Horeca is een belangrijke prioriteit van het Bestuursakkoord 2007-2012. Binnen het beleidsdomein middenstand staat de verbetering van de handelsfunctie in de commerciële kernen door een actief detailhandels- en horecabeleid centraal. Daarom werd een horecabeleidsplan opgesteld en door het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad goedgekeurd op respectievelijk 21 november 2008 (jaarnummer 14721) en 15 december 2008 (jaarnummer 2161). In het horecabeleidsplan worden 11 strategische horecakernen afgebakend en geanalyseerd volgens sterkten, zwakten, bedreigingen en kansen. Op 10 december 2010 (jaarnummer 15407) en 20 december 2010 (jaarnummer 1774) keurden respectievelijk het college van burgemeester en schepenen en de gemeenteraad een bijkomende afbakening goed: 6 van de 11 strategische horecakernen worden er als “bovenlokale” strategische horecakern benoemd.
Eén van de speerpunten in het beleidsplan is het inzetten op en versterken van het aanbod door monitoren van vraag en aanbod. Dit soort monitoren wordt voor de Antwerpse winkelstraten al uitgevoerd sinds 1997 onder de noemer “Meting van de Antwerpse winkelstraten”. De meest recente terreinopname en analyse werd door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd op 28 januari 2011 (jaarnummer 771). De gemeenteraad nam kennis van de resultaten op 28 februari 2011 (jaarnummer 151). Dezelfde manier van inventariseren en analyseren zal vanaf nu ook op de Antwerpse horecakernen worden toegepast.
Begin 2010 is er gestart met de inventarisatie van het commercieel aanbod via terreinopnames. Voor de zomervakantie van 2010 werd de inventarisatie beëindigd. Nadien volgde een periode van analyse en rapportage. Nieuwe ontwikkelingen of grote nieuwe handelszaken na het beëindigen van de inventarisatie werden waar mogelijk wel nog verwerkt. Eerst werd de analyse en rapportage gemaakt voor de 58 Antwerpse winkelgebieden, nadien startte de analyse- en rapportagefase voor de horecakernen.
In de horecakernen werden commerciële en niet-commerciële panden geïnventariseerd. Van de commerciële panden zijn naast de naam van de handelszaak, ook het type aanbod aan de hand van de lijst van aanbodcategorieën genoteerd. Handelspanden omvatten winkels, warenhuizen, horecazaken, cinema’s, fitnesszalen,… 75 verschillende soorten aanbod of diensten werden opgelijst.
De niet-commerciële panden zijn alle panden die geen commercieel karakter hebben. Leegstaande commerciële panden vallen hier niet onder. Wel zitten in deze categorie de niet-commerciële publiekstrekkers (zoals scholen en musea), de braakliggende terreinen en verbouwingen (waar mogelijk wel een commercieel karakter aan wordt gegeven), panden met een onbekende functie en de vaak grote groep van woningen, garages, kantoren, magazijnen, bedrijven enzovoort.
In de strategische horecakernen werden er 2639 panden geinventariseerd, waarvan 731 niet-commerciële panden en 1908 commerciële panden. Van deze groep commerciële panden zijn er 1728 commercieel én actief. Dit worden de "commerciële panden in gebruik” genoemd. Binnen de groep commerciële panden in gebruik, worden ook de groep "horecapanden in gebruik" onderscheiden. Dit zijn de commerciële panden in gebruik die met een actieve horecafunctie ingevuld zijn. Van de 1728 commerciële panden in gebruik zijn er 986 ingevuld met een actieve horecafunctie.
Deze eerste meting van de strategische horecakernen is een nulmeting. Het is de start van een driejaarlijkse analyse van het commercieel aanbod in deze handelsconcentraties. Voor de Antwerpse winkelgebieden is de vijfde meting op 17 februari 2011 aan het grote publiek voorgesteld. Omdat hierbij de cijfers vergeleken worden over een periode van 14 jaar tijd kan er zeer goed evoluties, trends, pijnpunten en opportuniteiten in kaart gebracht worden. Dezelfde informatie wordt via driejaarlijkse horecametingen opgebouwd.
In de conclusies kunnen er dus nog geen evoluties of trends naar voor gebracht worden. De afbakening van de strategische horecakernen en de criteria vastleggen die deze afbakening bepalen, is een eerste belangrijke stap van een nulmeting. Drie objectieve criteria worden opgesteld waar een horecakern aan moet voldoen:
1 Er moeten in de horecakern in absoluut aantal minstens 10 actieve horecapanden gevestigd zijn.
2 Er moet in de horecakern in meer dan 20% van alle panden (zowel commercieel als niet-commercieel) een actieve horecafunctie gevestigd zijn. Horecapanden kunnen cafés, tavernes, snackbars, ijssalons, meeneemzaken, restaurants, bed & breakfasts, hotels, dancings, nachtclubs, feestzalen/concertzalen zijn.
3 Er moeten in de horecakern in meer dan 30% van de commerciële panden actieve horecapanden gevestigd zijn. Dit om te vermijden dat winkelgebieden met een hoog percentage horeca ook worden meegenomen als horecakern. Als voorbeeld hierbij de Kasteelpleinstraat, die voldoet aan criteria (1) en (2), maar waar 28% van de commerciële panden actieve horecapanden zijn, zodanig dat niet voldaan wordt aan criterium (3). De Kasteelpleinstraat heeft nog steeds een meerderheid aan winkels of panden waar dienstverlening in gevestigd is.
De toepassing van deze selectiecriteria op de resultaten van de meting leidt tot de afbakening van 12 strategische horecakernen die samen 986 actieve horecapanden hebben. Volgende straten (inclusief hun hoekpanden) worden volledig, tenzij specifiek huisnummers vermeld worden, opgenomen in de 12 afgebakende strategische horecakernen:
Enkele conclusies die kunnen getrokken worden voor deze 12 afgebakende strategische horecakernen:
1 De schaal van deze gebieden is zeer verschillend. Het historisch centrum is een zeer groot deel van de binnenstad rondom Groenplaats, Grote Markt en Hoogstraat waar meer dan een derde van de actieve horecapanden van de 12 gebieden gevestigd zijn. Dit is sterk verschillend van de horecakernen Sint-Anneke, Lange Lobroek en Sportpaleis waar minder dan 20 actieve horecazaken gevestigd zijn. Hoe kleiner de horecakernen in aantal actieve horecapanden, hoe hoger vaak ook het percentage horecazaken op het totaal aantal commerciële panden. Dit heeft ook te maken met de ligging van deze kleinere horecakernen. Zowel Sint-Anneke, Lange Lobroek en Sportpaleis liggen aan de rand van de stad en zijn niet of weinig verweven met de binnenstad. Het zijn kernen die vooral gekend zijn om hun horeca-activiteiten en minder om andere functies (zoals het Historisch Centrum of het Zuid die ook tal van winkelende bezoekers bijvoorbeeld hebben).
2 Duidelijk verband tussen leegstand, imagoverlagende panden en horecadensiteit. Daar waar hoge(re) leegstandscijfers zijn is vaak ook een lagere horecadensiteit. Dit is het geval bij Schipperskwartier, Lange Lobroek, Studentenbuurt en Eilandje. Schipperskwartier en Studentenbuurt hebben daarbij ook nog eens een hoger percentage imagoverlagende commerciële panden. Omgekeerd kan ook gesteld worden dat gebieden met een zeer lage leegstand vaak ook een laag percentage imagoverlagende commerciële panden en een hoge horecadensiteit hebben (en omgekeerd). Voorbeeld daarvan in Sint-Anneke.
3 Elk gebied heeft zijn eigen specifieke kenmerken. In de kern Zurenborg is een goede mix van cafés én restaurants met een horecadensiteit, een leegstandspercentage en een percentage imagoverlagende panden dat rond het gemiddelde van de 12 horecakernen ligt. Theaterbuurt, Historisch Centrum en Zuid krijgen wat betreft leegstand en imagoverlagende panden zeer goede scores. Het Centraal Station valt vooral op door zijn hoog percentage horecaketens en imagoverlagende commerciële panden. Het Sint-Jansplein en omgeving ten slotte is vooral opmerkelijk door zijn hoog percentage cafés (60% van de horecapanden), maar scoort verder op alle variabelen gemiddeld.
4 Vergeleken met de resultaten voor de winkelgebieden, scoren de horecakernen beter dan de winkelgebieden wat betreft leegstand (ligt 2% lager) en het percentage imagoverlagende panden (ligt ongeveer 1% lager). Daarentegen halen de Antwerpse horecakernen minder goede cijfers in vergelijking tot de winkelgebieden wat betreft dichtheid (37,36% gemiddelde horecadensiteit tegenover 70% gemiddelde winkeldichtheid).
De vraag is nu hoe de komende jaren deze horecakernen, hun karakteristieken, hun type aanbod enz. zullen evolueren en hoe dit een effect zal hebben op de globale cijfers voor de 12 horecakernen. De dynamiek in de horecasector ligt immers nog hoger dan in de detailhandelssector. De eerstvolgende meting, in 2013, zal alvast heel wat antwoorden kunnen geven.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad keurt de meting van de strategische horecakernen 2010 en daarmee ook de afbakening van de strategische horecakernen goed.