Terug

2011_CBS_11906 - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'bouwcode haven' - Principes - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 08/07/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_11906 - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'bouwcode haven' - Principes - Kennisneming 2011_CBS_11906 - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening 'bouwcode haven' - Principes - Kennisneming

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 van het Gemeentedecreet bepaalt dat het college bevoegd is voor beslissingen die de wet, het decreet of het uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan het college voorbehoudt.

Artikel 2.3.2 §2, alinea 5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening belast het college met het opmaken van gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen en met het nemen van de nodige maatregelen tot opmaak.

Aanleiding en context

Het gewestplan werd goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979.

Het strategisch Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen (s-RSA) werd definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 18 september 2006 (jaarnummer 1779) en goedgekeurd door de deputatie op 21 december 2006.

Het tussentijds strategisch plan van de haven van Antwerpen werd in juni 2006 goedgekeurd door de centrale werkgroep.

De Vlaamse regering heeft op 19 juni 2009 het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen definitief goedgekeurd. Dit plan stelt een aantal aanpassingen voor aan de bestemmingen en de geldende stedenbouwkundige voorschriften in delen van de stad Antwerpen en de omliggende gemeenten.

De Vlaamse regering heeft op 11 september 2009 een principieel akkoord bereikt over het programma van het afbakeningsGRUP havengebied Antwerpen.

In het themacollege van 11 december 2009 over de bouwcode werd besloten om het havengebied uit de stedenbouwkundige verordening van de stad Antwerpen te houden.

Op 26 februari 2010 (jaarnummer 2225) werd de procesnota voor het kader stedenbouwkundige vergunningen havengebied, district Antwerpen, goedgekeurd door het college. Hiermee gaf het college het startsein voor de opmaak van een beleidskader voor het havengebied en een stedenbouwkundige verordening havengebied (bouwcode haven).

De definitieve vaststelling van de bouwcode werd goedgekeurd door de gemeenteraad (GR) in zitting van 25 oktober 2010 (jaarnummer 1433). Het havengebied valt niet onder het toepassingsgebied van de bouwcode.

Het kader stedenbouwkundige vergunningen havengebied heeft als doel de opmaak van een realistische regelgeving en richtlijnen voor het ruimtelijk beleid in de Antwerpse haven, die specifiek op maat gemaakt zijn van haar ruimtelijke structuur en activiteiten. De stad Antwerpen en het gemeentelijk havenbedrijf zitten daarmee op één lijn met de andere overheden. Ook bij de Vlaamse overheid is een verschuiving aan de gang, nu het afbakeningsGRUP van het zeehavengebied wordt opgemaakt.

Hierin worden niet langer generieke voorschriften voor industriegebieden gebruikt om de juridische situatie van het havengebied vast te leggen, maar het stedenbouwkundig voorschrift zeehaven- en watergebonden activiteiten. De stad Antwerpen heeft op haar beurt bij de opmaak van de stedenbouwkundige verordening (bouwcode, GR 25 oktober 2010) ondervonden dat de regelgeving voor een stedelijk gebied heel anders is dan voor een havengebied, waardoor er besloten is een aparte verordening op te maken voor het havengebied (bouwcode haven).

Argumentatie

Op 3 maart 2011 werd een vergadering georganiseerd met als doel het vastleggen van enkele principes op basis van dewelke de bouwcode haven zal worden uitgewerkt. Aanwezig op deze vergadering:

-         stadsbouwmeester;

-         afgevaardigde kabinet voor stadsontwikkeling, sport en diamant;

-         afgevaardigde kabinet voor haven en personeel;

-         Directeur Infrastructuur en Milieu Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen;

-         stadsontwikkeling, ruimtelijk beleid;

-         stadsontwikkeling, stedenbouwkundige vergunningen;

-         Uniek Loket Haven.

Tot volgende principes werd overeengekomen: 

1. Vier doelstellingen

De doelstellingen van de bouwcode worden overgenomen en aangepast aan de specifieke context van de haven. De volgende thema’s worden onderzocht:

- Veiligheid: industriële veiligheid en brandveiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid

- Functionaliteit: gebruikerskwaliteit, alsook intensief gebruik van gronden, compactheid en medegebruik (bvb. stapelen van functies, medegebruik parkings, comfort en hygiëne, basiskwaliteiten gebouwen)

- Duurzaamheid: aanpasbaarheid, waterhuishouding, hernieuwbare energiesystemen (bvb. wateropvang en infiltratiesystemen, aandacht voor voetgangers en fietsverkeer, multimodale ontsluitingsmogelijkheden)

- Beeldkwaliteit: leesbaarheid en herkenbaarheid (bvb. sobere publiciteit), aandacht voor zichtlocaties en randen havengebied

2. Gelijkwaardigheidsprincipe

Naar analogie met de bouwcode zal ook in het havengebied het gelijkwaardigheidsprincipe voor afwijkingen worden gehanteerd. In de bouwcode werd volgend principe opgenomen:

“De afwijking kan pas toegestaan worden indien de vergunningverlenende overheid oordeelt dat door de afwijking voorgestelde werken minstens gelijkwaardig zijn aan de toegelaten werken voorgesteld in de voorschriften in deel 3 en 4 van deze verordening. De gelijkwaardigheid dient beschouwd te worden over het geheel van deze voorschriften en dus bijeengenomen minstens dezelfde mate van veiligheid, leefbaarheid, welstand en duurzaamheid te bieden.” 

3. Inhoudsopgave

Er wordt naar gestreefd dat de indeling van de bouwcode haven de indeling van de bouwcode zoveel mogelijk handhaaft, dit omwille van gelijkvormigheid naar andere overheden en de burger. In deze indeling wordt wel ruimte gelaten voor de specifieke thema’s die in de bouwcode haven aandacht behoeven zoals bvb. kaaien, parkeer-, laad- en losplaatsen, steigers, pijpleidingen, andere infrastructuurwerken, tankenparken, andere industriële installaties, enz. 

4. Toepassingsgebied

De verordening is van toepassing op het havengebied op grondgebied van stad Antwerpen, zoals vastgesteld in de bouwcode (geen opname van investeringszone petroleum zuid (IPZ) (Blue Gate Antwerp), noch van omgeving Albertkanaal). Streefdoel is om deze verordening ook toe te passen in Beveren en Zwijndrecht. Dit vanwege de specifieke situatie op het vlak van waterhuishouding, schaal van de gebouwen en mobiliteit en vanwege de duidelijkheid naar de havengemeenschap. 

5. Meldingsplichtige werken

In de bouwcode haven wordt opgenomen dat alle meldingsplichtige werken zoals opgenomen in de besluiten van de Vlaamse regering onderhevig zijn aan de vergunningsplicht. Dit vanwege de uniformiteit naar de burgers en een aantal bezorgdheden zoals een gezonde waterhuishouding en het bewaken van de brandveiligheid (bereikbaarheid voor de brandweer, brandcompartimentering, vluchtwegen, brandveilige afstanden tot andere constructies) waarover veel moeilijker gewaakt kan worden indien er voor bepaalde werken geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig is.

6. Verschillen met bouwcode

Tussen de bouwcode haven en de bouwcode zijn er inhoudelijke verschillen. Voor een aantal bouwwerken specifiek aan het havengebied, zoals tankenparken en steigers, zullen specifieke voorschriften worden opgenomen. En een aantal voorschriften, bv. betreffende horecaterrassen, zijn in het havengebied geheel overbodig. 

Ook het begrip ‘welstand’ kan een eigen invulling krijgen. Daarbij ligt de klemtoon vooral op de randen van het havengebied en enkele grote verkeersaders doorheen het gebied, waar meer aandacht moet zijn voor beeldkwaliteit dan in andere gebieden in de haven.

Ook de stedenbouwkundige voorschriften rond groendaken en andere vertalingen van milieubekommernissen voor het havengebied zullen verschillen met de voorschriften in de bouwcode. Ze mogen echter niet minder ambitieus zijn op het vlak van duurzame ontwikkeling. Wegens de specifieke ruimtelijke context (andere situatie op het vlak van waterhuishouding, andere habitats die aandacht verdienen, magazijnen met grote daken op gebouwen met vaak weinig herbruikmogelijkheden enz.) zal geen algemene verplichting worden opgelegd tot realisatie van groendaken of volledige opvang van het hemelwater voor hergebruik. Wel wordt op kantoor- en andere dienstgebouwen de aanwending van het dak verplicht als groendak, voor hergebruik van hemelwater, als dakterras of voor de plaatsing van fotovoltaïsche (PV) panelen en worden ook voor andere soorten infrastructuren voorschriften opgenomen met het oog op zuinig ruimtegebruik (bvb. verplicht stapelen van autoterminals).).

Juridische grond

Art.2.3.1 en 2.3.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, goedgekeurd bij besluit van de Vlaamse regering op 15 mei 2009, die de principes en de procedure van een stedenbouwkundige verordening vastleggen.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de principes die de basis vormen voor de opmaak van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening ‘bouwcode haven’

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.