Artikel 43 van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 stelt dat de gemeenteraad bevoegd is voor de beslissing tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in instellingen, verenigingen en ondernemingen.
De stad Antwerpen is deelnemer in de dienstverlenende Financieringsintercommunale voor de Energievoorziening in het Antwerpse (FINEA).
De gemeenteraad besliste in zitting van 25 februari 2013 (jaarnummer 2013_GR_00136) mevrouw Stephanie Van Houtven, districtsschepen, voor te dragen bij FINEA als bestuurder.
Er wordt voorgesteld om de heer Bart Martens voor te dragen bij FINEA voor een mandaat als bestuurder, ter vervanging van mevrouw Stephanie Van Houtven.
Overeenkomstig artikel 46 van het decreet intergemeentelijke samenwerkingsverbanden kan de gemeenteraad kandidaat-bestuurders voordragen die geen lid zijn van de gemeenteraad of van de districtsraad, maar van wie de deskundigheid met betrekking tot de statutair bepaalde doelstellingen manifest aantoonbaar is.
De stad Antwerpen wenst de heer Bart Martens voor te dragen als bestuurder bij FINEA en dat omwille van zijn deskundigheid. De heer Martens is ingenieur en licentiaat milieusanering. Als beleidscoördinator voor de milieukoepel Bond Beter Leefmilieu en Vlaams Parlamenstlid volgde hij milieu- en energiedossiers op. Bovendien zetelde de heer Martens zes jaar in de raad van bestuur van EANDIS, de werkmaatschappij van de gemengde energiedistributiesector. De heer Bart Martens is voldoende vertrouwd met de statutair bepaalde doelstelling van FINEA, met de sector van het gemengd intergemeentelijke distributienetbeheer en met de brede energieproblematiek.
Het decreet van 6 juli 2011 betreffende de intergemeentelijke samenwerking.
Het college legt aan de gemeenteraad voor om mevrouw Stephanie Van Houtven, distritsschepen, te vervangen als lid van de raad van bestuur van FINEA door de heer Bart Martens en dit tot het einde van de huidige legislatuur.
Het college legt aan de gemeenteraad voor dat de stadsafgevaardigde, bij het uitoefenen van de verplichtingen verbonden aan de afvaardiging, steeds het bestuursakkoord als uitgangspunt moet nemen en waar nodig dient te overleggen met het college.