Terug

2011_CBS_12035 - Grote Markt 1, Antwerpen, stadhuis - Bestek 14693271. Bouwhistorisch onderzoek. Bijkomend kunsthistorisch onderzoek. Procedure en gunning - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 15/07/2011 - 09:00 Collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Patrick Janssens, burgemeester; Robert Voorhamme, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Marc Van Peel, schepen; Luc Bungeneers, schepen; Guy Lauwers, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Philip Heylen, schepen; Monica De Coninck, schepen; Leen Verbist, schepen

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Patrick Janssens, burgemeester
2011_CBS_12035 - Grote Markt 1, Antwerpen, stadhuis - Bestek 14693271. Bouwhistorisch onderzoek. Bijkomend kunsthistorisch onderzoek. Procedure en gunning - Goedkeuring 2011_CBS_12035 - Grote Markt 1, Antwerpen, stadhuis - Bestek 14693271. Bouwhistorisch onderzoek. Bijkomend kunsthistorisch onderzoek. Procedure en gunning - Goedkeuring

Motivering

Algemene financiƫle opmerkingen

De uitgave van 73.810,00 EUR, 21% btw inclusief, zal verrekend worden op de investeringsbegroting 2011. Er zijn voldoende kredieten beschikbaar.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 57 § 3, 5° van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat het college van burgemeester en schepenen bevoegd is voor het vaststellen van de wijze van gunning en de voorwaarden van overheidsopdrachten als het gaat om een opdracht van dagelijks bestuur.

Met het gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2007, jaarnummer 1521, besliste de gemeenteraad in toepassing van artikel 43 § 2, 10° van dit gemeentedecreet welke opdrachten voor werken, leveringen en diensten kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.

Aanleiding en context

Op 22 oktober 2010 (jaarnummer 12871) heeft het college de Tijdelijke Vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken aangesteld om een bouwhistorisch onderzoek uit te voeren van het stadhuis.

Op 18 februari 2011 heeft de Vlaamse Overheid een restauratiepremie goedgekeurd voor dit bouwhistorisch onderzoek.

Het diepgaand bouwhistorisch onderzoek (februari-december 2011) is een eerste, fundamentele, voorbereidende stap in de herwaardering van het Antwerpse stadhuis tot een hedendaags huis van bestuur. Het doel van dit onderzoek is het beschrijven van de bouw-, verbouwings- en gebruiksgeschiedenis van het onroerend erfgoed in de voorbije vier en een halve eeuw. Deze studie verstrekt wetenschappelijke kennis aangaande de erfgoedwaarde van het onroerend goed, dit wil zeggen dat aan de bevindingen een waardestelling wordt gekoppeld die zal dienen als uitgangspunt en toetsingskader voor de restauratie en die de monumentwaarde van het beschermd monument vastlegt.

Het bestuur wil door hetzelfde studiebureau een aanvullend kunsthistorisch onderzoek laten uitvoeren naar de oorsprong en de gebruiksgeschiedenis van het roerend erfgoed van het stadhuis.

Het doel van deze aanvullende studie, op basis van diverse interne inventarissen, is niet alleen om een waardebepaling te kunnen meegeven aan de objecten, maar ook om het roerend erfgoed historisch verantwoord te kunnen situeren in de context van het onroerend erfgoed.

Argumentatie

De collectie stadhuis, die het roerend erfgoed uitmaakt van het stadhuis, wordt in verschillende stappen geïnventariseerd in opdracht van collectiebeleid, behoud en beheer:

  • inventaris kunstvoorwerpen stadhuis (Digitale Inventarisatie Cultureel Erfgoed), augustus 2005;
  • inventaris meubilair opgeslagen in de kelder, september 2009;
  • inventaris meubilair in gebruik op de kabinetten, september 2011.

Deze inventarissen bevatten welbepaalde, verifieerbare data:

  • registratie/inventarisnummer;
  • naam kunstenaar / ontwerper / uitvoerder;
  • datering;
  • materiaal;
  • afmetingen;
  • indicatieve conditie;
  • korte omschrijving;
  • locatie;
  • (werk)foto.

De aanvullende historische studie van het roerend erfgoed dient meer kennis te verschaffen over de volgende aspecten:

  • herkomst;
  • waarom een bepaald werk gecommissioneerd of verworven werd;
  • voor welke ruimte in het stadhuis het bestemd was;
  • of het stuk op zichzelf staat of deel uitmaakt van een ensemble;
  • waarom het desgevallend verplaatst is, waarom een ensemble uit elkaar gehaald is of waarom het eventueel afgestoten is;
  • wie de wettelijke eigenaar is;
  • wat de productie- of aankoopwaarde is;
  • de kunsthistorische of erfgoedwaarde;
  • andere randinformatie.

De methode die wordt toegepast bij dit onderzoek is drieledig:

  • literatuurstudie, archivalische en iconografische datacollectie in stads- en provinciearchieven;
  • inventarisatie van nog niet geregistreerde collectiestukken (door CS/MNE/CBB);
  • analytisch onderzoek, interpretatie van de verzamelde data en koppeling aan de inventarissen.

Het resultaat van de registratie- en onderzoeksresultaten is:

  • een integraal overzicht van alle meubelstukken/kunstwerken (objecten die momenteel bewaard/gebruikt worden in het stadhuis en objecten die in de loop van de tijd werden verwijderd uit het stadhuis);
  • richtlijnen met betrekking tot conservatie van kunstwerken, meubilering en aankleding van de verschillende ruimtes van het stadhuis;
  • een voorstel tot (re)lokalisatie van het mobiele kunstbezit in het stadhuis.

Verdere opvolging behelst:

  • het traceren van objecten die uit het stadhuis verwijderd zijn;
  • het koppelen van aangeleverde informatie aan de inventaris van de stukken.

De archivalische / iconografische bronnen voor het kunsthistorisch onderzoek van het roerend erfgoed zijn dezelfde als die voor het bouwhistorisch onderzoek. Enerzijds kunnen deze twee aspecten in één consultatie van archieven worden meegenomen door hetzelfde team. Anderzijds zou betrokkenheid van een ander extern bureau contraproductief werken wanneer verschillende mensen tegelijkertijd dezelfde documenten moeten raadplegen.

Aangezien raadpleging van het bronnenmateriaal voor het kunsthistorisch onderzoek gelijktijdig verloopt met de dataraadpleging voor het bouwhistorisch onderzoek, houdt dit een kostenvermindering in ten opzichte van uitvoering door een ander bureau. De gedeeltelijke overlapping roerend/onroerend houdt een kostenbesparing in.

De Vlaamse Overheid adviseert dat “er in Vlaanderen geen gespecialiseerde onderzoeksbureaus zijn die op dat niveau een studie van het roerend kunstbezit van het stadhuis kunnen leveren, (…) De aangestelde bouwhistorici zullen in het lopende onderzoek veel elementen over de interieurinrichting terugvinden en zijn dan ook het best geplaatst om dat in te passen in de resultaten van het bouwhistorisch onderzoek.

De samenhang tussen het bouwhistorische onderzoek van het onroerend erfgoed en het kunsthistorisch onderzoek van het roerend erfgoed is dermate groot dat de beide niet van elkaar kunnen losgekoppeld worden. Het archivalisch deel van beide onderzoeken dient gelijktijdig te gebeuren. De verwerking van beide onderzoeken in één database is een vereiste voor een optimaal nut van de studie. Als eindresultaat wordt de volledige database aangeleverd.

De aanvullende dienst geeft de mogelijkheid tot een geïntegreerde, historische studie van onroerend én roerend erfgoed, van de collectie stadhuis in zijn architecturale context. Deze globale benadering zal de onderzoeksresultaten ten goede komen en een grotere garantie bieden op volledigheid. Dit zal ook zijn weerklank vinden in de jubileumpublicaties die zullen resulteren uit de historische onderzoeken.

Het huidige bureau heeft offerte gemaakt voor het onderzoek van het roerend erfgoed in aanvulling bij de bepalingen van de overeenkomst. De offerte bedraagt 61.000,00 EUR + 12.810,00 EUR  (21% btw) = 73.810,00 EUR.

Patrimoniumonderhoud adviseert gunstig betreffende de markconformiteit van de ingediende offerte, die overeenkomt met de vooropgestelde raming van 50% van de kost voor de bouwhistorische studie.

Het archivalisch en iconografisch onderzoek wordt ingeschat op ruim 200 uren of anderhalve maand. Hierin zit een belangrijke kostenbesparing, omdat dezelfde mensen dezelfde archiefstukken raadplegen als voor het bouwhistorisch onderzoek. Losgekoppeld zou archivalisch onderzoek opmerkelijk meer tijd in beslag nemen.

Voor ontwikkeling van de database, input, koppeling en verwerking van gegevens worden zo’n 300 uren of  2 maanden begroot. Normaliter zou aan de ontwikkeling meer tijd besteed worden, maar opnieuw is er een kostenbesparing omdat dezelfde database voor het bouwhistorisch onderzoek ontwikkeld wordt.

Fotograferen met professioneel materiaal, verwerking hiervan en formatteren voor de database wordt op 120 uren geraamd, alsook onderzoek naar en integratie van het nagelvast interieur.

De ingediende offerte wordt als zeer competitief beschouwd, gelet op de enorme hoeveelheid informatie die verwerkt moet worden en de meerwaarde die dit onderzoek zal leveren aan de totale historische studie van het onroerend én roerend erfgoed van het stadhuis.

Na volledige inventarisatie van alle objecten die deel uitmaken van de collectie stadhuis zal een plan van aanpak tot tracering van uit het stadhuis verwijderde objecten aan het college worden voorgelegd.

Patrimoniumonderhoud adviseert dat aan de Tijdelijke Vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken een aanvullende dienst wordt gegund met betrekking tot de studie van het roerend erfgoed, met interieurelementen, meubilair en kunstobjecten. De uitvoeringstermijn loopt vanaf gunning tot 4 maanden na oplevering van de bouwhistorische studie.

Juridische grond

In toepassing van het artikel 17, paragraaf 2 ten 2° a, van de wet van 24 december 1993 op de overheidsopdrachten, zal deze opdracht voor aanvullende diensten, die de 50 procent van de hoofdaanneming niet overschrijden, gegund worden volgens de onderhandelingsprocedure met de oorspronkelijke aannemer die de dienst uitvoert, omdat zij ingevolge onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden voor de uitvoering van de beschreven dienst. omdat deze aanvullende diensten, alhoewel scheidbaar van de uitvoering van de hoofdopdracht, strikt noodzakelijk zijn voor de vervolmaking ervan.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college keurt goed dat prijs werd gevraagd aan de Tijdelijke Vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken, Liersebaan 122A bus 1, 2240 Zandhoven, OND 0829.143.330, voor het bijkomend uitvoeren van een kunsthistorisch onderzoek roerend erfgoed van het stadhuis;

Artikel 2

Het college beslist de Tijdelijke Vereniging De Clercq-Maclot-Van Ginneken, Liersebaan 122A bus 1, 2240 Zandhoven, OND 0829.143.330, te belasten met het uitvoeren van het kunsthistorisch onderzoek van het roerend erfgoed van het stadhuis, op basis van bestek PO/14693271, tegen 61.000,00 EUR + 12.810,00 EUR (21% btw) = 73.810,00 EUR;

Artikel 3

De stadsontvanger verleent zijn visum voor het huidige dienstjaar en regelt de financiële aspecten als volgt:

Omschrijving Bedrag Boekingsadres Bestelbon

Tijdelijke Vereniging Declercq-Maclot-Van Ginneken, Liersebaan 122A bus 1, 2240 Zandhoven, OND 0829.143.330

kunsthistorisch onderzoek 

 73.810,00 EUR,

21% btw inbegrepen

budgetplaats:5160100000
budgetpositie: 221
functiegebied: BUBA260102P02211
subsidie: SUB_NR
fonds: INTERN
begrotingsprogramma: 510260110
budgetperiode: 1100

vast-actiefnummer 221000000139

 4005010466