruimtelijke eenheid en structuur. De Kioskplaats-Lelieplaats is het dorpshart van Hoboken maar de ruimtelijke structuur van een goed plein ontbreekt. Het is eerder een verbrede straat dan een ruimte met verblijfscomfort zoals een centrumplein hoort te bevatten. De huidige publieke ruimte heeft eerder een onbestemd karakter en is noch functioneel noch kwalitatief ingericht en biedt nauwelijks beleving- en verblijfsruimte. De Kapelstraat, een winkelstraat, maakt deel uit van het centrum en heeft de laatste jaren te lijden onder de negatieve gevolgen van verschillende maatschappelijke tendensen. De leegloop van handelszaken, de lage beeldkwaliteit van de omvorming van de gelijkvloerse winkelruimte tot woonruimte en de lage kwaliteit van de woningen tast systematisch het sociaal–economisch draagvlak van Hoboken centrum aan.

De bereikbaarheid van het centrum vanuit de omgeving dient geoptimaliseerd te worden. Een tramverbinding ontsluit het centrumgebied, maar een verlenging van de tramlijn is een verbetering van de veiligheid zowel als een troef voor het centrumplein als voor de omgeving.

De aanwezigheid van de groene parkenstructuur is een meerwaarde voor Hoboken en die wordt vandaag niet duidelijk waargenomen noch gebruikt, en is in vele opzichten landschappelijk beter te integreren in de stedelijke context. De kasteeldomeinen maken hiervan onderdeel uit, de kastelen hebben een historische erfgoedwaarde die van betekenis moet blijven voor het publieke gebeuren in Hoboken. Hoboken ligt aan de Schelde, maar dat is weinig voelbaar, de natuur van het Scheldelandschap is uniek, verbindingen ontbreken, de bereikbaarheid kan beter.

Volgens het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) is de doelstelling voor het stedelijk centrum Hoboken de winkelstraten als centraliteit te beschouwen en de relatie met de parkstructuur en met de Schelde te verbeteren. Het lagernetwerk in het algemeen, en de voet- en fietspaden in het bijzonder, moeten alle woongebieden bedienen en ze verbinden met de parken, stedelijke en buurtcentra en winkelstraten. De continuïteit van het publieke domein langs de rivier is de voorwaarde voor een kwalitatieve ontwikkeling van de harde ruggengraat. Het hoofddoel in Hoboken is het centrum te versterken en deze met de rivier te verbinden. Enkele verlaten industriële terreinen bieden de mogelijkheid om de oost-westrelatie van Hoboken met de rivier te herbekijken en deze centrale as tot aan de noord-zuidgerichte Scheldeboord consequent door te trekken. De open ruimte moet de stad beïnvloeden op dezelfde manier waarop de verkeersstructuur dat in het verleden heeft gedaan (via de infrastructurele expansies van de stad). De potenties van de porositeit en het groene karakter van Hoboken moeten worden benut in het nastreven van een aangenaam randstedelijk woonklimaat.

Het wedstrijdvoorstel van ‘Brut Architecture and Urban Design & Landinzicht & Vectris’ speelt in op de doelstellingen van het s-RSA en stelt het centrum voor als een letterlijk en figuurlijk raamwerk. Het raamwerk wordt gevormd door de as Kioskplaats-Lelieplaats en de as Oudestraat. Het is opgevat als een robuust netwerk, een basis voor ruimtelijke relaties of verbindingen.  Die verbindingen zorgen voor de positionering van Hoboken binnen het groter geheel, de Schelde, de omgeving, de stad. De integratie van de scholencluster in de Oudestraat is positief, hierdoor krijgt veiligheid, de perceptie van de schoolgaande jeugd een plaats. De verloren gegane relatie met de Schelde wordt hersteld door de Scheldestrip te zien als een grote spons met potentiële plekken op lange termijn, een patchwork met lokale- en bovenlokale uitstraling. Het concept is een flexibele gridstructuur die kan inspelen op ontwikkelingen in de toekomst. Het centrum wordt doorwaadbaar gemaakt onder andere door de potenties van verschillende bouwblokken te onderzoeken en de doorwaadbaarheid ervan. Er is goed onderzoeksmatig werk verricht dat het meso niveau (tussen stad en architectuur) overtuigend bespreekt. Er wordt een ruimtelijke strategie naar voor geschoven die flexibel maar hanteerbaar is. Er is met het ruimtelijk concept van Brut een stedenbouwkundig body en frame voorhanden.

Het wedstrijddossier werd inmiddels afgetoetst bij de betrokken actoren (het districtscollege, de relevante stedelijke diensten, …) en er werd een globale analyse van het gebied uitgevoerd.

Argumentatie

Op basis van de analyse wordt vanuit de volgende uitgangspunten vertrokken:

  • het verlies van het centrumgevoel, onder meer de neerwaartse spiraal van wegtrekkende functies, handelszaken en bewoners, die resulteert in structurele leegstand en braakliggende percelen, dient te worden omgebogen. Hiervoor zullen kleine ingrepen niet volstaan;
  • Hoboken ligt aan de stroom, maar de relatie met de Schelde is doorheen de jaren verwaterd. De nabije aanwezigheid van de Schelde is een aantrekkelijkheid om Hoboken als woon- en werkplek te houden of te maken;
  • centrum stedelijkheid wordt naast een concentratie van bebouwing, ook gecreëerd door de aanwezigheid van mensen. In Hoboken centrum is met het verdwijnen van het gemeentehuis, het doortrekken van de tram, de inrichting van het publiek domein, gewijzigd sociaal en recreatief patroon, het statuut van het ‘centrumplein’ voor de bewoner veranderd. Er is meer plaats gemaakt voor de harde ruimtegebruiker. Dat heeft geleidelijk voor een minder aantrekkelijke conditie van de verblijfskwaliteit gezorgd. Voetgangers en fietsers verdienen daarom meer ruimte.

De visie in het Masterplan Hoboken centrum legt de nadruk op de doelstelling het centrum te versterken door in te spelen op de specifieke kwaliteiten van Hoboken. Deze zijn bijvoorbeeld de historische gelaagdheid van het centrum (zoals het centrumplein en kasteeldomeinen), de aanwezigheid van het omliggende groen, de nabijheid van het Scheldelandschap, de lokale publiekaantrekkelijkheid van het centrale deel van Hoboken, de centrumfunctie van de kern (de rol van de handelskern) voor de buurt en de rol ervan in de stad als geheel.

De visie wordt doorvertaald in vier krachtlijnen, die als doelstelling hebben het versterken van het centrum, de aantrekkelijkheid van de stedelijke kern verhogen, het verbeteren van de relatie van het centrum met de Schelde en het omliggende groen, de bebouwde structuur inzetten om de fijnmazige dooradering van trage wegen te realiseren, de cultuurhistorische waarde inzetten als lokale troef.

Deze visie wordt doorvertaald in vier krachtlijnen:

  • Hoboken aan de Schelde: het centrum verbindt zich met de Schelde en de Scheldestrip verzoent industrie, recreatie en wonen; zijn twee ruimtelijke variaties of concepten die beogen om de weg naar de Schelde en het Scheldelandschap te versterken en de psychologische afstand te verkleinen. De nabijheid van de Schelde en de recreatieve regionale waarde van de Scheldestrip is een meerwaarde die hierdoor geoptimaliseerd kan worden;
  • Hoboken groen district: Fort 8 en de Hobokense polder zijn beiden van ecologisch belang maar een corridor, een verbinding betekent dat stapstenen een netwerk vormen. Een lappendeken van groene plekken, waarbij het aanwezige groen en kasteeldomeinen een belangrijke meerwaarde leveren aan de woonkwaliteit en leefbaarheid van Hoboken centrum. Achterkantsituaties kunnen voorkant worden, de buffercapaciteit tussen industrie en wonen kan door het aaneenschakelen van restruimtes. De kasteeldomeinen hebben een bepaalde botanische waarde waarbij de randafwerking en de publieke toegankelijkheid gecorreleerd zijn;
  • Hoboken bereikbaar: een netwerk van trage wegen (voetgangers en fietsers) is verder uit te bouwen. Het doorkruist het centrum met de Oudestraat en verbindt het centrum met parken en Schelde. Het is complementair aan de wegen voor gemotoriseerd verkeer. De visie op het openbaar vervoer maakt variantes van de mogelijke ruimtelijke betekenis van de tramverbinding begrijpbaar. Het openbaar vervoersaanbod, het intensief busverkeer en de ruimtelijke mogelijkheden voor de verlenging van de tram worden in scenario’s beschreven. Het autoverkeer met onder andere categorisering is een aanzet voor verfijning. Er is een gelijkmatige spreiding van het parkeeraanbod doorheen het centrum. De te detecteren lokale behoeften worden in relatie gebracht tot de ruimtelijke draagkracht van elk deelgebied;
  • een versterkt centrum: een compact centrum verbindt, waarmee er gewezen wordt op het raamwerk dat gevormd wordt door de Kioskplaats-Lelieplaats-Van Amstelstraat en een stuk van de Kapelstraat. Er zijn twee concentraties van activiteiten. Een compacte en geconcentreerde cluster van handelsfuncties op het westelijke deel van het raamwerk en de scholencluster, dienstencentra langs de Oudestraat en Broydenborglaan. De bestaande dwarsstraten Elststraat, Walstraat en Marneflaan verbinden, deels aangevuld en onderdeel van netwerk van trage wegen. De visie gaat na op welke manier de bouwblokken aanleiding kunnen geven voor het versterken van de centrumstedelijkheid. Een centrum dat een bijzondere recreatieve waarde dient te hebben voor bewoners, toeristen en gebruikers. De aandacht voor publieke ruimte wordt verhoogd, de Kioskplaats en Lelieplaats zijn het centrale plein, waarbij de ruimtelijke configuratie opnieuw een aangenaam verblijfs- en gebruiksruimte wordt. 

Deze krachtlijnen geven samen vorm aan de gewenste ruimtelijke structuur voor Hoboken centrum. Het centrum is een raamwerk dat robuust is (haalbaar en zeker) en verbonden wordt met de omgeving, de parken en de Schelde. Het centrum is een compacte concentratie van activiteiten (handel, verenigingen, bestuurlijke functies en onderwijs) dat opgehangen wordt door een letterlijk en figuurlijk raamwerk. Dat bestaat uit twee assen en dwarsverbindingen. Een as is de Kioskplaats-Lelieplaats-van Amstelstraat waarlangs handelsfuncties en publiekaantrekkelijke activiteiten geconcentreerd zijn die de relatie met het park en parkenstructuur (Fort 8) inhoudt. De beeldkwaliteit, de korrelmaat van de bebouwingsrand, de gevels, de keerlus, de tramhalte vormen een onderdeel van het aantrekkelijk ruimtelijk kader. De parallelle as is complementair. Het is de as Oudestraat-Broydenborglaan waar scholencluster, grootwarenhuiscluster, kasteel Broydenborg met wijkwerking verenigingen, bestuurskundige functie (districtshuis) gesitueerd zijn. Het profiel van de tweede as voorziet twee nieuwe publieke ruimtes (voorpleinen), die onder meer de veiligheid en aantrekkelijkheid van de aanwezige activiteiten vergroot. Beide assen worden verbonden door bestaande en nieuw te creëren trage verbindingen en stegen. Zij vormen een verkeersveilig alternatief waarbij de bereikbaarheid met het openbaar vervoer en de nabijheid van parkeervoorzieningen immers essentieel is om de lokale kleinhandel die in het centrum aanwezig is te bereiken. De herinrichting van het openbaar domein is een belangrijk onderdeel van de gewenste ruimtelijke structuur. Ook de transformatie van het bebouwd weefsel maakt daar integraal deel van uit. Het raamwerk verbindt via voetpaden en fietspaden het centrum met de Schelde en het landschap. De omliggende groene ruimtes (polder en Fort 8) kunnen onder meer ecologisch verbonden worden waardoor het centrum omarmd wordt door groen en de contactzones vergroot worden en het groen doordringt tot in het centrum. 

De visie van het Masterplan biedt een perspectief in de verre toekomst om over te dromen en de kansen van Hoboken op lange termijn te bekijken.

De visiebundel is een interessant werkdocument dat als aanzet dient om een kader te bieden om toekomstige ruimtelijke projecten in een totaalvisie in te plannen. De visiebundel somt per krachtlijn op wat de ruimtelijke ingrepen kunnen zijn. Hiermee past de stedenbouwkundige doelstelling van het Masterplan de algemene ruimtelijke strategie toe die door het s-RSA wordt onderschreven, namelijk de renovatie urbis. Dit is een puntsgewijze strategie, die focust op strategische plekken in het stedelijk weesfel. In de volgende fasen zullen meer gedetailleerd en gedefinieerd de verschillende maatregelen in beeld worden gebracht die het district, de stad, partners, dochtermaatschappijen en private ontwikkelaars in staat stellen om zowel op korte, middellange als lange termijn de gewenste ruimtelijke structuur te kunnen realiseren. Dit is onderdeel van de volgende fase van het Masterplan.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt de visienota voor het Masterplan Hoboken centrum, als basis voor het verdere ontwerp, goed.

Artikel 2

Het college neemt kennis van het advies van het district en neemt de bemerkingen mee in het verdere planproces.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.

Artikel 4

Het college geeft opdracht aan:

Dienst

Taak

SW/RM/RB en SL/SWO/HO

De communicatie rond het Masterplan Hoboken centrum uitvoeren in overleg met het district.