Terug

2016_CBS_01913 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20153054 - district Berendrecht-Zandvliet-Lillo - Binnenpad 8A - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 11/03/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd
2016_CBS_01913 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20153054 - district Berendrecht-Zandvliet-Lillo - Binnenpad 8A - Goedkeuring 2016_CBS_01913 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20153054 - district Berendrecht-Zandvliet-Lillo - Binnenpad 8A - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Bert Smans, Joke Hellemans
De aanvraag omvat: bouwen van een halfopen eengezinswoning in houtskelet met fietsberging
Dossiernummer: NBD/B//20153054

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.
Op vlak van de argumentatie rond de voor- en zijtuin volgt ze de argumentatie niet. In de verkavelingsvoorschriften wordt vermeld dat opritten mogelijk zijn. Tevens is in oktober 2015 op een ander lot van dezelfde verkaveling wel een oprit vergund. Ook de parkeerparagraaf wordt aangepast aangezien er mogelijkheid is tot het realiseren van een parkeerplaats op eigen terrein. De parkeerbehoefte is 1 en blijft daarom behouden. 

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich gedeeltelijk aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie met uitzondering van volgende delen waavoor zij de argumentatie niet volgt en dit dus aangepast dient te worden volgens onderstaande keuzes:
  • bij 'toetsing aan de wettelijke bepalingen en reglementaire voorschriften" te schrappen:
     De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de bouwcode. Het ontwerp wijkt af op het volgend punt: Artikel 27 Open ruimte §1 Bij nieuwbouw, herbouw, bij functiewijziging of bij toename van de bebouwde grondoppervlakte moet minimaal 20% van de oppervlakte van het perceel op het niveau van het maaiveld buitenruimte zijn. Deze 20% dient zich te bevinden in de zone voor achtertuinen en binnenplaatsen. De oppervlakte van de voortuin wordt niet in rekening gebracht, noch voor de onbebouwde ruimte, noch voor de oppervlakte van het perceel. De gezamenlijke bruto-oppervlakte van constructies in de tuin telt mee als bebouwde oppervlakte, voor zover dit meer is dan 10 vierkante meter. Het is mogelijk minder dan 20% van het perceel onbebouwd te laten indien het perceel in het kernwinkelgebied gelegen is en geen woonbestemming heeft op het gelijkvloers. §2 De tuin moet zoveel mogelijk groen en onverhard gehouden worden. §3 Voor percelen met een woonfunctie is verharding in de tuin beperkt toegestaan en enkel in functie van het optimaal gebruik van de tuin als buitenruimte, zoals een terras of een tuinhuis, met een maximum van: ? 20 vierkante meter voor tuinen tot 60 vierkante meter ? 1/3 van de totale tuinoppervlakte voor tuinen groter dan 60 vierkante meter §4 Geschrapt §5 Voortuinen van percelen met een woonfunctie zijn vrij van verhardingen en constructies met uitzondering van tuinafsluitingen, brievenbussen. Enkel de strikt noodzakelijke toegangen mogen verhard worden: 1° paden, palend aan de bebouwing en toegangspaden met een maximumbreedte van 1,50 meter 2° opritten naar een vergunde garage, carport en naar vergunde autostaanplaatsen met een maximumbreedte van 3 meter. In de voortuin is een parkeerplaats voorzien voor een auto;
  • de parkeerparagraaf als volgt aan te passen:
    "Voorliggende aanvraag genereert een werkelijke parkeerbehoefte van 1 parkeerplaats.
    De plannen voorzien in 1 nuttige autostal- en autoparkeerplaats.
    Het aantal te realiseren autostal- en autoparkeerplaasten bedraagt 1.
    Het aantal ontbrekende autostal- en autoparkeerplaatsen bedraagt 0;
  • bij de beoordeling GSA wordt volgende argumentatie niet gevolgd door het college:
    In toepassing van artikel 3.2 mag enkel het gedeelte van de tuin dat als toegang tot de woning wordt aangewend, verhard worden. De aanleg van de 3 meter brede oprit is eveneens in strijd met artikel 27 van de bouwcode waarin wordt gesteld dat enkel de strikt noodzakelijke toegangen mogen verhard worden. Dit betekent dat enkel de toegang naar de voordeur en paden palend aan de woning verhard mogen worden. De breedte van de paden bedraagt maximum 1,50 meter;
  • Volgende voorwaarden worden niet gevolgd door het college:
    Voor de voor- en zijtuin volgt ze de argumentatie niet. In de verkavelingsvoorschriften wordt vermeld dat opritten mogelijk zijn. Tevens is in oktober 2015 op een ander lot van dezelfde verkaveling wel een oprit vergund. Ook de parkeerparagraaf wordt aangepast aangezien er mogelijkheid is tot het realiseren van een parkeerplaats op eigen terrein. De parkeerbehoefte is 1 en blijft daarom behouden. 

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is 

  • het tuinhuis te plaatsen op 10 meter achter de strook voor hoofdgebouwen (17 meter achter de bouwlijn).

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.