Terug

2016_CBS_00024 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20152402 - district Ekeren - Leliënlaan ZN - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 08/01/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef; Roel Verhaert, stadssecretaris

Secretaris

Sven Cauwelier, waarnemend stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_00024 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20152402 - district Ekeren - Leliënlaan ZN - Goedkeuring 2016_CBS_00024 - Aanvraag stedenbouwkundige vergunning. Reguliere procedure - 20152402 - district Ekeren - Leliënlaan ZN - Goedkeuring

Motivering

Onderzoek

Ja

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 4.7.12. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt dat het college bevoegd is om de beslissing te nemen over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning.

Aanleiding en context

Aanvragers: Jochen Claesen, Wendy Wijnen
De aanvraag omvat: bouwen van een eengezinswoning
Dossiernummer:

NEK/B/20152402

Argumentatie

Voorafgaand aan zijn beslissing neemt het college conform artikel 4.7.17 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kennis van het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Juridische grond

De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en zijn uitvoeringsbesluiten.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college sluit zich integraal aan bij het verslag van de gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar en maakt dit tot zijn eigen motivatie.

Artikel 2

Het college beslist de stedenbouwkundige vergunning goed te keuren en af te leveren aan de aanvrager, die ertoe gehouden is:
  1. enkel de strikt noodzakelijke toegangen naar de woning te verharden (inrit garage en toegangspad voordeur) en het overige deel van de voortuin aan te leggen als tuin;
  2. afsluitingen te voorzien van maximum 40 centimeter hoogte in de voortuin en maximum 2 meter hoogte in de zij- en achtertuin;
  3. de tuinberging met fietsenstalling te voorzien op minimum 10 meter achter de achtergevelbouwlijn en op minimum 1 meter van de perceelsgrenzen en de oppervlakte van alle bijgebouwen samen te beperken tot maximaal 3% van de perceelsoppervlakte;
  4. een septische put te voorzien met een minimale inhoud van 2000 liter;
  5. de schouwen minimum 2 meter boven de bovenrand van de dakvlakvensters te laten uitkomen.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiële gevolgen.