Terug

2011_CBS_11291 - Gemeentelijke fiscaliteit. - Leegstandsregister. Beroep tegen opname. Hoorzitting. Delegatie. Concretisering beleidsrichtlijn - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 24/06/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Eddy Baelemans, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_11291 - Gemeentelijke fiscaliteit. - Leegstandsregister. Beroep tegen opname. Hoorzitting. Delegatie. Concretisering beleidsrichtlijn - Goedkeuring 2011_CBS_11291 - Gemeentelijke fiscaliteit. - Leegstandsregister. Beroep tegen opname. Hoorzitting. Delegatie. Concretisering beleidsrichtlijn - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Het decreet betreffende het grond - en pandenbeleid van 27 maart 2009, artikel 2.2.7 en latere wijzigingen.

Aanleiding en context

De gemeenteraad keurde in zitting van 26 oktober 2009 (jaarnummer 1768) de invoering van het leegstandsregister en het reglement op de belasting op leegstaande woningen of gebouwen goed voor de aanslagjaren 2010 tot en met 2013.
Artikel 2.2.7§2 van het decreet betreffende het grond - en pandenbeleid kent aan de zakelijk gerechtigde van een woning of gebouw dat bij beslissing van het college wordt opgenomen in het leegstandsregister, het recht toe om beroep aan te tekenen tegen deze beslissing.
Artikel 2.2.7§3 van het decreet bepaalt dat het college uitspraak doet en zijn beslissing betekent binnen de negentig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het beroepschrift tegen de opname in het leegstandsregister.
Indien het college nalaat binnen deze termijn de indiener van een verzoekschrift kennis te geven van zijn beslissing, kunnen eerder gedane vaststellingen niet leiden tot een nieuwe beslissing tot opname in het leegstandsregister.
Bovendien eisen de beginselen van behoorlijk bestuur dat burgers die dit wensen, de kans krijgen om gehoord te worden aangaande hun klachten over individuele beslissingen van de overheid.

Argumentatie

Gelet op de termijn van 90 dagen waarbinnen het college een beslissing dient te nemen en betekenen, is het wenselijk dat de procedure voor de behandeling van beroepschriften georganiseerd wordt binnen een strikte timing.
Bovendien is het aangewezen dat het college een hoorzitting organiseert voor de indieners van een beroepschrift die hun argumenten mondeling willen toelichten.
Daarom is het wenselijk dat het college op de hoorzitting wordt vertegenwoordigd door de schepen, bevoegd voor financiën, bijgestaan door de stadssecretaris en minstens één ambtenaar van de administratie financiën.
Door deze bevoegdheidsdelegatie kan soepel gewerkt worden binnen de strikte termijn, opgelegd door het decreet en met eerbiediging van de beginselen van behoorlijk bestuur.

 

Juridische grond

Het besluit van de Vlaamse regering houdende de nadere regelen betreffende het leegstandsregister van 10 juli 2009.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de beroepsmogelijkheid tegen opname in het leegstandsregister zoals bepaald in artikel 2.2.7 van het Vlaams decreet op het grond - en pandenbeleid van 27 maart 2009.

Artikel 2

Het college beslist dat wanneer de indiener van een beroepschrift in dit beroepschrift vraagt om te worden gehoord, hiertoe een hoorzitting wordt gehouden.

Artikel 3

Het college beslist de hoorzitting als volgt te organiseren :
- de indiener ontvangt een uitnodiging voor de hoorzitting per gewone brief of per e- mail;
- de uitnodiging wordt verzonden uiterlijk 10 werkdagen voor de hoorzitting;
- in de uitnodiging worden datum, plaats en uur van de hoorzitting meegedeeld.
Uiterlijk 5 dagen voor de hoorzitting brengt de indiener de administratie op de hoogte van zijn aanwezigheid.

 

Artikel 4

Het college beslist dat de hoorzitting plaatsvindt onder voorzitterschap van de schepen, bevoegd voor financiën, bijgestaan door de stadssecretaris en minstens één ambtenaar van de administratie financiën.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe voor de stad geen financiƫle gevolgen.