Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 1 oktober 2015 vraagt Robert Kyckling, Turnhoutsebaan 65, 2140 aan om zijn eigendom, gelegen Goudbloemstraat 34, 2060 Antwerpen, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning. Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
Bestaande juridische toestand
Het pand, Goudbloemstraat 34 te Antwerpen, is kadastraal gekend als “Huis” met gegevens 5de afdeling, sectie E, nummer 1283 P 2. Dit betekent dat het gebouw althans oorspronkelijk als eengezinswoning is opgericht. Volgens de kadastrale gegevens is het gebouw opgetrokken in de periode tussen 1900 en 1918.
Het is onduidelijk of voor dit pand ooit een stedenbouwkundige vergunning is verleend.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 2060, goedgekeurd op 20 december 2012.
Volgens dit ruimtelijk uitvoeringsplan ligt het goed in een zone voor wonen (WO).
Deze zone wordt gekenmerkt door wonen en gemeenschapsvoorzieningen.
Volgende bestemmingen zijn toegelaten: wonen, gemeenschapsvoorzieningen, detailhandel en reca in gelijkvloerse hoekpanden mits voorwaarden en vrije beroepen, kantoren en diensten en kleinschalige verblijfsaccomodatie mits voorwaarden.
Bestaande feitelijke toestand
De bestaande toestand omvat een hoekgebouw met drie bouwlagen en een dakverdieping met plat dak.
Er werd nooit een proces-verbaal opgemaakt.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw aanmerking komt voor opname als geacht vergund.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert het gebouw van circa 1900-1918.
Het gebruik van dit pand werd in de loop der jaren gewijzigd van eengezinswoning naar meergezinswoning zonder voorafgaande vergunning.
Uit de bevolkingsgegevens blijkt voldoende dat, voor de datum van het gewestplan er regelmatig vier gezinnen tegelijkertijd waren ingeschreven.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
De gemeentelijk stedenbouwkundige ambtenaar stelt voor om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw op te nemen in het vergunningenregister als geacht vergund wegens een onweerlegbaar vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Goudbloemstraat 34, district Antwerpen, in het vergunningenregister wegens onweerlegbaar vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 1962.
Het college beslist om de constructie en de vier woongelegenheden op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor aanpassing van de kadastrale gegevens. |