Terug

2016_CBS_01260 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Natuur- en Landschapszorg Sociale Werkplaats vzw - Donkweg 1 - 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/496/NR - Goedkeuring

college van burgemeester en schepenen
vr 19/02/2016 - 09:00 collegezaal, stadhuis
Goedgekeurd

Samenstelling

Aanwezig

Bart De Wever, burgemeester; Koen Kennis, schepen; Philip Heylen, schepen; Ludo Van Campenhout, schepen; Claude Marinower, schepen; Marc Van Peel, schepen; Rob Van de Velde, schepen; Nabilla Ait Daoud, schepen; Fons Duchateau, schepen; Roel Verhaert, stadssecretaris

Afwezig

Serge Muyters, korpschef

Secretaris

Roel Verhaert, stadssecretaris

Voorzitter

Bart De Wever, burgemeester
2016_CBS_01260 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Natuur- en Landschapszorg Sociale Werkplaats vzw - Donkweg 1 - 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/496/NR - Goedkeuring 2016_CBS_01260 - Milieuvergunningen Vlarem klasse 2 - Natuur- en Landschapszorg Sociale Werkplaats vzw - Donkweg 1 - 2030 Antwerpen. Dossiernummer MV2015/496/NR - Goedkeuring

Motivering

Gekoppelde besluiten

Regelgeving: bevoegdheid

Artikel 36,4° van Vlarem I bepaalt dat het college een uitspraak dient te doen over een milieuvergunningsaanvraag klasse 2.

Aanleiding en context

Aanvrager(s): Natuur- en Landschapszorg Sociale Werkplaats vzw - Steenstraat 25 - 2180 Ekeren-Antwerpen. De aanvraag omvat het exploiteren van een loods voor de huisvesting van natuurarbeiders en een houtatelier.

Argumentatie

Het college beslist op basis van het verslag van de dienst milieuvergunningen, dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd en sluit zich aan bij deze motivatie.

Juridische grond

Het milieuvergunningendecreet van 28 juni 1985, meermaals gewijzigd, en haar uitvoeringsbesluiten (Vlarem I en II) bepalen dat niemand zonder vergunning of melding een hinderlijk inrichting mag exploiteren.

Besluit

Het college van burgemeester en schepenen beslist:

Artikel 1

Het college beslist een milieuvergunning, zoals geformuleerd in de argumentatie, goed te keuren aan Natuur- en Landschapszorg Sociale Werkplaats vzw, Steenstraat 25, 2180 Ekeren-Antwerpen, voor de inrichting gelegen te Donkweg 1, 2030 Antwerpen. De vergunning heeft als voorwerp het exploiteren van een loods voor de huisvesting van natuurarbeiders en een houtatelier.

Artikel 2

Het college wijst erop dat de volgende algemene en sectorale voorwaarden van toepassing zijn:

Algemene voorwaarden:

algemene milieuvoorwaarden – algemeen

hoofdstuk 4.1, 4.7, 4.9 en bijlagen 4.1.9.1.6, 4.1.9.2.3.1, 4.1.9.2.3.2, 4.1.9.2.3.4 en 4.8;

algemene milieuvoorwaarden – geluid

hoofdstuk 4.5 en bijlagen 2.2.1, 2.2.2, 4.5.1, 4.5.2, 4.5.3, 4.5.4, 4.5.5 en 4.5.6;

algemene milieuvoorwaarden – oppervlaktewater

hoofdstuk 4.2 en bijlagen 4.2.5.1, 4.2.5.2 en 4.2.5.4;

algemene milieuvoorwaarden – lucht

hoofdstuk 4.4 en bijlagen 4.4.1 tot 4.4.6. en hoofdstuk 4.10.

Sectorale voorwaarden:

composteringsinstallaties plantsoen- en tuinafval

subafdeling 5.2.2.3 en 5.2.2.3bis;

bedrijfsafvalwaters

afdeling 5.3.2 + bijlage 5.3.2, sector 59,b);

garages, parkeerplaatsen en herstellingswerkplaatsen voor motorvoertuigen

hoofdstuk 5.15;

gevaarlijke vaste stoffen en vloeistoffen – algemene bepalingen

afdeling 5.17.4.1;

gevaarlijke vloeistoffen – opslag in bovengrondse houders

afdeling 5.17.4.3;

hout – algemeen

afdeling 5.19.1.

Artikel 3

Het college wijst erop dat volgende bijzondere voorwaarden en brandweervoorwaarden van toepassing zijn:

1. Bijzondere voorwaarden:

  • de opslag van gevaarlijke producten in kleine recipiënten dient ingekuipt plaats te vinden. De exploitant maakt binnen zes maanden na dit besluit een bewijs hiervan over aan het college (via milieuvergunningen@stad.antwerpen.be met vermelding van dossiernummer MV2015/496/NR);
  • voor de lintzaag worden adequate stof- en geluidsbeperkende maatregelen genomen, zodat hinder voor omwonenden en het nabijgelegen natuurgebied vermeden worden;
  • de tankzone dient vloeistofdicht afgewerkt te worden;
  • de exploitant voorziet een duidelijke voorbehouden plaats waar de lege gecontamineerde recipiënten die gevaarlijke producten hebben bevat kunnen worden opgeslagen in afwachting van een regelmatige afvoer.

2. Brandweervoorwaarden

B1

Onafhankelijk van de verplichtingen aan de houder van de milieuvergunning opgelegd via de vigerende milieureglementering alsmede via het milieuvergunningsbesluit, en onverminderd de maatregelen ter voorkoming en bestrijding van brand, door de houder van de milieuvergunning te treffen in uitvoering van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden, dient de houder van de milieuvergunning reeds te voorzien in de hiernavermelde blusmiddelen voor eerste tussenkomst:

S2

Snelblustoestellen van minstens één bluseenheid conform NBN EN 3-7 - bij voorkeur 6 kg poeder type ABC - dienen goed verdeeld aangebracht à rato van 1 toestel per 150 m² (binnenruimte). Voor brandcompartimenten kleiner dan 300 m² dienen er in elk geval minstens twee toestellen aanwezig te zijn.

Er mogen nochtans gedeeltelijk mobiele bluseenheden of snelblustoestellen van een ander type aangewend worden op de plaatsen waar zij meer aangewezen zijn, voor zover de aangebrachte blusmiddelen minstens eenzelfde bluseenheid conform NBN EN 3-7 bezitten en evenwaardig zijn aan de bovenvermelde.

H1

Muurhaspels met axiale voeding (conform NBN EN 671-1) aangesloten via een aangepaste leiding op de openbare waterbedeling of ander gelijkwaardig voedingssysteem, dienen op oordeelkundig gekozen plaatsen opgesteld zodanig dat elk punt van de inrichting kan bespoten worden.

Hun aantal wordt zodanig bepaald dat de af te leggen afstand vanaf om het even welk punt tot het dichtst bijgelegen toestel niet meer bedraagt dan de lengte van de gebruikte haspels.

De haspels dienen gevoed met een leiding onder druk zodanig dat het debiet bij de minst bedeelde haspel gelijk is aan of groter dan 24 liter per minuut.

De leidingen voor bluswater dienen vervaardigd in staal of in een metaal dat minstens dezelfde waarborgen biedt.

De geplaatste muurhaspels dienen voorzien van een vergrendeling derwijze dat men het afsluitmondstuk niet kan verwijderen zonder het openen van een handbediende afsluiter op de watertoevoer.

De waterlevering moet te allen tijde, ook tijdens vorstperiode, gewaarborgd zijn.

H3

Eén bovengrondse hydrant BH 100, conform NBN S 21.019, maar met afsluiters op beide uitgeefkanten van 70 mm Ø dient voorzien.

De voeding gebeurt rechtstreeks op het net van de openbare waterbedeling, door een leiding waarvan de minimale binnendiameter 150 mm bedraagt.

De aansluiting op het voedingsnet dient zodanig te zijn dat het maximum debiet onmiddellijk beschikbaar is bij gebruik van de hydrant.

Artikel 4

Het college beslist dat de milieuvergunning ingaat op 19 februari 2016 en eindigt op 19 februari 2036.

Artikel 5

Dit besluit heeft in principe geen financiƫle gevolgen.