Terug

2016_CBS_00143 - Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Reflecties op werktekst - Kennisneming

college van burgemeester en schepenen
vr 08/01/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Kennis genomen

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_00143 - Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Reflecties op werktekst - Kennisneming 2016_CBS_00143 - Witboek Beleidsplan Ruimte Vlaanderen - Reflecties op werktekst - Kennisneming

Motivering

Aanleiding en context

De Vlaamse regering streeft er naar om het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) deze legislatuur vast te stellen als opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Als voorbereiding werkt het departement Ruimte Vlaanderen momenteel aan het schetsen van de krachtlijnen voor het toekomstig ruimtelijk beleid, door het opmaken van het Witboek BRV. Op basis van dit Witboek BRV zal een ontwerp-BRV opgemaakt worden, waarin ook operationele delen van het BRV zijn uitgewerkt.

Het departement Ruimte Vlaanderen heeft een werktekst opgesteld voor het Witboek BRV. Deze werktekst bevat geen definitief beleidsmatig standpunt.

De beleidsmatige veranderingen die het BRV voorstelt, zijn:

Bestuurlijke aanpak:

  • van allesomvattend naar strategisch;
  • van hiërarchie naar gelijkwaardig partnerschap;
  • van Vlaamse afbakeningen naar geïntegreerde gebiedsontwikkeling;
  • actualisatie monitoring: (bestemmingen) + gebruik +realisatie.

Ruimtelijke concepten:

  • van ruimtelijk uitbreiden naar transformatie;
  • van kernenhiërarchie naar knooppuntwaarde + voorzieningenniveau;
  • van economisch aanbodbeleid naar projectmatig + activeringbeleid;
  • meer inzetten op multifunctionele open ruimte;
  • actualisatie uitdagingen: + klimaat + energie.

Geïntegreerde gebiedsontwikkeling gebeurt in regio’s met een stedelijk hetzij landelijk karakter. De ontwikkeling van steden en dorpen gebeurt in regionaal verband. Geïntegreerde gebiedsontwikkeling is een dynamisch proces van programmering, uitvoering, realisatie en evaluatie op bovenlokaal niveau met als doel vanuit een gemeenschappelijke visie en doelstellingen projecten van verschillende overheden, maatschappelijke partners, ondernemers en burgers te realiseren. Gebiedsontwikkeling zet maximaal in op ruimtelijk rendement (slim verdichten) rond haltes aan het railnetwerk.

De werktekst geeft aan dat elke gemeente in Vlaanderen zich zal moeten aansluiten in één regionaal samenwerkingsverband. Vlaanderen wil zoveel mogelijk regio’s geformeerd hebben met het oog op erkenning ervan in een beleidskader van het ontwerp-BRV. Dit zal gebeuren door verkenners die op basis van gesprekken en bestaande samenwerkingen suggesties doen aan de minister. In de aanloop naar een ontwerp-BRV kunnen bestuurlijke partners vrijwillig hun principieel akkoord tot regionale samenwerking kenbaar maken in het najaar van 2016. De regio is het platform waar steden en gemeenten ruimtelijke vraagstukken behandelen. Dit platform krijgt echter geen beslissingsbevoegdheid.

In de werktekst worden slechts minimale voorwaarden geformuleerd voor het geografisch definiëren van een regio met een stedelijk karakter:

  • de regio’s vormen zich op basis van ruimtelijk-structurerende verplaatsingspatronen van mensen (daily urban systems = max 70-90 minuten verplaatsing/dag) en het samenbrengen van een voldoende bevolkingsomvang met het oog op de programmatie van regionale voorzieningen;
  • een stedelijke regio moet minstens één metropolitaan knooppunt kennen.

De centrumsteden zijn gevraagd om een ambtelijke reflectie te geven. Deze ambtelijke reflectie wordt ter kennisneming voorgelegd aan het college.

Argumentatie

De stad ondersteunt in het algemeen de beleidsmatige veranderingen die het BRV voorstelt (bestuurlijke aanpak en ruimtelijke concepten), maar heeft toch nog een paar bezorgdheden over de doorwerking en operationalisering van de ruimtelijke concepten en enig voorbehoud met betrekking tot de algemene idee van regio-vorming.

Reflecties:

  1. De werktekst voor het Witboek BRV is zeer vrijblijvend en gaat uit van een vooropgestelde beleidsmatige verandering waarbij ruimtelijke ontwikkeling een resultaat is van samenwerking (bottom-up) in plaats van een planconcept dat van bovenaf gestuurd wordt (top-down). De stad Antwerpen stelt zich de vraag of dit voor kleinere gemeenten niet te vrijblijvend is waardoor mogelijks de deur wordt open gezet voor bijkomend aansnijden van open ruimte in buitengebiedgemeenten.
    Het gevolg van een opgelegde en allesomvattende regiovorming mag niet uitmonden in een negatieve flow voor de steden. Het mag geen vrijgeleide zijn om ontwikkelingen die tegengesteld zijn aan het zuinig en multifunctioneel ruimtegebruik en gebaseerd zijn op een sterk multimodaal netwerk, toe te laten. Daarom is een zekere selectiviteit in regiovorming noodzakelijk.
  2. Verder formuleert de stad Antwerpen een aantal bedenkingen bij de lezing van de werktekst voor het Witboek BRV met betrekking tot:
    - regiovorming: de werktekst is niet duidelijk of regiovorming gebaseerd wordt op basis van bestaande verplaatsingspatronen, die overwegend met de auto gebeuren, dan wel op basis van verplaatsingspatronen via bestaande en toekomstige stamassen van het openbaar vervoer. De stad Antwerpen pleit voor dit laatste om de potentialiteit van steden een groter belang te geven. Hierdoor wordt vermeden dat dorpen die volledig auto-georiënteerd zijn in een regio met stedelijk karakter worden opgenomen;
    - logistieke goederenstromen: de werktekst stelt dat per regio met stedelijk karakter slechts één regionaal knooppunt kan voorzien worden. Hierbij maakt de stad Antwerpen de bedenking of dit niet te eng geformuleerd wordt. Het lijkt de stad Antwerpen beter om te redeneren vanuit logistieke netwerken waarbij mogelijks meerdere regionale logistieke knooppunten per regio aangewezen kunnen zijn;
    - netwerkvorming: ook al is het fietsbeleid mogelijks een minder relevant thema op Vlaams niveau, op vlak van netwerkvorming verdient de fiets de nodige aandacht te krijgen (zoals fiets-openbaar vervoer, fiets-park&ride).
  3. Het is bovendien onduidelijk welke ruimtelijke vraagstukken in regionaal verband dienen aangepakt te worden en welke vraagstukken lokale bevoegdheid blijven.
    De stad heeft in het recente verleden voorstellen overgemaakt aan de Vlaamse regering om de regelgeving inzake ruimtelijke ordening te vereenvoudigen en efficiënter te maken. Ervaren wordt dat het invoegen van meerdere schaalniveau’s vertragend zou kunnen werken. Gelet op de versterkende potenties van een centrale stad in een stedelijk netwerk, is het ook van belang om haar bestuurskracht niet te laten afnemen. De recente evolutie mbt bevoegdheid milieuvergunningen ikv het nieuwe omgevingsvergunningendecreet wordt ervaren als ongunstig en illustreert in elk geval de bezorgdheid van de stad wanneer er onduidelijke regio’s zouden worden gevormd.
  4. Er worden suggesties gedaan om het huidige regelgevende en faciliterend (subsidies) kader af te stemmen op regionale werking. Er mag echter geen leemte ontstaan tussen de vaststelling van het BRV en de aanpassing van het regelgevend en faciliterend kader (bvb. het uitwerken van verhandelbare ontwikkelingsrechten). 
  5. De stad Antwerpen staat volledig achter het ontwikkelingsprincipe om het ruimtelijk rendement te verhogen (de stad Antwerpen verwijst hiervoor naar Labo XX).

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college neemt kennis van de reflecties op de werktekst van het Witboek BRV.

Artikel 2

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.

Bijlagen

  • Werktekst Witboek BRV