Terug

2016_CBS_01711 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Reguliere procedure - Zaak van de wegen - 20152853 - districten Wilrijk en Antwerpen - Groenenborgerlaan, Ringlaan ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 11/03/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd
2016_CBS_01711 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Reguliere procedure - Zaak van de wegen - 20152853 - districten Wilrijk en Antwerpen - Groenenborgerlaan, Ringlaan ZN - Goedkeuring 2016_CBS_01711 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning - Reguliere procedure - Zaak van de wegen - 20152853 - districten Wilrijk en Antwerpen - Groenenborgerlaan, Ringlaan ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Wettelijke bepalingen afhankelijk van de aanvraag

Overeenkomstig het besluit van 5 mei 2000 van de Vlaamse regering, zoals gewijzigd, betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunningen en verkavelingsaanvragen, moet de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning openbaar gemaakt worden als de werken en/of handelingen betrekking hebben op:

artikel 3, § 3, 2°: het oprichten en wijzigen van infrastructuurwerken met een lengte van meer dan 200 meter.

De aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning werd openbaar gemaakt van 18 december 2015 tot 17 januari 2016.

Het proces-verbaal van openbaar onderzoek werd opgesteld op datum van 26 januari 2016.

De procedure is uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van voornoemd besluit inzake de openbaarmaking.

Inventaris van de bezwaarschriften

Er werden vier bezwaren (waaronder 1 collectief bezwaarschrift met 59 handtekeningen) ingediend.

De bezwaren handelen over de volgende aspecten van de aanvraag (leeswijzer: de onderlijnde items hebben geen betrekking op de 'zaak van de wegen'):

1. De groene middenberm verdwijnt: Langs beide zijden wordt de huidige breedte van 7 meter versmald met twee meter. Dit zorgt voor een onherroepelijke en ernstige beschadiging van de mooiste groene middenberm van Wilrijk en Berchem. De reden dat dit nodig zou zijn voor de brandweer is een drogreden. De groene middenberm dient integraal behouden te blijven.

2. Onduidelijkheid bomen middenberm: Het is onduidelijk wat men precies van plan is met de bomen op de middenberm. In ieder geval is het rooien van deze volwassen bomen, die perfect gezond zijn en de eigenheid uitmaken van de Groenenborgerlaan, compleet onaanvaardbaar. De bezwaarindieners willen dat alle hoogstammige bomen en het groene karakter van de buurt behouden blijven. De aanwezige hoogstammige bomen hebben een belangrijke en niet te onderschatten drainerende functie. Zij zuigen dagelijks grote hoeveelheden water op en zorgen er voor dat de kelders van de woningen droog blijven.

3. Aanleg van fietspaden: tegen de aanleg op zich wordt geen bezwaar geformuleerd maar de aanleg over een breedte van 1,75 m langs elke rijrichting voor een fietspad van eenrichtingsverkeer is te breed en onaanvaardbaar. Dit heeft tot gevolg dat het voetpad en de rijbaan te smal worden. Een breedte van 1 à 1,25 m  moet volstaan en voorzien in een breder voetpad moet veiligheid bieden aan de vele personen en gezinnen die in de buurt wandelen.

4. Geen melding van parkeerplaatsen op de plannen: Het is niet duidelijk op basis van plan 8 of en hoeveel wagens nog op de Groenenborgerlaan geparkeerd kunnen worden, wat absoluut noodzakelijk is, vermits de meeste bewoners niet over een oprit beschikken waarop twee wagens kunnen geparkeerd worden en ook eventuele bezoekers moeten de gelegenheid krijgen om hun wagen te parkeren. Voldoende parkeerplaatsen zijn essentieel voor de leefbaarheid van de buurt.

5. Bereikbaarheid van de dagbladhandel gevestigd op de Groenenborgerlaan: De dagbladhandel dient steeds bereikbaar te zijn voor klanten, leveranciers en Bpost. Door het aanleggen van de verhoogde berm zullen zowel leveranciers als klanten verplicht worden hun voertuig op de rijbaan te stationeren met als gevolg dat een onveilige situatie wordt gecreëerd. Een mogelijke oplossing zou er kunnen in bestaan om de geplande verhoogde berm ter hoogte van de winkel over een afstand van 15 meter niet aan te leggen en deze ruimte te voorzien als parkeerruimte die kan toelaten dat leveranciers, klanten zonder risico hun voertuig gedurende een beperkte tijd kunnen parkeren.

6. Afslagstrook Beukenlaan: Het is noodzakelijk dat op het kruispunt Groenenborgerlaan- Beukenlaan een afslagstrook om links de Beukenlaan op te rijden behouden blijft om zeer ernstige files te vermijden.

7. Slechte staat straatverlichting: De bestaande straatverlichting is in slechte staat (de palen zijn volledig doorgeroest). Op de plannen staan nieuwe lampen getekend. Wordt de straatverlichting inderdaad vernieuwd? Kan dan dezelfde verlichting voorzien worden als in de J. Hertogslaan en de Beukenlaan (rechterkant, richting Groenenborgerlaan)? Dit teneinde een zekere uniformiteit te hebben in de wijk.

8. Planning van de werken: Quid duurtijd der werken, en bereikbaarheid privé garages in de woningen tijdens de werken?

Bespreking van de bezwaarschriften die betrekking hebben op de 'zaak van de wegen'

De hierboven vermelde bezwaren 1, 3, 4 en 6 kunnen als volgt worden beoordeeld:

1. Voorliggende aanvraag kadert in de verdere realisatie van de fietsinfrastructuur van de bovenlokale functionele route. Met de aanleg van de fietspaden wordt meteen ook de herinrichting van het openbaar domein opgenomen. Op verzoek van de brandweer worden de randzones van de groene middenbermen versterkt tot berijdbare vluchtstrook en de bestaande afboording wordt vervangen door overrijdbare boordstenen. De middenberm blijft behouden als groene zone. Het bezwaar is ontvankelijk maar niet gegrond.

3. Een breedte van 1,75 meter voor een fietspad is een aanvaardbare breedte, temeer dat er op een veilige manier moet kunnen ingehaald worden zonder voetgangers op een gevaarlijke wijze te hinderen. Het bepalen of een fietspad eenrichtingsverkeer toelaat is het voorwerp van een door de gemeenteraad aanvullend verkeersreglement en vormt niet het voorwerp van deze aanvraag. Het bezwaar is ontvankelijk maar niet gegrond.

4. De bestaande parkeerplaatsen blijven behouden. Aan de huidige capaciteit wordt niet geraakt. Het bezwaar is ontvankelijk maar niet gegrond.

6. Op het kruispunt Groenenborgerlaan-Beukenlaan wordt voldoende ruimte voorzien om het tegenliggende verkeer op een veilige manier doorgang te bieden. Een voorsorteerstrook om links af te slaan is niet noodzakelijk. Het bezwaar is ontvankelijk maar niet gegrond.

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.2.25. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat indien de vergunningsaanvraag wegeniswerken omvat waarover de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, en het vergunningverlenende bestuursorgaan oordeelt dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een beslissing over de zaak van de wegen, alvorens het vergunningverlenende bestuursorgaan een beslissing neemt over de vergunningsaanvraag.

Aanleiding en context

Aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning reguliere procedure.

Aanvragers: Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel nv, Rijnkaai 37, 2000 Antwerpen

Ligging van het perceel: Groenenborgerlaan en Ringlaan ZN, 2610 Wilrijk en 2020 Antwerpen.

Kadastrale gegevens: (afd. 12) sectie M, (afd. 23) sectie C, (afd. 42) sectie B en (afd. 42) sectie C.

De aanvraag omvat: vernieuwen en/of aanleggen van fietspaden in uitvoering van het Masterplan-deelproject: Groenenborgerlaan en Ringlaan (strook 4-5 en 6).

Ontvangst aanvraag: 5 november 2015.

Dossiernummer: 20152853.

Argumentatie

Stedenbouwkundige gegevens uit de plannen van aanleg, de ruimtelijke uitvoeringsplannen en verkavelingen

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Onder gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen dient te worden begrepen voorzieningen die gericht zijn op de bevordering van het algemeen belang en die ten dienste van de gemeenschap worden gesteld. De idee van dienstverlening (verzorgende sector) aan de gemeenschap is derhalve rechtstreeks aanwezig. Artikel 4.4.8.van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening schrijft voor dat in gebieden die op de gewestplannen zijn aangewezen als gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, handelingen van algemeen belang en de daarmee verbonden activiteiten te allen tijde kunnen worden toegelaten, ongeacht het publiek of privaatrechtelijk statuut van de aanvrager of het al dan niet aanwezig zijn van enig winstoogmerk. Als gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen kunnen eveneens worden beschouwd een school, een voor het publiek toegankelijke toegangsweg tot een vergund gebouwencomplex in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en neveninrichtingen naast een autosnelweg. Alhoewel in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen in principe geen gebouwen met een woonfunctie zijn toegelaten, heeft de Raad van State bovendien niettemin geoordeeld dat service-flats voor bejaarden kunnen worden vergund in dergelijk gebied. Ook een nomadenkamp werd door de Raad van State beschouwd als een gemeenschapsvoorziening en openbare nutsvoorziening. (Artikel 17 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een parkgebied. De parkgebieden moeten in hun staat bewaard worden of zijn bestemd om zodanig ingericht te worden, dat ze, in de al dan niet verstedelijkte gebieden, hun sociale functie kunnen vervullen. (Artikel 14 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)

Gemeentelijke verordeningen

De gemeentelijke stedenbouwkundige verordening (verder genoemd bouwcode), definitief vastgesteld door de gemeenteraad in zitting van 28 april 2014, goedgekeurd bij besluit van de deputatie van de provincie Antwerpen van 9 oktober 2014 en van kracht sinds 25 oktober 2014.

Watertoets

Overeenkomstig artikel 8 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) dient het ontwerp onderworpen te worden aan de zogenaamde watertoets.

Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen

Het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.

Het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1977 houdende de vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Mer-screening

Rekening houdend met de kenmerken van de aanvraag en zijn omgeving wordt geoordeeld dat de mogelijke milieueffecten van het project niet aanzienlijk zijn.

Andere voorschriften

Decreet houdende de Vlaamse Wooncode van 15 juli 1997, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 augustus 1997.

Adviezen

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan stadsbeheer/groen en begraafplaatsen (SB/GB).
Zij brachten advies uit op 5 januari 2016 met referentie SB/GB/EL/20152853.
Het advies is voorwaardelijk gunstig.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan Vlaams gewest, Agentschap Wegen en Verkeer Antwerpen.
Het advies werd niet uitgebracht binnen een termijn van 30 kalenderdagen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan brandweer/risicobeheer/preventie.
Zij brachten advies uit op 27 januari 2016 met referentie BW/WV/2015/W.00017/WI.0001.
Het advies is voorwaardelijk gunstig.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan Vlaams gewest, Agentschap Natuur en Bos.
Het advies werd niet uitgebracht binnen een termijn van 30 kalenderdagen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan stadsontwikkeling/mobiliteit (SW/MOB).
Zij brachten advies uit op 15 december 2015 met referentie 1501321.
Het advies is voorwaardelijk gunstig.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan stadsontwikkeling/ ontwerp en uitvoering/ ontwerpers (SW/O&U/ONT).
Het advies werd niet uitgebracht binnen een termijn van 30 kalenderdagen waardoor aan de adviesvereiste kan worden voorbijgegaan.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan stadsontwikkeling/ onroerend erfgoed/ monumentenzorg (SW/OE/M).
Zij brachten advies uit op 5 januari 2016 met referentie SW/MON/ 20152853.
Het advies is voorwaardelijk gunstig.

Op 11 december 2015 werd advies gevraagd aan Vlaams gewest, Agentschap Onroerend Erfgoed Antwerpen - Monumenten.
Zij brachten advies uit op 5 februari 2016 met referentie 4.002/11002/992012.1259.
Het advies is gunstig.

Argumentatie

Toetsing aan de wettelijke en reglementaire voorschriften

De aanvraag is in overeenstemming met de bestemming en de voorschriften van het gewestplan wat betreft het woongebied en gebied voor gemeenschapsuitrusting en openbare nutsvoorziening. Wat betreft het parkgebied echter wijkt de aanvraag af van de bestemmingen en voorschriften van het gewestplan. Hiervoor dient er een afwijking toegekend te worden.

Afwijkingen van stedenbouwkundige voorschriften

Artikel 4.4.7. §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening bepaalt het volgende:

In een vergunning voor handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben, mag worden afgeweken van stedenbouwkundige voorschriften en verkavelingsvoorschriften. Handelingen van algemeen belang kunnen een ruimtelijk beperkte impact hebben vanwege hun aard of omvang, of omdat ze slechts een wijziging of uitbreiding van bestaande of geplande infrastructuren of voorzieningen tot gevolg hebben.

De Vlaamse Regering bepaalt welke handelingen van algemeen belang onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen. Ze kan ook de regels bepalen op basis waarvan kan worden beslist dat niet door haar opgesomde handelingen toch onder het toepassingsgebied van het eerste lid vallen.

Deze paragraaf verleent nimmer vrijstelling van de toepassing van de bepalingen inzake de milieueffectrapportage over projecten, opgenomen in hoofdstuk III van titel IV van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

Besluit van 5 mei 2000 van de Vlaamse Regering tot aanwijzing van de handelingen in de zin van artikel 4.1.1, 5°, artikel 4.4.7, §2, en artikel 4.7.1, §2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en tot regeling van het vooroverleg met de Vlaamse Bouwmeester:

HOOFDSTUK III DE HANDELINGEN VAN ALGEMEEN BELANG DIE EEN RUIMTELIJKE BEPERKTE IMPACT HEBBEN OF ALS DERGELIJKE HANDELINGEN BESCHOUWD KUNNEN WORDEN

ART. 3. §1. De volgende handelingen zijn handelingen van algemeen belang die een ruimtelijk beperkte impact hebben als vermeld in artikel 4.4.7, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. De handelingen hebben betrekking op:

1° de aanleg, wijziging of uitbreiding van openbare fiets-, ruiter- en wandelpaden, en andere paden voor de zwakke weggebruiker;

3° de wijziging of uitbreiding van gemeentelijke verkeerswegen tot maximaal twee rijstroken;

De handelingen vallen onder het toepassingsgebied van artikel 3, § 1, 1° en 3, § 1, 3° van het voormeld besluit. De handelingen hebben immers betrekking op de aanleg van een fietspad in een straat met twee rijstroken, dewelke op grond van voormeld besluit beschouwd worden als handelingen van algemeen belang, die een beperkte impact hebben in de zin van artikel 4.4.7. § 2.

De handelingen komen voor vergunning in aanmerking, ook al strijden deze met de stedenbouwkundige voorschriften van het gewestplan Antwerpen, dit overeenkomstig artikel 4.4.7. § 2.

Op grond van de voorliggende elementen is er geen beletsel om af te wijken van de gewestplanbestemming.

De aanvraag werd getoetst aan de bepalingen van de bouwcode. Het ontwerp voldoet hieraan.

Het voorliggende project ligt niet in een overstromingsgevoelig gebied, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld dat geen schadelijk effect wordt veroorzaakt.

De gewestelijke hemelwaterverordening is niet van toepassing op de aanvraag.

De verordening voetgangersverkeer is van toepassing op de aanvraag. De aanvraag stemt hiermee overeen.

Beoordeling

De aanvraag heeft betrekking op de herinrichting van het openbare domein van de Groenenborgerlaan en Ringlaan tussen de Wilgenlaan en de Floraliënlaan, met als doel het realiseren van een fietspad. Voorliggende plannen voorzien het herinrichten van de bestaande infrastructuur met versmalling van de rijwegen en plaatselijke versmalling van de zijstroken. De vrijgekomen ruimte wordt ingericht als fietspad, uitgevoerd in bitumineuze verharding. Tussen het fietspad en de rijweg wordt een schrikstrook/veiligheidsstrook in betonstraatsteen aangelegd. De fietsoversteekplaatsen worden heraangelegd en geaccentueerd in het kader van verkeersveiligheid. De kruispunten worden heringericht op een eenvormige manier om een leesbaar en veilig openbaar domein te bekomen. Binnen het voet- en fietspad wordt een brede obstakel vrije zone gerealiseerd; hier worden waar mogelijk verlichtingspalen, verkeersborden, en ander straatmeubilair verwijderd. Waar mogelijk worden hoogstambomen aangeplant, meestal om de plaats te accentueren of om de laanbeplanting te versterken.

Op de groene middenbermen worden, op vraag van de brandweer, de randzones versterkt tot berijdbare vluchtstrook en de bestaande afboording vervangen door overrijdbare boordstenen. Plaatselijk wordt de bestaande onderbegroeiing verwijderd om een betere zichtbaarheid te verkrijgen. Plaatselijk worden ook hoogstambomen gerooid in het kader van de aanlegfase.

Na de werken worden in de meeste gevallen nieuwe bomen aangeplant. Deze worden op een optimale manier ingeplant zodat ze kunnen uitgroeien tot volwaardige hoogstammen.

De straat is, van noord naar zuid, opgebouwd uit een voetpad, een fietspad, een veiligheidsstrook, een parkeerstrook, een rijbaan (1 rijstrook), een middenberm, een rijbaan (1 rijstrook), een parkeerstrook, een veiligheidsstrook, een fietspad en een voetpad. Aan de noordelijke zijde van de straat is de veiligheidsstrook plaatselijk breder en voorzien van groen. Het voetpad en de veiligheidsstrook worden uitgevoerd in grijze betonstraatstenen, het fietspad in rood asfalt. De rijbaan en parkeerstrook blijven aangelegd met zwart asfalt. De meeste kruispunten worden in de zijstraten verhoogd en aangelegd met grijze betonstraatstenen.

De breedte van het voetpad varieert en is overwegend ongeveer 2 meter. De breedte van het fietspad is 1,75 meter. De breedte van de rijbaan + parkeerstrook is overwegend ongeveer 5 meter.

De stedenbouwkundige geschiktheid van het ontwerp dient aan de hand van de geldende voorschriften te worden beoordeeld. Vastgesteld wordt dat de aanvraag hier mee overeen stemt.

Gelet op de ligging en de aard van de geplande werken werd advies gevraagd aan de dienst mobiliteit, de commissie openbaar domein en de dienst monumentenzorg van de stad Antwerpen. Deze adviezen zijn voorwaardelijk gunstig. De voorwaarden worden integraal overgenomen in de conclusie.

In het kader van dit dossier maakte de groendienst van de stad Antwerpen een studie omtrent de bestaande bomen en groenstructuur op de middenberm van de as Groenenborgerlaan- Ringlaan.

De onderstaande voorwaarden en aanbevelingen uit deze studie worden daarom integraal overgenomen als voorwaarde bij de vergunning.

Deze as van drie straten met een monumentale middenberm heeft in zijn geheel een heel hoge visuele aantrekkingskracht. Hij wordt door het district en de groendienst beschouwd als een A-locatie op vlak van onderhoud en beeldkwaliteit. Er is een mooie afwisseling tussen monumentale solitaire bomen en dichter op elkaar geplante boomgroepen. Er is een grote variatie aan boomsoorten en onderbeplanting. Zones met massieve onderbeplanting wisselen af met zones met alleen gras. Elke heraanleg van deze as dient hiermee rekening te houden. De meeste bomen op de middenberm kenden enkel snoei waar nodig aan de straatkant. De gezonde bomen moeten allen bewaard blijven. Een aantal bomen lijkt bij visuele controle ziek of met beperkte levensduur. Deze bomen mogen enkel gekapt worden in samenspraak met de stedelijke groendienst. Indien zij te dicht bij de plaats staan waar een uitwijkstrook van 2,5 meter op de middenberm wordt verhard, is het beter hen te rooien, aangezien zij deze ingreep niet zullen overleven. In totaal zal een twintigtal hoogstammige bomen moeten gerooid worden als een uitwijkstrook van 2,5 meter aan weerszijden van de middenberm wordt verhard. Elke gerooide boom moet ter plaatse gecompenseerd worden door een nieuwe boom van minstens dezelfde grootteorde en een stamomtrek van minstens 18/20 centimeter. Er is op deze middenbermen voldoende open ruimte om het verlies van bomen ter plaatse te compenseren. Als er onderbeplanting verstoord wordt bij heraanleg moet het geheel terug hersteld worden in functie van de beeldkwaliteit. Ook nieuwe plantenkeuze moet hierop afgestemd worden. Een mix van inheemse en uitheemse bomen kan hier toegepast worden, gezien de reeds bestaande soortenvariëteit. Tot slot dient men de nodige maatregelen te treffen tijdens de uitvoering van de werken, deze maatregelen worden integraal overgenomen in de conclusie.

Volgende voorwaarden uit de studie worden niet overgenomen in de conclusie gezien men uitgaat van een onderbreking van de uitwijkstrook. Deze uitwijkstrook wordt gebruikt door de brandweer in geval van nood en kan daarom niet onderbroken worden.

In zone 4 staat een bomengroep van 5 in elkaar gegroeide acacia’s. Dit zijn monumentale bomen die volgroeid zijn en geen verstoring van hun wortelgestel, noch verplanting zullen verdragen. Voor deze bomen adviseren wij geen uitwijkstrook van 2,3 m te voorzien onder hun volledige kroonprojectie, alsook afdoende bescherming te voorzien tijdens de werken. Idem voor de bomengroep met 1 eik, 2 Gleditsia’s en 1 monumentale plataan ter hoogte van de Pius X-kerk.

Gezien de uitwijkstrook in geval van nood wordt gebruikt door de brandweer kan deze strook niet worden onderbroken.

Als voorwaarde wordt wel opgelegd dat alle mogelijke milderende maatregelen moeten worden getroffen om de bomen alsnog te behouden. De bomen die alsnog dienen geveld te worden, moeten gecompenseerd worden door gelijksoortige bomen in de zone van de middenberm.

Gelet op het voorgaande is de aanvraag onder voorwaarden stedenbouwkundig aanvaardbaar en aldus vatbaar voor vergunning.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) en zijn uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college legt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voor om:

  • kennis te nemen van het aanvraagdossier en inzonderheid volgende plannen:
    • Figuur_1
    • Plan_1_lig_stafkaart;
    • Plan_2_lig_kadaster_strook_4_5_6;
    • Plan_3_BT_grondpl_strook_4;
    • Plan_4_BT_grondpl_strook_5;
    • Plan_5_BT_grondpl_strook_6;
    • Plan_6_dwarsprof_strook_4_5;
    • Plan_7_dwarsprof_strook_6;
    • Plan_8_grondpl_wegenis_strook_4;
    • Plan_9_grondpl_wegenis_strook_5;
    • Plan_10_grondpl_wegenis_strook_6;
  • de bezwaren over de 'zaak van de wegen' te verwerpen;
  • zijn goedkeuring te hechten aan de heraanleg en uitrusting van de Groenenborgerlaan en Ringlaan mits de aanvrager:
    • de voorwaarden uit het brandweeradvies strikt opvolgt;
    • geen stapel- of werfplaats voorziet ter hoogte van het als monument beschermde Theologisch en pastoraal centrum (Groenenborgerlaan 149);
    • het stukje fietspad tussen de aansluiting op bestaande toestand voor het huis met nummer 20 en de aansluiting van de R11 uitvoert met een dubbele rijrichting (situering zie rode lijn op bijlage figuur 1). En indien hierdoor wijzigingen gebeuren die een stedenbouwkundige vergunning vereisen deze steeds te bekomen;
    • ter hoogte van de Beukenlaan het fietspad in de middenberm ook in rood uitvoert;
    • het zebrapad tussen Pieter Coeckelaan en rotonde verwijdert;
    • de oversteek aan de Pius X kerk met een dubbele richting uitvoert; in de middenberm op 2,50 meter voorziet en haaientanden aan beide zijden; de fietsaanzet aan de zijde van het Rucaplein voorziet van een middenstreep en haaientanden; de fietsaanzet aan de zijde van de kerk verwijdert.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • figuur_1.pdf
  • Plan_1_lig_stafkaart.pdf
  • Plan_2_lig_kadaster_strook_4_5_6.pdf
  • Plan_3_BT_grondpl_strook_4.pdf
  • Plan_4_BT_grondpl_strook_5.pdf
  • Plan_5_BT_grondpl_strook_6.pdf
  • Plan_6_dwarsprof_strook_4_5.pdf
  • Plan_7_dwarsprof_strook_6.pdf
  • Plan_8_grondpl_wegenis_strook_4.pdf
  • Plan_9_grondpl_wegenis_strook_5.pdf
  • Plan_10_grondpl_wegenis_strook_6.pdf