Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 18 september 2015 vragen Sukhdev Singh, Lange Leemstraat 131, 2018 Antwerpen en Gill Singh Major, Lange Leemstraat 119, 2018 Antwerpen per e-mail om hun eigendom, gelegen Isabellalei 5, district Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Zij voegen hierbij volgende documenten ter staving toe:
Bestaande juridische toestand
Het pand, Isabellalei 5 te Antwerpen, is kadastraal gekend als ‘Huis’ met gegevens 6e afdeling, sectie F, nummer 1341/S/14. Volgens het kadaster is het perceel bebouwd in 1932 en bevat het vijf woongelegenheden.
In het archief van de stad Antwerpen zijn volgende, relevante bouwdossiers terug te vinden voor het huidige gebouw:
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestplan.
Het goed is volgens het laatstgenoemde plan gelegen in een woongebied.
Bestaande feitelijke toestand
Het gebouw telt drie bouwlagen onder mansardedak. In het gebouw zouden, naast de gelijkvloerse commerciële ruimte, volgens de aangeleverde plannen nog acht woongelegenheden zijn ingericht: twee studio’s in het achterhuis en zes kamers in het voorhuis.
Er zijn geen handhavingsdossiers gekend bij de stad Antwerpen.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat het gebouw in aanmerking komt voor opname in het vergunningenregister als vergund geacht, met uitzondering van het dakterras en de bekleding van de mansardeverdieping.
De bewijsvoering
De bouwdossiers uit het stadsarchief en het bouwjaar volgens het kadaster tonen aan dat het gebouw voor 22 april 1962 werd opgericht.
Het huidige fysieke bouwvolume wijkt af van de bouwdossiers uit het stadsarchief. In het dossier uit 1933 was de centrale koer nog open, terwijl deze nu dichtgebouwd is. Over het fysieke bouwvolume van het achterhuis kan geen uitsluitsel gegeven worden, aangezien dat in geen enkel dossier uit het archief volledig is opgetekend. Op basis van het deel dat wel opgetekend is, kan worden vastgesteld dat de breedte en hoogte overeenstemt met het dossier uit 1928, waarin het meeste van het achterhuis is opgetekend. Alles in acht genomen, zijn de met zekerheid vast te stellen afwijkingen van het huidige bouwvolume ten aanzien van het bouwvolume volgens de bouwdossiers uit het archief ondergeschikt aan het totale volume. Men kan dus stellen dat het fysieke bouwvolume hoofdzakelijk vergund geacht is.
In de praktijk blijkt er een dakterras te zijn op de uitbouw links. Dit terras is niet terug te vinden op plannen uit het archief en kan dan ook niet vergund geacht worden. Er wordt onvoldoende aangetoond dat dit dakterras reeds aanwezig was voor de inwerkingtreding van het gewestplan. Voor dit dakterras dient een regularisatieaanvraag ingediend te worden.
Het uitzicht van de voorgevel, afgaand op plannen en foto’s van de huidige voorgevel, stemt grotendeels overeen met die volgens de bouwdossiers uit het stadsarchief. Alleen werd de omvorming van de mansardeverdieping naar een volwaardige bouwlaag blijkbaar niet uitgevoerd en werd de mansardeverdieping bekleed met witte planchetten in plaats van natuurleien. Er wordt onvoldoende aangetoond dat de bekleding van de mansardeverdieping werd aangebracht voor de inwerkingtreding van het gewestplan;
Uit de gegevens van de uittreksels van het bevolkingsregister zouden er voor de inwerkingtreding van het gewestplan zeker acht gezinnen en/of alleenstaanden tegelijkertijd in het gebouw gewoond hebben.
De winkel was op alle plannen uit het archief reeds aanwezig en is dus zeker vergund geacht.
Voorgaande bewijst voldoende dat de constructie dateert van voor de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962). Voorgaande bewijst ook voldoende dat de huidige indeling in acht woonentiteiten dateert van na de inwerkingtreding van de Wet op de Stedenbouw (22 april 1962) maar voor de inwerkingtreding van het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979).
Conclusie
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar stelt voor om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund, met uitzondering van het dakterras en de bekleding van de mansardeverdieping.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 (inwerkingtreding Wet op de Stedebouw) ofwel na die datum en voor de eerste inwerkingtreding van het gewestplan (vastgesteld op 3 oktober 1979, van kracht op 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister wegens een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Isabellalei 5, district Antwerpen, inclusief de gelijkvloerse winkel en de acht woonentiteiten, in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 22 april 1962.
Het college beslist dat het dakterras en de bekleding van de mansardeverdieping van het vermoeden van vergunning zijn uitgesloten.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor eventuele aanpassing van de kadastrale gegevens. |