Het college is bevoegd in het kader van de opmaak van het vergunningenregister en de actieve onderzoeksplicht (artikel 5.1.3 §§1 en 2, en artikel 7.6.2. §1, 5de en 6de lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening).
Op datum van 7 december 2015 vraagt Benjamin Hoffman per e-mail om aan zijn eigendom, gelegen Windmolenstraat 99-101 district Hoboken, op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Hij voegt hierbij de volgende documenten ter staving toe:
Bestaande juridische toestand
Het pand, Windmolenstraat 99-101 district Hoboken, is kadastraal gekend als 'Huis' met gegevens 36e afdeling, sectie B, nummer 208 R 4, als 'Bergplaats' met gegevens 36e afdeling, sectie B, nummer 208 G 5, als 'Garage' met gegevens 36e afdeling, sectie B, nummer 208 W 4.
Voor dit pand werden onder andere vergunningen verleend in 1933, 1942 en 1963 voor veranderingswerken.
Het goed is gelegen binnen de omschrijving van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan GRUP Afbakening grootstedelijk gebied Antwerpen, goedgekeurd op 19 juni 2009.
Het eigendom is gelegen in het gewestplan Antwerpen (Koninklijk Besluit van 3 oktober 1979 en latere wijzigingen). Het eigendom ligt, volgens dit van kracht zijnde gewestplan, in een woongebied. De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving. (Artikel 5 van het Koninklijk Besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen.)
Bestaande feitelijke toestand
Het pand bestaat momenteel uit een voorbouw met drie bouwlagen en een zolderverdieping onder een zadeldak. In de voorbouw bevinden zich vijf woongelegenheden, één op het gelijkvloers en telkens twee op de verdiepingen. Via een onderdoorrit zijn achtergelegen garages en drie woongelegenheden in het binnengebied bereikbaar.
Er werd nooit een proces-verbaal van overtreding opgemaakt.
Het voorwerp
Uit de bijgevoegde bewijsmaterialen blijkt dat de huidige constructie van het gebouw aanmerking komt voor opname als geacht vergund.
De bewijsvoering
Volgens de kadastrale gegevens dateert de ingebruikneming van de panden van voor 1962.
Uit de luchtfoto's blijkt dat de ruwbouw van constructie zeker was voltooid in mei 1948.
Uit de bevolkingsgevevens blijkt dat het aantal opgegeven woongelegenheden overeenstemt met de bewoning in het verleden.
In het archief werden bouwplannen teruggevonden van 1933 en later. Hieruit blijkt dat de voorbouw en achterbouw werden vergund.
Voorgaande bewijst voldoende dat de huidige toestand dateert van voor de inwerktreding van de Wet op Stedenbouw (22 april 1962).
Conclusie
De gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar stelt voor om, gelet op de aangehaalde argumenten, het gebouw, inclusief acht woongelegenheden op te nemen in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning.
Iedere constructie waarvan bewezen is dat ze gebouwd werd voor 22 april 1962 ofwel tussen deze en voor de eerste invoering van het gewestplan (3 oktober 1979, van kracht 9 november 1979), dient te worden opgenomen in het vergunningenregister met een vermoeden van vergunning in toepassing van artikel 5.1.3. §1. van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening.
Het college neemt kennis van het feit dat het pand Windmolenstraat 99-101, district Hoboken, inclusief de acht woongelegenheden in het vergunningenregister wegens vermoeden van vergunning, wordt opgenomen als gebouwd voor 1962.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| SW/V/SV | een duplicaat van de beslissing te bezorgen aan het kadaster voor aanpassing van de kadastrale gegevens. |