| Datum | Jaarnummer | Onderwerp |
| 5 maart 2012 | 225 | De gemeenteraad keurt het brownfieldconvenant in het kader van de herontwikkeling van de slachthuissite goed. |
| 20 juli 2012 | 7431 | Het college keurt de stedelijke ambitienota voor de slachthuissite goed. |
| 6 juni 2013 | 13/02 A06 | De raad van bestuur van AG Stadsplanning keurt de begeleidingsovereenkomst tussen AG Stadsplanning en de eigenaars van de slachthuissite, met onder meer AG VESPA, goed. |
| 5 juli 2013 | A055 | De raad van bestuur van AG VESPA keurt de begeleidingsovereenkomst tussen AG Stadsplanning en de eigenaars van de Slachthuissite, met onder meer AG VESPA, goed. |
| 23 mei 2014 | 5554 | Het college keurt het participatietraject goed. |
| 6 februari 2015 | 1048 | Het college keurt de projectdefinitie voor de opmaak van het masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed. |
| 27 maart 2015 | A033 | De raad van bestuur van AG VESPA keurt de projectdefinitie voor de opmaak van het masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed, alsook de wedstrijdopdracht voor de minicompetitie via de procedure van de pool masterplannen van de stadsbouwmeester. |
| 13 juli 2015 | 20150713/A | Het directiecomité van AG VESPA beslist, op advies van de beoordelingscommissie, het ontwerpteam Palmbout Urban Landscapes / Feddes Olthof landschapsarchitecten / De Smet Vermeulen architecten / Tiem aan te stellen voor de opmaak van het masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| 14 december 2015 | A005 | Het directiecomité van AG VESPA keurt de gunning aan Antea Group van de opdracht van de plan-MER studie voor het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdoek goed. |
| 18 december 2015 | 10651 | Het college keurt de projectdefinitie, mobiliteitsvoorwaarden en concept van 7 december 2015 voor de heraanleg van de Slachthuislaan goed. |
Door de definitieve sluiting van het stedelijk slachthuis in de Damwijk is de huidige bestemming van de Slachthuissite achterhaald. Vandaag ligt de site er grotendeels ongebruikt bij. Een herontwikkeling van deze site zou een enorme impuls zijn voor de gehele wijk. De herontwikkeling van de Slachthuissite vraagt ook een toekomstvisie voor de zone Noordschippersdok en de toekomstige invulling van de kade Lobroekdok.
De stad Antwerpen heeft al geruime tijd de ambitie om dit gehele gebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok te gaan herontwikkelen tot een gemengd, kwalitatief en ontsluitbaar project met bestemming wonen, diensten, recreatie en bedrijvigheid. Hiervoor werd een brownfieldconvenant afgesloten en een stedelijke ambitienota opgemaakt, die deze ambitie beschrijft. Ook werd eerder in 2015 samen met de private ontwikkelaar Land Invest Group beslist om een gezamenlijk traject in te gaan tot opmaak van een masterplan voor dit gehele projectgebied.
AG VESPA neemt daarin de rol van projectbegeleider op. Daarbij hoort de begeleiding van derden, met name de private eigenaars, naar een kwaliteitsvol uitvoeringsgericht stedenbouwkundig plan en stadsprojecten. Hiertoe werd een begeleidingsovereenkomst afgesloten tussen AG VESPA en Land Invest Group.
Concept Masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok
In september 2015 startte het aangestelde ontwerpteam met de ontwerpwerkzaamheden.
Het concept masterplan is een samenvatting van het ontwerpproces dat het ontwerpteam samen met de opdrachtgevers AG VESPA en Land Invest Group heeft doorlopen in de periode van september 2015 tot en met half december 2015. Dit concept masterplan is te lezen als een tussenstap in de richting van het definitieve masterplan (juli 2016) en is uitdrukkelijk niet bedoeld als eindproduct.
Het concept masterplan dient als input voor onder meer de plan-MER studie die recent is opgestart, de financiële modellen, participatie door bewoners en andere betrokkenen, en andere ontwerpprocessen en haalbaarheidsstudies (onder andere heraanleg Slachthuislaan, warmtenet, Schijn-Schelde verbinding, locatiegeschiktheid hoogbouw).
Het concept masterplan wordt in zijn geheel ter kennisname aan het college voorgelegd.
De bundel van het concept masterplan is opgebouwd met volgende onderdelen:
De inhoud van deze onderdelen wordt hieronder kort toegelicht.
Het plan
Het plan leunt sterk op de aanwezige kwaliteiten van de buurt: menging van wonen en werken, ontmoetingen in straten, karakteristieke nevenschikking van kleine en grote gebouwen. Tegelijk voegt het plan nieuwe kwaliteiten toe zoals nieuw groen, nieuwe speelplekken en pleinen, een positieve relatie met de Slachthuislaan en het Lobroekdok.
Het plan wordt getoond in drie samenvattende beelden:
1. Essentiekaart en essentietekst
In de essentiekaart en -tekst worden de krachtlijnen van het voorliggend concept masterplan concreet benoemd en vastgelegd. Deze vormen de essentiële basis waarop verder wordt gewerkt naar een voorontwerp masterplan in de volgende fase (maart tot medio mei 2016).
De essentiekaart geeft de hoofdstructuur van het plan weer: de hoofdwegen, de parken en pleinen. De hoofdopzet van de openbare ruimte en het netwerk liggen in essentie vast. De exacte maatvoering en inrichting is nog niet bepaald en dient in de vervolgfasen van het ontwerpproces verder onderzocht te worden. Ook de exacte positie, vorm en functie van de aan de publieke ruimte grenzende bebouwing is onderwerp van verdere uitwerking.
Het vastleggen van deze hoofdstructuur in het concept masterplan laat toe om op deze basis verder te werken en gaandeweg doorheen het ontwerpproces in verschillende stappen naar een definitief masterplan te gaan. Omwille van dit beoogde voortschrijdende traject wordt deze essentiekaart en -tekst ter goedkeuring voorgelegd aan het college.
2. Referentieplan
Het referentieplan toont een mogelijke invulling of scenario, binnen het kader van de essentiekaart. Dit plan is richtinggevend en laat toe te onderzoeken hoe de invulling van de bouwvelden vorm kan krijgen. Het brengt de mogelijke programmacapaciteit en kwaliteit van de bouwvelden in beeld, en kan onderworpen worden aan financiële doorrekeningen.
3. Vogelvluchtschets
De vogelvluchtschets toont een mogelijk toekomstbeeld van de buurt in zijn ruimere context. Het geeft weer hoe de buurt op termijn kan profiteren van een kwaliteitsverbetering door de heraanleg van de Slachthuislaan, de inpassing van de nieuwe snelwegzate en de sanering van het Lobroekdok.
Ontwerpmotieven
Verder bouwend op de kwaliteiten die aanwezig zijn in het gebied, is het plan gebaseerd op een aantal onderliggende ontwerpmotieven:
Planonderdelen
Het plan kent binnen de hoofdstructuur volgende planonderdelen:
1. Pleinen en parken, bestaande uit volgende elementen:
2. Bebouwing en programma, bestaande uit zes te onderscheiden bouwvelden:
3. Straten
Dit planonderdeel bevat het voorstel van een nieuwe entree tot de wijk aan de hallen, en van een lussensysteem van straten doorheen de wijk waarmee zowel het bestaande als nieuwe programma goed bereikbaar blijft en sluipverkeer waar mogelijk kan worden ontmoedigd.
4. De Slachthuislaan
De ambitie is om van de Slachthuislaan een groene as te maken met een hoogwaardige beeldkwaliteit waarlangs nieuwe en bestaande gebouwen een adres en voorkant kunnen hebben. Zowel de dwarse relatie tussen de Damwijk en het Lobroekdok als de langsverbinding voor voetgangers-, fiets- en gemotoriseerd verkeer zal verbeterd worden. De uitgangspunten voor de Slachthuislaan in het concept masterplan zijn bepaald in wisselwerking met de planopmaak door de stad Antwerpen voor de heraanleg Slachthuislaan.
Fasering
Dit onderdeel van het concept masterplan geeft een mogelijk stappenplan van gefaseerde ontwikkeling weer. Daarbij is steeds een kwalitatieve verbetering (investering) gekoppeld aan het realiseren van nieuw programma (opbrengst), en wordt in elke fase gestreefd naar de oplevering van een afgerond geheel. Ook is de flexibiliteit ingebouwd om gaandeweg de concrete invulling van volgende fasen in de ontwikkeling volgens voortschrijdend inzicht en aangepaste behoeften bij te kunnen sturen.
Vervolgstappen
Dit onderdeel van de bundel geeft aan welke vervolgvragen in de doorlopen eerste fase nog niet aan bod kwamen en zullen worden meegenomen naar de volgende fase van opmaak van het voorlopig masterplan. Deze vervolgvragen situeren zich nog op verschillende vlakken waaronder mobiliteit, bouwvolumes en publieke ruimte en de verhouding tussen beide, voorzieningen, de invulling van de kadezone, hoogbouw, en duurzaamheidsaspecten zoals watermanagement en de mogelijke implementatie van een warmtenet.
Adviezen die vanuit de verschillende stedelijke diensten en participatiemomenten met de buurt worden gegeven, dienen tevens meegenomen te worden naar de volgende ontwerpfase. Ook van de wisselwerking met parallelle studies zoals de plan-MER en de haalbaarheidsstudie warmtenet worden nog nuttige inzichten verwacht ter verwerking in het masterplan.
Coördinatieoverleg openbaar domein 7/12/2015
Bespreking
Om een beter inzicht te krijgen in het agendapunt rond de heraanleg van de Slachthuislaan, krijgt het coördinatieoverleg een inzicht in het voorlopig document rond de ontwikkelingen van de Slachthuissite – Lobroekdok – Noordschippersdok. De startnota wordt einde dit jaar opgeleverd.
Een tweede onderdoorgang naar Spoor Noord wordt in het wedstrijdontwerp masterplan gesuggereerd maar is nog niet concreet voorzien. Over de al gerealiseerde onderdoorgang komen gemengde signalen van de bewoners. Voor de tweede onderdoorgang dienen eerst nog de technische haalbaarheid en verwerving van panden verder onderzocht te worden.
Het coördinatieoverleg merkt op dat de verloren gegane groenzone langs het Noordschippersdok weliswaar in oppervlakte gecompenseerd wordt maar met versnipperde groenruimtes, wat niet aangewezen is en vraagt of er andere mogelijkheden zijn om toch grotere aaneengesloten bruikbare openbare en groene ruimten over te houden na de ontwikkeling. De Damwijk moet er immers op vooruitgaan na de herontwikkeling van Slachthuissite en Noordschippersdok.
Uit de presentatie blijkt dat er bij het circulatieplan en de straatbreedtes nog geen rekening gehouden is met de inplanting van sorteerstraten niettegenstaande de wijk Dam een prioritair gebied is. De programmaleidster zal locatie en aantal terugkoppelen als het nieuwe bewonersaantal bekend is.
Het coördinatieoverleg vraagt om bij de materialisering van de dokrand rekening te houden met de producten die gebruikt worden voor sneeuw- en ijzelbestrijding. Gelet op het lange termijn perspectief waarin het Lobroekdok eventueel als zwemzone kan worden gebruikt, ligt het gebruik van pekel moeilijk.
De beslissing tot het al dan niet behouden van de hallen zit een in een latere fase. Bij behoud kan de invulling ervan gevolgen hebben naar mobiliteit toe. Anderzijds kunnen hierdoor ook synergiën voor medegebruik van parkeerplaatsen ontstaan.
Momenteel is er nog geen relatie met de fietsbrug IJzerlaan. De vraag is gesteld of de brug ooit over de Slachthuislaan kan lopen. Het beleid vraagt om dit verder uit te werken. Vanuit die beleidsoptie houdt de masterplan-ontwerper er best rekening mee.
Tenslotte merkt het coördinatieoverleg op dat, door de knikken in de nieuwe zijstraten op Noordschippersdok, er geen doorzichten meer zijn vanuit de bestaande straten naar de open groene publieke ruimte waar straks de Ring ondergronds gaat.
Advies
Het coördinatieoverleg neemt kennis van het voorlopig document.
CS/onderwijs ziet het meest potentieel in de piste om een basisschool in de hallen onder te brengen. Deze locatie voorziet in de nodige ruimte om naast leslokalen, ook te voorzien in de noden van sportinfrastructuur en voldoende (overdekte) speelplaats.
Door het schoolgebouw bovendien dichtbij publieke ruimte op te trekken, is het aantrekkelijker om het schoolgebouw te zien als maatschappelijk vastgoed dat breder gebruikt kan worden dan enkel als school.
Vanuit de dienst vergunningen wordt een voorwaardelijk gunstig advies gegeven:
1. Binnen het masterplan wordt het parkgebied uit het gewestplan dat gesitueerd is op het Noordschippersdok opgeheven en vervangen door een park, twee grote pleinen en een aantal kleinere perkjes of plantsoenen. De oppervlakte van het parkgebied dient minimaal opnieuw voorzien te worden in parken of grote pleinen. Deze dienen allen bruikbaar te zijn en over een voldoende verblijfskwaliteit te beschikken. Binnen de verhouding bebouwd en openbare ruimte dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de straten, perkjes en plantsoenen enerzijds en de grote openbare ruimtes (verblijfsruimtes) anderzijds.
Ons lijkt de grote verblijfsruimte binnen het openbaar domein eerder gering te zijn naar oppervlakte, en is de verblijfskwaliteit nog aan te tonen. Verder ontwerpend onderzoek hierin is noodzakelijk. Dit kan tot gevolg hebben dat de totale openbare ruimte binnen het plangebied vergroot dient te worden om aan voldoende kwalitatieve verblijfsruimte te komen. De verhouding tussen het bebouwde gedeelte en het open gedeelte kan dus nog niet definitief vastgelegd worden.
2. De nieuwe bouwblokkken op het Noordschippersdok liggen niet in het verlengde van de huidige bebouwing, waardoor er een knik ontstaat in de straten en het zicht/perspectief wordt afgeblokt door deze nieuwe bebouwing. In hoeverre dit de beste oplossing is, kan nog niet bestendigd worden en dient deel uit te maken van verder onderzoek naar beeldkwaliteit en zichtlijnen, assen... Hierin is het belangrijk om mee op te nemen wat in de toekomst zal gebeuren met de zone met kleinschalige eengezinswoningen voor sociale huisvesting. De schaal van de bebouwing bepaalt namelijk in sterke mate mee wat de beleving en het uitzicht op het plangebied zal zijn in de respectievelijke straten.
EMA refereert naar de in de projectdefinitie gevraagde “no-regret maatregelen” ter beperking van de effecten van de klimaatverandering (klimaatadaptatie). Die maatregelen moeten de negatieve gevolgen van een verminderde luchtkwaliteit, verhoogde geluidsdruk, hittestress en gewijzigd neerslagpatroon beperken. Het projectgebied is voor al deze thema’s sterk belast.
We merken op dat het programma flink is uitgebreid ten opzichte van het wedstrijdvoorstel. De BVO is daarbij gestegen van 136.000m² naar 255.000m². Dit bemoeilijkt het ontwerpen van milderende maatregelen en vergroot het aantal blootgestelde personen. Voornamelijk het versterkte programma langsheen de Slachthuislaan baart zorgen omdat hoogbouw vaak moeilijker is te beschermen tegen de negatieve effecten van luchtkwaliteit en geluidsdruk. Ook de kwaliteit van het openbaar domein (waaronder groen en water) komt daarbij onder druk, nochtans het eerste uitgangspunt van het concept masterplan. SW/EMA vraagt dan ook om dit te heroverwegen rekening houdend met alle programma-elementen en uitgangspunten, inclusief de hierboven opgesomde no-regret-maatregelen.
In het bijzonder betreffende de luchtkwaliteit wordt bij herhaling opgemerkt dat de locatie van een sportveld in de zone van de ‘donk’ in de nabijheid van de tunnelmond van de Oosterweelverbinding niet aangewezen is. SW/EMA vraagt dan ook om hiervoor een andere, minder belaste locatie te voorzien. We merken op dat de effecten van luchtkwaliteit en geluidsdruk gelijktijdig met de ontwerpopdracht van het masterplan worden onderzocht in de MER zodat gepaste maatregelen kunnen opgenomen worden in het masterplan. Daarbij moet rekening gehouden worden met de huidige situatie én de situatie na de realisatie van de Slachthuislaan en de Oosterweelverbinding.
Betreffende de hoogbouw in het projectgebied verwijzen we graag naar het advies van het A-overleg waarin wordt besloten om de milieueffecten wind en licht in de fase van het masterplan te toetsen. Voor het projectgebied betekent dat een uitgebreide windstudie zoals beschreven in de richtlijnen van de hoogbouwnota deel locatiegeschiktheid. De richtlijnen voor de lichtstudie zijn daarin eveneens uitgewerkt. SW/EMA vraagt dan ook om de wind- en lichtstudie zo snel mogelijk uit te werken en mee op te nemen in de ruimtelijke uitwerking van het masterplan.
Op vlak van water werd in de projectdefinitie een waterconcept op wijkniveau gevraagd waarbij de verschillende waterstromen in het nieuwe ontwerp in kaart worden gebracht. Het wedstrijdontwerp omvatte nog geen integrale waterstrategie, wel ging men ervan uit dat in het Lobroekdok hemelwater van de site kon worden gebufferd. Conform de wettelijke bepalingen dient hemelwater opgevangen, geïnfiltreerd en gebufferd te worden binnen de contouren van de ontwikkeling. Het waterstelsel wordt bij voorkeur in open structuren (wadi, gracht, vijver, enz.) voorzien. Slechts bij hevige neerslag mag regenwater van het terrein naar het aangrenzend openbaar domein uitstromen. Met de uitbreiding van de bouwdichtheid en het inkrimpen van het ‘nieuwe openbaar domein’ wordt deze oefening steeds moeilijker. Daarom vraagt SW/EMA in overleg met SW/O&U om zo snel mogelijk een waterconcept uit te werken dat minstens voldoet aan de normen zoals voorgeschreven in de gewestelijke hemelwaterverordening en dit mee op te nemen in de ruimtelijke uitwerking van het masterplan.
Gemengde wijk
Zoals in het wedstrijdontwerp vermeld wordt wil het ontwerpbureau van Den Dam een complete buurt maken met volle inzet op menging van wonen, werken en leren. Door in te zetten op een verweefde buurt worden afstanden van buurtvoorzieningen korter en kunnen op deze manier heel wat verplaatsingen worden vermeden. Er zou een onder andere een school worden ingepland binnen het projectgebied. We maken ons zorgen dat deze menging van functies onvoldoende in de plannen wordt vastgelegd.
Openbare Ruimte
Den Dam is een van de meest dense woonbuurten van Antwerpen. De wijk bestaat uit veel kleinere woningen en er is weinig open ruimte. Het is daarom belangrijk om voldoende kwalitatief openbaar domein te voorzien. Als afdeling mobiliteit verwachten we dat een kwalitatieve publieke ruimte aanzet tot meer verplaatsingen te voet, met de fiets of openbaar vervoer.
De afdeling Mobiliteit maakt zich zorgen over het statuut en afmetingen van de pleinen. We merken bijvoorbeeld op dat de afmetingen van de Lobroekstraat ter hoogte van het ‘Lobroekplein’ vermoedelijk een grotere impact heeft dan geschetst in het masterplan: brede voetpaden aan de handels- en horecazaken, behoud parkeerplaatsen en een rijbaan geven geen batig saldo in snede, de naam ‘plein’ waardig. Daarnaast wordt ook een van de gevels van het ‘Hallenplein’ niet aangeduid als front. Dit plein is ook lang, smal en ligt wat verdoken waardoor het zich moeilijk leent voor programmering. We willen vermijden dat de schaal van deze pleinen te klein wordt om goed te kunnen functioneren. Als deze ruimte wordt ingericht als shared space is de kans namelijk reëel dat dit plein als officieuze laad- en loszone zal gebruikt worden voor de toekomstige functies van de hallen. Dit kan niet de bedoeling zijn. Tenslotte is er het voorplein aan de Slachthuislaan wat bij behoud hallen een logica kent, maat en betekenis, maar niet als deze zouden verdwijnen. Deze publieke ruimte zou in dat geval beter toegevoegd worden aan het hallenplein of Lobroekplein, waardoor op zijn minst één publieke ruimte schaal en maat heeft om een betekenis te krijgen en straks ook echt een rol in een weefsel van open ruimten.
Isolement doorbreken
Het masterplan ambieert om Den Dam uit zijn isolement te halen en terug beter te verbinden met de andere delen van de stad. Om de tijdelijke groenzone op de kade van het Lobroekdok aantrekkelijk te maken is het belangrijk dat de oversteekbaarheid van de Slachthuislaan voldoende gegarandeerd kan worden. Maar ook visueel zijn er mogelijkheden die vandaag niet benut worden, meer zelfs, mogelijks door het plan worden tenietgedaan: het afsluiten van de visuele relatie van de woonstraten (Samber, Dender, Maasstraat, ..) met het Lobroekdok en de ‘kraaienpoot’ door het voorzien van een knik sluit in dit opzicht de buurt meer af en bevestigt het isolement. Dit kan niet de bedoeling zijn. Ook de nieuwe verbinding met Park Spoor Noord blijft wenselijk en met Spoor Oost over Schijnpoortweg. Deze laatste wenselijke verbinding is niet meegenomen.
Parkeren
Het onderwerp parkeren komt amper aan bod binnen de bundel. Uiteraard moet de ontwikkeling uitgaan van het beleidsprincipe ‘parkeren op eigen terrein’ (POET), zoals ook in de bouwcode verwoord en van kracht is. Een gebundelde en wenselijk ondergrondse oplossing dringt zich op.
Het is belangrijk dat er onderzocht wordt in welke mate er mogelijkheden zijn voor dubbelgebruik van parkeerplaatsen in functie van evenementen (Sportpaleis, Lotto Arena, Spoor Noord (sporthal en WDT-loods), Spoor Oost met oa. Sinksenfoor,…).
Om de weinige kwalitatieve openbare ruimte niet te hypothekeren is het ook belangrijk om een integrale parkeervisie in het masterplan op te nemen. Hoe wordt er omgegaan met bezoekersparkeren? Zijn er parkeerplaatsen op het maaiveld nodig ifv mindervaliden horeca, winkels?
Daarnaast is ook fietsparkeren vandaag in de bouwcode opgenomen en noopt ook hier tot een (gebundelde, collectieve?) oplossing met een programma stallingen voor de bestemmingen én voor bezoekers.
Tenslotte moet ook laden en lossen maximaal inpandig worden opgelost straks en niet afgewenteld op het openbaar domein.
Circulatieplannen
In het Collegebesluit van 18 december 2015 werden de projectdefinitie, concept en mobiliteitsvoorwaarden goedgekeurd voor het heraanleggen van de Slachthuislaan. De rechtstreekse inritten vanop de Slachthuislaan in de woonstraten van Noordschippersdok werden hier niet in opgenomen en dienen voldoende onderzocht te worden.
Nieuwe IJzerlaan fietsbrug
Vooraleer de bestaande IJzerlaanbrug wordt afgebroken wordt een nieuwe fietsbrug gebouwd om te garanderen dat fietsers op die plaats altijd het kanaal kunnen oversteken. Deze nieuwe fietsbrug wordt het knooppunt van verschillende fiets-o-strades en zou al dan niet ongelijkvloers de Slachthuislaan kruisen om via de Samberstraat en Park Spoor Noord de verbinding met het Stadscentrum te maken. De manier waarop het masterplan met deze belangrijke bovenlokale fietsverbinding rekening houdt komt nog onvoldoende in het masterplan terug.
De stedelijke sportdienst is voorstander van het behoud van sporthal All Inn. Het scenario waarbij de sporthal kan blijven staan op de huidige locatie geniet daarom de voorkeur van de stedelijke sportdienst.
De continuïteit van de voetbalwerking dient gegarandeerd te worden. Een ontwikkeling van het huidige voetbalveld kan slechts na de verhuis van het voetbalveld en de bijhorende kleedkamers naar een nieuwe locatie.
Het college keurt de essentiekaart en -tekst van het concept masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok goed, onder voorbehoud van verder onderzoek en verwerking van de adviezen, en dit als kader voor verdere uitwerking naar een voorontwerp en definitief masterplan.
Het college neemt kennis van het concept masterplan Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok.
Het college geeft opdracht aan:
| Dienst | Taak |
| AG VESPA | Vastleggen met stedelijk beleid van principes (regie, verrekening kosten en opbrengsten) voor ontwikkeling van de gronden in stadseigendom, vertrekkend vanuit het principe van een globale en perceelsoverschrijdende aanpak van de ontwikkeling van het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| AG VESPA | Vastleggen met Land Invest Group van principes (regie, verrekening kosten en opbrengsten) voor ontwikkeling van de gronden in eigendom van stad Antwerpen en AG VESPA, vertrekkend vanuit het principe van een globale en perceelsoverschrijdende aanpak van de ontwikkeling van het projectgebied Slachthuissite/Noordschippersdok/Lobroekdok. |
| AG VESPA en OS | Opmaak bestek voor studie (onder andere financieel, programmatisch, inbedding in de de buurt) naar mogelijke invulling van de slachthuishallen. |
| AG VESPA | Organisatie op regelmatige basis van een overlegcomité waarin vertegenwoordiging van het stedelijk beleid, AG VESPA en Land Invest Group. |