Op 23 juni 2008 (jaarnummer 1274) keurde de gemeenteraad de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen nv Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost (FRGE) en vzw Recyclant en borgstelling door de stad Antwerpen goed, oorspronkelijk voor 95% van de jaarlijkse kredietlijn van 2 miljoen EUR.
Op 24 november 2008 (jaarnummer 2069) keurde de gemeenteraad de avenant aan de samenwerkingsovereenkomst tussen nv FRGE en vzw Recyclant goed.
Op 27 april 2009 (jaarnummer 809) keurde de gemeenteraad de verhoging van de borgstelling door de stad ten belope van 95% van de totale kredietlijn van 3 miljoen EUR per werkingsjaar goed.
Op 29 maart 2010 (jaarnummer 415) keurde de gemeenteraad de gewijzigde samenwerkingsovereenkomst tussen nv FRGE en vzw Recyclant en de verhoging van de borgstelling tot 95% van de jaarlijkse kredietlijn van 5 miljoen EUR goed.
Op 29 maart 2010 (jaarnummer 409) keurde de gemeenteraad de oprichting van het autonome gemeentebedrijf Energiebesparingsfonds Antwerpen goed. Op 20 december 2010 (jaarnummer 1724) keurde de gemeenteraad de beheersovereenkomst tussen AG Energiebesparingsfonds en de stad Antwerpen goed.
Op 26 april 2011 (jaarnummer 4311 – artikel 2) besliste het college om de regelgeving met betrekking tot de gewestwaarborg voor de financiering van leningen onder de samenwerkingsovereenkomst met de nv FRGE en het verminderde risico dat dit voor de borgstelling door de stad teweegbrengt ter kennisneming voor te leggen aan de gemeenteraad.
Op 26 april 2011 (jaarnummer 4311 – artikel 3) besliste het college om aan de gemeenteraad ter goedkeuring voor te leggen dat de borgstelling van de stad, zoals bepaald in haar besluit van 29 maart 2010 (jaarnummer 415), voor kredieten verstrekt door vzw Recyclant overgedragen wordt naar AG Energiebesparingsfonds Antwerpen van zodra het AG Energiebesparingsfonds de activiteiten en kredietportefeuille van de vzw overneemt. Deze borgstelling geldt voor zover de gewestwaarborg niet kan aangesproken worden.
Op 18 december 2009 keurde het Vlaams parlement het decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010 goed. In artikel 99 werd de Vlaamse regering gemachtigd de waarborg van het Vlaams gewest te verlenen voor leningen die door de nv FRGE worden verstrekt aan lokale entiteiten.
Bij decreet van 9 juli 2010 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010 werd per uitgewonnen waarborg een franchise van 250,00 EUR vastgelegd.
Bij besluit van de Vlaamse regering van 10 september 2010 werden de voorwaarden vastgelegd waaronder de gewestwaarborg kan worden verleend. De voornaamste voorwaarden zijn:
1 voor de waarborg is geen bijdrage verschuldigd;
2 de waarborg is beperkt tot 95% van het uitstaand kapitaal, en geldt pas na uitwinning der bedongen zekerheden;
3 de waarborg geldt voor kapitaal plus onbetaalde interesten;
4 de waarborg dekt geen accessoire kosten;
5 de waarborg geldt niet voor leningen voor de financiering van fotovoltaïsche zonnepanelen en evenmin voor leningen aan sociale rechtspersonen;
6 de aanvraag van de gewestwaarborg en ook de aanvragen tot uitbetaling van de waarborg worden door de nv FRGE gericht de Vlaamse overheid.
Op basis van deze voorwaarden werd een onderhandeling opgestart tussen de nv FRGE en het Vlaams gewest. De raad van bestuur van de nv FRGE heeft op 14 december 2010 besloten om dit waarborgdispositief te operationaliseren.
Voor de aanvraag van de gewestwaarborg geldt een vervaldag van 2 mei 2011.
Concreet betekent dit dat de vzw Recyclant als de huidige lokale entiteit via de nv FRGE de gewestwaarborg kan aanvragen voor de leningen die zij onder de samenwerkingsovereenkomst met de nv FRGE verstrekt. De gewestwaarborg wordt eerst nog op naam van de vzw Recyclant aangevraagd, omdat er een vertraging is opgetreden bij de erkenning van het AG Energiebesparingsfonds als kredietverstrekker door de federale Overheidsdienst (FOD) Economie. Na de erkenning door de FOD Economie, de overdracht van de samenwerkingsovereenkomst met de nv FRGE en de overname van de activiteiten van de vzw door het AG Energiebesparingsfonds, zal de gewestwaarborg overgaan op het AG Energiebesparingsfonds als de rechtsopvolger van de vzw. Bij de aanvraag op naam van de vzw werd deze ontwikkeling in detail beschreven ter informatie van de nv FRGE en het Vlaams gewest. De aanvraag werd ingediend op 13 april 2011.
De gewestwaarborg geldt voor zowel de bestaande kredieten als voor nieuwe aanvragen. De gewestwaarborg komt dan in de plaats van de stedelijke borgstelling. Het risico voor de stad Antwerpen vermindert daardoor aanzienlijk. De gewestwaarborg geldt echter niet voor de franchise van 250,00 EUR per dossier en voor leningen voor PV-panelen (10-15% van het totaal aantal leningen) en aan sociale rechtspersonen. Hiervoor blijft de stedelijke borgstelling van toepassing. De waarborg is voorlopig beperkt tot de eerste 5 miljoen EUR aan uitstaande kredieten. De Vlaamse regering kan op een later tijdstip besluiten om deze beperking uit te breiden of op te heffen. Hierdoor blijft de stadswaarborg van 95% gelden voor het volume aan uitstaande kredieten dat niet door de gewestwaarborg gedekt wordt. Voor het FRGE is het eveneens een voorwaarde dat de stedelijke borgstelling blijft bestaan om trekkingsrechten aan de lokale entiteit van de stad Antwerpen te blijven toestaan.
De stedelijke borgstelling geldt momenteel voor de kredietverplichtingen van de vzw Recyclant als lokale entiteit van de nv FRGE voor de stad Antwerpen. De nv FRGE stelt aan de lokale entiteit de financiering ter beschikking waarmee de leningen aan de inwoners verstrekt worden. Het AG Energiebesparingsfonds neemt tegen ten laatste op 1 juli 2011 deze activiteiten over van de vzw. Daarom wordt voorgesteld om vanaf dat ogenblik de toepassing van de stedelijke waarborg over te dragen op het AG Energiebesparingsfonds. Ter verduidelijking wordt gesteld dat de stedelijke waarborg geldt voor zover de gewestwaarborg niet kan aangesproken worden.
Ter informatie kan meegedeeld worden dat vanaf de start van de kredietverstrekking door de lokale entiteit van de stad Antwerpen tot op heden er nog geen enkel geval van dubieuze debiteuren is geweest. De borgstelling door de stad moest tot nu toe nog niet aangesproken worden.
Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.
Programmawet van 27 december 2005 (Belgisch Staatsblad 30 december 2005), artikel 28,
betreffende de oprichting van het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost.
Koninklijk Besluit van 9 maart 2006 (Belgisch Staatsblad 9 november 2006), betreffende de
vaststelling van de statuten van het Fonds ter reductie van de globale energiekost.
Koninklijk Besluit van 1 juli 2006 (Belgisch Staatsblad 6 juli 2006) betreffende de vast
stelling van het beheerscontract van het Fonds ter reductie van de globale energiekost.
Koninklijk Besluit van 2 juni 2006 betreffende de definitie van de doelgroep van de meest
behoeftigen van het Fonds ter Reductie van de Globale Energiekost. De doelgroep van de meest behoeftigen komt in aanmerking voor een renteloze lening. De definitie beschrijft vier voorwaarden om tot de doelgroep van de meest behoeftigen te behoren.
Decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010, artikel 99 en decreet van 9 juli 2010 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2010, artikel 55.
Besluit van de Vlaamse regering van 10 september 2010 houdende vaststelling van de voorwaarden van de waarborg.
De gemeenteraad keurt eenparig het volgende besluit goed.
De gemeenteraad neemt kennis van de regelgeving met betrekking tot de gewestwaarborg voor de financiering van leningen onder de samenwerkingsovereenkomst met de nv FRGE en het verminderde risico dat dit voor de borgstelling door de stad teweegbrengt.
De gemeenteraad keurt goed dat de borgstelling van de stad, zoals bepaald in haar besluit van 29 maart 2010 (jaarnummer 415), voor kredieten verstrekt door vzw Recyclant overgedragen wordt naar AG Energiebesparingsfonds Antwerpen van zodra het AG Energiebesparingsfonds de activiteiten en kredietportefeuille van de vzw overneemt. Deze borgstelling geldt voor zover de gewestwaarborg niet kan aangesproken worden.