Terug

2016_CBS_00222 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20152682 - district Berendrecht-Zandvliet-Lillo - Weeltjens 2 - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 15/01/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Ludo Van Campenhout, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_00222 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20152682 - district Berendrecht-Zandvliet-Lillo - Weeltjens 2 - Goedkeuring 2016_CBS_00222 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20152682 - district Berendrecht-Zandvliet-Lillo - Weeltjens 2 - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Nee

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Peter Hendrickx
De aanvraag omvat: vellen van een boom
Dossiernummer: NZA/B//20152682

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  1. in het eerstvolgende plantseizoen de boom te vervangen door minstens één inheemse loofboom van eerste of tweede grootteorde. De minimum plantmaat bedraagt 10-12;
  2. de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen met het oog op het welslagen van de nieuwe aanplant. Dit veronderstelt niet alleen een met zorg uitgevoerde aanplanting met kwalitatief degelijk plantgoed, maar ook het gebruik van een steunpaal of wortelverankering en het aanbrengen van een bescherming tegen wild- en of veevraat;
  3. om op zijn perceel één nieuwe hoogstammige boom tot volle wasdom te brengen. Bij uitval dient het eerstvolgende plantseizoen de opengevallen plaats terug ingevuld te worden;
  4. de nodige maatregelen te nemen om de omstaande bomen niet te beschadigen bij het kappen van de boom.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.