Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 9 november 2015 vroeg RR Developments NV, Napoleonkaai 19 bus 301, 2018 Antwerpen om aan haar eigendom, gelegen Steenhouwersvest 44-46-48 district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Zij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Steenhouwersvest 44-46-48 district Antwerpen, is kadastraal gekend als ‘HUIS, HUIS en HUIS’ met gegevens 4e afdeling, sectie D nummer 721F, 723H en 723H.
Voor deze panden werden onder andere volgende stedenbouwkundige vergunningen verleend:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
2. Bestaande feitelijke toestand
De bestaande toestand kan als volgt worden beschreven:
De drie panden zijn, uitgaande van de aangeleverde plannen, momenteel op verschillende plaatsen met elkaar verbonden en bestaan uit drie winkels op het gelijkvloers en 15 bovenliggende appartementen.
Het pand werd op 29 april 2014 gecontroleerd naar aanleiding van de stedenbouwkundige vergunning AN1/B/20104222. Een proces-verbaal werd opgesteld (AN.66.LB.059651/2014) voor het niet volgen van de verleende vergunning, het vermeerderen van het aantal woongelegenheden, van drie naar veertien, het verbinden van de panden, het maken van deuropeningen, het wijzigen van trappen, het wijzigen van vloeren, het maken van een mezzanine, het maken van een uitbouw aan het dak, het maken van een dakterras en het niet uitvoeren van de brandweervoorschriften.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsstukken blijkt dat de huidige constructie van de drie aan elkaar sluitende gebouwen en de vijftien woningen niet in aanmerking komen voor opname in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming van voor 1850. Uit de kadastrale gegevens blijkt dat er drie woningen gekend zijn.
De aangeleverde bewijzen van aansluitingen van nutsvoorzieningen tonen niet aan dat de opdeling van de panden dateert van voor 9 november 1979.
In het archief werden bouwplannen teruggevonden van 1914. Hieruit blijkt dat de gebouwen werden opgericht voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962). Afgaande op het plaatsbezoek van Pandtoezicht zijn er echter verschillende ingrijpende wijzigingen aangebracht aan de huidige constructie die dateren van recente datum. Het fotodossier van de vaststellingen toont duidelijk recente ingrepen aan.
Voorgaande bewijst onvoldoende dat de huidige toestand dateert van voor de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962), de uitgevoerde werken komen niet in aanmerking voor een onweerlegbaar vermoeden van vergunning. Er wordt ook onvoldoende aangetoond dat de uitgevoerde werken dateren van na de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962) maar van voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979). De uitgevoerde werken komen bijgevolg ook niet in aanmerking voor een weerlegbaar vermoeden van vergunning.
De aanvraag wegens vermoeden van vergunning valt niet onder de gestelde toepassingsvoorwaarden. Om rechtszekerheid te krijgen over de bestaande toestand, dient een regularisatieaanvraag ingediend te worden.
Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, de gebouwen en de latere werken aan de panden niet op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college beslist om de opname van de panden Steenhouwersvest 44-46-48, district Antwerpen, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, te weigeren.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV |
een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |
| SW/V/SV |
een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan SL/ST/PT voor eventueel verder gevolg. |