Feiten en context
Op onze vraag over de toekomst van de ISVAG-verbrandingsoven op de gemeenteraad van 22/9/2015, antwoordde u dat het onderzoek op sociaal-economisch, ecologisch, transport en mobiliteit nog lopende was. U verwees ook naar het antwoord van de POM en het havenbedrijf, die stellen dat er geen betere alternatieve locaties beschikbaar zijn. Maar u legde er vooral de nadruk op dat er nog geen eindrapport was en dat er dus uiteraard nog geen beslissing was. Op onze vraag om een themacommissie te organiseren over het locatie-onderzoek antwoordde u negatief. U beloofde een uitgebreide toelichting op deze raad na de publicatie van het eindrapport. Op 8/1/2016 gaf u een presentatie op de districtsraad van Wilrijk, met de tussentijdse resultaten. Op slide 20 lezen we :
Op basis van tussentijdse resultaten en aanbevelingen, besliste de Raad van Bestuur in 2015 dat:
1. ISVAG de verwerking van restafval ook in de toekomst best in eigen beheer blijft uitvoeren. ISVAG blijft maximaal inzetten op vermijden en recycleren van afval.
2. De huidige locatie voor eventuele verdere verwerking de meest optimale blijft;
3. Thermische verwerking met een maximale energierecuperatie voor huishoudelijk
restafval nog steeds als Best Beschikbare Techniek wordt beschouwd.
Vragen:
1) In september 2015 beweert u dat er geen beslissing kan genomen worden op basis van een tussentijds rapport. In januari 2016 blijkt dat die beslissing reeds genomen is in 2015. In dezelfde slide staat nochtans : “eindrapport voor bijkomende beoordeling voorgelegd aan VITO en Technische Universiteit Berlijn”. Op de website van ISVAG staat : deze afzonderlijke beslissingen zullen pas definitief zijn, wanneer het volledige onderzoek is afgerond (…)”.
Welke extra argumenten had de Raad van Bestuur tussen september 2015 en eind 2015 om tot deze beslissing te komen ?
2) De argumenten die gegeven worden in het locatieonderzoek zijn eenzijdig en magertjes. Op slide 17 : Zowel vanuit logistiek als ecologisch oogpunt zullen alternatieve locaties niet tot een verbetering leiden in vergelijking met de huidige site. Waarom wegen de milieufactoren en de daarmee onlosmakelijke gezondheidsfactoren niet ernstiger door ?
3) Op de zelfde districtsraad werd kort verwezen naar Indaver, dat in maart 2015 is overgenomen door Katoennatie. Denkt men voor de verwerking van het huishoudelijk restafval ook aan mogelijke samenwerkingsstructuren in die richting ?
4) De wijk rond de verbrandingsoven kampt met een historische basisbelasting van het milieu door verschillende bronnen zoals de A12, de E19, ISVAG, het crematorium… Elke extra belasting van het milieu is er één teveel. Daarom is het belangrijk om in de omgeving van ISVAG onderzoek te doen in de bodem, het water, mensen en dieren. Dat onderzoek had al lang kunnen gebeuren, maar kan niet langer uitgesteld worden tot in de MER-fase, want dan is de locatie al definitief beslist. Waarom heeft men al niet veel vroeger het belang van de gezondheidsimpact in deze wijk onderzocht ?
Deze interpellatie met motie (2016_MOT_0005) wordt samen besproken met de interpellatie van raadslid Piryns (2016_IP_00036).
Raadslid Branders houdt haar interpellatie met motie en raadslid Piryns houdt haar interpellatie.
Schepen Heylen geeft antwoord op de vragen.
Raadsleden Branders en Piryns houden nog een wederwoord.
- Het volledige debat is opgenomen en raadpleegbaar via de website van de stad Antwerpen.