Terug

2015_CBS_10457 - District Merksem - Bredabaan 354 - Vraag tot opname vergunningsregister wegens vermoeden vergunning - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 05/02/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2015_CBS_10457 - District Merksem - Bredabaan 354 - Vraag tot opname vergunningsregister wegens vermoeden vergunning - Goedkeuring 2015_CBS_10457 - District Merksem - Bredabaan 354 - Vraag tot opname vergunningsregister wegens vermoeden vergunning - Goedkeuring

Motivering

Regelgeving: bevoegdheid

Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).

Aanleiding en context

Op datum van 12 november 2013 vraagt Jak nv, Guyotdreef 95, 2930 Brasschaat om zijn appartementsgebouw, gelegen Bredabaan 354-356, district Merksem, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hiertoe volgende bewijsstukken toe:

  • een authentieke akte van 18 augustus 2009 over de verkoop van het pand;
  • een stedenbouwkundige vergunning van 24 augustus 1987 voor het verbouwen van een winkelhuis;
  • een jaarrekening van 30 juni 1989 met verwijzing naar appartementen met nummering;
  • diverse bankuittreksels uit 1999 met betrekking op de huishuur.

1. Bestaande juridische toestand
Het pand, Bredabaan 354-356, Merksem, is thans kadastraal gelegen 40ste afdeling, sectie C, nummer 326/K en 40ste afdeling, sectie C, nummer 326/L en heeft als aard appartementsgebouw. Volgens de kadastrale gegevens zouden de percelen 11 woongelegenheden bevatten en bebouwd zijn in de periode 1919-1930.

In het archief van de stad Antwerpen zijn verschillende bouwdossiers terug te vinden:

  • weigering Bredabaan 354 van 10 juni 1985 voor ‘2 reclameaanplakborden’ (dossiernummer 1985845);
  • vergunning Bredabaan 356 van 24 augustus 1987 voor ‘verbouwen winkelruimte’ (dossiernummer 19877866).

Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestplan.
Het goed is volgens het laatstgenoemde plan gelegen in een woongebied.

2.Bestaande feitelijke toestand
Het gebouw staat op de hoek van de straten Bredabaan en Houthulststraat en het telt 4 bouwlagen. Plannen van de huidige toestand van het gebouw werden niet aangeleverd.


3.Overtredingen
Op 15 oktober 2012 werd door de stad Antwerpen een overtreding vastgesteld. Volgende punten werden onder andere aangehaald:

  • het samenvoegen van de panden met huisnummer 354 en huisnummer 356;
  • woongelegenheden van het pand met huisnummer 356 die bereikbaar zijn gemaakt vanuit het pand met huisnummer 354.

Argumentatie

Het voorwerp
Uit het bewijsmateriaal blijkt dat het gebouw werd opgetrokken voor 1962. De raadsheer stelt in zijn schrijven dat de “appartementisering” plaatsvond in de jaren 1980. De toegevoegde stukken ter staving dateren van eind jaren 1980 en later, tot 18 augustus 2009 waar het eerste echte bewijs van opdeling in 11 appartementen opduikt.

De bewijsvoering
Uit de gegevens van het kadaster blijkt dat het gebouw werd opgetrokken voor 1962. De bewijsstukken voor de opdeling van het gebouw dateren allemaal van na 9 november 1979. De aangeleverde stukken bewijzen onvoldoende dat de huidige toestand dateert van voor het van kracht zijnde gewestplan (9 november 1979). De latere handelingen aan de geacht vergunde constructie voldoen niet aan de voorwaarden van artikel 4.2.14, §§ 1 en 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, bijgevolg vallen deze handelingen niet onder het vermoeden van vergunning van de constructie.

Conclusie
Aan het college wordt voorgesteld om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw (authentieke constructie) op te nemen in het vergunningenregister wegens onweerlegbaar vermoeden van vergunning en de opdeling van het gebouw niet op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund.



Juridische grond

Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist om de opname van het gebouw Bredabaan 354-356, Merksem in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, goed te keuren als opgericht vóór 22 april 1962.

Artikel 2

Het college geeft opdracht aan:

Dienst Taak
SW/V/SV Een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor aanpassing van de kadastrale gegevens.

Artikel 3

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.